Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Motivatie in de knoop

16 oktober 2018

‘Mevrouw,’ hoor ik klagerig vanuit een van de achterste banken, ‘waarom is school zo saaaaaaai?’ ‘Omdat het leven niet altijd alleen maar leuk is zonnestraaltje!’ antwoord ik met een knipoog. Maar inderdaad: hoe komt het dat school als doorgaans saai wordt ervaren? Als Anne van de Weg mensen vertelt dat ze binnen het mbo werkt, krijgt ze vaak de reactie: ‘Oh wat leuk! Ze zijn dan vast gemotiveerd, omdat ze dan zelf hun opleiding hebben kunnen kiezen!’. Leuk is het, dat klopt. Altijd gemotiveerde studenten…? Dat klopt vaker niet dan wel.  

Maar wat is motivatie precies? Diverse theorieën maken onderscheid in de gradaties van motivatie: van a-motivatie en extrinsieke motivatie tot en met intrinsieke motivatie. Een bekende theorie om intrinsieke motivatie te bewerkstellingen, is van Deci & Ryan (2000); zij veronderstellen dat het beste onderwijs gegeven kan worden als er rekening wordt gehouden met drie fundamentele menselijke behoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Intrinsieke motivatie bij de student wordt geprofileerd als het hoogst haalbare. De student vindt in zichzelf de wil om te leren, neemt verantwoordelijkheid voor zijn proces, voelt zich verbonden met medestudent en docent én is in staat reflectief daar naar te kijken en zijn handelen daarop aan te passen: dat lijkt nogal wat om van een student te verwachten als het gaat om gemotiveerd leren en werken.

De werkelijkheid is anders binnen de opleiding detailhandel in Deventer. Het team zit met een aantal studenten dat zeer regelmatig verzuimt, nauwelijks tot geen resultaten behaalt en zich niet welwillend opstelt ten aanzien van hun opleiding. Uit eerder onderzoek is gebleken dat spijbelen een onderdeel is van het proces waarbij motivatie, inzet en betrokkenheid bij school steeds verder afnemen (Van Batenburg, Korpershoek, & Van der Werf, 2007). Frequent spijbelen is dus een signaal dat de studenten zich in de gevarenzone begeven. Daaruit voortvloeiend is gebleken dat de studenten de opleiding voortijdig verlaten zonder diploma door motivatieproblemen. Wat maakt het dat sommige studenten uitvallen? En wat hebben zij nodig om commited te zijn aan hun opleiding en werk of stage? Om deze problematiek aan te pakken en de vragen te beantwoorden is het nodig gebleken verder in het begrip ‘motivatie’ te duiken.

Tijdens dit praktijkonderzoek is gebleken dat veel theorieën geschreven zijn of vanuit de docent, of vanuit de student. De Self Determination Theory (Deci & Ryan, 2000) beschrijft de drie componenten die een wezenlijke invloed hebben op de motivatie van de student. Als de autonomie, competentie en verbondenheid van de student niet voldoende gestimuleerd worden dan zal de student niet in staat zijn om optimaal gemotiveerd te leren. De invloed van de docent dient ook niet uitgevlakt te worden en daarom heeft Hattie (2003) een aantal dimensies beschreven voor de ‘Expert docent’. Dit kan men zien als een aantal taakomschrijvingen die bijdragen aan het vergoten van motiverend leren. Met andere woorden: wat moet de docent doen, zodat de student gemotiveerder is?

Dat wil ook zeggen: een ogenschijnlijk eenrichtingsverkeer. Echter, de onderwijspraktijk van vandaag is geen eenrichtingsverkeer en het is noodzaak om student en docent samen te brengen in de stroom van het leren. Daarin ligt er, mijn inziens, niet méér verantwoordelijk bij de een dan bij de ander.

Vanuit die overtuiging is ‘De Motivatieknoop’ ontwikkeld: een visuele ondersteuning die zowel de studentfactoren als de docentfactoren met betrekking tot motiverend leren samenbrengt. De factoren in de knoop zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zowel de docent heeft een aantal kernbegrippen waarin hij verantwoordelijk is, als de student. Voor de docent zijn dit de begrippen: Kennis & Koppeling, Feedback & Fouten en Verwachting & Vertrouwen. Voor de student zijn het de begrippen: Relatie, Eigenaar en Competent. Onder deze begrippen hangt een korte beschrijving van de inhoud en de doelen van de gezamenlijke begrippen. In deze korte beschrijving waarin de diverse theorieën samenkomen, kunnen zowel de docent als student interventies halen om motiverend leren en lesgeven te bewerkstelligen. Doordat de begrippen van beide partijen een overlap hebben, kan er in de praktijk ook een aandeel en actie worden gevonden bij beide partijen. Het wordt niet louter benaderd vanuit het perspectief van het handelen van de docent of het handelen van de student. Doordat de docent bijvoorbeeld in staat is om oude en nieuwe lesstof te koppelen en daarbij rekening houdt met het niveau en de interesse van de student, stelt hij de student in staat zijn kennis toe te passen en voelt de student zich handelingsbekwaam ten opzichte van de (leer)activiteit en neemt hij tevens verantwoording hiervoor. (Begrippen: Kennis & Koppeling en Competent).

Het is geen zaligmakende opzet, maar een visuele richtlijn om te streven naar motiverend leren en lesgeven. Niet voor niets is er gekozen voor een lemniscaat vorm: het is een continue beweging tussen student en docent. Niet alleen is het onderling met elkaar verbonden, maar zit er ook een slag in: in de knoop. Het kan ingezet worden in onze dagelijkse onderwijspraktijk en biedt de student en docent een mogelijkheid om eigen handvatten te formuleren en ontdekken bij de begrippen. Hoe kan ik er als docent voor zorgen dat de student zich gezien en gehoord voelt in mijn les? Maar ook: Welke resultaten wil ik behalen als student? Beide partijen zullen uiteindelijk reflectiever en bewuster kunnen handelen in de les.

Deze knoop zal nooit volledig uit de knoop geraken, maar dat is ook niet het streven. Welk werk blijft er immers over voor de docent en student als er niet meer te ontrafelen valt?

Je kunt het volledige onderzoek van Anne, met de titel "Onderzoek naar motiverend onderwijs binnen het mbo", hier downloaden. Niets uit haar onderzoek mag overgenomen worden zonder toestemming van Anne zelf.

Anne van de Weg is docent Nederlands en burgerschap aan Aventus op de afdeling detailhandel te Deventer. Dit jaar heeft zij haar Master of Educational needs behaald met het uitstroomprofiel zorgcoördinator/ intern begeleider. Haar praktijkonderzoek richt zich op het verbeteren van motiverend leren en lesgeven binnen het mbo.  

Het onderzoek is genomineerd voor de ‘Onderzoeksparade’ van Hogeschool Windesheim en die zal plaatsvinden op woensdag 7 november 2018 vanaf 14.00 uur. Geïnteresseerden vanuit het werkveld en daarbuiten zijn welkom om de diverse presentaties van de master-opleiding te bezoeken. Meer informatie en aanmelden: https://www.windesheim.nl/over-windesheim/agenda/2018/november/onderzoeksparade-2018/

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief