Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Leerlingen over burgerschapsonderwijs? 'U houdt uw mening zeg maar verborgen, zodat iedereen zich kan uiten.’

19 juni 2019

Dat burgerschapsonderwijs waardevol is voor zowel leerlingen als docenten is voor Kirsten Roosenbrand onbetwistbaar. Maar wat vinden haar leerlingen er eigenlijk van? Als docent Mens en Identiteit op het IJburg College in Amsterdam ging ze in gesprek. 'U houdt uw mening zeg maar verborgen, zodat iedereen zich kan uiten.’

In haar vak Mens en Identiteit komen onder andere de onderwerpen pesten, groepsdruk, tolerantie, gesprekstechnieken, solliciteren en mensenrechten aan de orde. De lessen zijn voor eerste- en tweedejaars leerlingen van vmbo-kader tot vwo niveau.

Gisteravond rond 21.55 stond ik in de rij bij de kassa met een mandje gevuld met een grote fles frisdrank, donuts, koekjes en chocola. Negen leerlingen hadden mij laten weten mee te willen werken aan dit gesprek, en als dank zou ik iets lekkers voor ze meenemen. Nu zitten diezelfde negen leerlingen met mij in een ovale kring. Op de tafels tussen ons in staat de inhoud van het winkelmandje.

Terwijl ik de microfoon installeer, kijken de leerlingen ongemakkelijk naar het eten. Ik begin te lachen. ‘Niemand durft als eerste iets te pakken hé? Dan pakken jullie toch allemaal tegelijk iets? Ik tel wel af. ..één..., twee..., drie, eet smakelijk!’ Het werkt. Na mijn eerste vraag blijft het dan ook stil, want iedereen zit met een volle mond. Ik wacht maar even.

‘Hoe kun je het vak Mens & Identiteit het best uitleggen?’, begin ik opnieuw.

Finn: ‘Ik zou zeggen dat je leert hoe de maatschappij werkt. Dat je een soort van idee krijgt van hoe de mensheid in elkaar steekt of zo.’ Alicia voegt daar aan toe dat je er iets aan hebt voor later. Bijvoorbeeld door de Maatschappelijke stage, dan weet je hoe solliciteren in zijn werk gaat.

Als ik vraag of Mens & Identiteit nuttig is, krijg ik van bijna alle leerlingen een volmondige ja. ‘Wat maakt Mens & Identiteit nuttig?’ vraag ik.

‘Omdat je het gewoon in je echte leven kunt toepassen’, zegt Noël. Hij noemt de Maatschappelijke stage als voorbeeld. Met name het schrijven van een formele e-mail en het voeren van een zakelijk telefoongesprek vindt hij nuttige vaardigheden. Flinder: ‘Bijvoorbeeld bij wiskunde, dat is zoiets dat je maar heel soms gebruikt. Wat je bij Mens & Identiteit leert is dat wat je in het dagelijks leven allemaal eigenlijk doet.’

‘Kan iedereen het vak geven?’ wil ik weten.

‘Ik denk dat je er wel een bepaald persoon voor moet zij’’, zegt Jonas. ‘Je moet er wel aanleg voor hebben. Je moet sociaal zijn.’ Ezeddin: ‘Je moet wel open zijn. Dat je wel dingen kunt zeggen over bijvoorbeeld seks.’ Volgens Widad moet je als docent ook goed met verschillen om kunnen gaan. Finn voegt daaraan toe: ‘Als iemand dan zegt dat hij homo’s raar en vies vindt en een ander zegt ‘Het is gewoon normaal’, dan moet je je [als docent] ook kunnen inleven in degene die het vies vindt, vind ik.’
Alicia reageert: ‘Je moet elkaars mening kunnen accepteren, zoals in dat voorbeeld wat Finn net zei. Dan moet je [als docent] dus niet tegen de persoon die bijvoorbeeld homo’s slecht vindt zeggen: ‘Nou dat kan echt niet, ik wil je niet meer in mijn les hebben.’ Dan moet je gewoon accepteren dat hij daar anders over denkt. Niet iedereen kan dat.’

‘Doe ik dat?’ vraag ik mij hardop af. Volgens mijn leerlingen wel. De afgelopen weken hebben in sommige klassen heftige discussies plaatsgevonden over Zwarte Piet. Ik benoem dat en ben benieuwd of mijn eigen mening op die momenten voor de leerlingen zichtbaar is.

Widad: ‘Soms kunnen leraren het heel duidelijk maken en dan denk je, ‘Ik wil mijn mening niet echt zeggen, omdat ze er dan iets van gaan vinden.’ U houdt uw mening zeg maar verborgen, zodat iedereen zich kan uiten.’ Andere leerlingen beamen dit.

‘Kun je als leerling goed zijn in Mens & Identiteit?’ vraag ik.

Volgens Jonas is dat niet heel ingewikkeld: ‘Ik denk wel sowieso dat als iedereen gewoon zijn best doet, je er voldoende of goed in kunt zijn.’ Finn is het daar niet mee eens: ‘Mens & Identiteit kun je niet echt trainen. Wiskunde kun je echt oefenen. Als iemand genoeg sommen maakt, kun je daar wel beter in worden. Mens & Identiteit kun je niet echt oefenen.’

Er ontstaat een gesprek waarin we dit verder onderzoeken. Ik: ‘Welke eigenschappen heb je als leerling nodig om goed te zijn in dit vak?’

Widad: ‘Goed met andere meningen kunnen omgaan. Bijvoorbeeld met de puberruil 1. Iemand zegt iets en jij denkt ‘O, daar ben ik het niet mee eens, maar ik kan het wel accepteren.’ Eigenlijk kun je dat wel trainen, om andere meningen te accepteren.’

Ik: ‘Dus er zijn dingen die je wél kunt trainen?’

Finn: ‘Niet alles.’ Noel: ‘Nee bijvoorbeeld die toets over seksuele voorlichting, die moest je gewoon leren.’ Finn: ‘Maar seksualiteit kun je trainen. Je kunt er beter in worden. Tolerant zijn, daar kun je beter in worden. Ik heb denk ik geleerd om meer tolerant te zijn. Want in het begin van het thema vond ik het lastiger andermans mening te accepteren, als ik het er echt niet mee eens was. Aan het eind van het thema kon ik daar toch wat makkelijker mee omgaan.’

Ik: ‘Wat heeft daarvoor gezorgd?’

Finn: ‘Ik denk doordat u zegt: ‘Als hij dit zo vindt, dan vindt hij dit zo, daar heb jij niks over te zeggen.’ Dat heeft u een aantal keer gezegd. Niet tegen mij persoonlijk, maar een aantal keer in de klas.’

Ik: ‘Dus eigenlijk moet je terugkomen op wat je net zei? Dat je niet beter kunt worden in Mens & identiteit?’

Finn: ‘Klopt.’

Ik wil ook graag van de andere leerlingen weten wat zij hebben geleerd bij Mens & identiteit.

Noël: ‘Ik heb zeg maar geleerd waar alles zit bij seksuele voorlichting, de geslachtsdelen.’ Finn: ‘Wist je dan niet waar alles zat?’

[GELACH]

Noel: ‘Bijvoorbeeld ook bij die menstruatie enzo.’ Jonas: ‘Die menstruatiecyclus?’ Noël: ‘Ja dat. Ook die voorbehoedsmiddelen. Sommige kende ik nog niet.’ Alicia legt uit dat ze heeft geleerd om zich bewust te zijn van haar vooroordelen wanneer ze iemand voor het eerst ontmoet. Ze vertelt dat ze die vooroordelen wil onderzoeken en niet direct als uitgangspunt wil nemen. Sofia: ‘Ik heb veel geleerd over discriminatie. Wat discriminatie is en wat niet, wat de verschillen zijn, en op welke manieren je mensen kunt discrimineren. Ik heb het een paar keer gezien. Dat vond ik echt heftig, hoe mensen zo gemeen kunnen zijn tegen iemand op basis van hoe je er uit ziet of wat je gelooft.’
Jonas vertelt dat hij, door de vele vragen en het vele denken tijdens het thema Filosofie, minder voor zijn beurt praat. ‘Nu denk ik wel eerder na voordat ik iets zeg. Dat is een verbetering voor mijzelf.’

Ik hoopte een beeld te krijgen van hoe leerlingen aankijken tegen burgerschapsonderwijs. Deze leerlingen zien het als een zinvol vak. Om burgerschapskennis en vaardigheden te ontwikkelen bij leerlingen, is volgens hen een docent nodig die sociaal, open en empathisch is. Iemand die ruimte biedt aan verschillende opvattingen en meningen. Zelf heb ik tijdens het gesprek volop genoten van de eerlijke en doordachte antwoorden van deze fantastische pubers. Dat burgerschapsonderwijs waardevol is voor zowel leerlingen als docenten is voor mij onbetwistbaar. Die mening houd ik niet verborgen.

Dit artikel is verschenen in het juni-nummer van VanTwaalftotAchttien, met als thema Burgerschap of de kunst van het samen leven. En met toestemming licht bewerkt en overgenomen.

Kirsten Roosenbrand is docent Mens & Identiteit op het IJburg College in Amsterdam. En initiatiefnemer van Baas in Burgerschap.

Baas in burgerschap

Baas in burgerschap ondersteunt scholen bij het vormgeven van burgerschapsonderwijs. Bijvoorbeeld, hoe maak ik diversiteit bespreekbaar, terwijl de schoolpopulatie op veel vlakken niet divers is? Hoe ga ik om met negatieve berichtgeving door media over bepaalde bevolkingsgroepen? Hoe maak ik als leerkracht iets bespreekbaar zonder dat ik mijn eigen mening aan de leerlingen opdring?

Samen bepalen wij welke thema’s belangrijk voor u zijn. U bepaalt welke begeleiding u van ons nodig heeft:

  • Workshops voor (een deel van) het team.
  • Klassenbezoeken met nagesprek.
  • Meedenken over de visie en het schrijven van een visie op burgerschapsonderwijs.
  • Ontwikkelen van lesmateriaal.
  • Ontwikkelen van aanvullend lesmateriaal op bestaande methodes en materialen.
  • Voorbeeldlessen op school.

Wij hebben jarenlange ervaring in het ontwikkelen en geven van burgerschapslessen op zeer diverse scholen in Amsterdam. Zowel in het basisonderwijs als in het middelbaar onderwijs.

Voor meer informatie en contact: www.baasinburgerschap.nl, [email protected]

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief