Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Heeft makersonderwijs ook voet aan de grond in de pedagogiek?

15 november 2018

Het lijkt erop dat het makersonderwijs een vaste plek heeft veroverd in Rotterdam, schrijft Sander Zweerts de Jong. Nieuwe Maakfestivals, culturele instellingen die werkplekken inrichten, scholen die het opnemen in het curriculum. Maar heeft het, behalve fysieke locaties en de tijd mee, ook voet aan grond gekregen in de pedagogiek? Is het méér dan alleen leren werken met nieuwe technologie? 

In de bibliotheek in het centrum van Rotterdam is sinds deze zomer een maakplaats: Maakplaats010. Vanuit de transitie die bibliotheken ondergaan, waarbij de focus niet alleen meer ligt op boeken, maar ook op brede educatie, is het idee ontstaan om een maakplaats te realiseren in de bibliotheek. “Wij willen de eerste plek zijn waar burgers van Rotterdam in aanraking komen of bekend raken met een maakplaats. Dat ze voor het eerst iets ontwerpen in de computer en dan via een van de machines die hier staan, zien hoe dat er fysiek uit gaat zien,’ aldus Ilker Kocas en Charisma Ruimschoot, die respectievelijk de coördinatie en de programmering gaan doen.

Maar hoe zit het met het onderwijs, waar de interesse voor maken ook is gewekt. Is het makersonderwijs daar ingebed in een bredere onderwijskundige methode? ‘Want daar is veel behoefte aan,’ zegt Peter Troxler, lector Kenniscentrum Creating010 van de Hogeschool Rotterdam. Makersonderwijs vergt nu eenmaal een andere aanpak en mentaliteit van docenten. Bij het “leren door te maken” stappen we af van het idee van de alwetende leraar, die alleen kennis overdraagt: ‘Eigenlijk is het makersonderwijs een tegenbeweging op het lesgeven zoals we dat kennen. We zijn bij het onderwijs steeds verder verwijderd geraakt van het fysieke, met onze kennisoverdracht via boeken. Met de opkomst van het makersonderwijs zeggen we eigenlijk: zonder het fysieke kunnen we niet! Dat gaat om het besef dat alle dingen gemaakt zijn en dat er bij dat maakproces honderden keuzes gemaakt worden. Dat is belangrijk. Dat je je realiseert dat het eindproduct dat je in je handen hebt, het resultaat is van vele keuzes. En daarmee ontstaat een situatie in het klaslokaal waarbij de waarom-vraag voorop staat. Waarom is dit het eindproduct? Welke keuzes zijn gemaakt? Kan het anders? Dat is de start van experimenteren, van een gezamenlijke zoektocht, waarbij de docent het vaak ook niet weet.’

Voor Peter Troxler zit daar ook een belangrijke overlap met het kunstonderwijs. Een docent op de kunstacademie kan je wel kleuren leren mengen, maar de vraag “waarom maak je wat je maakt?” is een gezamenlijk onderzoek van leerling en docent. Dat vergt een kritische houding ten opzichte van het materiaal. Dat is voor zowel de leerling als de docent vaak een nieuwe en onbekende situatie.’

Van de laagdrempelige benadering van de bibliotheek Rotterdam die een eerste aanraking met digitaal ontwerpen wil zijn, via bijvoorbeeld de meer technische insteek, ingericht als instructie-onderwijs, tot het meer intensieve bevragen van de materie, zoals Peter Troxler belangrijk vindt. Het lijkt een nogal brede bandbreedte te zijn van het “vak” makersonderwijs. Er zijn veel verschillende initiatieven en er is veel enthousiasme, maar er is ook nog een hele wereld te winnen.

‘Er zijn inderdaad nogal wat verschillende benaderingen binnen het makersonderwijs,’ aldus Mirjam van Tilburg, die vanuit het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR)  de tweedaagse nascholingen Make! organiseert. ‘Daarom zal Make!Dreams op 16 en 17 november ook gaan over de pedagogiek ervan. Als we ons vooral richten op het ontwerpen, dan raakt dat het domein van het cultuuronderwijs. Door te maken, door te ontdekken, leer je anders kijken naar de dingen om je heen. Dan ga je dat ook bevragen. Dat is het begin van fantasie. Daar ligt volgens ons de kracht van makersonderwijs. Door te maken ontdek je nieuwe mogelijkheden.’

Met Make! wil KCR de docent laten ervaren wat een enorme mogelijkheden makersonderwijs heeft en een impuls geven aan de onderliggende didactiek van het makersonderwijs. Peter Troxler hoopt op zijn beurt dat het makersonderwijs in de toekomst als woord niet meer bestaat: ‘Het mooiste zou zijn als het in de toekomst een plek heeft gevonden in alle vakken. Dat het niet meer apart bestaat, maar dat je ook bij geschiedenis iets maakt. En dat dan ook daar vanzelf de kritische houding ontstaat ten opzichte van de wereld om je heen. Makersonderwijs kan een mooi oefenveld zijn voor een andere manier van lesgeven in het algemeen. Op die manier is het makersonderwijs absoluut een meerwaarde voor het onderwijs.’

Sander Zweerts de Jong is co-founder Buitenplaats Brienenoord, kunstvlogger, ochtendwerktekenaar en tekstschrijver. Hij schreef dit artikel in opdracht van KCR. Daarvan lees je een lichte bewerking.

Make!Dreams

Make!Dreams - waarbij de focus vooral ligt op de pedagogiek van het makersonderwijs - vindt plaats op 16 & 17 november op de Wijnhaven 61, in samenwerking met de Willem de Kooning Academie. Het is een activiteit van KCR (Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR), met link. KCR is de onafhankelijke bruggenbouwer tussen onderwijs en cultuur in Rotterdam. Het staat voor krachtig onderwijs met cultuur voor alle Rotterdamse leerlingen en doet dat door te vernieuwen, verbinden, inspireren, vragen & luisteren en te agenderen. www.kc-r.nl

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief