Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Een puber, de mentor en ik

27 januari 2020

Het afstudeeronderzoek van de master Pedagogiek leerde Kim van Haeften dat mentoren belangrijk zijn. Wanneer zij humor gebruiken en in gesprek gaan over wat jongeren bezighoudt op dat moment, voelen jongeren zich gezien, is er aandacht voor hen. Belangrijker zijn gesprekken over wat hen roert, hoe ze groepen vormen, wat te doen met buitensluiten en wat te doen met pestgedrag of stress. Met die wetenschap ging Kim het gesprek in met de mentor van haar zoon en haar zoon zelf. Alleen liep dat gesprek net even anders dan verwacht.

Daar zitten we, mijn zoon en ik. Hij in de tweede van de middelbare, ik ongemakkelijk, want mijn hoofd wil nog niet zo. Mijn partner is voor werk in Frankrijk. Ik kon niet op de ouderavond, te veel prikkels en vandaar dat de mentor het wel goed leek ons nu te laten komen. ‘Dan kunnen we kennis met elkaar maken’. Er moest ook nog wat huiswerk door ons als ouders gemaakt worden. Een soort ‘we leren elkaar kennen opdracht met doelen om naartoe te werken en sterke en zwakke kanten’, Blij gestemd met het vooruitzicht elkaar te leren kennen en in gesprek te gaan, ga ik mee.

Mijn afstudeeronderzoek van de master Pedagogiek leerde me dat mentoren belangrijk zijn, nabij. Wanneer zij humor gebruiken en in gesprek gaan over wat jongeren bezighoudt op dat moment, voelen jongeren zich gezien, is er aandacht voor hen. Belangrijker zijn gesprekken over wat hen roert, hoe ze groepen vormen, wat te doen met buitensluiten en wat te doen met pestgedrag of stress. Belangrijker dan alleen steeds gesprekken over cijfers, toetsen en andere organisatorische dingen.

Al vrij snel voelt het alsof ik op het matje zit, of mijn zoon op het matje moet komen. Er wordt nog net geen vinger gewezen, geen preek gegeven, maar tussen de regels door wordt iets gezegd maar niet hardop. ‘Nou,’ en alleen dat woord laat al horen dat daarna een boodschap komt die niet positief is, ‘hoe vind jij dat het gaat?” Ook mijn zoon ontgaat de toon niet, want hij kijkt als een verschrikt hert naar mij. Van te voren hebben we gesproken over hoe hij het vindt gaan. Deze toon hadden wij beiden niet verwacht.

Mijn zoon vertelt thuis altijd ontzettend veel. Zijn hoofd staat niet stil. Zo staat hij in de pauzes nog bij zijn oude klas, de nieuwe is nog zo onwennig. Er zijn nieuwe jongens waar hij net wel en net niet bij hoort, omdat zij een game spelen die hij niet heeft. Thuis rent hij naar boven en kijkt hij online mee om er toch enigszins bij te kunnen horen. Hij hoeft de game niet per se te hebben. Zo hoeft hij ook niet bij pesters te horen of meelopers of gepeste kinderen. Hij ziet ze wel allemaal, ziet wat ze doen, voelt hoe ze voelen, bespreekt met ons, probeert grip te krijgen op hun gedrag en hoe hij zich daartussenin vorm geeft. Hij wil stoer doen, niet suf, wil niet te stoer doen en stoeien, wil aardig zijn tegen meisjes maar niet klef, wil best leren maar zegt wel eens van niet, blijft ziek op school omdat zijn net nieuwe vriend vraagt of hij blijft, belt huilend op omdat iemand hem voor de grap een trap geeft, koopt iets voor een nieuwe vriend in spé. Hij leert zichzelf kennen, komt losser van ons als ouders, heeft ons keihard nodig. Snapt veel en toch ook nog niet. Is moe en wel heel vroeg wakker. Knuffelt zich suf met ons en moppert en knort. Precies zoals iemand in zijn tweede jaar van de middelbare kan zijn. Een jongere die zich meet met “peers”. Peers die het meest belangrijk zijn. Communicatie, humor, nabijheid en beschikbaarheid bieden zijn vrienden en wij. Over leren en huiswerk hebben we het ook, maar minder vaak.

En de mentor stelt dezelfde vraag al een paar keer net even anders: ‘Bij welk vak ga ik van die leraar horen dat jij zoveel beter je best bent gaan doen?’
Ik denk dat ík toen steeds even keek als een verschrikt hert. We gingen geen gesprek voeren of elkaar leren kennen. We kregen een standje. Zij wilde niet weten hoe mijn zoon ploetert en denkt en hoe zijn binnenste is.

Mijn zoon, die het meest leert wanneer het gaat over aandacht voor een ander. Wanneer iemand een inkijk geeft in zijn binnenste is hij gefascineerd en betrokken. Wanneer hij niet begrijpt waarvoor iemand doet wat hij doet, hebben we het erover.

Ik deed een poging. Was van plan mijn zoon te laten vertellen, haar de kans te geven hem te leren kennen. Want wat is mooier dan een inkijk in iemands binnenste. Wat is mooier dan de wens de ander te leren kennen, zijn openheid te waarderen en beschikbaar te zijn. Hij bleef echter met een kleur op zijn wangen nadenken wat zij nou toch bedoelde. Ik wist ook nog niet welk antwoord correct was, wanneer zij tevreden was met haar voorbedachte vraag en al bedacht antwoord. Ik vertelde over zijn worstelingen met het leren een plek te verwerven in een nieuwe groep. Ik vertel over het zichzelf blijven, het delen daarover met ons, het begrijpen en niet begrijpen van gedrag van anderen. Het onzeker zijn, eigen kracht vinden, leren. Niet te veel weg geven van zichzelf, want dat is een lastig punt. Weten wat de grens is en de verantwoordelijkheid nemen wanneer je daar overheen gaat. Keuzes maken en daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Zien welke leiderschapskwaliteiten hij heeft. Dat huiswerk en leren hem best afgaat maar zijn prioriteit niet heeft en dat we daar aan werken. Dat we iedere zondag plannen, vooruit kijken. Hem leren hoe te leren.

En zij keek naar haar blad en zei: ‘Ja, en waar bij welk vak ga ik dan van de leraar horen van: “Zo, die Sil is echt beter zijn best gaan doen?”’
Mijn zoon gokte een vak, vergat deze vervolgens direct. Ik ook.

En de huiswerkopdracht met doelen kreeg geen vervolg. Mijn zoon was er eerder die week trots mee thuis gekomen en had vader, broer en mij de opdracht gegeven. We hadden er een prachtig gesprek over. Onze doelen, kenmerken, sterke en zwakke kanten in ons leven. Op school was het verworden tot een paar lijnen en woorden op papier. Zoals mijn zoon met zijn grote binnenste verworden was tot iemand die opviel in de les of niet opviel in de les.

Ik zou het over willen doen. Ik zou haar willen uitnodigen te vertellen wie zij is. Ik zou wensen dat mijn zoon dan kan vertellen wie hij is en wat hij nodig heeft. Ik zou luisteren, beschikbaar zijn en nabij. Ik zou denken dat mijn zoon dan wel weet waar zij het over heeft en dat ze dan te allen tijde kan vragen of hij soms wat minder kan doen waar een leraar zich aan stoort.

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein en ook afgestudeerd aan de Opleiding Ecologische pedagogiek. Voor NIVOZ-platform hetkind heeft ze al vele blogs geschreven.

Reacties

1
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


D.G. Brinksma
6 maanden en 5 dagen geleden

Wat verschrikkelijk verdrietig allemaal. De leerkracht moet eerst zichzelf geven voordat hij wat terug krijgt. Zoooo simpel ontstaat verbinding. Ach, die jongen.

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief