Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Grote broer - raadgever

3 april 2025

‘De juf mag mij niet’, zegt ze. Haar blik is verwilderd. ‘Ik kan niets goed doen. Volgens mij wil ze gewoon dat ik blijf zitten.’ Docent Nederlands Mike Louwman krijgt te maken met een meisje dat stug volhoudt dat haar docent een hekel aan haar heeft. Terwijl Mike probeert haar idee te ontkrachten, moet hij terugdenken aan een situatie uit zijn eigen schoolcarrière, waarin zijn grote broer hem liet inzien dat er wat anders ten grondslag lag aan het gedrag van de leerkracht. Dit is deel 2 uit een reeks verhalen over ‘de leraar als grote broer’.

Erboven of ertussen staan, mijn eerste jaren voor de klas draaiden om dit dilemma. Wat was mijn rol als docent? Stond ik boven de leerling, als alwetende volwassene? Of was ik één van hen, als pas afgestudeerde ex-leerling? Zonder het te weten stond ik al die jaren niet boven of tussen maar naast de leerlingen. Ik volgde hierin het voorbeeld van mijn broer, die al 37 jaar naast me staat. In de klas kon ik eindelijk een grote broer zijn; de verwezenlijking van een lang gekoesterde wens.

‘Zij mag mij niet’, zegt ze. Haar blik is verwilderd. ‘Ik kan niets goed doen. Volgens mij wil ze gewoon dat ik blijf zitten.’ Haar schouders hangen. Ik vraag het me af - nou ja, eigenlijk vraag ik het me helemaal niet af. ‘Natuurlijk wil ze dat niet’, zeg ik. Ik ken de collega goed genoeg en al was dat niet het geval, dan was ik er evengoed van uitgegaan. De leerling kijkt naar mij en beweegt met haar stoel. ‘Ja, dat kun jij zeggen. Maar jij bent er niet bij in de les. Ze heeft echt de pik op me’, zegt ze. Haar gemoed staat op instorten. Ik probeer het mijne op afstand te houden ‘Wat gebeurt …?’ vraag ik. Ze antwoordt voor ik mijn zin heb afgemaakt. ‘Nou, kijk, Emilie kwam dus binnen, en zij was jarig, dus ik riep alleen maar: gefeliciteerd, schat. Of zoiets. Meer niet, ik zweer je.’ 

Op de basisschool zat ik, zoals iedereen, op een gegeven moment in groep 6. In groep 6 zat ik, net als in de voorgaande groepen, naast Bart. In groep 6 stonden de tafels ineens in groepen en schoof Stefan aan. Stefan was een vriend van ons die we graag plaagden. Stefan vond dat net zo leuk als wij, althans, daar gingen we vanuit. Op een middag schoven Bart en ik tijdens het opruimen onze troep onder de tafel van Stefan. We lachten alle drie, althans, zo probeerde ik het me te herinneren. Ik werd betrapt en moest na schooltijd het hele lokaal stofzuigen. ‘De juf heeft de pik op me’, brieste ik thuis tegen mijn broer. Hij was net oud genoeg om te weten dat dat niet zo was, of hij was om die reden mijn oudere broer. ‘Wat was er dan?’, vroeg hij. ‘Nou,’ zei ik trillend, ‘er was dus helemaal niks. Ik kan niets goed doen. Ik was gewoon aan het opruimen.’

Mijn broer ontfutselde me vervolgens onbedoeld het echte verhaal, zoals ik de leerling onbedoeld het echte verhaal ontfutselde. We speelden Fifa en ik legde uit dat we Stefan hadden opgezadeld met onze papiersnippers. Mijn broer luisterde en speelde. Stefan had niet eens geknutseld, hij was nog bezig met zijn rekensommen. Terwijl ik het vertelde, voelde ik me schuldig over wat er was voorgevallen. Ik vond Stefan hartstikke aardig en mijn juf eigenlijk ook. Ik schaamde me voor wat ik had gedaan. ‘Nu zal ze wel helemaal een hekel aan me hebben’, somberde ik. Mijn broer liet een grote kans liggen op de 2-1. Het werd verlenging. ‘Ach nee, dat valt vast mee’, zei hij. ‘Je kunt er morgen toch even op terugkomen? Daar gaat het vooral om, denk ik.’ Ik knikte. ‘En heb je Stefan al gesproken?’ 

Het was tijdens een toets. Jarige Emilie kwam te laat binnen en werd luid toegezongen door haar vriendin, die aan tafel - inmiddels gehuld in berusting - haar reconstructie vervolgt. ‘Ik was gewoon nerveus, weet je, voor die toets en dan ben ik gewoon snel afgeleid, helemaal door Emilie.’ Ze vertelt hoe de ‘hiep hiep hoera’ organisch overliep in een enorme bende. De klas had de hele pauze moeten blijven om de toets af te maken. De docent was witheet. ‘Dat snap ik’, zeg ik. ‘Ik ook wel’, zegt de leerling. Ze haalt diep adem. ‘Maar ze blijft er zo in hangen. Het is echt zo. Ze mag me niet. En dat wil ik helemaal niet. Ik moet nog vet lang met haar verder.’ Ze klinkt wanhopig. ‘Welnee’, zeg ik, vrolijker dan bedoeld. ‘Welnee?’ Ik denk na. ‘Welnee, ik bedoel, zo werkt het niet, dat ze je niet mag.’ ‘Nee?’ ‘Nee, het is maar een moment. Het vervolg, daar gaat het om, denk ik.’ ‘Huh, hoe bedoel je?’ ‘Nou,’ zeg ik met de snippers in mijn achterhoofd: ‘je zou er morgen op kunnen terugkomen.’ Even is het stil. ‘En niet alleen bij je docent.’

Mike Louwman is leraar Nederlands op het Vathorst College in Amersfoort en schrijft al jaren als blogger voor NIVOZ

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief