Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De terugkeer van het lesgeven: ‘Een leraar schept ruimte, waarin leerlingen hun vrijheid kunnen ontmoeten’

4 september 2019

In de leeskring worden betekenisvolle onderwijsboeken uit heden en verleden besproken. Rikie van Blijswijk, initiatiefneemster, doet verslag van de bijeenkomst rondom de laatste uitgave van Gert Biesta, De terugkeer van het lesgeven (2018). De zin die het meeste raakte: ‘Je weet pas of iemand te vertrouwen is als je iemand vertrouwen schenkt en dus het risico neemt’. Deze bijdrage stond eerder in het magazine Van12tot18.

De terugkeer van het lesgeven is het boek dat Gert Biesta toevoegt aan zijn trilogie Goed onderwijs en de cultuur van het meten (2012) en Het prachtige risico van onderwijs (2014) en Het leren voorbij (2016). Ondanks het veel gehoorde ‘Biesta schrijft moeilijk’, hebben we ook dit boek aan onze leeslijst toegevoegd. Zelf schrijft hij ‘Ik ben mij ervan bewust dat nogal wat passages in het boek sterk theoretisch en filosofisch van karakter zijn en moeilijke taal bevatten. Ik vraag de lezer om het met die passages uit te houden als ze hun betekenis niet onmiddellijk onthullen; ze bevatten belangrijke dimensies van wat ik in dit boek probeer te verkennen’.

Inderdaad, (delen van) het boek moet je soms twee of drie keer lezen, maar we deden het met plezier, want zijn vragen en betoog zijn een verrijking voor iedereen die werkt in en nadenkt over onderwijs. Hij tilt de discussie over onderwijs naar een andere niveau en brengt democratie en vrijheid in het geding. Levinas, waarop Biesta zich beroept, is niet gemakkelijk te begrijpen, maar hij slaagt erin om deze teksten duidelijk uitleggen. Dus laat je niet weerhouden.

Bij De terugkeer van het lesgeven hoort wat ons betreft het kernwoord: engagement. Biesta spreekt zich nadrukkelijk en expliciet uit in zijn pleidooi voor onderwijs dat bedoeld is om leerlingen kritisch en volwassen te laten worden. Hij claimt ruimte voor subjectificatie. ‘Kinderen zijn iets nog niet, maar wel subject’. Zijn onderwijspedagogisch denken wordt steeds duidelijker. Het gaat hem om onderwijs dat de leerling de mogelijkheid tot vrijheid van denken biedt. Dat kan slechts door de leerling als subject te zien.

Biesta probeert te laten zien dat lesgeven ertoe doet. Een leraar heeft zijn leerlingen iets te bieden en aan leerlingen te geven, volgens hem. Hij beargumenteert consciëntieus zijn waarom en waartoe van de terugkeer van het lesgeven. De pedagogische opdracht, de verantwoordelijkheid van de leraar, omschrijft hij als het wekken van het verlangen in een ander mens om op volwassen wijze in de wereld te willen bestaan. Volwassenheid hier geduid in existentiële termen. Het werk van de leraar is gericht op het subject-zijn van de leerling, waarbij onderbreking, vertraging en ondersteuning belangrijk zijn.

Het werk van de leraar is gericht op het subject-zijn van de leerling, waarbij onderbreking, vertraging en ondersteuning belangrijk zijn.

Onderwijs dat leerlingen brengt tot vrijheid vraagt stevige leraren en goed lesgeven. Onder invloed van ontwikkelingen in theorie, beleid en praktijk van het onderwijs wordt diezelfde leraar echter tot een factor gereduceerd en lesgeven tot ver-leren, stelt Biesta.

Lesgeven wordt de laatste tijd steeds meer gezien als een vorm van controle en beheersing. Daar waar nog wel positieve aandacht is voor lesgeven hoort de leraar de belangrijkste en effectiefste factor te zijn, zodat leeropbrengsten voorspelbaar en beheersbaar worden. Dus ook in die discussie staat controle centraal.

Biesta beschrijft het dilemma met betrekking tot de rol van het lesgeven en de leraar in het onderwijs als volgt: ‘Degenen die geïnteresseerd zijn in lesgeven lijken niet geïnteresseerd in de vrijheid van de leerling, terwijl degenen die geïnteresseerd zijn in de vrijheid van de leerling het lesgeven als een belemmering daarvoor zien’. In zijn ogen is het vooral de vraag wat het voor iemand betekent om leraar te zijn. In het huidige debat wordt door progressieven de leraar verweten niet in staat te zijn om zijn unieke rol en verantwoordelijkheid op zich te nemen en stellen conservatieven dat een leraar niet (meer) begrijpt wat onderwijs is.

Biesta bestudeert een derde optie in een poging om het lesgeven weer in verband te brengen met het vraagstuk van de menselijke vrijheid en het bestaan-als-subject. Bouwstenen zijn daarin de idee van de volwassen vrijheid, d.w.z. de moeilijke vrijheid, wanneer we proberen ons leven in en met de wereld te leiden en niet alleen bij en met onszelf. Dan komt de vraag aan de orde of dat wat ik verlang, verlangbaar is. Dan gaat erom in de wereld te zijn zonder het centrum van de wereld te zijn. Precies hier gaat het om de uitdaging om als subject en niet als object, in het middengebied te bestaan en ons leven te leiden. Hij raakt het thema leren aan en brengt ook dat in verband met vrijheid, want ‘leren is slechts één manier waarop we in de wereld kunnen bestaan; andere mogelijkheden zouden leerlingen in ons onderwijs moeten kunnen tegenkomen’.
 

Leren is slechts één manier waarop we in de wereld kunnen bestaan; andere mogelijkheden zouden leerlingen in ons onderwijs moeten kunnen tegenkomen. Gert Biesta

Bij leren gaat het erom tot begrijpen en tot begrip te komen, maar in navolging van Levinas stelt Biesta dat het ‘aangesproken worden’ en ‘in gesprek komen’ vooraf gaat aan het betekenis geven. Die rol kent hij de leraar en zijn lesgeven toe. Een leraar schept ruimte, waarin leerlingen hun vrijheid kunnen ontmoeten, ‘dat wil zeggen datgene ontmoeten, wat niemand anders in mijn plaats kan doen’, met een verwijzing naar Levinas. Daarbij staat niet de ontwikkeling van vermogens en capaciteiten centraal, maar gaat het er allereerst om leerlingen naar hun eigen vrijheid te keren, naar het onvoorziene en onberekenbare om als subject in de wereld te bestaan. De zin die ons daarin raakte? ‘Jeweet pas of iemand te vertrouwen is als je iemand vertrouwen schenkt en dus het risico neemt’.

Gert Biesta biedt met dit boek opnieuw anders denken over onderwijs aan in het discours. Wie zoekt naar een praktische handleiding over wat te doen als leraar adviseren we een ander boek te kiezen. Zijn ideeën in dit boek zijn niet zozeer bedoeld om over na te denken, maar allereerst als ideeën om ‘met mee te denken’. Ze maken het in ieder geval de moeite waard om zijn ‘moeilijke’ boeken te blijven lezen. Hij brengt wat ons betreft een nieuwe dimensie aan in het denken over het waartoe en waarom van onderwijs. Zaten we de afgelopen jaren met het onderwijsdebat op een verbale rotonde… er is nu een nieuwe afslag. Het is een verademing om daarop een stuk mee te gaan met Gert Biesta.

Deelnemers aan deze boekenkring van de Leerschool waren: Arjan Moree, Jeannette Berckenkamp, Gerard Paardekooper en Rikie van Blijswijk. Het artikel verscheen eerder in het magazine van12tot18.
 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief