Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Ruimte voor spelen met denken

27 juni 2019

Wat als we nu eens van perspectief zouden wisselen? Een vraag die in mijn hoofd bleef hangen na de NIVOZ-onderwijsavond van 12 juni met twee filosofen, Henk Oosterling en René ten Bos. De woorden die Henk Oosterling tijdens zijn verhaal gebruikt verraden al dat we hier met een creatieve geest en woordkunstenaar te maken hebben. Hij is van het doendenken, niet drillen maar skillen en ziet de mens als knoop in een netwerk in plaats van een losstaand individu. De man die Rotterdam Vakmanstad oprichtte roept het onderwijs op om zijn perceptie te veranderen. We hebben te vaak het idee dat onze ‘zienswijze’ ook de ‘zijnswijze’ is. Een denkfout met verstrekkende gevolgen, want de wereld zit vaak anders in elkaar dan we denken. 

Eéndimensionaal kijken
Neem nou een plaatje van een opkomende of ondergaande zon. Als je een zaal met mensen laat bepalen of het om een opkomende of ondergaande zon gaat, dan zitten we allemaal vast in een lineaire lijn. Kleine kans dat iemand zegt: 'We bewegen om de zon', en daarmee een circulair perspectief inneemt, aldus Oosterling. Als we in het model van opkomende en ondergaande zon zitten, dan zien we alleen dat en is het bewustzijn van rondlopen op een planeet die in de ruimte zweeft er niet. We kunnen wel stellen dat we daarmee een hoop niet zien.

Het onderwijs valt op het moment samen met dat lineaire denken. We organiseren ons onderwijs in een piramidestructuur. Er zijn mensen die bepalen en er zijn mensen die uitvoeren. Veranderingen willen we nog wel eens van bovenaf bepalen en dan bottum-up laten uitvoeren, maar volgens Oosterling zijn we dan nog steeds lineair bezig. Of je nu van boven naar beneden of van beneden naar boven beweegt, het blijft een lineaire lijn.

René ten Bos, de co-spreker van de avond, voegt daaraan toe dat professionals hun aanzien verliezen, leerkrachten in het bureaucratische apparaat van alles moeten opschrijven dat we vervolgens nooit meer teruglezen en het idee van ‘ik weet wat jij moet leren’ zijn beste tijd gehad heeft. Het gevolg? We hebben geen oog voor de grotere verhalen, scholen kwalificeren kinderen het liefst, want dat is overzichtelijk en in de lessen zelf is nauwelijks ruimte voor spelen, leren en maken.

De ecopaniek
Voor Oosterling staat er echter nog iets groters op het spel: het waarborgen van onze toekomst! Als we ons eco-bewustzijn niet volwassen laten worden, is de mensheid er dadelijk niet meer. Dit grote klimaatverhaal lijkt niet tot ons door te dringen, doordat we piramidaal georganiseerd zijn. Scholen kennen nog een verdeling van de macht die ons in een lineair patroon gevangenhoudt. Zolang wij in vastgeroeste instituties blijven opleiden zal het niet lukken om mensen af te leveren, die de eco-crisis kunnen kantelen. Wat we op het kleinste niveau doen is nog steeds kinderen in mallen gieten ter voorbereiding op de markt. En dat moet anders. Wat nou als we van perspectief wisselen en het kind niet zien als losstaand individu dat gevormd moet worden, maar als intervidu? Oosterling omschrijft de staat waarin kinderen verkeren als een tussenruimte. Een staat waarin kinderen niet weten wie ze en wat ze moeten zijn. Dat moet de substantie van het onderwijs zijn, tot minstens groep 8. De taak die het onderwijs heeft als we die tussenruimte als uitgangspunt nemen is het wekken van de interesse van kinderen, als een vorm van tussen-zijn (inter-esse). Ruimte voor vorming, zonder dat je meteen iets hoeft en moet zijn.   

Good practice
Volgens Oosterling is onderwijs spelen, leren en maken. Maar kijkt hij naar een gemiddelde school dan is spelen iets dat je op het schoolplein doet (buiten het schoolgebouw), maken doe je thuis of later als je groot bent en leren wordt opgevat als kwalificatie en gekoppeld aan meten.

Oosterling zou graag zien dat scholen kinderen uitdagen zich te verhouden tot, in plaats van het volgen van methodes en het maken van het individu. Hij zet in zijn project Rotterdam Vakmanstad onder andere het filosoferen met kinderen in, als middel om ‘je verhouden tot’ te trainen.

Bij het beeld dat ik kreeg van die tussenruimte in het onderwijs moest ik meteen denken aan Marjolein te Slaa, leerkracht van groep 3. Ze heeft het afgelopen jaar een opleiding gevolgd in het filosoferen met kinderen. De opgedane vaardigheden integreert ze nu in het onderzoekend leren in haar klas in de vorm van een denkkring. In het kader van de pilot Betekenisvolle gesprekken, die we samen met enkele collega’s organiseerden, mocht ik een kijkje nemen in haar klas en een les verzorgen.

Ruimte voor gesprek
Het thema van onderzoekend leren was in die periode voedsel. Kinderen onderzochten van alles met betrekking tot eten: waar het vandaan komt, wat wel en niet gezond is, verschillende smaken, hoe je al die woorden schrijft en wat er allemaal uit te rekenen valt als het om eten gaat. Naast het verzamelen van deze kennis en opdoen van ervaringen bood de denkkring ook ruimte om na te denken met elkaar over vragen als Mag je smakken als je bij de koning eet? Kan iets wat er vies uitziet, toch lekker zijn? En mag je dieren eten? Vragen van een andere orde, vragen waar we ons alleen maar toe kunnen verhouden, want een vaststaand antwoord is er niet.

De dag dat ik de les mocht verzorgen stond de vraag Mag je dieren eten? op het menu. Na een kleine introductie vlogen al snel allerlei verschillende perspectieven over tafel. Omdat deze kinderen geoefend zijn, vinden ze het leuk om het speelveld met elkaar te verkennen. Er is ruimte en tijd om te spelen met denken. Dat spelen en flexibel denken gaat kinderen over het algemeen makkelijker af dan volwassenen. Er is ruimte om van mening te veranderen. Een kostbare skill in een door opinie gedomineerde wereld.

Dat spelen en flexibel denken gaat kinderen over het algemeen makkelijker af dan volwassenen. Er is ruimte om van mening te veranderen"

Marjolein vertelt na afloop van het gesprek dat het een grote uitdaging is om zelf niet mee te filosoferen: 'De kunst is om zo veel mogelijk je mond te houden en de kinderen het werk te laten doen. Het gekke is, dat we daar helemaal niet voor opgeleid worden. Als leerkracht word je geacht "het te weten".'  Door ‘niks’ te doen komt er ruimte voor de speelse inter-esse waar Oosterling het over heeft en gaan kinderen zich verhouden tot de onderwerpen.

Denkgereedschappen
Die ruimte bieden aan het intervidu en het wekken van de interesse lukt Marjolein als geen ander. Om kinderen duidelijk te maken welke vragen, opmerkingen, denkstappen er gezet kunnen worden tijdens een gesprek, maakt Marjolein gebruik van denkgereedschappen. Dat zijn kaarten met bijvoorbeeld

  • een afbeeldingen van een vraagteken zodat kinderen een vraag kunnen stellen of uitlichten
  • een kaart met de ‘magische’ woorden omdat en want om redenen te geven 
  • een afbeelding met puzzelstukjes om kinderen aan te moedigen op elkaars gedachten voort te borduren

Het expliciet maken van deze interventies of denkbewegingen maakt, dat de denkkring van de kinderen wordt. Leerlingen zijn zo vertrouwd geraakt met deze methode dat ze zelfs kunnen benoemen wat hun favoriete denkgereedschap is. Zo zei Lena (7 jaar): 'Ik vind het aan elkaar puzzelen van gedachten het leukst, want dan krijg je weer iets nieuws.' En Pjotr (6 jaar) zei: 'Ik vind dat je met allemaal ideeën mag komen het leukst!'

Door te filosoferen leer je dat het denken interessant wordt als je met elkaar denkt. Je wordt als het ware één brein. Dus jouw gedachten zijn niet interessant omdat ze van jou komen, maar zijn interessant als ze onderdeel van het geheel zijn en het geheel interessanter, complexer, overzichtelijker of creatiever maken. We zijn, zoals Oosterling stelt, knooppunten in een netwerk. En zo had ik het eigenlijk nog nooit bekeken, dat het filosoferen met kinderen het intervidu vooronderstelt: het is een vrije tussenruimte waar je mag spelen met denken en samen beter leert denken.

Confrontatie
Het mooie is dat de denkkring niet alleen ruimte biedt voor de kinderen om in die tussenruimte te zijn, intervidu te zijn. Jouw leerkrachtperspectief wordt ook steeds uitgedaagd. Het begeleiden van een gesprek is nooit af, je blijft zelf leren. Zo werden Marjolein en ik met ons eigen lineaire denken geconfronteerd, toen ik zelf het gesprek leidde over de vraag of je dieren mag eten. Mijn aanname was, dat de ouders van de kinderen gezien de locatie van de school overwegend vegetarisch en veganistisch zouden zijn. Niks bleek minder waar. In de denkkring troffen we stevige carnivoren aan die vlees aten omdat het in de supermarkt lag en die vonden dat je ook best een dier in de wei dood mocht schieten om het vervolgens op te peuzelen. Het duurde dertig minuten voordat een leerling opperde: 'Maar het is toch best zielig om een lammetje te eten!' Het blijft als gespreksleider de kunst om iedere keer weer met een open blik het gesprek in te gaan zodat het gesprek van de kinderen kan zijn en ze zelf kunnen komen met verschillende perspectieven waar ze zich toe kunnen verhouden. Aan ons de taak om die speelse interesse te wekken en levend te houden.

Tot besluit
Wat als we nu eens van perspectief zouden wisselen en het spelen met denken spelend, het filosoferen, integreren in ons onderwijs?  Leerkrachten die voor het eerst hun klas zien filosoferen, zien ineens andere eigenschappen bij hun leerlingen en worden verrast door de gedachten die leerlingen inbrengen. Die verwondering en verrassing zijn mooi, maar eigenlijk waren die eigenschappen en gedachten van kinderen al die tijd al onder de oppervlakte aanwezig. Hier laten we dus iets moois en betekenisvols liggen. Laten we die tussenruimte claimen in de klas en vorming een plek geven zonder dat kinderen meteen iets hoeven en moeten zijn.

Alexandra Bronsveld begeleidt als trainer en adviseur scholen in het primair en voortgezet onderwijs bij professionaliseringstrajecten en innovatie. Haar expertisegebieden zijn filosoferen met kinderen en leren voor het leven in de 21ste eeuw. Dit laatste betekent voor haar een geïntegreerde aanpak waarin verwondering, kritisch en creatief denken, lesgeven vanuit passie en contact en project gestuurd onderwijs centraal staan.

Daarnaast is zij voorzitter van bestuur van het Centrum Kinderfilosofie Nederland: platform voor filosofische onderwijs (www.kinderfilosofie.nl) en voorzitter van de raad van toezicht van Stichting Terra Nova (www.lisahu.nl/terra-nova). Terra Nova Minimaatschappij is een spel en discussietool om lastige maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief