Tussen curriculum en wereldcrises: Henrike Gootjes over de moed om schadelijke systemen te doorbreken
21 januari 2026
Het is geen enkele onderwijsprofessional onbekend: dat moment dat je de klas binnenloopt met een planning onder de arm, maar je vanaf het eerste ogenblik voelt dat wat er in de ruimte hangt niet te vangen is in het lesdoel van die dag. Jij komt binnen met een zorgvuldig voorbereide les; leerlingen en studenten komen binnen met de wereld: oorlog, klimaat, onrecht. Precies in die frictie – tussen wat het curriculum en het rooster van je vragen en wat de rauwe werkelijkheid de klas in duwt – raakt het NIVOZ-jaarthema ‘De moed om weerstand te bieden’ aan het werk van Henrike Gootjes, te gast op de aankomende NIVOZ-onderwijsavond op donderdag 5 februari in Utrecht. In aanloop naar de onderwijsavond ging NIVOZ-medewerker Farida Yahyaoui met Henrike in gesprek.
Bestel hier direct je ticket voor de onderwijsavond.

Wanneer de wereld en je mensbeeld met elkaar botsen
In haar boek ‘Regeneratie’ beschrijft Henrike hoe onze tijd wordt gekenmerkt door uitputtende systemen en door volwassenen die vaak niet meer weten hoe ze daar nog iets tegenover kunnen zetten. Dit raakt direct aan het hart van de pedagogische vraag van nu: wat vraagt het om pedagoog te zijn in een tijd waarin zoveel jongeren het gevoel hebben dat de grond onder hun voeten verschuift? Het vraagt in ieder geval om moed. Moed is voor Henrike geen groot gebaar, geen heldendaad in hoofdletters. Voor haar is het iets dat veel dichterbij ligt en iets dat je nodig hebt op het moment dat je mensbeeld in conflict raakt met wat je om je heen ziet. Dat moment waarop je denkt: 'Dit is toch niet hoe wij bedoeld zijn? Dit is toch niet hoe wij met elkaar, met kinderen, met de wereld willen omgaan?'
Hoe bied je weerstand op een manier dat je zelf overeind blijft én iets beschermt dat levend is?
'Je kunt er dan voor kiezen om met de stroom mee te bewegen. Veel mensen doen dat, deels uit gemak, deels uit vermoeidheid. Als je gewoon meegaat met de stroom, kom je niet veel weerstand tegen en heb je ook niet veel moed nodig,' zegt Henrike. 'Maar op het moment dat je iets niet meer kunt verdragen, bijvoorbeeld in de manier waarop over leerlingen gesproken wordt, in het beleid dat over mensen heen wordt uitgerold of – in het grotere geheel – een wereldorde waarbij willekeur de maatstaf lijkt, dan wordt moed een noodzaak. Dan gaat het om de vraag: hoe bied je weerstand op een manier dat je zelf overeind blijft én iets beschermt dat levend is?'
Onderwijs als onderdeel van een uitputtend systeem
Henrike is scherp over de rol van onderwijs in wat zij de clusterf#ck van onze tijd noemt: het samenvallen van elkaar versterkende crises die mens en milieu structureel bedreigen en uitputten. Niet als aanklacht tegen individuele leraren, maar als poging om eerlijk te kijken naar de verhalen die ons onderwijs hebben gevormd. 'In het ontstaan van ons onderwijs is het mensbeeld van een calculerend individu een belangrijk uitgangspunt, evenals de markt die bepalend is voor de vraag wat van waarde is. Het is geen toeval dat vakken als Nederlands, Engels, wiskunde en economie de dragende vakken zijn geworden en vakken als dans, muziek en kunst de status van bijzaak hebben gekregen.'
'We hebben generaties jongeren voorbereid op een economische toekomst, vaak vanuit oprechte zorg: je wilt dat een diploma iets waard is, dat het je toegang geeft tot een gunstige positie op de arbeidsmarkt. Maar daarmee hebben we ook een heel smalle definitie van waarde genormaliseerd.'
Onderwijs is doordrenkt van dominante verhalen over wat een mens is
Als Henrike over uitputting spreekt heeft ze het niet alleen over tijd en energie, maar ook over verbeeldingskracht en hoop 'In een systeem dat voortdurend vraagt om meer, sneller en meetbaarder, komen relaties onder druk te staan. Zo ook onze mentale gezondheid en ons vermogen om ons een andere toekomst voor te stellen en te vertrouwen dat ons handelen ertoe doet. Leerlingen en leraren voelen zich eerder schakel dan mens. En daar kunnen we niet langer neutraal tegenover blijven staan. Onderwijs is geen lege, objectieve ruimte. Onderwijs is doordrenkt van dominante verhalen over wat een mens is, wat succes is, wie ertoe doet en wie aan de rand mag blijven staan.'
Henrike benadrukt dat de dominante verhalen niet alleen van invloed zijn op de manier waarop we naar onderwijs kijken, maar ook op de manier waarop we leerlingen en studenten in het onderwijs naar de wereld leren kijken. Ze geeft een voorbeeld: 'Palestijnse joden en Palestijnse christenen zijn groepen die in dominante verhalen vaak onzichtbaar blijven achter dat ene versmalde beeld van ‘Arabieren en moslims’, maar die net zo goed slachtoffer zijn van het voortdurende geweld. Dat laat zien hoe machtige partijen verhalen kunnen inzetten om groepen tegenover elkaar te zetten en onrecht te vergoelijken – precies de reden waarom onderwijs een plek moet zijn waar ook andere verhalen verteld en geoefend worden.'
De klas als plek van onmacht én oefenplaats
Henrike benadrukt dat het niet alleen de crises zelf zijn die zo ontwrichtend werken, maar net zo goed de manier waarop volwassenen en vooral machthebbers erop reageren – of níet reageren. 'De oorlogen, de klimaatcrisis, de ontvoering van een staatshoofd door de huidige Amerikaanse president en de manier waarop Europese landen zich daarin schikken: mede door sociale media is dit niet langer abstract nieuws voor jongeren. En ook niet voor docenten. De onmacht dringt door tot in de klas: als willekeur de maatstaf wordt in de internationale rechtsorde, wat zijn rechten dan nog waard? Wie is dan veilig en vooral: wie niet?'
Henrike snijdt hier een groeiend ongemak aan: 'We kunnen het gesprek hierover niet meer uit de klas houden. Dat alleen al vergt moed. Als volwassenen blijven zwijgen zien kinderen dat. Ze zien docenten die doen alsof er niets aan de hand is, terwijl de wereld letterlijk en figuurlijk in brand staat. Dat ondermijnt vertrouwen – in volwassenen, in institutiesen in de mogelijkheid van verandering.'
Toch pleit Henrike niet voor eindeloze marathons van moeilijke gesprekken waarin je samen het midden moet vinden. Haar zoektocht is juist gericht op de vraag hoe je ondanks alles niet in een staat van verlamming vervalt. Ze beschrijft hierbij de kenmerken van veerkrachtige mensen, waar ze ook in haar boek over schrijft. 'Het gaat om het onder ogen zien van de realiteit: durven benoemen dat de wereld onveilig kan voelen en dat het ok is om deze gevoelens ook in de school en in de klas ruimte te geven. Het is echter belangrijk om hier niet in te blijven hangen, maar om je samen, in wisselwerking, een toekomst voor te stellen die de moeite waard is. Natuurlijk kan je het daarbij over wereldvrede hebben, maar het is ook belangrijk om het terug te brengen tot een laag waarop je handelingsmogelijkheden kunt ervaren. Bijvoorbeeld: aan het eind van dit uur kunnen we iets dat we nu nog niet kunnen en we helpen elkaar daarbij. In die beweging – van benoemen, naar verbeelden, naar in beweging komen – ervaren leerlingen dat ze niet alleen drijvend hout zijn in een kolkende rivier, maar dat ze zelf ook invloed hebben.'
Regeneratie: van schade beperken naar leven voeden
Waar moet je je dan op richten als alles zo groots en verstrengeld lijkt? Henrike stelt een andere focus voor: niet langer alleen schade beperken, maar de vraag stellen wat het leven nodig heeft om te kunnen floreren. Dat geldt voor ecosystemen, maar net zo goed voor een klas, een docententeam, een school.
Hoe leer je conflicten uitvechten zonder elkaar te vernietigen?
'Een regeneratieve mindset vertrekt niet vanuit controle en beheersing, maar vanuit verbondenheid. Kennis over biologische processen wordt dan net zo relevant als wiskundige of taalkundige kennis, omdat je wilt begrijpen hoe systemen groeien, ontregeld raken en herstellen. Relaties worden geen facultatieve bijzaak, maar fundament: hoe leer je conflicten uitvechten zonder elkaar te vernietigen? Hoe repareer je vertrouwen als het beschadigd is? Hoe oefen je met eerlijkheid over pijn, schuld en verantwoordelijkheid, juist in een tijd waarin racisme, ongelijkheid en polarisatie niet buiten de deur te houden zijn?'
Henrike schuwt het niet eerlijk te zijn. 'We zijn allemaal opgegroeid in systemen die zich laten kenmerken door racisme en ongelijkwaardigheid, dus die systemen zitten óók in ons. De vraag is niet of jij een racist bent of dat ik dat ben. Dat kan namelijk niet anders. De vraag is of je bereid bent dit te erkennen, zonder in verlammende schuld te blijven hangen. Pas dan kun je andere keuzes maken, je handelen bijstellen en kan het klaslokaal iets anders worden dan een ruimte die pretendeert neutraal te zijn: een plek waar een nieuwe cultuur kan worden geoefend.'
Alledaagse weerstand als daad van verzet
Moed en weerstand klinken groot, maar in het gesprek keert Henrike steeds weer terug naar het alledaagse. 'Een docent die besluit om niet meteen het boek open te slaan, maar eerst te vragen wat de gebeurtenissen van die week met de leerlingen doen. Een docententeam dat stopt met het normaliseren van kleinerende opmerkingen of subtiel racisme en zegt: “Niet in onze school”. Een schoolleider die samen met het team kritisch kijkt welke volgsystemen en welke toetsen daadwerkelijk het leren en ontwikkelen van leerlingen dienen en welke alleen het systeem voeden.'
We hebben geen helden nodig die alles zeker weten
'In de praktijk komt handelingsverlegenheid vaak voort uit angst om het verkeerde te doen. Maar niets doen is óók een keuze en jongeren zien dat haarscherp. Ze zien dat volwassenen weten dat de wereld onveiliger wordt, dat ecosystemen uitgeput raken en dat er nauwelijks over wordt gesproken, laat staan dat er wordt ingegrepen.'
'Dit is pedagogisch enorm verwarrend. Want wat leren we kinderen dan? Ze leren dat je kunt weten dat iets fout gaat en toch doorgaan. Dat je verantwoordelijkheid kunt ontlopen. En dit tast hun vertrouwen aan – niet alleen in volwassenen, maar ook in hun eigen vermogen om verschil te maken. De uitdaging is dan ook om onvolmaakte stappen te durven zetten: ‘taking imperfect action’. Ik pleit niet voor pasklare antwoorden, maar voor aanwezig durven zijn. Zeggen: ik weet het ook niet precies, maar ik zie dit en ik voel dat en ik neem het serieus. We hebben geen helden nodig die alles zeker weten. We hebben mensen nodig die durven te bewegen, mét elkaar, terwijl ze leren. Dat alleen al kan vertrouwen herstellen.'
Een NIVOZ-onderwijsavond met Henrike
Met Henrike duiken we in de vraag hoe regeneratief onderwijs eruit kan zien in de realiteit van jouw school en jouw klas. Hoe geef je vorm aan moed als je zelf onmacht ervaart? Hoe bied je weerstand op een manier die niet nóg meer uitput, maar juist veerkracht en verbondenheid voedt? Hoe ga je om met de grote wereld in de kleine ruimte van de klas?
Wie zich herkent in de spanning tussen wat je leerlingen gunt en wat het systeem van je vraagt, wie merkt dat een beroep op ‘neutraliteit’ niet langer werkt en wie zoekt naar taal, voorbeelden en handvatten om hier niet in eenzaamheid mee te blijven worstelen, is op deze avond meer dan welkom. Niet om kant-en-klare antwoorden op te halen, maar om samen met Henrike en andere onderwijsprofessionals te oefenen in dat waar het dit jaar bij NIVOZ om draait: de moed om het anders te doen.
Meer informatie en tickets voor de avond vind je hier.
Reacties