Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Blue Friday: de onderwijsstaking en het overlijden van een collega

6 februari 2020

Het is Rob. H. Bekker, docent op Ithaka, vorige week niet gelukt om te staken. Er waren goede redenen om bij zijn leerlingen te blijven (en dat was deze keer niet ‘de makke van het onderwijs’ zoals het cliché soms wil). Maanden geleden hadden ze voor zijn team de afsluiting van de tweede ronde onderzoeksverslagen in deze week gepland en voor zijn klas vielen de feedbackgesprekken op donderdag.  'Ik zou ze die dag niet voor het blok zetten, besloot ik twee weken eerder, en dan zou de vrijdag mijn actiedag worden.' Maar het lot besliste anders, omdat een collega dat weekend overleed.

Het lot besliste anders voor een collega die al ruim drie jaar geteisterd werd door de cellen-delende ziekte, deze prachtmens overleed vroeg in de avond van zondag 26 januari en op zaterdag 1 februari hebben we de afscheidsdienst met hem in de kist in de kantine van ons hoofdgebouw verzorgd. Familie, vrienden, collega’s en ook heel veel leerlingen waren verzameld en vormden het zichtbare bewijs van de community die Ithaka tegenwoordig is. Hartverwarmend, dit eerbetoon aan Marc.

Samen staken voor betere voorwaarden en garanties voor het onderwijs was in de aanloop naar de afloop van het leven van onze collega niet in ons hoofd. Dat we dat ook belangrijk vinden staat buiten kijf maar het was ongemerkt naar de achtergrond verdwenen, het gesprek is er niet over gegaan deze weken. We hoorden donderdag 23 januari hoe hard hij achteruit ging en we deelden dat de volgende dag na de middagpauze met de leerlingen. Zo’n ochtend duurt dan lang maar er was een goede reden om de dag in zijn eigen mentorgroep niet te openen met het slechte nieuws van het naderende einde.

                                    Bestaat de uitdrukking Blue Friday?

Het gesprek in mijn kring was een aaneenschakeling van stiltes en soms een vraag waar ik ook met weinig meer dan stilte op kon responderen; de leerlingen vulden elkaar aan op de weg van onbegrip en ontsteltenis naar grip krijgen en iets kunnen doen. Ze gingen schrijven, of ze waren van plan om te gaan schrijven. Ik liet de stoelen staan zoals ze stonden, hield er intuïtief rekening mee dat we op maandagochtend weer in een kring zouden zitten. Zondagavond werd ons duidelijk gemaakt dat dat inderdaad zo zou zijn. Meteen in het eerste lesuur hebben de leerlingen vernomen dat Marc was ingeslapen.
Ik zou ze pas het vierde lesuur zien. Toen hadden klasteamcollega’s al de tijd genomen om met de leerlingen naar elkaars vragen en zuchten te luisteren. Samen bleek opnieuw een werkwoord dat we op Ithaka goed verstaan.

Dan is er de dinsdag en dan de woensdag en op donderdag bespraken we, volgend de jaarplanning, met de leerlingen van onze klas hun tweede proeve van bekwaamheid – die ze gelukkig al op 21 januari hadden ingeleverd, zich nog niet bewust van het slechte nieuws dat ons dagenlang in zijn greep zou houden.
De donderdag was voor meerdere leerlingen een onderbreking van hoe soepel het in onze klas al maandenlang toegaat. Wake up call, ik zoek nog een Nederlandstalig equivalent (en anders dan vele taalgezellen gebruik ik daarvoor niet Google Translate), neem de tijd. Mijn lesvoorbereiding voor vrijdag stond in het teken van de Poëzieweek -ja die was er ook nog van 30 januari tot en met 7 februari- en na de gebruikelijke twintig minuten lezen plus een aansluitende woordenschatronde had ik een mooie geleende speelse les klaarliggen.
De matheid in de ogen waarin ik keek, maakte dat ik een check-in inlaste. Hoe zitten we erbij? En met een beetje trekken en zwijgen en meer trekken en langer zwijgen werd het ook mij als laatste in het lokaal duidelijk dat we met te veel jonge (geheelonthouders) mensen met een kater zaten.

Pluraloog van drie kwartier tot een uur. Verzoek aan hen om alle vragen die ze aan me gaven, en waarvan ik de helft in dialoog met de vrager direct kon beantwoorden, later ook nog aan mij te mailen of appen of schrijven. We hielden nog een kwartier over voor de paar woorden die ze uit hun leesboek op het bord hadden genoteerd. De toepasselijkste was: ‘kwetsbaarheid’; we hadden de achtervoegsels ‘heid’ en ‘baar’ de week daarvoor al getackled en een van hen kon ‘kwetsen’ uitleggen. De samengestelde zin over mensen als ‘werken in uitvoering’ leek ook wel afgesproken werk op deze ochtend na de dag van gisteren.

Na de pauze was er nu ruimte voor de derde les uit het pakket voor de Poëzieweek. Het werd geweldig. Noteer je woorden, beelden, gevoelens over ‘volwassen worden’. Men schrijft op post it’s die ze na tien minuten in een getekend raster op het bord plakken (de lijntjes zal ik er later tussenuit vegen):

Ik vind het belangrijk om niet te vergeten hoe het voelt om jong te zijn, en ook niet denken dat je beter bent dan andere mensen omdat je ouder bent. Hoe ik voel is niet belangrijker dan hoe jongere mensen voelen. / Volwassen is soort van verandering in het lichaam van de mens. Bij sommige mensen komt volwassen vóor de leeftijd van 18, en bij de rest niet. Volwassen is de tijd dat je verantwoordelijkheid toeneemt. / Is waar iemand goed kan denken, goede oplossingen kan vinden voor iets. / Meer vrijheid, kan alcohol, heeft wat verantwoordelijkheid, moet meer zelfstandig. Meer denken aan je toekomst want je bent niet een kind. / Vrijheid / Moet je blijven staan op je voet. Je moet leren hoe je moet leven. Je moet respect hebben voor alle mensen. / 18+, niet meer kinderachtig behandelen, uiterlijk evenveel groot lijken, gedachtegang anders dan een kind, met respect kunnen behandelen, logisch kunnen bedenken. / verantwoordelijkheid nemen, juist denken in juiste tijd. / Saai, vrijheid, meer verantwoordelijkheid, meer problemen en drama, eigen keuzes maken. Volgens mij gaat alles veel te snel. / Op de top van de berg staan! Nieuwe dingen proberen. Pijn. Droom over gelukkig leven. Ruimhartig. Egoïstisch worden, eenzaamheid. De kracht van het geld zit in het zwartste gat. / Zelfstandig worden, een proces van jong naar volwassen. Vrijheid, keuze. / Nieuw leven, verantwoordelijkheid, vrijheid om te doen wat je wilt. Durf te zeggen, durf te vragen en durf te denken. / Je ziet speelsheid, puurheid, echte authenticiteit, kalmte, balans en dankbaarheid. Echt luisteren, echt aanwezig zijn, creatief zijn en geduldig. / Dat je jouw eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Dan kan je over veel dingen zelf beslissen. Leer van je fouten. / Werken voor Pixar, een goed inkomen hebben, goede educatie, anderen helpen, een kleine eigen studio maken. / Vrijheid, durven, nieuw leven. / een nieuwe goede baan. Universiteit, muziek, planten, biologie. Samenleven met een vriend. Een kat adopteren.
Goed eten voor mezelf maken. Geld krijgen. Financiële stabiliteit. Meer verantwoordelijkheid.

Daarna deel ik het gedicht zonder titel van Tjitske Janssen uit en lees het voor:

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig

waarna ik vraag of ze het mooi vinden, of er voor hen een waarheid in zit en zo maken we een bruggetje naar de volgende vraag om over te schrijven: wat mis je uit de tijd dat je kind was? Even spreken we over welke leeftijd dan wordt bedoeld, voor de een is dat 10 jaar, voor de ander 5 jaar. Schrijf maar, op een wit A6je. De oogst na tien minuten:

Met mijn moeder in bed slapen als ik nachtmerrie had. Met mijn broer naar buiten gaan en shoppen. Spelen met mijn broer en zus. De hele dag buiten alleen zitten met dieren. Schatten zoeken in de bergen. Met onzichtbare vrienden spelen. / Ik mis de tijd dat ik spullen ging vernietigen en het niet zelf hoefde te repareren. / Mensen vertrouwen, vrede. / Vertrouwen, met mijn ouders spelen, geen hoofdpijn door problemen. / Reizen met school. Spelen in het bos met mijn vrienden. Hete zomers. Mijn geboortedorp. Het spelletje ‘Ghostbusters’ in de sportles. Goed eten en snacks. Reizen naar het huis in het bos. Gaan naar het pompoenveld. / Ik mis het vrije hoofd en de gezellige momenten. Ik mis dat ik geld heb zonder werken. Ik mis dat ik niet hoef te denken wat er morgen zal gebeuren. / Toen ik 8 jaar was ging ik met mijn vrienden naar een plek. / Ik mis de tijd dat ik 13 tot 16 was. Ik mis mijn vriend en vriendin want wij waren echt gek op school. Wij hebben veel grappen gemaakt. Niks was belangrijk. Wij waren gewoon bezig met spelen en gekke dingen. Ik mis het spieken met mijn vrienden bij het examen en veel lachen. Ik mis haastige dingen van mijn vrienden. Ik mis veel. / 9 jaar: met mijn broer een spelletje spelen op de laptop. 10 jaar: ik mis huiswerk krijgen door docent. / Ik mis de tijd wanneer ik een kind was, in die tijd zorgde ik voor niemand, zelfs niet voor mezelf. Toen ik een ongelukje had, huilde ik alleen. Niets meer dan dat. Toen steeds meer jaren voorbij waren, ging ik meer denken en wanneer je begint met veel denken, komen er problemen aan. Er zullen dingen gebeuren terwijl je ze niet had verwacht. Dan zou je je slecht voelen. Op een gegeven moment zou je ook voor anderen zorgen. Ik wil terug naar mijn kindertijd. Voor niks zorgen. Alleen maar spelletjes spelen. / Ik mis het slaan van mijn ouders! Mijn fantasie toen ik nog klein was: alles kan speelgoed worden. Speel met mijn vrienden zonder verdachten. / Ik mis de tijd van spelen. Ik mis de naïef. Ik mis de vrienden en vriendinnen van vroeger. / De zin voor avontuur. Mijn dromen. Mijn samen-kinder-wonder. / Ik mis mijn cartoon huis. Ik mis mijn vrienden. Altijd mijn eten plukken. Ik mis de aandacht van mijn moeder. Ik mis mijn Champions League-bal. Ik mis de echte liefde. / Niks. Maar de leuke dingen van kind zijn is dat: Het kind maakt zich geen zorgen.

Het is altijd weer fijn om zo in het hart van jonge mensen te mogen kijken.
De jongsten vinden deze tweede schrijfopdracht het moeilijkst, misschien voelen ze zich nog dichter bij het kind dan bij de volwassene in zichzelf?
Ik vraag dit niet.

Stap 3 in het maakproces is dat we uit al het brainstormen een groepsgedicht gaan maken. Weg met de lijntjes, weg met de post-it’s en weg met de witte briefjes. Uit het hoofd opnieuw.
Op een lang wit vel schrijf ik de titel Als ik weer kind was, dan
en elke leerling wordt uitgenodigd om er één regel aan toe te voegen.
Dat lange gedicht schrijft zich in zeven minuten, ik lees het in twee minuten voor, dan hangen ze het op in het lokaal.

Dat spelen is toch wel een dingetje. Ze plaatsen het in de kindertijd terwijl de dichteres van dienst ook iets anders laat zien. Mijn bruggetje naar Johan Huizinga die in Homo Ludens onderbouwt dat spel aan de basis van alle cultuur staat, en naar Rob Martens die in We moeten spelen illustreert dat we wel moeten spelen om te kunnen leren, is snel gemaakt. Spelen is leren en leren mag spelen zijn. Ik link het aan hun onderzoek(verslagen) waar ze deze week stevige feedback op ontvingen: ik gun allen dat ze in het onderzoeken meer gaan spelen en dat ze in het verslag meer gebruik gaan maken van het schrijfplan dat al maanden op hen hangt te wachten. Divergeren en convergeren, openen en richten. Daarin je kwetsbaarheid aanvaarden en weten dat je je hele leven een werk in uitvoering zult zijn, je hele leven, totdat …

                  Zaterdag waren we met velen weer op school, in het schoolgebouw. Afscheid van een collega die sport en spel belichaamde. Een indrukwekkende dienst waarin ruimte was voor teksten, muziek, tranen, stilte en voor iedereen die bij Marc hoorde. Een ex-leerling die sprak had zijn 5 maanden oude zoon vernoemd naar ‘papa Marc’, een wispelturige rapper had een tweetalige lieve ode aan de beste meester. Leerlingen die pas kort op school waren spraken op film of zongen solo live. Vrienden spraken, kinderen van vrienden lazen hun persoon-lijke ervaringen met film-, muziek-, sport- en autofreak Marc. Zijn zus ontrolde voor ons zijn jeugd en de nieuwe vrouw van zijn vader mocht een spirituele boodschap van Marc aan ons richten. Collega’s zongen ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’, in de geest van Marc die nooit iemand uitsloot, die de relatie altijd in stand hield zonder daarover ooit een boek te hoeven lezen. Dat konden zaterdagmiddag zo’n 400 mensen beamen.

Ook Ithaka maakte in de stakingsweek een statement, van zachte kracht. 

Rob H. Bekker is leraar Nederlands aan het Ithaka College in Utrecht/Maarssen (voorheen: ISK, Internationale Schakelklassen) en verzorgt er voor nieuwkomers de overgang naar leven, studeren en werken in Nederland.

Reacties

1
Yvette
2 dagen en 17 uur geleden

Prachtig verwoord, koude rillingen tijdens het lezen gecombineerd met warme gevoelens. Inspirerend! Sterkte met het verlies van uw collega.

Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief