Nieuwe lessen voor onderwijs van 'motivatie-auteur' Daniel Pink
23 januari 2013
Toen Geert Bors drie jaar geleden schreef aan De gemotiveerde leerling werd hij erg geholpen door het sprankelende Drive van Daniel Pink. Nu het boek Pedagogische tact op het punt staat gelanceerd te worden, ontdekte Geert dat ook Pink niet heeft stilgezeten. Zijn nieuwste werk heet To Sell Is Human, in Geerts ogen opnieuw een must-read voor de onderwijswereld.
Het was een verhaal dat eigenlijk al samengebald zat in zijn allereerste voorbeeld: hij toonde een plaatje van een psychologisch experiment, waarbij mensen aan een tafel gezet werden, waarop een kaars, een paar lucifers en een doosje punaises lagen. De deelnemers werd gevraagd om de kaars aan de muur te bevestigen.
De kaars aansteken, kaarsvet op de muur laten druppelen en de kaars daarop bevestigen? Werkte niet. Punaises door de kaars jassen? Nee, daarvoor waren ze te kort. Het is een puzzeltje dat even tijd kost, want je moet een creatieve denkhobbel over. Een hobbel die in het Engels ‘functional fixedness’ heet: pas als je inziet dat het doosje waarin de punaises zitten óók een plateautje voor je kaars kan worden, heb je ‘m door.
Extrinsieke beloning? Dan smelt je intrinsieke motivatie weg

Toen dit experiment gedaan werd door twee groepen, waarvan er één geld geboden kreeg voor het snel oplossen van de puzzel, bleek de groep met de financiële stimulans niet sneller, maar juist aanzienlijk trager dan de groep zonder stimulus. De uitleg? Voor de geldgroep verdween het karakter van een leuke uitdaging uit beeld en was er alleen nog maar zicht op de beloning voor de snelste puzzelaars, waardoor hun blikveld vernauwd raakte.
Dat vormde de bottomline van Pinks betoog: extrinsieke motivatie (belonen en straffen) helpt ons minder goed dan intrinsieke motivatie om taken te verrichten die enige mate van complex, creatief denken veronderstellen. En in onze post-industriële samenleving hebben we bijna allemaal werk dat vraagt om dergelijk denken.
De jeugdverhalen van Dweck en Csikszentmihalyi

Mijn verrassing zat hem in de herkenning en in Pinks overtuigende presentatie. En mijn waardering groeide nog eens extra, toen ik zijn boek Drive las. Ik citeerde hem een paar keer en voelde me gesterkt in mijn idee dat het de lezer zou helpen om de ‘persoonlijke biografie’ van de genoemde wetenschappers te introduceren. Een manier om ze dichterbij te halen, door ook iets over hún intrinsieke motivatie te vermelden.
Zo bleek Carol Dweck (van de fixed en growth-mindsets) nooit vergeten hoe vernederend het was dat zij en haar klasgenootjes op volgorde van IQ werden gerangschikt in de schoolbankjes. En had de jonge Csikszentmihalyi zich midden in een vuurgevecht tijdens de Tweede Wereldoorlog verbaasd over hoe vreemd en irrationeel volwassenen eigenlijk zijn.
Nieuwe denkrichtingen
Deze week, in afwachting van de boekpresentatie van Pedagogische tact, waar bij het NIVOZ een ruim jaar aan gewerkt is, ontdekte ik dat Daniel Pink ook niet stilgezeten heeft. Een maand terug heeft hij zijn nieuwste werk, To sell is human, gelanceerd. Opnieuw ben ik verrast. Nu door deze toevallige samenloop.

Maar leraren kunnen ook leren van ondernemers. De beste ondernemers, betoogt Pink ergens op een blog, zijn geen probleemoplossers, maar probleemvinders. Een eenmaal onderkend probleem oplossen lukt de meeste mensen tegenwoordig wel, zeker met de hulp van digitale bronnen. Waar het om gaat is clarity – het helder krijgen van waar het echte probleem nou eigenlijk zit. Daar schuilt kracht, daarin kan iedere professional zijn edge vinden. Hmm, intrigerend.
Probleemoplossers en probleemvinders
Ik blader naar de pagina’s met de verwijzing “problem-finding” en tref op pagina 128 opnieuw Csikszentmihalyi. Weer met een reuze-spannend onderzoek uit zijn vroege carrière dat pas nu echt lijkt door te dringen: in zijn creativiteitsresearch met collega Getzels (1964), vroeg hij kunstacademiestudenten om van een tafel met 27 objecten er een paar te kiezen en er een stilleven van te tekenen. Er waren studenten die snel wat voorwerpen pakten, ze arrangeerden en meteen begonnen. Anderen wikten en wogen. Pakten eens een voorwerp vast en legden het weer neer. Maakten meerdere opstellingen. En begonnen dan een keer te schetsen.
De eerste groep noemde Csikszentmihalyi probleemoplossers (hoe maak ik een goede tekening?). De tweede waren probleemvinders. Hun leidende vraag was: wat voor goede tekening kan ik maken?
En daarna werd het echt leuk. Toen hij de werken van beide groepen liet exposeren en liet bekijken door connaisseurs, beoordeelden die het werk van de probleemvinders als veel creatiever. Een aantal jaar later zochten Csikszentmihalyi en Getzels de kunststudenten van toen nog eens op. Slechts de helft van de groep bleek professioneel kunstenaar geworden. Welke helft? Bijna uitsluitend de probleemvinders. Nog weer tien jaar later bleken de probleemvinders van destijds veel succesvoller dan de probleemoplossers. Getzels schreef erover: “The quality of the problem that is found is a forerunner of the quality of the solution that is attained.”
En dat, betoogt Pink, is wat onze leraren onze kinderen vandaag kunnen leren: helder, scherp, diep kijken naar hun wereld. De juiste vragen stellen, de echte problemen vinden. Ik lees nog even verder. To be continued...
Geert Bors
Het boek To Sell is Human is achter deze link te bestellen.

Reacties