Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Een spiegelbrief aan je leerlingen

13 juni 2024

Een brief schrijven en dat voorlezen is niet iets wat ik dagelijks doe. Vooral als het over jezelf gaat en dat vind ik best spannend.’ Femke Bijker, lerarenopleider aan hogeschool Windesheim, is bezig met ‘de leraar als subject: betekenisvol onderzoek, waardenvol onderwijs’. Een van haar studenten is Fidan Yildirim. Zij schreef als eindproduct voor dit vak een spiegelbrief aan haar leerlingen, waarin ze zich kwetsbaar opstelt en die ze ook daadwerkelijk heeft voor gelezen voor de klas. Het leidde tot inzicht in hoe belangrijk de relatie en de docent zijn. Femke was zo onder de indruk van de brief dat ze ons vroeg of wij hem wilden publiceren, en Fidan werkte graag mee.

Dag leerlingen,

Ik zal jullie een brief voorlezen, die over mijn leven gaat en mijn rol als docent. Zoals jullie weten ben ik mevrouw Yildirim en geef ik geschiedenis. Mijn voornaam is Fidan, maar dat hebben jullie vast wel gezien in jullie Portal. Een brief schrijven en dat voorlezen is niet iets wat ik dagelijks doe. Vooral als het over jezelf gaat en dat vind ik best spannend. Jullie zullen je vast afvragen waarom ik dit doe. Tijdens mijn verhaal zullen jullie daar misschien achter komen.

Ik ga terug naar 10 jaar geleden. Toen zat ik in havo 4. Ik had op dat moment economie. Ik zag een nieuw gezicht. Die docent kende ik nog niet.  Ze was best aardig. Aardiger dan mijn andere docenten. Toch vond ik economie verschrikkelijk, omdat ik slecht was in economie. Ik zat naast mijn beste vriendin. Met haar was de les wat leuker. We zaten helemaal vooraan, waarom weet ik niet. Normaal zit ik altijd achterin, zodat ik van alles kan doen behalve opletten in de les. Doordat we voorin zaten, sprak ik ook vaak met de docent. Op een dag stelde ik haar een vraag die haar aan het denken zette. Mijn vriendin en ik vonden dat grappig. Je zag namelijk aan haar gezicht dat ze heel hard aan het denken was. Ik vroeg: mevrouw, waarom bent u eigenlijk docent geworden. Ik snap dat echt niet. Eerst ga je voor je studie jarenlang naar school en dan vervolgens ga je weer de heletijd naar school omdat, dat je werk is. Dan ga je, je hele leven naar school! Ik zou dat dus echt niet doen! Ze keek me aan, ze zei: je hebt gelijk, Fidan. Mijn vriendin en ik keken elkaar aan. Na de les zei ik: Straks gaat ze echt stoppen door mijn vraag! Mijn vriendin en ik moesten lachen.

En kijk mij nu, 10 jaar later, zelf docent in opleiding. Ook ik heb diezelfde vraag gekregen van mijn leerlingen. Zelf moest ik ook hard nadenken. Ik heb daar wel een antwoord op. Mijn middelbare schooltijden waren niet geweldig. Ik had wel veel vrienden, maar de docenten vond ik alles behalve leuk. Ik voelde me niet gehoord en gezien door de docenten. Ik werd gezien als een lastige leerling. Ik geef toe dat ik soms ook lastig kon zijn, maar ook mijn gedrag kwam ergens vandaan, want thuis had ik het ook niet altijd goed. En misschien was school daardoor een uitlaatklep voor mij. Ik kletste veel, ik deed mijn make-up in de lessen, ik was luidruchtig en als je me apart ging zetten in de les, had het niet veel nut, want ik kon het met iedereen vinden. Dan praatte ik weer met de mensen om me heen. Af en toe waren er momenten dat ik sliep in de lessen, dan hadden de docenten geen last van mij. Heel af en toe spijbelde ik. Het bleef bij af en toe omdat de school meteen contact opnam met mijn vader en hij was daar natuurlijk niet blij mee. Ik kon ook wel gemeen zijn als leerling. Zo lachte ik sommige klasgenoten altijd uit. Als ik terug denk aan die tijden, dan vond ik die tijden toch niet zo leuk, ondanks dat ik mijn vriendinnen om me heen had. Ik had graag gewild dat docenten me gingen motiveren en dat docenten er in geloofden dat ik echt wel iets kon bereiken. Ik had graag gewild dat docenten hun best deden om mij te leren kennen en mij niet meteen te bestempelen als een lastige leerling. Ik vond het zo jammer dat mijn docenten wel leuk omgingen met mijn klasgenoten, maar niet met mij. Een voorbeeld was de les ‘tekenen’. De docent had een indeling gemaakt van de klas. De jongens en ik moesten aan de linkerkant van het lokaal zitten en de meiden moesten aan de rechterkant zitten.  ‘Onze’ kant kreeg vaak lagere cijfers dan de kant waar de meiden zaten. Terwijl ik nog best goed was in tekenen. Ik was vroeger best creatief. Daarom begreep ik het niet waarom mijn cijfer voor tekenen zo laag was. De docent hielp ons ook nauwelijks, alleen de meiden. Die kregen alle aandacht en hulp van de docent. Dit gaf me een naar gevoel. Ik kan mijn mentorgesprek in het laatste jaar nog goed herinneren: Fidan, je cijfers zijn slecht. Je gedrag net zo. Dit gaat niet de goeie kant op he. Als je zo door blijft gaan, ga je niks kunnen bereiken. Ik barste in tranen uit. Mijn mentor bleef mij strak aankijken terwijl ik aan het huilen was. Ik voelde me gebroken. Zelfs mijn mentor kon mij niet motiveren en steunen. Uiteindelijk was er maar een docent die echt de moeite deed om mij te leren kennen. Zij was die ene docent die in mij geloofde. Zij was de enige docent die zei: Fidan, ik geloof in je en ik geloof er ook in dat je veel gaat bereiken in je leven. Dat weet ik zeker. Nog steeds denk ik aan die docent. Als ik haar zou tegenkomen, zou ik haar ook dankbaar zijn dat zij mij in die tijd steunde.

Dit is waarom ik docent wilde worden. Ik wil leerlingen motiveren. Ik wil leerlingen het gevoel geven dat zij er mogen zijn. Ik wil ook zoals die ene docent worden die mij steunde in mijn middelbare schoolperiode. Nu begrijp ik de docenten ook beter, nu ik zelf een docent ben. Natuurlijk ligt het niet alleen aan de leerlingen, ik weet dat het ook aan de docent kan liggen. Daarom is het belangrijk dat ik elke keer wanneer ik les heb gegeven, ga reflecteren op mijn handelen als docent. Ook ik maak fouten. Om beter te worden als docent heb ik ook de leerlingen nodig. Ik heb jullie nodig. Ook ik kan wat van jullie leren. Zodat ik jullie daar zo goed mee kan helpen. Ik zou het bijvoorbeeld fijn vinden als jullie aangeven wat jullie van mij nodig hebben als docent. Ik wil vaker vragenlijsten inzetten met mijn handelen als docent. Dit gaat over het lesgeven en hoe ik ben als docent. Natuurlijk zijn jullie vrij om na de les bij mij langs te komen als jullie wat kwijt willen.  Sommige leerlingen gaven ook aan wat zij graag in mijn lessen willen zien of hoe mijn gedrag over komt in de klas. Dat vind ik fijn, want zo weet ik wat jullie nodig hebben of hoe ik naar mijzelf moet kijken, naar mijn handelen. Ook ik leer elke dag weer iets nieuws. Dus ik sta altijd open voor feedback of suggesties. Dit betekent dat ik ook jullie hulp nodig heb als docent. Dus weet dat jullie als leerlingen ook waardevol zijn. Ik weet ook zeker dat jullie als persoon veel zullen groeien en veel zullen bereiken. Ik hoop dus dat ik als docent  door middel van het voorlezen van deze brief en jullie gericht te vragen, beter wordt om jullie te motiveren. Ik zal mijn best blijven doen! 

Fidan Yildirim is docent geschiedenis in opleiding aan hogeschool Windesheim

Reacties

1
Login of vul uw e-mailadres in.


Carolien de Wit
1 maand en 2 dagen geleden

Beste Fidan,
Wat een prachtige openhartige brief heb je aan je leerlingen geschreven. Je laat een groot inlevingsvermogen zien, naar jouw jongere ik, jouw eigen docenten en vooral naar je leerlingen. Echt een prachtige uitnodiging voor verbinding. De leerling zien als persoon en achter het gedrag van de leerling kijken, daar kom je samen mee verder. Je bent nu al een voorbeeld!
Graag wens ik je
veel passie en plezier in het onderwijs!
Hartelijke groet,
Carolien de Wit
(25 jaar werkzaam in het onderwijs)

Login of vul uw e-mailadres in.


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief