Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

‘Ze hoeven niets te worden. Ze zijn al iemand.’

22 juni 2020

‘Persoonlijk vind ik dat ik kinderen niet hoef te leren om hoge scores te halen, ik hoef ze niet te leren dat ze iets willen worden. Ik mag een onderdeel zijn van hun eigen ontwikkeling in wie ze zijn. Ze hoeven niets te worden. Ze zijn al iemand. Ze mogen ontdekken dat ze hun eigen kracht en talent hebben en hoe ze deze kunnen ontwikkelen en dat ze allemaal hun eigenaardigheden hebben en hoe ze daarin van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen helpen en elkaar daarin mogen respecteren. Mijn taak is om mijn lesaanbod dermate interessant te maken dat zij willen leren.’ Leerkracht Marjolein Vermeulen zette na de afgelopen thuiswerkperiode de gevoelens op papier die ze krijgt bij het horen van het woord “leerachterstand”.

Het onderwijsgesprek gaat over de afgelopen periode in onderwijsland. Zelf mag ik meepraten over de 'leerachterstand'. Maar goed, wat vind ik daar nou eigenlijk van? Aangezien het mij helpt om dingen op te schrijven, heb ik dat maar gedaan.

Ik zie het als volgt:
Wanneer je het hebt over een achterstand, dan lijkt het mij dat je een bepaalde norm hanteert waaraan je refereert. Deze norm is dan bijvoorbeeld de lesstof die de kinderen doorlopen of toetsen die gedurende de schoolloopbaan worden afgenomen en waarbij een kind wordt vergeleken met andere kinderen die op dezelfde plaats in hun schoolloopbaan staan.

Wanneer je je zorgen maakt over een achterstand m.b.t. de lesstof, dan vraag ik me oprecht af waarom men zich daar zo'n zorgen over maakt. Het gros van de leerlingen heeft gedurende de periode van thuisonderwijs het werk thuis gemaakt, op school wordt in kaart gebracht waar hiaten zitten en dit wordt opgepakt. Kinderen zijn niet hetzelfde, ontwikkelen zich niet gelijk, dat was voor het thuisonderwijs al zo en is nu niet veranderd.

Binnen het Montessorionderwijs volgen wij de leerling en ontwikkelen kinderen zich in hun eigen ontwikkelingslijn. Vergis je niet. Dit is voor een leerkracht hard werken. Want dat betekent dat jij de lijn van de leerkracht (de lesstof die aangeboden moet worden) ten dienste stelt van de lijn van het kind (de ontwikkeling die het kind doormaakt) waarbij je continu aan het werk bent om lesomgeving (de voorbereide omgeving) van de leerling zo vorm te geven dat het uitdaagt, triggert en ervoor zorgt dat jouw lesaanbod het kind in zijn ontwikkeling sterkt en ertoe bijdraagt dat het zich blijft ontwikkelen en zo ook (onbewust) de lijn van de leerkracht volgt. En aangezien de groepen steeds groter worden, doe je dit niet voor 1 leerling, niet voor 10, maar voor allemaal. Superleuk om te doen.

Dit alles is precies wat we op dit moment aan het doen zijn, we brengen in kaart waar de leerlingen in hun ontwikkeling staan en maken een plan voor de komende tijd. Daar hoeft niemand zich zorgen over te maken. Dat is ons werk.

Wanneer we ons niet zozeer zorgen hoeven te maken over het lesaanbod, dan blijven de toetsen over. En dat vind ik lastig. Want die toetsen, die maken we zo gruwelijk belangrijk. Je moet je voorstellen dat kinderen 2 maal per jaar een methode-onafhankelijke toets maken. Rond januari zijn de ‘midden’ toetsen en rond juni de ‘eind’ toetsen. Persoonlijk heb ik het idee dat mensen door de term ‘leerachterstanden’ te hanteren, aangeven bang te zijn dat het kind lager zal scoren op een toets in juni dan verwacht. Die kans is aanwezig.

Want onze kinderen, onze leerlingen, zijn door een totaal ander leerproces gegaan dan wij dit schooljaar hadden bedacht.

Want onze kinderen, onze leerlingen, zijn door een totaal ander leerproces gegaan dan wij dit schooljaar hadden bedacht. Ze moesten van het ene op het andere moment switchen van het onderwijs in een groep, met een leerkracht en alle sociale interventies naar het thuisonderwijs. Waarbij veel kinderen in eerste instantie geen speelafspraakjes meer hadden, feestjes wegvielen, ze niet meer naar hun sport en hobby konden gaan. Ze niet meer mochten knuffelen met anderen en vaak niet naar opa en oma konden gaan. Onze kinderen hebben laten zien dat ze veerkrachtig zijn want allemaal hebben ze zich aangepast. Zo goed en zo kwaad als het ging. Ze hebben zich door deze periode geworsteld, het thuisonderwijs een kans gegeven. Iedere dag hun best gedaan om het beste van zichzelf te geven. Ze hebben gehuild, gelachen, hebben hun frustraties overwonnen, zijn omgegaan met teleurstellingen en hebben genoegen genomen met hetgeen er op dat moment voor handen was. Ze hebben thuis geleerd om te helpen, zich gericht op het gezin. Zijn vaak veel buiten geweest, hebben rust kunnen pakken op de momenten dat ze het nodig hadden, zijn ‘gewone’ dingen weer meer gaan waarderen. Onze kinderen hebben zoveel geleerd. Zoveel dat we niet in kaart kunnen brengen door middel van toetsen. Dus, leerachterstand? Hangt af van welke norm.

Wordt het niet eindelijk, eindelijk, eens tijd om anders om te gaan met toetsen?

Wordt het niet eindelijk, eindelijk, eens tijd om anders om te gaan met toetsen? Ik heb geen idee hoe het is ontstaan, maar we hebben in Nederland de hoogte van toetsscores erg belangrijk gemaakt. Ik ben van mening dat een toets een middel is om te gebruiken als onafhankelijk instrument voor jou als leerkracht om vast te stellen of je op de goede weg bent met je onderwijs. Het helpt om je onderwijs bij te stellen en vorm te geven. Maar het is slechts een onderdeel daarvan. In mijn optiek zijn toetsen een middel, naast je observaties, je gesprekken met ouders, je gesprekken met het kind en je kennis van het kind.

Op een voor mij onverklaarbare wijze zijn deze meetinstrumenten echter een norm geworden. Het is schijnbaar belangrijk om hoge scores te halen. Je ziet dit ook terug in de media met items als "Hoe hoog scoren de scholen in jouw regio". Wat vertelt een hoge score? Wat zegt dat over het kind of zijn ontwikkeling? En wat zegt een uitslag van toetsscores over een school? Vertelt het iets over de leerlingpopulatie, over het plezier waarmee kinderen naar school gaan, over de vorm van onderwijs of geboden interventies?

Bovendien, wat werk je er mee in de hand? Scholen voelen druk, willen graag presteren en de school zijn met de hoogste scores in de buurt, dus toetstraining ligt op de loer. Waarom? Wie bepaalt dan wat kennis is? Een toets? Als we dus met z'n allen maar datgene weten wat op een toets wordt gevraagd, dan hebben we kennis en zijn we een goede school? Wat zegt een hoge score over het geluk van de leerling, over zijn talent, zijn veerkracht, zijn humor, zijn alles? Bovendien, wie bepaalt wat een goede score is? De media? Den Haag? De omgeving? Waarom is een I+-score beter dan een III of een V? Wat is er mis met het ontdekken van het feit dat het ene vak je gewoon beter ligt dan het andere? Leren we onze kinderen zo geen streven naar perfectie aan en vooral dat ze het nooit goed genoeg doen?

Zoals ik het zie, heb ik simpelweg het mooiste vak wat er is. Iedere dag weer mag ik werken met het meest kostbare bezit van ouders. Krijg ik het vertrouwen om te werken met hun kind. Persoonlijk vind ik dat ik kinderen niet hoef te leren om hoge scores te moeten halen, ik hoef ze niet te leren dat ze iets willen worden. Ik mag een onderdeel zijn van hun eigen ontwikkeling in wie ze zijn. Ze hoeven niets te worden. Ze zijn al iemand. Ze mogen ontdekken dat ze hun eigen kracht en talent hebben en hoe ze deze kunnen ontwikkelen en dat ze allemaal hun eigenaardigheden hebben en hoe ze daarin van elkaar kunnen leren, elkaar kunnen helpen en elkaar daarin mogen respecteren. Mijn taak is om mijn lesaanbod dermate interessant te maken dat zij willen leren. Hun nieuwsgierigheid te triggeren en daarop in te spelen. Ik mag ze bijstaan wanneer ze graag een boek willen lezen, maar dit nog niet kunnen en ze dan leren hoe ze dit doel kunnen behalen. Mijn leerlingen zijn 'mijn kinderen', ik ben trots op allemaal en gek op allemaal. En soms houdt dat in dat ik een toetsscore zie met een stijgende ontwikkelingslijn maar mogelijk nog beneden een landelijk gewenste norm en dat ik dan toch trots ben. Omdat ik weet hoeveel hard werken hieraan vooraf is gegaan. Ik word blij van ieder lachend snoetje dat 's ochtends binnen komt wandelen en van iedere letter die ze leren. Niet omdat het moet. Maar omdat het kan.

Terug op school was in eerste instantie vooral merkbaar hoezeer de kinderen elkaar hadden gemist, alsof hun accu’s weer volledig moesten worden opgeladen door het contact met elkaar. Samen lachen, spelen en samen praten en gein uithalen. Kinderen hebben behoefte aan onderling contact. Dat contact hebben ze in de periode thuis ontzettend gemist.

Laten we leren dat we de tijd hebben, mensen leren hun leven lang.

Kortom: laten we van deze tijd leren dat toetsen echt minder belangrijk zijn dan wij ze maken. Laten we leren dat we de tijd hebben, mensen leren hun leven lang. Geen enkel kind is in de afgelopen periode gestopt met ontwikkelen. Kinderen zijn geen eenheidsworst, kinderen zijn niet gelijk en laten we ze vooral niet aanleren om zichzelf te vergelijken met een landelijk gemiddelde. Laat het onze winst zijn van de afgelopen periode om ons onderwijs onder de loep te nemen en ons samen, ouders en leerkrachten, sterk te maken voor verandering. Hoe die verandering er precies uit moet komen te zien weet ik niet. Maar dat die er moet komen lijkt mij meer dan duidelijk.

Marjolein Vermeulen is leerkracht op een Montessorischool in Doetinchem

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief