Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De ontwikkeling van jongens in het onderwijs: ’Ik kan niet wachten om hier mijn voordeel mee te doen.’

8 juli 2019

Natasja de Kroon merkt op dat er van haar als docent in het mbo echt iets anders wordt gevraagd in het begeleiden van jongens. Ook in de onderwijservaringen van haar eigen zoon ziet ze dat school een plek is waar hij niet gezien en niet begrepen wordt. Een plek die alle levenslust en energie uit hem zuigt. En dan is een boek zoals ‘De ontwikkeling van jongens in het onderwijs’ ineens een fantastische inspiratiebron. ‘Een boek voor iedereen die met jongens werkt en leeft. Ik kan niet wachten om hier mijn voordeel mee te doen.’

Een paar weken geleden liet ik tijdens een van mijn lessen een filmpje zien van Lauk Woltring over onderwijs aan jongens. Niet voor niets was ik gelijk enthousiast over de vraag om iets te mogen schrijven over zijn nieuwe boek ‘De ontwikkeling van jongens in het onderwijs’. Een onderwerp dat mij als professional maar ook als ouder mateloos interesseert.

Als docent op het mbo merk ik dat er van mij echt iets anders wordt gevraagd in het begeleiden van jongens. Keer op keer kom ik erachter dat al mijn (veel te lange en te verbale) instructies volledig voorbij zijn gegaan aan ‘de jongens’ in mijn groep. Bij de afronding van de periode kom ik erachter dat geen van de jongens alle opdrachten af heeft. Stuk voor stuk rennen ze naar de printer om het vereiste beoordelingsformulier alsnog uit te printen. En op mijn vraag waar opdracht 3 is, roept een jongen verbijsterd uit: “Mevrouw had dat dan gezegd? U weet toch dat ik altijd alles doe wat u vraagt?”

En ik realiseer me dat ik het voor hem niet zo heb gezegd dat hij heeft begrepen wat er van hem verwacht werd. Week in week uit heeft hij in mijn les gezeten, doorgaans vol goede wil, zonder iets mee te krijgen van mijn uitleg. Anderhalf uur lang werd de meest recente wedstrijd van Ajax geanalyseerd, zonder dat er een opdracht op papier verscheen. Van hem leerde ik dat je langer kunt praten over een wedstrijd dan dat de wedstrijd zelf duurt. Maar helaas is het mij niet gelukt om met mijn lessen over onderwijs deze passie bij hem aan te wakkeren.

Als ouder van een jongen

“School zou voor ieder kind de plek moeten zijn waar ze met veel plezier nieuwe dingen leren waar ze in hun latere leven op voort kunnen bouwen. Niet een plek waar ze zich met tegenzin elke dag heen slepen. School moet een plek zijn waar jonge mensen betekenis kunnen geven aan hun leven” (pag.57)

Ook als ouder worstel ik dagelijks met de positie van jongens in het onderwijs. Met nog een paar dagen basisonderwijs voor de boeg kan ik niet anders dan hopen dat het voorgezet onderwijs een nieuw begin mag zijn voor mijn zoon. Want de basisschool was op zijn zachtst gezegd geen succes. Inmiddels is het zo erg dat hij er zich elke dag met de grootste tegenzin heen sleept. Hij noemt het een gevangenis. Een toetsfabriek.

Voor hem is school een plek waar hij niet gezien en niet begrepen wordt. Waar hij keer op keer faalt op de toetsen. Een plek die alle levenslust en energie uit hem zuigt. Als vierjarige kwam hij nieuwsgierig binnen. Vol verwondering en nieuwsgierigheid. Open. Impulsief. Blij. juf was hem vaak kwijt. Dan was hij op stap. En werd hij hartelijk ontvangen in groep 8. Of in het kantoortje van de directrice. Maar helaas ging deze school dicht. En moest hij naar een andere school.

Op deze school was er iets heel ergs. Iets waarvan hij de naam niet wist. Maar hij kreeg er hoofdpijn van. Hoofdpijn die langzaam naar zijn buik ging. Na een paar weken wist hij hoe het heette: toets. De eerste van vele. Onze lieve slimme jongetje had het niet op toetsen. Juf werd boos als hij er op los gokte. En dus werd de toets een Ding.  Ons open nieuwsgierige sociale mannetje kreeg steeds vaker de deksel op zijn neus. Te druk. Te wild. Te…. Nu is hij moe voordat de dag begint. En schuilt hij het liefst achter zijn Playstation. Nog drie dagen en dan zit deze marathon erop. Nu maar hopen dat de middelbare school hem weer ‘aan’ krijgt en hem helpt zijn schoolhekel te overwinnen.

Het boek

De ontwikkeling van jongens in het onderwijs is een stevig boek. Letterlijk en figuurlijk. In bijna 300 bladzijden geven de schrijvers inzicht in de problemen die jongens in het onderwijs ervaren. Deze problemen worden vaak op de basisschool al zichtbaar. Jongens krijgen met eenzelfde Citoscore vaak een lager schooladvies vanwege houding en/of gedrag. Eenmaal in het voortgezet onderwijs stromen veel jongens af naar een lager niveau. In vervolgstudies kiezen jongens vaak verkeerd en hebben zij minder kans om hun studie af te maken.

Rode draad in het boek is dat ons onderwijs onvoldoende aansluit bij jongens. Ons onderwijs doet van jongs af aan een beroep op vaardigheden zoals empathie, zelfregulatie en planning die bij jongens (nog) niet of onvoldoende aanwezig zijn. Daarnaast leidt ‘typisch jongensgedrag’ zoals het naar buiten gerichte en regelmatig als ‘agressief’ aangemerkte gedrag vaak tot conflicten met en afwijzing door begeleiders. Deze conflicten leiden ertoe dat jongens zich niet aangesproken en geliefd voelen. In reactie hierop trekken ze zich terug of gaan ze in verzet, met alle gevolgen van dien.

 “Lage zelfwaardering is vernederend: dat gevoel is onverdraagbaar en kan leiden tot het externaliseren van zelfhaat via projectie op anderen” (pag.26)

Jongens worden vaker berispt dan meisjes. Voor hetzelfde gedrag worden ze onbewust drie keer vaker berispt. Dezelfde prestatie op een toets wordt vaak lager gewaardeerd dan dezelfde prestatie van een meisje.

Kijkend naar jongens in de kinderopvang zien we minder stimulerende interacties, lagere niveaus van betrokkenheid bij het kind, het gebruik van negatieve termen en restrictief ingrijpen.

Schokkend vind ik de constatering dat de problemen in relaties met begeleiders vaak al beginnen op de kinderopvang. Pedagogisch medewerkers geven aan de relatie met meisjes op de groep aanmerkelijk positiever te ervaren. Hun interactiestijl sluit beter aan op het gedrag van meisjes en ze hebben ook meer waardering voor de manier waarop meisjes op hen reageren. Kijkend naar jongens in de kinderopvang zien we minder stimulerende interacties, lagere niveaus van betrokkenheid bij het kind, het gebruik van negatieve termen en restrictief ingrijpen. De vraag is wat deze ervaring doet met jongens bij de entree op de basisschool:

want het is een hele opgave om je veilig te voelen of een gevoel van veiligheid te ontwikkelen wanneer er vaak met maar weinig waardering naar je wordt gekeken of ronduit negatief op je gedrag wordt gereageerd” pag.73

Jongens begeleiden op school

Met hulp van veel wetenschappelijk onderzoek komen de auteurs tot een genuanceerd beeld van de problemen waar jongens tegen aanlopen. Vaak herkenbaar, soms ook verrassend. Verrast ben ik door het inzicht dat meer mannen in het onderwijs en de kinderopvang niet het antwoord zijn op de problemen van jongens in het onderwijs. Ook bij mannelijke leerkrachten lopen jongens stuk.  De meerwaarde van mannen in het onderwijs ligt vooral in hun waarde als rolmodel: om jongens te leren hoe het is om een man te zijn. Rolmodellen die weten dat een conflict niet het einde van een relatie betekent.

Voor jongens is het belangrijk dat de begeleider (man of vrouw) een begeleidingsstijl ontwikkelt die recht doet aan hun behoeften. Deze begeleidingsstijl omvat een aantal componenten waarbij jongens (maar ook meisjes!) baat hebben:

  1. Ruimte bieden, letterlijk en figuurlijk

“Door iets mee te maken en fouten te maken, maken jongens de nodige verbindingen in hun brein. Daarvoor hebben ze fysieke en mentale ruimte nodig” pag. 21.

Stimuleer om zelf na te denken over wat je leert en haal de wereld de school in. Geef opdrachten zonder eerst uitleg te geven. Zorg voor voldoende “echte” opdrachten.

  1. Relatie.
    Nieuwsgierigheid, luisteren, belangstelling en niet verwijten, confronteren met de gevolgen van gedrag, meedenken, alternatieven suggereren en vooral, niet overnemen.

het heeft niet veel zin om met  de lessen te beginnen zonder eerst een relatie met een klas te hebben opgebouwd”

  1. Vertrouwen en motivatie:

“Als je laat merken dat je vertrouwen hebt in hun ontwikkeling, ook al gaat het nu (nog niet zo goed) kan dat net het kleine zetje zijn dat leerlingen de moed geeft om door te zetten”

Laat ze de strijd met zichzelf aangaan door te vergelijken met eerdere prestaties.

  1. Duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid in je lessen en je gedrag:

“Jongens hebben een duidelijke route nodig waarin ze begeleid worden van gestuurde naar zelfsturende personen” (blz.134)

Vertel wat er van ze verwacht wordt en balanceer tussen positieve en kritische feedback. Geef ze de ruimte die ze aankunnen -> stuur, geef structuur en houd ze bij de les. Laat zien wat je wilt bereiken en hoe je daar wilt komen. Sta stil bij vorderingen.Laat ze niet zwemmen, help ze met plannen. Zorg dat ze op tijd komen. En bied ze een veilige omgeving waarin je mag leren en excelleren maar waar je ook mag falen

Goed onderwijs voor jongens (en meisjes)

Volgens de auteurs wordt ons onderwijs te veel beheerst door toetsbare resultaten. Zij stellen dat goed onderwijs aan jongens (en meisje) valt of staat met een balans tussen drie dimensies

  • Kwalificatie: de overdracht en verwerving van kennis en vaardigheden
  • Socialisatie
  • Subjectwording: de manier waarop een kind een eigen individu wordt, een volwassene die zich laat begrenzen door de ander en weet dat niet alles wat hij wenst wenselijk is

Hierbij helpt het als leren als spelen voelt en samengaat met een gevoel van spanning, risico en competitie. Elke school moet een visie ontwikkelen op onderwijs aan jongens. Om het onderwijs interessanter, relevanter en moeilijker te maken. Om echt te kunnen differentiëren. Zodat leerlingen hun eigen kennis kunnen construeren vanuit verwondering en nieuwsgierigheid. Onderwijs waarbij de toetsen weer de plek krijgen die ze zouden moeten hebben: als middel om te evalueren en te leren. Mooie tip hierbij is om de leerlingen in groepjes op te delen en eens per jaar zelf de toets te laten ontwikkelen en na te kijken. De groep die de toets heeft ontwikkeld hoeft ‘m zelf niet te maken en wordt beloond voor de moeite met een 8. Gevolg: optimale motivatie en leerrendement!

Het helpt als leren als 'spelen' voelt en samengaat met een gevoel van spanning, risico en competitie.

Conclusie

De ontwikkeling van jongens in het onderwijs is een fantastisch boek voor iedereen die met jongens werkt en leeft. Voor iedereen die bereid is om zich in te zetten om ons onderwijs beter af te stemmen op deze (doel)groep uit liefde voor hen en voor het onderwijs. Het biedt inzicht, maar ook inspiratie om gelijk morgen mee aan de slag te gaan. Ik kan niet wachten om hier mijn voordeel mee te gaan doen in mijn werk. En hopelijk met mij velen, zodat de school voor elke jongen (en meisje) een plek is waar hij graag is. Waar hij gezien gehoord en begrepen wordt. En waar hij de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen! Een aanrader!

Natasja de Kroon is docent pedagogiek aan mbo-opleiding Noorderpoort en werkt ook als Geluksvogel.

--

De ontwikkeling van jongens in het onderwijs

Het boek over de, vaak spannende, weg van jongens van 0 tot 24 jaar in het onderwijs is verschenen bij Lannoo Campus. Er is met tien auteurs aan gewerkt. Het is zo’n beetje het levenswerk van Lauk Woltring, de eerste redacteur van het boek. De ontwikkeling van jongens wordt belicht vanuit verschillende perspectieven, neurobiologisch, pedagogisch, onderwijskundig. Door het hele boek heen komen de jongens zelf aan het woord, die heel goed uitleggen waar ze op school en in het middelbaar en hoger onderwijs tegenaan lopen.

Het boek kent een paar rode draden. Jongens blijven in hun ontwikkeling tot ongeveer hun 24ste achter bij meisjes, waardoor ze meer problemen hebben in het onderwijs zoals dat op de meeste scholen wordt gegeven. In alle hoofdstukken laten de auteurs zien dat het belangrijkste in de omgang met jongens het werken aan een goede relatie is. Ook zien alle auteurs onderwijs als meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden. Tenslotte zijn we het er over eens dat wat goed is voor jongens in het onderwijs ook goed is voor meisjes, Het omgekeerde is niet altijd waar.

 

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief