Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Zowel meertalige als eentalige kinderen hebben baat bij leerkracht-kind interacties

23 maart 2020

Dit proefschrift beschrijft een verkennend onderzoek naar leerkracht-kind interacties en betrokkenheid als gelegenheid tot leren. Annegien Langeloo (1991) ontwikkelde tijdens haar master in de gedragswetenschappen interesse in leermogelijkheden van meer- en eentalige kinderen van 4 tot 6 jaar. De kennis uit deze studie voortkomt lijkt interessant voor al die leraren die elke dag werken met meertalige kinderen. 'In lijn met eerder onderzoek vonden we dat zowel meertalige als eentalige kinderen vooral baat hebben bij individuele leerkracht-kind interacties die frequent en complex zijn en dat kinderen zich sneller ontwikkelen als ze betrokken zijn bij alle activiteiten waaraan ze deelnemen gedurende een schooldag.'

June en Kevin zijn allebei net naar de kleuterschool gegaan, elk met een andere meertalige achtergrond. June is een 4-jarig meisje. Ze werd geboren in Zuid-Korea en ging naar een dagopvang waar zowel Koreaans als Engels werd gesproken. Anderhalf jaar geleden is ze met haar ouders en drie zussen naar Nederland verhuisd. Omdat haar ouders in Brazilië zijn geboren, spreken ze thuis een combinatie van Portugees, Engels en Nederlands, met Nederlands als de minst prominente.

Kevin is vijf jaar oud en komt uit een Turkse familie. Hij is geboren in Nederland en ging naar een Nederlandstalige kleuterschool toen hij twee jaar oud was. Thuis gebruiken zijn ouders en Kevin een combinatie van Turks en Nederlands. Als ze samen boeken lezen gebruiken ze Nederlands, maar als ze televisie kijken of verhalen vertellen gebruiken ze zowel Nederlands als Turks. Als Kevin een game speelt op de computer of smartphone gebruikt hij soms Engels.

June en Kevin zijn geen uitzondering in de Nederlandse onderwijscontext, aangezien veel kinderen in Nederland meertalig opgroeien. Dientengevolge worden kleuterschool leerkrachten voortdurend uitgedaagd om rekening te houden met deze diverse meertalige achtergronden hun onderwijs.

Het wordt algemeen erkend dat voorschools onderwijs een belangrijke rol speelt bij het ondersteunen van kinderen bij hun ontwikkeling naar schoolrijpheid en - prestaties.

Eerder onderzoek naar de leermogelijkheden – d.w.z. alle ervaringen in de klas die kinderen hebben - van meertalige kinderen in het voor- en vroegschoolse onderwijs heeft aangetoond dat, net zoals eentalige kinderen, meertalige kinderen baat hebben bij emotionele en educatieve ondersteunende leraren met een goede klassenmanagement. Deze positieve effecten van emotionele en educatieve ondersteuning kunnen de kloof in taalontwikkeling tussen meertalige en eentalige kinderen verkleinen. In dit proefschrift verwijst meertaligheid naar kinderen die gewoonlijk communiceren in een of meer verschillende talen dan de meerderheidstaal van het land waarin ze wonen.

Meertalig zijn kan voordelen hebben op een groot aantal gebieden. In het onderwijs, inclusief voorschools onderwijs, ervaren meertalige kinderen echter vaak een vooroordeel door hun leraren, omdat leraren mogelijk lagere verwachtingen hebben van kinderen uit etnische minderheden. De groep kinderen uit etnische minderheden, in Europa, vertoont vaak veel overlappen met de groep meertalige kinderen. Leraren die een negatievere houding hebben ten opzichte van etnische minderheden, hebben doorgaans lagere verwachtingen van allochtone studenten in hun klas. Als gevolg hiervan kunnen leraren zich anders gedragen tegenover die studenten. Bijgevolg behalen de allochtone studenten, in lijn met de verwachtingen van de leerkracht, een lagere score dan de meerderheid.

In dit proefschrift richt Annegien Langeloo zich op de kleuterschool met als primaire taal Nederlands. De Nederlandse regering staat toe dat Engels, Duits en Frans als officiële onderwijstaal worden toegevoegd. De meer gebruikelijke thuistalen van meertalige kinderen, zoals Turks, Arabisch en Papiamento, worden niet erkend als officiële onderwijstalen. Bovendien staan ​​veel leraren niet toe dat thuistalen in de klas worden gesproken met het argument dat het constant overschakelen naar hun thuistaal de verwerving van Nederlands door kinderen beperkt.

Langeloo focust zich daarbij op hoe de leermogelijkheden van meertalige en eentalige kinderen in de kleuterklas worden gevormd. Leermogelijkheden gedefinieerd als alle klaservaringen die kinderen hebben; deze worden onderzocht door de lens van interactie, omdat dit het belangrijkste mechanisme is, waardoor deze leermogelijkheden ontstaan ​​en worden benut. Interactie tussen leerkrachten en kinderen is van bijzonder belang voor pedagogen vanwege de intentie van de leraar, die de inhoud van het curriculum en het ontwikkelingstraject van het kind in gedachten heeft. Omdat interacties inherent wederzijds zijn, spelen kinderen een actieve rol bij het creëren van hun eigen leermogelijkheden, en leermogelijkheden moeten daarom worden beschouwd als een gezamenlijke constructie tussen leraar en kind, en niet als een eenzijdige input van de leraar aan het kind.

Download het proefschrift hier

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief