Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Boekbespreking: Perspectieven op Montessori

9 juni 2021

Het zien van kinderen is essentieel, een eerste vereiste voor het leraarschap. Maar het is tegelijkertijd iets waar de buitenwereld snel aan voorbijschiet. Onderwijs is echt niet het formalistisch uitvoeren van het directe instructiemodel. Het gaat allereerst om de pedagogische band met kinderen en om te laten zien hoe je als persoon iets toe kunt voegen aan de wereld.Perspectieven op Montessori” is een boek met tien persoonlijke verhalen van auteurs die hun perspectieven op montessorionderwijs beschrijven. Thema’s als bijvoorbeeld ruimte, opvoeden tot zelfstandigheid en persoonsvorming zijn niet alleen interessant voor mensen die in deze vorm van traditionele vernieuwingsonderwijs werken: ze raken elke leraar die hierop reflecteert. Dit boek geeft mooie aanknopingspunten daartoe. De slotsom? Het draait om persoonsvorming door zelfrealisatie.

Els Mattijssen (onderwijskundige, GZ Psycholoog, montessoriopleider en bestuurslid van de Nederlandse Montessori Vereniging) is in de inleiding van dit boek nieuwsgierig naar de motivatie en argumentatie van de schrijvers: ‘Is het tijd voor verandering, voor meer differentiatie, a “like for a change”?’ Ze besluit dat het waardevol is om te discussiëren over wat het montessorionderwijs vraagt van kinderen, ouders, verzorgers, leraren, wetenschappers/onderzoekers en van de overheid. Daarom zijn crises nuttig, immers: “The child is in a continual state of growth and metamorphosis, whereas the adult has reached the norm of species.”

Perspectieven op onderwijs kent tien bijdragen, waarvan onderstaande bijdrage van Maarten Stuifbergen integraal in dit artikel is opgenomen.

-----------------------

Een steen verleggen in de rivier - Maarten Stuifbergen*
Het aanzien van het leraarschap staat onder druk en het belang van het beroep wordt maatschappelijk onderschat. Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling. Onderwijs verdient meer respect en leraren meer waardering.

Ieder kind ‘zien’
Dat gebrek aan aanzien heeft naar mijn idee te maken met het feit dat de vraag op welke manier de leraar van waarde is in de wereld onvoldoende zichtbaar en gevalideerd is. In mijn afstudeeronderzoek bij Rob Martens aan de Open Universiteit heb ik me daarom gericht op dat thema, de professionele identiteit van de leraar.

We leven met een lerarentekort in het zzp-tijdperk en leggen noodverbanden aan om de boel aan de praat te houden, maar hebben te weinig oog voor het onderliggende probleem: de professionele identiteit van de leraar wordt niet goed op waarde geschat. Om elke dag voor ieder kind in een volle klas het goede te doen, is een complexe vaardigheid. Te vaak wordt daarover gedacht: dat doen ‘ze’ wel even. Maar zo’n gedachte die voortkomt uit een mechanistisch perspectief op het beroep doet de leraar tekort. Wat nodig is, is immers niet zozeer wat kennis en een set vaardigheden om kinderen te onderwijzen. Het leraarschap vraagt om een leraar als persoon, met de autonomie en het vertrouwen dat daarbij hoort.

Naast de kennis en de set vaardigheden die natuurlijk wel tot het vakmanschap van de leraar behoren, gaat professionele identiteit van leraren vooral over het gevoel hebben voor kinderen en over iets betekenen in de wereld.

Die eerste twee aspecten van die identiteit – de benodigde vakkennis en de set vaardigheden enerzijds en het hebben van een band met kinderen anderzijds – vindt iedereen vanzelfsprekend, al is dat lang niet altijd makkelijk te realiseren. Voor mij geldt echter ook dat een leraar van grote waarde is in de wereld. De onderschatting van het beroep en de daarmee gepaard gaande onderwaardering heeft vooral daarmee te maken, met een onderschatting van wat het persoonszijn van de leraar betekent, wat de kracht en de waarde daarvan is. Dat die leraar zelf iets betekent in de wereld is nodig om de puzzel op te kunnen lossen waar leraren zich voor gesteld zien: hoe ze opgroeiende kinderen kunnen leren zich te verhouden tot zichzelf, de ander en de wereld.

Over dat thema, de kracht en de waarde van de leraar, heb ik samen met Stephan de Haas een documentaire gemaakt met de titel Iedereen is leraar. Voor die documentaire hebben veertig mensen de vraag beantwoord wat de kracht en waarde is van de leraar in de snel veranderende wereld en wat de leraar toevoegt aan mens en maatschappij. Eén van de geïnterviewde is de visueel beperkte theatermaker en schrijver Vincent Bijlo. Als zo’n man zegt dat voor hem de grootste kracht van een leraar is dat hij ieder kind ‘ziet’, dan is dat een kippenvelmoment.

Het zien van kinderen is essentieel, een eerste vereiste voor het leraarschap. Maar het is tegelijkertijd iets waar de buitenwereld snel aan voorbijschiet. Onderwijs is echt niet het formalistisch uitvoeren van het directe instructiemodel. Het gaat allereerst om de pedagogische band met kinderen en om te laten zien hoe je als persoon iets toe kunt voegen aan de wereld.

Met fakkels dansen om het kind
Het bijzondere van Montessori is dat zij, ruim honderd jaar geleden, de persoonsvorming van kinderen al als uitgangspunt nam. Ze is daarmee bovenal een pedagoge. Als een van de weinigen richt zij zich op de ontwikkeling van het kind. Zij legt haar onderwijs en pedagogiek als het ware als een deken om het kind heen.

Er zijn wel meer pedagogen, die dat gedaan hebben. Neem bijvoorbeeld Rousseau. Oppervlakkig gesproken zou je een verband kunnen leggen tussen hem en Montessori. Ook Rousseau geeft aan dat we ons primair op het kind moeten richten.

Maar voor hem geldt dat we het kind vooral in bescherming moeten nemen tegen de verderfelijke buitenwereld. Montessori vertelt ons daarentegen iets anders. We moeten volgens haar niet alleen ‘met rituelen en fakkels in de hand om het kind blijven dansen’. Er is volgens Montessori namelijk ook wat te doen in de wereld. Montessori stelt dat we door het kind groeien naar een nieuwe wereld. Daarom gaat het niet alleen om het kind, niet alleen om zelfontplooiing. Het gaat zelfs niet alleen om het voorbereiden van kinderen op de wereld. We hebben in het montessorionderwijs ook de opdracht het kind te leren iets nieuws aan die wereld toe te laten voegen.  

Lees verder in deze PDF

Maarten Stuifbergen combineerde het leraarschap op Montessorischool Leidschenveen in Den Haag met dat van lerarenopleider aan de faculteit Educatie van Hogeschool Leiden en de montessoriopleiding aan de Haagse Hogeschool. Hij studeerde onderwijswetenschappen en is tegenwoordig directeur-bestuurder van dezelfde stichting. Voor zijn afstuderen maakte hij samen met Stephan de Haas de documentaire Iedereen is leraar.

--------------------

Persoonsvorming door zelfrealisatie
In zijn slotsom combineert Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs bij Saxion Hogeschool en Thomas More Hogeschool, alle bijdragen tot een perspectief op Montessori: ‘Dan komt dat (o.a.) neer op ‘persoonsvorming door zelfrealisatie’ schrijft hij. De leerling in het montessorionderwijs ontwikkelt zichzelf door in een voorbereide omgeving de ruimte en vrijheid te krijgen om invulling te geven aan zijn of haar eigen autonomie’, schrijft hij op pagina 145. Enerzijds door leerlingen waar te nemen en te observeren om te onderzoeken wat hun behoeften en ontwikkelmogelijkheden te zijn om af te stemmen op de leerling. Anderzijds verleidt en daagt de leraar de leerling uit om te leren. Dat doet hij door voor te leven, voorbeelden te bieden en met leerlingen in gesprek te gaan over hun ontwikkeling.

Pedagogische tact van leraren
Die kwaliteit van leraren valt samen met hun pedagogische tact. Uiteraard valt het materiaal in een montessoriklas natuurlijk op. Dat is typisch Montessori. De overdenkingen van Sins gelden natuurlijk voor montessorileerkrachten en montessorionderwijs, maar tegelijkertijd zijn ze waardevol voor elke leraar in alle vormen van onderwijs.

Immers, de lector van het vernieuwingsonderwijs raakt hier aan de pedagogische opdracht van elke leraar: ken jouw leerling door en door, weet wat hij doet, hoe hij leert, waar zijn interesses liggen. Bouw een goede relatie met hem op: praat met hem, vraag hoe het hem gaat, wees een praatpaal voor hem en stel de goede vragen. Weet welke didaktieken er zijn: probeer het bij de ene leerling zus en bij de andere leerling zo. En geef elke leerling goede feedback. Daarmee daag je jouw leerlingen uit om te worden wie ze in de diepste kern zijn.

Meer lezen?
Perspectieven op Montessori, Deventer, Oktober 2020, Saxion Progressive Education University Press
Samengesteld door René Berends en Jaap de Brouwer

In het boek staan, naast het hoofdstuk van Maarten Stuifbergen,  de volgende bijdragen:

Maaike Kramer: Ruimte
Irma Pieper: Opvoeden tot zelfstandigheid vereist ruimte voor het vinden van de eigen weg
Robert van Woudenberg: Vrijspelen van het menselijk potentieel
Jaap de Brouwer: Persoonlijkheden ontwikkelen zich door kennis en ervaring
Danielle Teunissen-Kanters: Montessori niet als inspiratie, maar als maatstaf
Joëlle de Groot: In het Montessorionderwijs willen wij wat wij doen
Debbie van der Burgh: Alles doet ertoe
Tessa Wessels: A straight line before you can improvise
Jacqueline Hendriksen: Het onderwijs voorbij montessoripedagogiek als een perspectief op de toekomst
Patrick Sins: Persoonsvorming door zelfrealisatie

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief