Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De Amsterdamse MAVO: een mavo op humanistische grondslag

26 juni 2019

Drie jaar geleden richtten Lars Hoogmoed en Martine van Hoogen De Amsterdamse MAVO (DAM) op. Als voormalige collega’s van ROC Amsterdam weten zij hoe bijzonder vmbo-t leerlingen zijn. Wat hun “sense of urgency” is? Laten zien wat deze kinderen allemaal kunnen en hoe ze hun kansen benutten. Hun ambitie is uit te groeien tot de allerbeste mavo in Amsterdam, met maximaal 12 klassen (280 leerlingen): ‘We willen betekenisvol humanisme laten zien, uitsluitend kwaliteit bieden, toekomstbestendig zijn en de straat buiten de school houden.’ Hetkind-redacteur Rikie van Blijswijk schreef dit schoolportret.

Op NIVOZ-platform hetkind vind je meer schoolportretten en video's. Klik hier
 

In een gesprek met de directie (tevens bestuurders) wordt duidelijk dat de school vanuit een humanistische visie is opgericht, met drie pijlers in het schoolconcept: participatie, mensenrechten en democratie. Aandacht voor burgerschap combineert deze pijlers en is daarmee op deze school het uitgangspunt, met een leerlijn door de gehele school. Vijf kernwaarden zijn daarin leidend: gelijkwaardigheid, zelfontplooiing, zelfbeschikking, actieve tolerantie en verantwoordelijkheid. DAM heeft een stevige relatie met het Humanistisch Verbond, die deze waarden meer bekendheid wil geven onder kinderen. Meetellen en meedoen, daar draait het om op de Amsterdamse mavo. Humanisme is vertaald naar een duidelijke pedagogische visie en is daarmee een sterk voorbeeld van humanisme in de praktijk.

Participatie
Meedoen, ofwel participatie, is één van de drie pijlers. Leerlingen worden gestimuleerd actief bij te dragen binnen en buiten de school. Al bij aanmelding wordt de vraag gesteld wat jij als leerling kan betekenen voor de school. Daarmee gaat het direct over verbondenheid. Participatie staat het gehele jaar op het rooster. Projecten daarin zijn onder andere het evenemententeam, de schoolkrant, het groenteam, het vlogteam, de kantine- en het boodschappenteam en het financiële team. Het levert leerlingen het gevoel op van ‘ik ben belangrijk voor de school’ en trots.

Na een half jaar wordt gewerkt aan maatschappelijke projecten in verschillende doelgroepen. Binnen het maatjesproject maken de leerlingen kennis met ouderen en statushouders in de buurt. Hieraan gekoppeld is een uitwisseling met België en de maatschappelijke stage vindt plaats in het derde jaar. Voor deze programma’s is een participatiemedewerker aangesteld, want er zijn voor volgend jaar voor 223 aangemelde leerlingen vijf weken lang activiteiten nodig. Dat vraagt zorg en aandacht.

De uitdaging voor leerjaar 4 is dat de leerlingen “participatieproof” zijn. ‘Daarin komen het participatie-onderdeel en het burgerbord samen. Daarin laten de leerlingen zien wat ze kunnen en dat ze politiek georiënteerd zijn,’ zegt de directie.

De school heeft een zorgzame cultuur
Binnen de school wordt gehecht aan een zorgzame cultuur. De leerlingen presteren aan de bovenkant van een vmbo-t-advies. ‘De kleinschaligheid (nu 151 leerlingen) biedt hen de veiligheid die ze vaak op de basisschool niet hadden, omdat ze onder de druk van ‘het gemiddelde van de klas’ moesten werken. Hier is het, terwijl er wel degelijk een prestatiecultuur is, voor hen relaxter, want prestaties worden gewogen op het eigen niveau van de leerlingen.’ De Amsterdamse wethouder van onderwijs  is geen voorstander van categoraal onderwijs, met het argument van de gelijke kansen, maar zegt ook: ‘Goed burgerschapsonderwijs creëert kansen, net als op een hoog niveau lesgeven door uitstekende docenten.’ Wij willen juist dat elke leerling zich op deze mavo goed kan ontwikkelen en vinden dat kansrijker dan dat iemand zich ternauwernood staande weet te houden op een havo, waar het net wel of net niet lukt.

Zonder motivatie is lesgeven onmogelijk
Leraren zijn ervan overtuigd dat leerlingen zijn gebaat bij een heldere en vergelijkbare start van een les en hebben daarvoor met elkaar een aantal vuistregels ontwikkeld. De eerste is dat iedere docent goed contact met elke leerling opbouwt. Daarnaast is visuele ondersteuning belangrijk, en dat elke 20 minuten een andere werkvorm wordt ingezet. Ook bieden de docenten vooraf duidelijkheid over wat een leerling doet als hij een opdracht klaar heeft. Verder wordt gebruik gemaakt van wisbordjes. Daarop wordt het korte antwoord door een leerling genoteerd op een vraag van een docent. Dat antwoord kan snel gewist worden en is weer geschikt voor de volgende vraag. Alle docenten spiegelen gedrag dat van de leerlingen verwacht wordt en er wordt zowel huiswerk- als agendacontrole uitgevoerd. De relatie en de voorspelbaarheid in en rond de lessen verhoogt de motivatie van de leerlingen.

Het team scherpt continu de eigen uitgangspunten aan en aan het eind van het jaar wordt besproken of de teamdoelen zijn behaald. DAM heeft een uiterst platte organisatie, waarin veiligheid de voorwaarde voor ontwikkeling is. De school hanteert wat zij zelf noemen het “Eftelingmodel”: een medewerker die een probleem ontmoet, is daar meteen eigenaar van en moet er iets mee. Je kunt dat als docent niet bij een ander droppen of wegkijken. Je hebt en neemt eigen verantwoordelijkheid daarvoor. Een docent die daarin niet past of zich niet wil aanpassen gaat weg.

Discipline
Het eerste jaar ontdekken leerlingen dat iedereen hier gelijkwaardig, maar niemand gelijk is. ‘Niemand kleedt zich hier hetzelfde, niemand is hier hetzelfde.’ Leraren worden bij de voornaam genoemd, maar de aanspreektoon is ‘u’. Dus: ‘Lars, mag ik u iets vragen.’ Karakteristiek zijn de duidelijke fatsoensnormen en de (weinige) regels van de DAM-structuur, die consequent worden nageleefd, ook door de doce:

  • Mobieltjes liggen in de kluis
  • De kantine wordt na elke pauze door iedereen opgeruimd, want niemand kan zich belangrijker voelen dan de conciërge
  • Chromebooks berg je op in je tas
  • Er wordt geen water gedronken in het lokaal en tijdens de les
  • Alleen als het echt nodig is mag je tijdens de les naar het toilet

In dat eerste jaar leren de leerlingen deze DAM-structuur kennen en weten ze wat van hen verwacht wordt. Docenten zijn hierin rolmodel. Door op deze wijze met zichzelf, de ander en het andere om te gaan, krijgt de individuele vrijheid vorm en kunnen leerlingen de verantwoordelijkheid voor henzelf en voor de ander nemen.

Leerlingen waarderen de kleinschaligheid
In het rustieke gebouw heerst een ontspannen en rustige sfeer. In een gesprek met Lina en Isabel, beiden 15 jaar en vanaf de oprichting op school, staat de kleinschaligheid voorop. “Met maar 34 leerlingen is het hier rustig en ken je snel iedereen”. Beide meisjes beamen de belangrijkste waarden van deze school. “Iedereen is gelijkwaardig. Je bent hier niet stoer of stom en er zijn geen pesters. Homoseksualiteit wordt geaccepteerd. Je kunt hier leven zoals je bent; voor ieder is er respect en het voelt goed hoe iedereen met elkaar omgaat. Het is een gezellige school. De leraren laten zich bij de voornaam noemen, maar we zeggen wel “u”.’ Lina merkt op dat in de straat en in huis andere waarden en normen gelden. ‘De school is daarop van grote invloed’, zegt ze. ‘We leren dat je niet moet oordelen op huidskleur, dat je niet in hokjes moet denken en dat iedereen anders is. Binnen het maatjesproject gingen we naar het verzorgingstehuis. We leren hier namelijk niet alleen uit het boek, maar ook live en via de televisie/internet. In de themaweken zijn er veel verschillende activiteiten.’

Persoonlijk burgerbord
Het curriculum is opgebouwd vanuit burgerschap, met de waarden democratie, mensenrechten en participatie als domeinen. Ieder vak doet elk periode mee aan het onderwerp van het dan actuele domein. Bij het onderwerp “Wat is democratie?” is de opdracht voor elke leraar hoe het eigen vak daarop kan aansluiten. Dat kan een product, presentatie en/of een opdracht zijn, dat toegevoegd wordt aan het persoonlijke burgerbord, een tool om de bewijslast  inzichtelijk te maken voor leerlingen, ouders en inspectie zowel wat product als ontwikkeling betreft. Iedere leerling en docent ziet de opdrachten op het persoonlijk burgerbord. Met het humanistische spel wordt door middel van sport, speurtocht, Zeeslag, Cluedo of Ganzenbord de opgedane kennis getoetst.

Waarde(n)volle lessen
In de tweede klas begint de les met een heldere opzet, die op het digibord wordt aangegeven:

De twintig leerlingen overleggen in groepjes over de VN, EU, verkiezingen, grondrechten en democratie. De opdracht behandelt Noord- en Zuid-Korea, waarbij de volgende vragen relevant zijn:

  • Wat zijn de topografische gegevens van deze landen?
  • Welke conflicten zijn er?
  • Hoe staat het met de mensenrechten?
  • Wat is het laatste nieuws?

In de mentorles wordt eerst een filmpje bekeken, kernwoorden genoteerd en samengevat. Eerder schreven leerlingen stukken over actieve tolerantie, zelfbeschikking, gelijkwaardigheid en zelfontplooiing. Nu wordt een tekst gevraagd over wat jij onder verantwoordelijkheid verstaat en welke ervaringen die leerling daarmee heeft. Daarna volgt een groepsgesprek over de betekenis van verantwoordelijkheid als lid van een participatieteam en wat er gebeurt als je dat niet voelt of bent?

In de klassen heerst een goede werksfeer. Het tempo van de instructie ligt hoog en iedereen is betrokken bij de les. De docenten waarderen het werk en deelname van de leerlingen positief. Ze zijn eerlijk in hun feedback naar hun leerlingen.

Het maatwerkprogramma staat elke vrijdag op het rooster. De lessen duren 45 minuten. De leerlingen krijgen een persoonlijk rooster. Dit programma biedt Verbeteren, Verdiepen en Verbreden (VVV).

Bijvoorbeeld:

VVV 1

VVV 2

VVV 3

Nederlands

Nederlands

koken

Engels

Engels

kunst

wiskunde

wiskunde

cultuur

 

 

wetenschap

 

 

toneel

Elke periode duurt 10-11 weken. De laatste VVV 3 worden deze onderwerpen voorbereid en aangeboden door de docenten, die hun persoonlijke kwaliteiten daarin kunnen etaleren.

Geleefde kernwaarden in de school
Ook Rocio, Demy en Anouschka uit klas 1b hechten aan de uitgangspunten van DAM. ‘Je mag hier jezelf zijn en je weet hoe je je hier moet gedragen. Op de voorlichtingsbijeenkomst en de eerste maanden wordt duidelijk uitgelegd wat die uitgangspunten dagelijks betekenen.’ ‘Is de school streng?’ vraag ik. Nee, maar wel duidelijk is het antwoord. ‘In deze school heb ik rust gekregen,’ zegt een leerling met ADHD-kenmerken. ‘De lessen duren 90 minuten, maar elke 20 minuten doen we iets anders. De leraren steunen je en er wordt goed uitgelegd’, zegt een ander. ‘Ik heb op drie verschillende basisscholen gezeten, want ik werd gepest. Uiteindelijk ben ik op het speciaal onderwijs terechtgekomen en vandaar uit naar deze school. Het heeft mij veel vrienden gebracht en ik ben veel zelfverzekerder.’

De themaweek is de gezamenlijke afsluiting van een schooljaar, waarin o.a. de school in een dag tijd wordt schoongemaakt. ‘Het is klein, waardoor we veel ondernemen. De participatie- en VVV-uren zijn fijn en we leren steeds iets nieuws. En, niet te vergeten, huiswerk kun je op school doen.’

De Amsterdamse MAVO
Linnaeushof 48
1098 KM Amsterdam
06-16293215
[email protected]

Meer informatie over de school vind je op de website.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief