Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De kracht van het traditioneel vernieuwingsonderwijs

6 januari 2020

"Dat is toch ouderwets, wat is daar nou vernieuwend aan!?" Als Patrick Sins vol enthousiasme vertelt dat hij onderzoek doet voor en met traditionele vernieuwingsscholen, dan komt het weleens voor dat er scherp wordt gereageerd op de blijkbaar verwarrende combinatie van traditioneel en vernieuwing. Hoe kan je over vernieuwing spreken als het gaat over concepten die al honderd jaar bestaan? In deze column laat hij zien dat die traditie juist een kracht is op basis waarvan dalton-, montessori-, jenaplan-, freinetscholen en vrije scholen hun onderwijs kunnen vernieuwen.

Onderwijsvernieuwingen mislukken vaak

Volgens de Staat van het Onderwijs 2019 is het aantal vernieuwingen in het onderwijs de afgelopen twintig jaar enorm toegenomen. Sinds 2001/2002 is het aanbod aan vernieuwende onderwijsvisies in het basisonderwijs met 50% toegenomen. Voor het voortgezet onderwijs is de stijging van profileringen zelfs 60%. De traditionele vernieuwingsscholen bestaan al sinds de jaren 20 van de vorige eeuw. De afgelopen twee decennia is er dus een aanzienlijk aantal vernieuwende concepten aan toegevoegd, waaronder: atelier onderwijs, agora, brainport scholen, nieuw leren, school of understanding, iPad-scholen en kunskapsskolan. 

Even een korte zijweg. De grote diversiteit in het aanbod aan scholen maakt ons onderwijs internationaal uniek. Die diversiteit wordt mede mogelijk gemaakt door de vrijheid van onderwijs, die sinds 1917 in ons land een grondrecht is. Dit betekent dat alle publieke scholen door de overheid worden bekostigd, ongeacht het type onderwijs dat zij aanbieden. Artikel 23 biedt niet alleen vrijheid ten aanzien van schoolkeuze, maar het geeft scholen ook veel ruimte om zelf beslissingen over het curriculum te nemen. In het buitenland is dat heel anders. Er is daar in vergelijking met Nederland nauwelijks sprake van vrijheid van onderwijs. Wat leerlingen moeten leren staat doorgaans vast en er is ook weinig variatie in het (keuze)aanbod. Vernieuwingsscholen in het buitenland worden niet vergoed uit publieke middelen, het zijn vaak privéscholen. Je kan daar als ouder wel voor kiezen, maar dan moet je flink in de buidel tasten.

In Nederland is het aanbod aan vernieuwingsscholen gegroeid, maar hoe lang gaan die nieuwe vernieuwingen mee? Als we kijken naar de geschiedenis van vernieuwingen in het verleden, dan is de toekomst weinig rooskleurig. Zo concludeert Stanley Pogrow dat "the history of education reform is one of consistent failure of major reforms tot survive and become institutionalized". Deze hoogleraar Onderwijskundig leiderschap aan de San Fransisco State University staat hierin niet alleen. Zo geeft Seymour B. Sarason in zijn boek "The predictable failure of educational change" een analyse van het mislukken van vele pogingen tot onderwijsvernieuwing. In zijn boek "So much reform, so little change: The persistence of failure in urban schools" beschrijft de Amerikaanse academicus Charles Payne op zijn beurt dat de onderwijsvernieuwingen op Amerikaanse scholen in arme stedelijke buurten gekenmerkt worden door aanhoudend falen. 

Niet echt een florissant beeld helaas. Historisch bezien is het overigens helemaal niet vreemd dat vernieuwingen meestal stranden. Zo stelt de "founder of modern management" Peter Drucker dat "the vast majority of innovative ideas and changes throughout human experience have failed to take root". Het is lastig te erkennen dat innovaties meestal mislukken. Ze herkennen is al helemaal niet te doen, omdat veruit de meeste gefaalde pogingen simpelweg niet (meer) bekend zijn. Neem nu Thomas Alva Edison. Edison staat wereldwijd bekend als de uitvinder van de elektrische gloeilamp. Veel minder bekend is zijn idee om "de wereld te vullen met betonnen huizen". Zijn plan bestond eruit om een mal voor een volledig huis te maken en er beton in te gieten. Afgezien van deuren en lichtknoppen zou zo alles van beton worden gevormd. Een bad, toiletten, een aanrecht, kasten, deurdrempels, schilderijlijsten en zelfs meubels. Deze innovatie van Edison bleek een waanzinnige en volstrekt onhaalbare droom. Het bleek zelfs een van Edisons kostbaarste flops. Tegenwoordig weet bijna niemand dit meer. Opmerkelijk is dat Edison dit soort pogingen tot innoveren niet zag als mislukken, maar als een zoektocht naar nieuwe mogelijkheden. 

Succesvol vernieuwen

Vernieuwingen falen doorgaans, ook in het onderwijs. En dat is misschien niet zo gek. Als iets mislukt weet je dat het niet werkt. Je kan er lering uit trekken. Maar wat maakt vernieuwingen succesvol? Hoe zorg je ervoor dat vernieuwingen landen in plaats van stranden? Volgens de eerdergenoemde Drucker moeten innovaties tegemoet komen aan drie voorwaarden. Ten eerste moet de vernieuwing duidelijk definieerbaar zijn, eenduidig en een compleet implementatie- en verspreidingsprogramma omvatten. Het moet volgens deze voorwaarde helder zijn wat de vernieuwing precies is en hoe je het moet uitvoeren en uitdragen. Ten tweede beginnen succesvolle innovaties klein en proberen ze een specifiek ding te doen. Tenslotte moet de benodigde kennis om de vernieuwing uit te voeren aanwezig zijn. Pogrow stelt op basis van het werk van Drucker dat "unfortunately, these conditions are violated by virtually every new idea for change that is currently sweeping through the education profession". Dit geldt volgens Pogrow bijvoorbeeld voor vernieuwingen waarbij leraren zelf invulling moeten geven aan hun onderwijs op basis van opgelegde ideeën. Denk bijvoorbeeld aan 21ste eeuwse vaardigheden, het studiehuis en het nieuwe leren. 

De traditionele vernieuwers

Sinds de jaren 60 is de populariteit van traditioneel vernieuwingsonderwijs gegroeid en is het aantal scholen toegenomen. Met bijna achthonderd scholen maakt het traditioneel vernieuwingsonderwijs momenteel substantieel deel uit van het Nederlandse basisonderwijs. Zo'n tien procent van het totaal aantal basisscholen is een traditionele vernieuwingsschool. Blijkbaar doen de traditionele vernieuwers het dus goed. Als we de voorwaarden van Drucker erbij nemen, zien we dat het juist de traditie is dat maakt dat vernieuwingsscholen al honderd jaar structureel onderdeel uitmaken van ons onderwijsbestel. 

De traditionele vernieuwers bieden namelijk een oplossing (visie) die allereerst duidelijk is gedefinieerd en eenduidig is. Zo vinden de traditionele vernieuwers elkaar in een ongenoegen met de 'oude' school. Leerlingen zijn er te passief, er wordt geen rekening gehouden met de verschillen tussen kinderen onderling en het onderwijs is vervreemd van processen in de samenleving. De vernieuwers pleiten dan ook voor een ruimere kijk op de doelen van onderwijs en een andere inrichting ervan.  De routines van het klassikale stelsel worden doorbroken door leerlingen op eigen niveau en tempo zelfstandig te laten werken (indivualiseren/differentiëren), door ze de leerstof zelf te laten ontdekken (activeren), gelegenheid te bieden tot het helpen van elkaar en groepswerk te stimuleren (interactiveren/socialiseren) en door het onderwijs authentiek te maken en aan te laten sluiten bij de leef- en belevingswereld van de leerlingen (contextualiseren).

Implementatieprogramma

Ook bieden de traditionele onderwijsvernieuwers een volledig implementatieprogramma. Zo zijn er vele basis- en opleidingsboeken beschikbaar op basis waarvan je als leraar kan bepalen hoe je invulling kan geven aan differentiëren, activeren, interactiveren, socialiseren en contextualiseren in je klas.  Verder bieden uitgangspunten, essenties en kernwaarden, die door verenigingen van traditionele vernieuwingsscholen zijn opgesteld, een helder kader voor nieuwe ontwikkelingen. Ook kennen traditionele vernieuwingsscholen een evaluatiesystematiek om de kwaliteit van het gegeven onderwijs te borgen en waar mogelijk te verbeteren. De kritiek van de onderwijsinspectie dat het vernieuwingsscholen vaak "ontbreekt aan een systematische evaluatie", geldt mijns inziens dan ook niet voor traditionele vernieuwingsscholen. 

Ook zijn traditionele vernieuwingsscholen actief met betrekking tot het uitdragen van het gedachtengoed en worden er tal van professionaliseringsmogelijkheden geboden. Ten eerste zijn de traditionele vernieuwingsscholen goed georganiseerd. Er vinden regiobijeenkomsten, studiedagen en workshops plaats. Er worden opleidingen geboden op verschillende niveaus (hbo, post-hbo en zelfs master), die bedoeld zijn om nieuwe en zittende leraren te professionaliseren op het gebied van traditioneel vernieuwingsonderwijs. Daarnaast hebben de traditionele vernieuwingsscholen hun eigen vakbladen en boeken waarin kennis en ervaringen worden verspreid. Tenslotte doet ook ons lectoraat een duit in het zakje, door bij te dragen aan kennisontwikkeling en professionalisering door het doen van onderzoek. 

De traditie van traditionele vernieuwingsscholen heeft de tand des tijds met succes doorstaan. En dat is, zoals we hebben gezien, een hele prestatie. Iets om trots op te zijn. En nieuwe ontwikkelingen vinden nog steeds plaats. Een mooie traditie van vernieuwing en zeker niet ouderwets. 

Dr. Patrick Sins is lector Vernieuwingsonderwijs aan de Academie Pedagogiek & Onderwijs van Saxion Hogeschool.

Geraadpleegde literatuur

Drucker, P.F. (1985). Innovation and Entrepeneurship. New York: Harper & Row.

Inspectie van het onderwijs (2019). De staat van het onderwijs. Onderwijsverslag 2017/2018. Utrecht: Inspectie van het onderwijs. 

Israel, P.B. (1998). Edison: A life of invention. New York: John Wiley.

Newton, J.D. (1987). Uncommon Friends: Life with Thomas Edison, Henry Ford, Harvey Firestone, Alexis Carrel & Charles Lindbergh. San Diego, CA: Harcourt Brace Jovanovich.

Payne, C.M. (2008). So Much Reform, So Little Change: The Persistence of Failure in Urban Schools. Cambridge, MA: Harvard Education Press.

Pogrow, S. (1996). Reforming the Wannabe Reformers. Phi Delta Kappan, 77(10), 656-663.

Sarason, S.B. (1990). The Predictable Failure of Educational Reform. San Fransisco: Jossey-Bass.

Sins, P.H.M. & Van der Zee, S. (2015). De toegevoegde waarde van traditioneel vernieuwingsonderwijs: Een studie naar de verschillen in cognitieve en niet-cognitieve opbrengsten tussen daltonscholen en traditionele scholen voor primair onderwijs, Pedagogische Studiën, 92, 254-273.

Reacties

3
Peter van Dijk, voormalig directeur Jenaplanschool.
1 maand en 1 dag geleden

Mooi artikel! Dat traditionele vernieuwingscholen door de tijd heen succesvol blijven heeft alles te maken met VISIE. Elke school gaat uit van een degelijke visie zodat de neuzen van het personeel dezelfde kant op staan. Scholen die een totaal visie ontbreken kunnen slechts ‘maniertjes’ overnemen ( bv het kringgesprek) maar missen al gauw diepgang en kwaliteit.

J. Bakker
1 maand en 5 dagen geleden

Belangrijk lijkt me wel dat vernieuwers blijven vernieuwen. Ook als de poging mislukt. Juist van mislukkingen valt veel te leren. Daarnaast zijn er pogingen tot vernieuwing die wel voet aan de grond krijgen, zoals Ervaringsgericht onderwijs, Ontwikkelingsgericht onderwijs en recent nog Democratisch onderwijs.


Patrick
1 maand en 3 dagen geleden

Hartelijk dank voor uw reactie. Het is precies mijn bedoeling om scholen vooral uit te nodigen door te gaan met het doordacht te blijven vernieuwen, de basis is gelegd, het netwerk is er en de noodzaak tot vernieuwen blijft

Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief