Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Over een creativiteit van de verbeelding: de school als speelplaats & cultuuronderwijs als schatbewaarder

23 april 2019

Inge Spaander werd gevraagd te onderzoeken hoe cultuuronderwijs ‘creativiteit’ beïnvloedt. Als docent media, onderwijsmaker en (onderwijs)schrijver begon ze bij waar je dan moet beginnen. Wat is creativiteit en wat hebben we eraan? Wat volgde was een heldere uiteenzetting, met een belangrijke boodschap: ‘Zonder een creativiteit van verbeelding zal het ideaalbeeld van onze maakbare wereld snel vastgeroest raken.’ Een boeiend artikel over de school als speelplaats & cultuuronderwijs als schatbewaarder.

“Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.” - Albert Einstein

Als kind kromp ik ineen als het woord ‘crea-middag’ viel op school. Crea-middag was knutselmiddag. Kon ik tijdens de lessen rekenen en taal nog lekker wegdromen en toch goed presteren, bij crea-middag had ik alle aandacht nodig bij de taak en faalde ik alsnog. Mijn grootste marteling was een houten trekpop die we in groep zeven zelf aan de hand van een voorbeeld moesten uitzagen en volgens een bepaald patroon moesten beschilderen. De pop kreeg een 5 en heeft jarenlang onaf bij mijn ouders in de keuken gehangen, de verf op de armpjes uitgesmeerd door mijn tranen. Ik haatte creativiteit.

‘Maar dat is toch helemaal geen creativiteit? Iets namaken? Ik wil juist dat leerlingen zelf een invulling bedenken. Dat is wel lastig: vaak klappen ze dicht. Dat wel kunnen is, denk ik, creativiteit.’  

Else-Marike Visser, basisschoolleerkracht en docent bij de pabo van Thomas More Hogeschool, reageert op mijn verhaal en stipt daarna een belangrijk punt aan: ’Hoe kan ik als basisschooljuf creativiteit stimuleren, als ik zelf niet goed weet wat het is en hoe je het doet?’ Ik weet het ook niet. Vroeger huilde ik uit frustratie de verf van mijn knutselwerkjes af, nu zit ik met plezier dagen te puzzelen op een goede tekst. ‘Creatieve invalshoek heb je gekozen, heel vernieuwend,’ zegt een opdrachtgever soms. In bijna alle verklaringen van creativiteit vinden we dat woord ‘nieuw’.

Ken Robinson, een Engelse (kunst)onderwijsexpert die eenTedtalk-hit scoorde met zijn ‘schools kill creativity verhaal, omschrijft creativiteit als het proces van het krijgen van nieuwe ideeën met waarde. Klinkt mooi: maar wie bepaalt wat waarde heeft?

In de kunstwereld wordt creativiteit veel vaker gezien als de mogelijkheid tot verbeelding. Hoewel het woord nieuw hier niet in voorkomt, zou je wel kunnen stellen dat iets wat je je verbeeldt, altijd iets niet-bestaands is. In deze uitleg heeft alle verbeelding waarde, omdat het nieuw is. Nieuw voor jou, of nieuw voor de wereld. Het tegenovergestelde is waarvoor verschillende definities waarbij het vinden van oplossingen vaak de kern van creativiteit vormt. Creativiteit moet dan effectief zijn. En als de oplossing het eindpunt is, is een probleem dus het startpunt.

 In onze maakbare samenleving is deze uitleg van creativiteit als oplossend vermogen niet vreemd. We hebben ons toegelegd op het tot in de puntjes vormgeven van de wereld en de samenleving. Ons handelen moet leiden tot het dichterbij een ideaalbeeld komen. Een creativiteit die dat ideaalbeeld niet dichterbij brengt, maar problematiseert of durft te bevragen, is dan niet effectief.

Ons handelen moet leiden tot het dichterbij een ideaalbeeld komen. Een creativiteit die dat ideaalbeeld niet dichterbij brengt, maar problematiseert of durft te bevragen, is dan niet effectief.

Een strooptocht langs creativiteiten
Ik besluit op strooptocht te gaan door Rotterdam. Als niemand precies weet wat creativiteit is, zal er vast veel van zijn. En dat lijkt te kloppen. Ik vind de creativiteit van Ken Robinson bijvoorbeeld op basisscholen die naschoolse programma’s aanbieden waar naast sport ook tijd is voor kunst. Je ziet dat bijvoorbeeld terug op de Mariaschool, maar ook in brede schoolprogramma’s. Onderliggende waarde is dan vaak ‘ontdekken waar je goed in bent/wat je leuk vindt’.

Ik stuit ook op creativiteit als leermiddel. Reken- en taallessen in het Boijmans bijvoorbeeld laten het mes aan twee kanten snijden: de kinderen het museum in, de lesstof de hoofdjes in. Ik stuit ook op pogingen om het vermogen tot verbeelding mee te geven. In het middelbaar onderwijs wordt volop geëxperimenteerd met het Rotterdams CKV, waarbij scholen en instellingen samen een passend ckv-programma maken en ieder jaar is er het EAF Scholieren Theaterfestival (Hofplein) waar scholieren elkaars stukken bekijken en jureren en met elkaar in gesprek kunnen over theater en andere zaken.

Voor basisscholen zijn er mooie programma’s in musea, die via het KCR ook in het Cultuurtraject Rotterdam kunnen worden gevolgd. Villa Zebra als kunstlaboratorium voor kinderen is een mooie plek waar kinderen worden gestimuleerd tot verbeelding. In Rotterdam is er ook veel ruimte om je creativiteit op ambachtelijke en professionele wijze te ontwikkelingen: je kunt op onze scholen echt goed worden in bijvoorbeeld theater en dans.

Jong geleerd is oud gedaan, maar het biedt ook iets anders. Zo vertelt een leerling die theaterlessen volgt op school: ‘Tijdens die lessen kan ik op een andere manier nadenken over het leven, en het leuke is dat de andere leerlingen in die klas me ook begrijpen en kunnen helpen om verder te komen.’ En bijzonder: ook buiten onze scholen vindt cultuureducatie plaats. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs zag ik bijvoorbeeld het stuk Hikikomori bij Studio De Bakkerij, theater gemaakt door jongeren, maar niet verbonden aan een onderwijsinstelling.

Maken als nieuwe vorm van cultuuronderwijs
Lekker veel creativiteit, dus. Ik vind zelfs creativiteit op plekken waar je het misschien minder zou verwachten. Tijdens de Maand van Cultuuronderwijs bezoek ik Make!: een tweedaagse over maker education georganiseerd door Willem de Kooning Academie, Hogeschool Rotterdam en KCR. Ik vind daar kunstdocenten, maar ook docenten techniek, filosofie en biologie. Samen werken ze aan lesmateriaal waarin het maken centraal staat. Het idee is dat leerlingen op die manier geen consument, maar producent zijn en zichzelf naast kennis ook veel vaardigheden eigen kunnen maken.

Dat makereducation in Rotterdam in opkomst is, hoeft geen verrassing te zijn. Met aan de ene kant de havens en aan de andere kant een grote creatieve industrie sluit het makereducation aan bij de toekomst van Rotterdamse leerlingen. Makereducation biedt daarnaast veel ruimte voor vaardigheden die handig zijn in de huidige samenleving: programmeren, samenwerken, kritisch denken, reflecteren en ja..., creatief denken. Maar is creatief denken hetzelfde als creativiteit? Is maken de nieuwe creativiteit? En is makereducation nog wel cultuuronderwijs?

De paradox van de creativiteit
Het voelt als een paradox: creativiteit gaat een steeds grotere rol spelen in het onderwijs en in de samenleving, maar daardoor lijkt de meer traditionele creativiteit, de verbeelding, minder belangrijk te worden. Scholen focussen op maakonderwijs, zien creativiteit als een lesmethode om cognitieve resultaten te boeken en omarmen het creatief denken als een beroepsvaardigheid in plaats van een levensvaardigheid. Hoe meer creativiteit als doping voor de ideale burger en werknemer en als stimulans voor de economie wordt gezien, hoe meer we verbeelding nodig hebben om die ontwikkeling te onderzoeken, te bevragen en uit te dagen.

Mag creativiteit dan geen nut hebben? Want ook dat voelt als een paradox: met cultuuronderwijs stimuleren we creativiteit, maar dat mag vervolgens niets opleveren. ‘Natuurlijk wel,’ zegt Danielle Baggermans, docent Beeldende Vorming in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, ‘ook zo’n creativiteit doet van alles voor het individu en de samenleving. Het gaat erom dat je vanuit creativiteit een verbinding kunt maken met het echte leven. Jouw gevoel, de wereld van anderen. Het geeft je de mogelijkheid om wat je leert en voelt te onderzoeken en een plek te geven in jouw leven. Dat kan alleen als je hier als docent echt de ruimte voor geeft.

Het gaat erom dat je vanuit creativiteit een verbinding kunt maken met het echte leven. Jouw gevoel, de wereld van anderen. Het geeft je de mogelijkheid om wat je leert en voelt te onderzoeken en een plek te geven in jouw leven.

In een wereld van verbeelding mag alles bestaan. ’Een mooi voorbeeld van hoe dit kan werken vinden we in het hbo. De lerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn van de Hogeschool Rotterdam werkt samen met het Rotterdams Centrum Voor Theater. Monique van den Heuvel, docent bij die lerarenopleiding, legt uit: ‘Met die samenwerking creëren we een levensechte speelruimte voor studenten waarin ze hun maatschappelijke en pedagogische opdracht als docent met behulp van theater kunnen ervaren. Ze onderzoeken thema’s als eenzaamheid en acceptatie en spelen en reflecteren rondom deze thema’s. Alles mag er zijn. Op die manier voelen ze hun eigen ervaring en betrokkenheid en die van anderen. ’Die verbeelding maakt dus dat je je kunt inleven in de ander, dat je empathie voelt en dat je de wereld kunt beschouwen vanuit andere perspectieven.

Verschillen die creativiteiten dan zo erg van elkaar? Martijn, een van mijn medialeerlingen verwoordt het als volgt: ‘Als u ons een vrije opdracht geeft, baal ik daar soms van. Dan weet ik dat ik aan het werk moet. Bedenken, bespreken, uitproberen, vind ik het niet goed, begin ik opnieuw. Ondertussen bemoei ik me met de anderen, want ik snap dan bijvoorbeeld echt niet waarom er zo nodig iets met vloeken in hun werk moet. Als mijn werk dan af is, is het toch niet af, want ik heb meteen al weer allemaal andere dingen bedacht.’

Hij benoemt een kenmerkend verschil. Een creativiteit van oplossingen gaat uit van een streven naar verbetering. Je begint bij a en eindigt bij b. Is b beter dan a? Dan ben je klaar. Een creativiteit van verbeelding gaat over jezelf en de ander leren kennen, een wereld vormgeven. Iets dat nooit af kan zijn, want nieuwe ervaringen bieden continu nieuwe input. Ook deze creativiteit heeft dus een doel, maar is gericht op een voortdurende interne ontwikkeling van de mens in zichzelf en in de wereld.

Creativiteit als onderligger voor ontwikkeling van identiteit, inclusiviteit en brede talentontwikkeling
Deze conclusie roept een vraag bij me op. Het KCR heeft naast de invloed van cultuuronderwijs op creativiteit ook onderzocht hoe cultuuronderwijs invloed heeft op identiteit, inclusiviteit en brede talentontwikkeling. Zijn deze thema’s gelijksoortig? Creativiteit als verbeelding is wat mij betreft niet zozeer het vierde thema, maar eerder de motor voor de andere drie. Verbeelding helpt je je identiteit te vormen, te stretchen en tegen het licht te houden. Verbeelding helpt je de ander te begrijpen, waardoor het inclusiviteit kan bevorderen. En tot slot, wie durft te verbeelden, kan op zoek naar zijn talenten en reflecteren op zijn ervaringen hiermee.

De school als speelplaats
Creativiteit als verbeelding helpt de mens en samenleving ontwikkelen, maar kan daardoor ook juist weerstand bieden aan die samenleving. Niet enkel oplossingen bieden, maar ook vragen stellen en problemen duiden. Het is een creativiteit die we nodig hebben in een wereld waarin alles snel, efficiënt en goed moet zijn. Voor onszelf, maar ook voor de ander: waar doet onze maakbare wereld pijn?

School zou de speelplaats voor creativiteit moeten zijn: creativiteit beoefen je, er is geen goed of fout, geen eindpunt. Die speelplaats maken en behouden kan de school niet zonder een sterk ontwikkeld cultuuronderwijs. De school staat onder druk van precies die krachten die ook het creativiteitsbegrip kapen en een nieuwe invulling geven. Zij ontkomen maar moeilijk aan opgelegde veranderingen en verwachte koerswijzigingen. Else-Marike Visser zegt daarover: ‘De school heeft te weinig tijd en ruimte om creativiteit te stimuleren, andere zaken lijken vaak urgenter.’

De school staat onder druk van precies die krachten die ook het creativiteitsbegrip kapen en een nieuwe invulling geven.

Cultuuronderwijs als schatbewaarder
Precies daarom heeft onderwijs het cultuuronderwijs nodig als schatbewaarder van de verbeelding. Cultuuronderwijs dat een speelplaats waarborgt waar creativiteit wordt gestimuleerd in plaats van geïnstrumentaliseerd. Het KCR biedt daar met onder meer het Cultuurtraject Rotterdam goede mogelijkheden voor. Wired Rotterdam, dat naast projecten en festivals voor leerlingen ook expertmeetings organiseert en het Rotterdams CKV zijn mooie initiatieven waar (kunst)docenten, kunstinstellingen en de wereld buiten de kunst bij elkaar komen. Hopelijk zijn deze initiatieven een antwoord op de vraag hoe de cultuursector en het cultuuronderwijs het belang van verbeelding op het netvlies van alle docenten houden, ook binnen de school. Want zonder verbeelding zal het ideaalbeeld van onze maakbare wereld snel vastgeroest raken.

Dit artikel verscheen eerder op de website van het KCR. En is bewerkte vorm hier terug te lezen.

Inge Spaander is docent Media, Maatschappijleer en ondernemerschap en is daarnaast begeleider bij Acato, een plek voor jongeren met autisme en thuiszitters. Ze is lid van Meetup010 en schijft over onderwijs.

Het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) is de brug die onderwijs en cultuur met elkaar verbindt in Rotterdam. .Het wil zoveel mogelijk kinderen met cultuuronderwijs in aanraking laten komen. Wij inspireren, stimuleren en motiveren het onderwijs, culturele instellingen, beleidsmakers en bestuurders. We helpen scholen met de opdracht van het Ministerie van OC&W: het ontwerpen en invoeren van langere leerlijnen voor cultuuronderwijs. Dat doen we vanuit hun eigen visie en cultuur.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief