Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Teachers College, van student naar teacher-artist: ‘Wij leiden innovatieve leraren op.’

5 juni 2018

Het Teachers College (TC) nodigt studenten uit om samen na te denken over het onderwijs van de 21e eeuw, zo staat op de website van Windesheim te lezen. Het idee is dat de aankomende docent straks het onderwijs ‘innoveert’ en leerlingen ‘stimuleert’ zelf op onderzoek uit te gaan. Anders dan bij andere Pabo’s en lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs kiest de student op het TC niet meteen voor een schoolvak in het middelbaar onderwijs óf voor de basisschool. Rikie van Blijswijk ging in mei 2018 op bezoek.

Het Teachers College is een opleiding die voorbereidt op het onderwijs van de toekomst. De wereld is sneller geworden, digitaler, zonder grenzen. De leerlingen aan wie die de aankomend docent straks lesgeeft hebben andere, nieuwe vaardigheden nodig en nemen de lesstof anders tot zich dan, laten we zeggen, dertig jaar geleden. De leraar van de toekomst is daarom innovatief en vraagt zich voortdurend af wat leren is en hoe je met leren experimenteert.

De student leert in het Teachers College hoe hij creatief kan zijn in de wijze waarop hij kennis aanbiedt in een wereld die rap verandert en zet diverse middelen in om anderen te laten leren, ook onconventionele leervormen buiten het klaslokaal: een beetje zoals kunstenaars dat doen. Het Teachers College leidt een student op tot wat zijzelf een ‘teacher artist’ noemen. Het begrip is ‘geleend’ van Jeroen Lutters (lector op ArtEZ-hogeschool, zie hier zijn presentatie van drie jaar terug) en suggereert veel kwaliteiten die in het onderwijs van levensbelang zijn. De opleiding aan het Teacher College besteedt bijvoorbeeld veel aandacht aan het bouwen en werken aan de professionele identiteit van de toekomstige docenten. Daarbij spelen vragen als ‘wie ben jij en wie ben jij als professional? een rol en dat komt duidelijk terug in de competentie Character.

‘Liberal arts’- model

Het Teachers College is opgebouwd volgens het zogeheten ‘liberal arts’-model: een brede oriëntatiefase met ruimte voor eigen ontwikkeling, individuele keuzes en het verwerven van algemene kennis. De Freshman Fase beslaat het eerste 1,5 jaar van de studie. Pas daarna volgen studenten hun ‘hoofdvak’ in de Craftsman Fase, waarin zij zich specialiseren in het basis- of het voortgezet onderwijs of richten op beide typen in een iets langer studietraject. Deze fase duurt 2,5 jaar. Na de brede oriëntatie als 'freshman' weten studenten een stuk beter wat bij hen past, zo is het idee. Dat is een verschil met de reguliere hbo-lerarenopleidingen waar direct voor één onderwijstype gekozen wordt.

Het Teachers College is een aparte opleiding binnen Windesheim. Hoewel deze organisatie pal achter de uitgangspunten van de nieuwe opleiding staat, is het een uitdaging om binnen bestaande systemen innovatief onderwijs vorm te geven en de consequenties daarvan in het beleid op te nemen. Tijdens het bezoek wordt duidelijk dat het Teacher College door een klein team van vijf mensen wordt ‘gerund’, waardoor de opleiders heel dicht bij de studenten staan.

The Professional Challenge

De les in het kader van de Professional Challenge is onderdeel uit het curriculum, waarin een onderzoeksvraag uit de onderwijspraktijk centraal staat. Van studenten wordt verwacht een antwoord te vinden op deze vraag. De Change Laboratory (CL) methode (klik hier voor de methode) geeft de methodische invulling hiervoor. Centraal staat het model van het activiteitensysteem (van een team, van een school bijvoorbeeld).

De CL kent een aantal stadia, van analyse tot implementatie. De studenten presenteren deze ochtend met name de analyse van hun praktijkvraag met behulp van het activiteitensysteem, waarbij de onderliggende contradicties (onderdelen van het activiteitensysteem die zich niet meer goed tot elkaar verhouden) worden blootgelegd. Deze contradicties, historisch zo gegroeid, veroorzaken problemen in de alledaagse praktijk.

Projecten, die aan de orde komen, kunnen zowel door hen zelf als door (stage) scholen geïnitieerd worden.

  1. Community vorming bij TC-studenten.
  2. Talentontwikkeling bij TC-studenten.
  3. Definiëren van een teacher artist?
  4. Differentiëren op een vo-school in Gelderland.
  5. Differentiëren op een vo-school in Drenthe.
  6. Een po-school (kloppend hart van het dorp en met teruglopend leerlingenaantal) wil nieuw elan ontwikkelen.

Een voorbeeld van een van de presentaties: studenten op het Teachers College worden opgeleid tot teacher-artist (zie de website).

De groep die onderzoekt wat dat nu eigenlijk is, is veel contradicties tegengekomen daarin. Zij wijzen op de afvinklijstjes, de examenregeling en het portfolio. Hun leerervaring betreft de complexiteit van de focus op het object teacher-artist, met name over de verhouding tussen eigen doelen van de aankomende leraar en de doelen van het Teachers College. ‘Het model biedt de mogelijkheid om zowel problemen van het individu als van het netwerk op te lossen,’ wordt gezegd, maar ‘het model is lastig in te vullen.’ Samenwerking biedt daarin een oplossing en door er veel over te praten wordt een en ander ook duidelijker. Het model is ook bedoeld als instrument om als team - gezamenlijk en met ieders inbreng - van gedachten te wisselen, te analysen en te ontwerpen.

De ervaring van Joop de Vries, als gastdocent betrokken bij de module Professional Challenge en begeleider van CL-interventies, is dat de TC-studenten open staan voor nieuwe benaderingen (de CL is een moderne interventiemethode), ze hard willen werken, kritisch zijn, gedreven en betrokken zijn bij de kwaliteit van het onderwijs.

Innovatie is, in tegenstelling tot wat De Vries nogal eens hoort, geen doel op zich. Deze Change Laboratory heeft studenten geleerd systematisch te analyseren en vooral ook de historische analyse te maken van een activiteitensysteem. Dat is een belangrijke stap om problemen en hun urgentie in kaart te brengen, want anders wordt het moeilijk zaken in gang te zetten.

Een les pedagogy

Na de pauze geeft Alwin Truin, docent pedagogiek, samen met de studenten een korte samenvatting van de afgelopen pedagogiek-lessen. Daarin zijn het biografisch perspectief, professioneel zelfverstaan, motivatie en ‘moetivatie’  en de zelfdeterminatie-theorie (SDT van Deci en Ryan) aan de orde geweest. ‘Het is ondersteunend aan jouw leerstijl om te weten of jij een voorkeur hebt voor controle of voor autonomie,’ zegt een student. Hij vertelt verder: ‘Graven in mijn biografisch perspectief is helpend voor het begrijpen van mijzelf. Het maakt dat ik zelf weet waarom ik doe wat ik doe.’
Daarna wordt Luc Stevens – ook aanwezig bij het bezoek - gevraagd een antwoord te geven op vragen over het mensbeeld en de pedagogiek. ‘Relevant is of jij gelooft in jouw leerlingen. Waarom doe je wat je doet? Dat antwoord is responsief en pedagogisch: Begrijp jij jouw leerlingen en geef jij leiding aan hen?’

Studenten worden uitgenodigd om na te denken over het convergente of divergente karakter van hun eigen pedagogisch perspectief.

Studenten kiezen voor Teachers College

Zeer betrokken eerstejaars studenten, waarvan sommige eerder met een groep kinderen hebben gewerkt en anderen geen ervaring in het onderwijs hebben, vertellen waarom ze voor deze opleiding hebben gekozen. Met name het ‘open curriculum’ blijkt voor hen dé motiverende factor geweest te zijn. ‘Ik wilde me in een opleiding niet onderwerpen aan een regime dat ik op school zo vreselijk vond, en hier is dat ok.’ Het aantrekkelijke daarvan is gelegen in het feit dat hun eigen (onderzoeks)vragen leidend zijn in hun opleiding. ‘Ik wilde minder theorie, meer zelf ontdekken’ en ‘Omdat ik school vroeger haatte, had mezelf beloofd nooit meer een stap binnen scholen te zetten, maar het kan blijkbaar anders en daarom moet dat ook, ik ga terug naar Zuid Oost!’

Welke docent wil je zijn?

In de eerste week van het programma gaat het om de vraag wat je wilt leren om de docent te worden die je wilt zijn. Die behoeften worden geformuleerd in ‘leervragen’ en daarmee ga je aan de slag. De vragen zijn divers en variëren van vragen over klassenmanagement tot vragen over het puberbrein. Tegelijkertijd overlappen ze elkaar en komen ze samen in intervisies en het lesprogramma. De pedagogiek blijkt een rode draad te zijn in het programma. Zowel op de stageschool, in de intervisie, vanuit goede voorbeelden en door observaties en gesprekken, worden tactvolle momenten aangegrepen om de lespraktijk pedagogisch te doordenken.

Zelfsturend leren

Op mijn vraag wat hun eigen ervaringen zijn in het Teachers College komt onmiddellijk de detox-ervaring aan de orde. Deze wordt aan het begin van het jaar gehouden met het boek van David Didau - What if everything you knew about education is wrong - als leidraad. Voor studenten is dat een heftige, maar ook noodzakelijke periode. ‘Je leert om zelfsturend te zijn, maar accepteert tevens de onzekerheid die bij dit beroep nou eenmaal hoort. Die onzekerheid is tevens motor om te gaan leren en de competenties te halen voor de propedeuse. Pas na mijn eerste portfoliogesprek was pas duidelijk waar ik mee bezig was, maar heb ik dus niet als probleem ervaren. Het mag er juist zijn. Ik word b.v. juist onzeker als ik methodisch moet lesgeven.’

Ook het feit dat het Teachers College geen toetsen kent, is een motivatie voor studenten om zich aan te melden bij deze opleiding. Ontwikkelingen worden vastgelegd in en gevolgd met een door de studenten op geheel eigen wijze vormgegeven portfolio. Daarin kan tekst, films, video’s, schilderijen enz.  worden opgenomen.

Opleidings-, stage- en praktijkscholen

Deze opleiding onderscheidt zich door de mogelijkheid om de keuze voor docent po of vo uit te stellen. ‘Voor de bachelor-stage ben je één1 dag per week op een vo- en een dag per week in een po-school. Het curriculum geeft je de kans om te ontdekken welk onderwijstype het best bij je past.’ Of, zo zegt een van de studenten, ‘je kiest voor allebei. Zelf geef ik nu les aan een Tiener College, dus aan 10-14 jarigen leerlingen.’`

In verschillende gesprekken wordt duidelijk dat de stage- en praktijkscholen een zorgenkindje kunnen zijn. Niet alle scholen kunnen immers op dit moment de goede stage aan de studenten aanbieden, omdat hun curriculum nog niet zo ver is. Toch zijn er op dit moment genoeg scholen die meedoen en ook participeren in het innoveren van de opleiding.

Competentie model

Binnen het Teachers College zijn de competenties uitgewerkt die de basis vormen voor de ontwikkeling van aankomende docenten. Daaruit is een geïntegreerd kader ontwikkeld. Het document Teachers College Competentie Model is nog in ontwikkeling:

  • Drie bekwaamheidseisen staan centraal: vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch competent
  • In de buitenring staan de 6 C’s van Michael Fullan beschreven: character, collaboration, communication, citizenship, critical thinking en creativity.
  • Character en ethical entrepreneurialsm is geïntegreerd weergegeven. Character is de competentie die als een rode draad door en tussen alle andere competenties loopt.

Bij iedere competentie wordt een algemene omschrijving gegeven, die vervolgens wordt uitgewerkt in een aantal indicatoren. Omdat het Teachers College werkt vanuit groei, volgt daarna voor iedere indicator een beeld van hoe de groei van ‘beginnend’ naar ‘bekwaam’ eruitziet.
De groeiniveaus worden door studenten, docenten, begeleiders en beoordelaars gebruikt om telkens te bekijken waar de aankomend docent staat in zijn of haar ontwikkeling en hoe hij of zij een stap kan zetten om op het volgende niveau te komen. De niveaus worden beschreven vanuit het perspectief van de aankomend docent.

Rikie van Blijswijk is verbonden aan NIVOZ-opleidingen. Ze is initiator en begeleider van de NIVOZ-coalitie voor opleidingsdocenten.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief