Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De taal, die redt zich wel

25 april 2018

Het Nederlandse onderwijs glijdt af, en de leesvaardigheid van leerlingen gaat achteruit, stelt het jaarlijkse Onderwijsverslag van de Onderwijsinspectie vast. Renske Valk kijkt om zich heen en ziet helemaal geen afglijdend Nederlands onderwijs, maar leraren en scholen die bezig zijn met de bedoeling van het onderwijs, met het motiveren van leerlingen, met zichzelf opnieuw uitvinden. Haar verhaal, over (meer dan taal): ‘Als we allemaal een beetje ons best doen, dan verstaan we elkaar wel. In het Nederlands. En als dat niet lukt in het Engels. Of met nog wat handen en voetenwerk als ondersteuning. Saamhorigheid hoeft niet stuk te lopen op taal.’

Onze natie is tot op heden nog nooit zonder taal komen te zitten. Ik kan me niet voorstellen dat er perioden zijn geweest waarin de samenleving ophield te functioneren omdat de communicatie was stilgevallen bij gebrek aan werkende taal. Nee, nee. Taal zorgt er wel voor dat taal werkt. Die gedachte dringt zich altijd op, op momenten dat er weer onheilsprofetieën worden uitgestort over de taalvaardigheid van onze jeugd, een verschijnsel dat waarschijnlijk net zo oud is als de taal zelf.

Die gedachte kwam ook op, toen ik vorige week in een restaurant mijn kop gemberthee in het Engels kreeg uitgeserveerd door een meisje dat ooit ergens in Scandinavië was geboren. Gokte ik. De Scandinavische was niet de enige van de serveerderscrew die niet van Duitschen bloed was. De voertaal in het restaurant was daarom afwisselend Engels, Nederlands en ook nog Spaans. We schrijven april 2018 en mij overviel een weldadig gevoel van internationalisme en wereldburgerschap. Maar goed, dat was in een hippe kantine ergens in het westen van het land.

Als we allemaal een beetje ons best doen… dacht ik toen ik later die dag de A12 opdraaide terug naar huis, dan verstaan we elkaar wel. In het Nederlands. En als dat niet lukt in het Engels. Of met nog wat handen en voetenwerk als ondersteuning. Saamhorigheid hoeft niet stuk te lopen op taal. En vergeet niet de nog amper ontgonnen mogelijkheden van Google-translate-achtige apps. Taal wordt een achterhaald ding. Nou, dat ook weer niet. Taal is gewoon een fluide middel, altijd al geweest. Boeiend, boeiend. Daarbij, ik kwam net terug van Curaçao, waar men met ogenschijnlijk gemak Papiaments, Spaans, Nederlands en Engels uitwisselt, soms zelfs in één zin. ‘Dus,’ zei ik hardop, ‘kom op … alle Menschen wirden Brüder, en we houden op met dat eeuwige normatieve gezeik over het Nederlands.’ Maar dat was in de beslotenheid van de eigen auto, na 20.00 uur ’s avonds met een rammelende maag.

Gelukkig word ik ’s ochtends genuanceerder wakker dan ik ’s avonds naar bed ga. Maar een aantal gedachten bleven hangen.

Het Nederlandse onderwijs glijdt af, en de leesvaardigheid van leerlingen gaat achteruit, stelt het jaarlijkse Onderwijsverslag van de Onderwijsinspectie vast. Ik kijk om mij heen en ik zie helemaal geen afglijdend Nederlands onderwijs. Ik zie leraren en scholen die bezig zijn met de bedoeling van het onderwijs, met het motiveren van leerlingen, met zichzelf opnieuw uitvinden. Tegen zo’n veranderende context moet je geen prestatiegegevens oude stijl houden. De leesvaardigheid gaat achteruit? Zou kunnen. Maar ik ben wel benieuwd naar de methodologische onderbouwing, want over zoveel jaren heen meten, met verschillende toetsen, in verschillende landen, … de ruis in al deze uitkomsten zou percentueel wel eens groter kunnen zijn dan de gemeten taalverschillen. Ik hoop niet dat ze hieruit conclusies gaan trekken die leerlingen weer jaren in een dwangbuis naar streefniveau 3f of welke niveau dan ook jagen. Want ook die niveaus vind ik een academische fictie. Moeizame beschrijvingen, die onze taal reduceren tot een systeem van structuren en woorden, nooit bedoeld als selectiecriterium. En een elitair register dat tot norm is verheven, in een speculatieve ordening naar moeilijkheidsgraad. Zie ik hierin de taal terug, zoals deze anno 2018 zich presenteert? De rijke diversiteit in woorden, stijlen, genres? De pragmatische werkelijkheid van de taal?

Taalonderwijs geven is een prachtig vak. Je moet er wel een taalmonster voor zijn, creatief, vindingrijk, humorvol. Je samen verwonderen over dit oeroude menselijke vermogen, leerlingen taalvaardig en taallenig maken. Samen ontdekken hoe de nieuwe tijd zich aandient in alle taaluitingen, de taal achter de taal ontleden. En nieuwsgierig zijn naar de taal die je nog niet kent, die je kunt ophalen op alle plekken behalve school. Waar je dán mee bezig bent… daar steken de meeste taaltoetsen maar bleekjes bij af.

Een ding vind ik wel erg. Dat we met bibliotheken vol wetenschappelijke publicaties over taal en taalverwerving, en meer dan 10 jaren beschikbare onderwijstijd onze allochtone leerlingen met onvoldoende taal van school laten gaan. Daarvoor mag het Nederlandse onderwijs zich een potje gaan schamen.

Renske Valk is hoofdredacteur Van Twaalf tot Achttien, vakblad voor het voortgezet onderwijs.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief