Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Van vrijheid van onderwijs naar vrijheid voor onderwijs, een onderwijspedagogisch argument

20 mei 2021

In een onlangs via Verus verschenen boek, onder redactie van Chris Hermans, doen diverse auteurs een voorstel tot wisseling van perspectief van de vrijheid van onderwijs naar de vrijheid voor onderwijs. Met toestemming publiceren wij als voorproefje het hoofdstuk dat Gert Biesta schreef, met als titel Van vrijheid van onderwijs naar vrijheid voor onderwijs. Een onderwijspedagogisch argument.

Wie de tekst van artikel 23 van de Nederlandse Grondwet erop naleest, moet vaststellen dat de veelgebruikte aanduiding ‘vrijheid van onderwijs’ er niet in voorkomt, net zo min overigens als het woord ‘onderwijsvrijheid’. We kunnen lezen dat “het geven van onderwijs” vrij is (lid 2), dat de “vrijheid van richting” van het bijzonder onderwijs in acht wordt genomen bij het wettelijk regelen van de “eisen van deugdelijkheid” (lid 5), en dat waar het de eisen van deugdelijkheid voor het algemeen vormend lager onderwijs betreft, “de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers” wordt geëerbiedigd (lid 6).

Ik laat het aan de historici om zicht te bieden op de ontwikkelingen die hebben geleid tot de formulering van artikel 23. Hoewel de inzet van die ontwikkelingen voor sommigen juist was om religie en levensbeschouwing een plaats bínnen het gezamenlijke, openbaar onderwijs te geven, is dat uiteindelijk zo niet uitgepakt; niet in de wetgeving en ook niet in de onderwijspraktijk. Evenmin is het idee van vrijheid van onderwijs op deze wijze in het alledaagse spraakgebruik gaan circuleren, namelijk als de vrijheid om onderwijs naar eigen inzicht en op basis van eigen waarden en overtuigingen vorm te geven. Daarbij is het uiteraard de vraag om wiens ‘eigen’ het hier gaat; ik kom er later in deze bijdrage op terug.

Deze invulling van de vrijheid van onderwijs is overigens niet uniek voor Nederland. In artikel 26, lid 3, van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat bijvoorbeeld: "Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven." En in artikel 14, lid 3, van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie lezen we:
 

De vrijheid om met inachtneming van de democratische beginselen instellingen voor onderwijs op te richten en het recht van ouders om zich voor hun kinderen te verzekeren van het onderwijs en de opvoeding die overeenstemmen met hun godsdienstige, hun levensbeschouwelijke en hun opvoedkundige overtuiging, worden geëerbiedigd volgens de nationale wetten die de uitoefening ervan beheersen.
 

In beide gevallen zijn de ouders de belangrijkste actoren, en zouden we kunnen zeggen dat de vrijheid van onderwijs is verankerd in het recht van ouders om onderwijs te kiezen of te creëren dat bij hun overtuigingen past.

Ook een recente notitie van de Nederlandse Onderwijsraad over onderwijsvrijheid laat duidelijk zien dat onderwijsvrijheid wordt opgevat als de vrijheid van bepaalde groepen in de samenleving om onderwijs naar eigen inzicht, waarden en overtuigingen in te richten, en als de vrijheid van ouders om het onderwijs te kiezen dat bij hun eigen inzichten, waarden en overtuigingen past. De raad identificeert ten aanzien hiervan vijf spanningen: 1) kwaliteitsopvattingen overheid versus eigen identiteit scholen; 2) altijd discussie over of deugdelijkheidseisen voldoen; 3) waarborgen van toegang, maar weinig grip op scholenaanbod; 4) pluriformiteit nodig voor keuzevrijheid, maar niet altijd aanwezig of gewenst; en 5) vrijheid van ouders en scholen versus segregatie tegengaan. Deze lijken allemaal voort te komen uit een zorg dat de vrijheid van scholen om zelf vorm te geven aan het onderwijs en daarmee ook zelf te articuleren wat goed onderwijs is, te ver zou kunnen gaan. Daarbij brengt de raad met name de criteria van ‘kwaliteit’ en ‘toegankelijkheid’ in het geding, vanuit de gedachte dat er juist op die punten een zorg zou liggen voor de overheid.

Lees hier het volledige hoofdstuk van Gert Biesta (pdf)

Dit artikel is overgenomen met toestemming van Verus.

Op de site van Verus kun je de inhoudsopgave van het boek bekijken, het boek bestellen of een pdf-versie van het boek downloaden.

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief