Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Darwin zou lekker thuis zijn gebleven

4 maart 2019

Wist je dat er ook gestaakt wordt op 15 maart door medewerkers van de universiteit? De meeste universitair docenten en hoogleraren zijn geen klagers. Vinden dat ze mooie en zelfs bevoorrechte posities hebben. Maar er is ook iets ontspoord en iemand moet een keer het lef hebben op de uitknop te drukken. Want deze problemen hollen onderwijs- en wetenschap uit. Wat we daardoor uiteindelijk als samenleving mislopen is moeilijk te becijferen. Maar stel dat Charles Darwin zijn jarenlange onderzoek had moeten doen onder de moderne universitaire bureaucratie. Als het man-zijn zijn benoeming al niet geblokkeerd had bij de gender-balance controle, dan zou hij een uitgebreide getoetste rapportage voor zijn BKO-registratie moeten maken. Rob Martens schreef dit artikel, wat eerder verscheen in universiteitblad OnderwijsInnovatie, nummer 1, 2018. 

U weet van de recente stakingen in het onderwijs. Maar heeft u ook gehoord van de staking aan de Nederlandse universiteiten? Waarschijnlijk niet. Er werd in december 2018 een stiptheidsactie georganiseerd door het comité ‘WO in actie’. Het wetenschappelijk personeel (wp) van de universiteiten zou een uurtje telewerken op het Plein in Den Haag. 

Een ludieke actie met opengeklapte laptops om de werkdruk aan de kaak te stellen. Maar, zo berichtte het Leids universitairblad Mare, alles bij elkaar kwamen er slechts zo’n tien wetenschappers. Was de actie slecht georganiseerd, viel ze in het water door het slechte weer, of zagen veel docenten en hoogleraren er niets in? De Mare opperde iets anders: universitair docenten hebben het domweg te druk om te demonstreren tegen de werkdruk.

Code Rood

Ik denk dat we na moeten gaan wat de werkelijke verklaring is voor de mislukte actie. Is er sprake van weinig onvrede bij het wp of is die juist groot? Dat is belangrijk. Niet omdat bij beter georganiseerde acties in het wo meteen een maatschappelijke Code Rood moet worden afgeroepen, zoals gebeurde toen leerkrachten in het primair onderwijs één dag staakten. Nee, het gaat om iets anders. Iets wat moeilijk te meten is: als docenten in het po of in het wo zich structureel overwerkt en ondergewaardeerd voelen, dan tast dat de onderwijskwaliteit aan. Dan belemmert dat onderwijsinnovatie. Dan zorgt dat ervoor dat onderwijstalenten vertrekken of zelfs nooit aan een docentenbaan beginnen. En bij de ‘overblijvers’ zal het enthousiasme (verder) afnemen. Onderzoek- en onderwijstaken zijn daarbij natuurlijk communicerende vaten. Er is geen econoom die kan uitrekenen wat dat kost, maar wetenschappelijk onderwijs dat, laten we zeggen, op halve kracht draait, betekent een maatschappelijk verlies van epische omvang.

De eerste vraag is dus: is er echt iets aan de hand op onze universiteiten? Het is niet makkelijk daar een objectief antwoord op te vinden. Veel informatie is anekdotisch en afkomstig van actiegroepen zoals: Science in transition, de nieuwe universiteit, WO in actie, het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten, FNV, LSVB en de Vakbond voor de Wetenschap. Ondanks een veelvoud aan organisaties is hun kritiek eensgezind: het wp kan de werkdruk niet meer aan en dat gaat ten koste van de gezondheid en de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Naar aanleiding van een FNV-bijeenkomst over werkdruk aan universiteiten, vatte universitair hoofddocent Petra Verdonk in een stuk in de NRC (te vinden op de HNU-site, red.) het als volgt samen: 'Er is gewoon een heleboel waar we mee moeten ophouden. Laten we kijken wat er gebeurt als we controle opzijzetten voor vertrouwen, verantwoording vervangen door verantwoordelijkheid, vermoeidheid begrijpen vanuit kwetsbaarheid, benchmarks veranderen in lerende netwerken, werkdruk aanvullen met voldoening, competitie opheffen door samenwerking, laten we het onmeetbare tot doel verheffen. Dát is pas echte ambitie.' Zij illustreert haar betoog verder: 'De mail met bijlagen voor de Commissie Toetsevaluatie stuurde ik ook naar mijn afdelingshoofd en naar P&O, als voorbeeld van de toenemende verantwoordingscultuur. "Beste Petra", kreeg ik terug, "dat is inderdaad wel veel. Heb je weleens overwogen om bij elkaar te gaan zitten om te kijken hoe dit allemaal LEAN zou kunnen?" "Beste Mirjam", schreef ik terug, "ik denk niet dat het LEAN moet, of anders. Volgens mij moet er van alles gewoon NIET".'

Ook de LSVB laat zich niet onbetuigd in deze discussie: 'De kwaliteit van het onderwijs vormt uiteindelijk de basis van ieder leerproces. Hierbij is het belangrijk dat er goede docenten zijn, met goede didactische vaardigheden, die de professionele ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen. Docenten die niet worden geremd door managers zonder verstand van onderwijs, maar die samen met hun collega-docenten het onderwijs kunnen vormgeven.' Zou dit inderdaad het beeld aan Nederlandse universiteiten zijn? Maar waarom kwamen er dan zo weinig docenten naar de actie in december? Overdrijven al deze criticasters niet?

Van anekdotisch naar empirisch bewijs

Laten we eens kijken of er recente objectieve cijfers te vinden zijn, net zoals die in het mbo beschikbaar kwamen na onderzoek van het ECBO en waaruit een ongunstig beeld over de werkdruk naar voren kwam. De FNV publiceerde vorig jaar het rapport ‘Werkdruk in universiteiten’ waaraan ruim 2.500 respondenten meewerkten. Hieruit blijkt het beeld dat hierboven geschetst werd, te kloppen: tweederde van de medewerkers ervaart de werkdruk als (zeer) hoog. Uitgesplitst naar wp en ondersteunend en beheerspersoneel (nwp) ligt het percentage voor wp nóg hoger: 79 procent. En een grote meerderheid daarvan ervaart dat deze druk ieder jaar groeit. Ruim zestig procent van het wp geeft aan de afgelopen drie jaar last te hebben gehad van lichamelijke of psychische klachten door de hoge werkbelasting, 62 procent van die groep zegt het zich niet te kunnen veroorloven ziek te zijn vanwege de tijdsdruk, 87 procent geeft namelijk aan dat het werk zich dan alleen maar verder opstapelt. En dus heeft 91 procent de afgelopen drie jaar doorgewerkt zonder zich ziek te melden.

Omdat de FNV misschien wat activistisch is ingesteld, is het goed te kijken of deze verontrustende resultaten extern te valideren zijn. Meer objectief, maar ook indirecter, zijn medewerkersenquêtes, bijvoorbeeld van Effectory. Deze laten ook (gemiddelde) ho/wo benchmarkgegevens zien. Op het eerste gezicht lijken de cijfers mee te vallen. Op de vraag ‘Ik ben tevreden over mijn werkzaamheden binnen de universiteit’, is de benchmark een mooie 7,4. Universitair docenten zijn trots op hun werk en vinden dat ze zinvol werk doen. Geen klagers dus. Maar duiken we wat dieper in de cijfers, dan gaat het beeld op dat van de FNV-rapportage lijken. ‘Ik ben tevreden over de omstandigheden waaronder ik mijn werk doe’, scoort nog maar een 6,3. ‘Mijn direct leidinggevende motiveert me in mijn werk’, levert een 6,2 op. Dezelfde score krijgt ‘Ik vind dat er voldoende mogelijkheden zijn om mee te praten over organisatiebrede onderwerpen (bottom-up communicatie)’. Een score van 6,4 op de vraag ‘Ik voel dat ik gewaardeerd word door de universiteit’, bevestigt de zesjescultuur. Op de vraag ‘Binnen de universiteit heb ik goede loopbaanmogelijkheden’ glijdt de score met een 5,6 al richting onvoldoende, de score van 5,7 op de vraag ‘Ik word in staat gesteld om binnen de universiteit efficiënt te werken’ past in het zorgelijke beeld. De climax, of dieptepunt, geldt de score van 5,3 op de vraag ‘Ik heb voldoende tijd om mijn taken naar behoren uit te voeren’. Ook bij Effectory geldt dat het wp negatiever is in zijn oordeel dan het nwp.

Platte bezuinigingen en mismanagement

Medewerkers van universiteiten vinden dus dat ze hun taken onmogelijk naar behoren kunnen uitvoeren. Dat past naadloos in het percentage dat de FNV opvoert: 73 procent van het wp geeft aan het werk niet af te krijgen. Hierdoor zijn er veel niet-starters of vertrekkers. Tot die laatste categorie behoort ex-universitair docent Eelco Runia, die zijn verhaal deed in de NRC van 20 januari jongstleden. Net als andere critici wijdt hij de teloorgang van universiteiten aan zwak leiderschap en topdowndenken dat economisering, het neoliberale bestuursmodel en het new public management met zich meebrachten. Geloof in marktwerking en deregulering leidden volgens Runia uiteindelijk tot absurd veel meer regels. Daar zijn twee oorzaken voor: platte bezuinigingen en mismanagement. Die bezuinigen zijn makkelijk objectief vast te stellen. De VSNU en bonden hebben uitgerekend dat de docentratio en overheidsbijdrage per student al vele jaren gestaag teruglopen. Het aantal docenten stijgt weliswaar, maar de hoeveelheid studenten groeit harder, waardoor de werkdruk toeneemt. Dan het mismanagement. Het HNU-manifest is weinig subtiel wat dit betreft: 'Een hiërarchische bestuursstructuur heeft daarmee haar intrede gedaan, met bestuurders en managers die veelal zonder ‘spoorkennis’ aan het personeel contraproductieve en verkleuterende maatregelen opleggen, gemotiveerd door de genoemde economisering.' Medewerkers worden tegen elkaar in competitie gezet met tijdelijke contracten en volkomen afhankelijk gemaakt van de grillen van tijdschriftredacties in plaats van gezond HR-beleid. Indachtig het neoliberale geloof dat hier alles beter van wordt. Niet dus. De cijfers spreken boekdelen.

Universiteiten zijn niet de enige instellingen waar dit probleem speelt. Sommige gemeenten en thuiszorgorganisaties hebben gekozen voor een radicale aanpak. Neem bijvoorbeeld Jos de Blok van thuiszorgorganisatie Buurtzorg, die een beheerslaag wegsneed: 'Mensen die ver afstaan van de dagelijkse praktijk, bedenken oplossingen, altijd uitgedrukt in geld, die los staan van de werkelijke problemen. De budgetten staan centraal, de uurtarieven, de aanbestedingen, de productienormen. Niet de inhoud van de zorg.' Omdat de bureaucratische systeemwereld de neiging heeft tot zittenblijven en uitdijen, moet je het misschien inderdaad cold turkey aanpakken. Gewoon halveren. En dan eens kijken wat er echt nodig was. De cijfers laten zien dat de actiecomités gewoon gelijk hebben. En dat het wp niet protesteert tegen de werkdruk is inderdaad omdat ze het daar te druk voor hebben.

Neem Darwin nou

De meeste universitair docenten en hoogleraren zijn geen klagers. Vinden dat ze mooie en zelfs bevoorrechte posities hebben. Maar er is ook iets ontspoord en iemand moet een keer het lef hebben op de uitknop te drukken. Want deze problemen hollen onderwijs- en wetenschap uit. Wat we daardoor uiteindelijk als samenleving mislopen is moeilijk te becijferen. Maar stel dat Charles Darwin zijn jarenlange onderzoek had moeten doen onder de moderne universitaire bureaucratie. Als het man-zijn zijn benoeming al niet geblokkeerd had bij de gender-balance controle, dan zou hij een uitgebreide getoetste rapportage voor zijn BKO-registratie moeten maken. Hij zou vervolgens een projectaanvraag voor NWO moeten schrijven die niet geaccepteerd werd als er een woord meer in zou staan dan het toegestane woordenmaximum. Zijn aanvraag zou vervolgens anoniem beoordeeld worden met een afwijzigingspercentage van 87 procent. Darwins eventuele protesten tegen die beoordeling zouden vrijwel kansloos zijn. Na deze hobbel zou Darwin zijn onderzoek van tevoren door de ethische commissie moeten laten toetsen, ook al wist hij nog helemaal niet wat hij precies ging doen. Hij zou tijd moeten schrijven in een systeem dat uitsluitend werkweken van exact veertig uur aankan en geen categorie voor nadenken kent. Daarna zou hij verplicht, in het kader van tussentijdse evaluaties, voortgangsrapportages moeten schrijven, zou hij PE-punten moeten verzamelen en extrinsiek gemotiveerde studenten tevreden moeten houden, hopend dat de anti-plagiaat software niet zou afgaan op hun ingeleverde scripties. Verder zou hij zich moeten richten op ‘inverdien targets’, prestatiecriteria, accreditatie en visitatiecommissies. In een tenure track zou hij afgerekend worden op zijn artikelen in tijdschriften, mits goedgekeurd door de onderzoeksschool. Ongeveer tachtig procent van zijn input zou afgewezen worden op grond van tegenstrijdige reviews van onbetaalde b-keuze reviewers die niets moeten hebben van zijn ideeën omdat ze a) die niet begrijpen en b) niet zelf geciteerd worden. Omdat de universiteit hem als medewerker niet vertrouwt, moet hij van ieder door hem bezocht congres een getekende aanwezigheidsverklaring indienen. Ook moet hij van elk kopje koffie dat hij aan boord van het onderzoeksschip de Beagle drinkt de bonnetjes verzamelen, die optellen en binnen drie maanden op papier uitprinten en indienen, inclusief een uitdraai van de afgelegde kilometers.

Wat denkt u? Zou hij ‘On the origin of species’ geschreven hebben?

Dit artikel verscheen eerder in OnderwijsInnovatie, nr. 1, maart 2018, www.onderwijsinnovatie.nl. Rob Martens is wetenschappelijk directeur van NIVOZ en hoogleraar aan het Welten-instituut van de Open Universiteit. Zijn specialismen zijn onderwijsvernieuwing, motivatieprocessen en docentprofessionalisering. Hij is vakgroepvoorzitter van Teaching and teacher professionalisation.

 

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief