Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

In memoriam Dolf van den Berg (1940-2020), een onvermoeibare onderwijsverbeteraar

13 juli 2020

Jan Bransen - directe collega van Dolf van den Berg bij de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs - schreef een in memoriam. Dolf van den Berg overleed dinsdag 7 juli 2020 plots, op 80-jarige leeftijd, bij de presentatie van het boek Onderwijs na Covid-19 dat door samenwerking binnen de Taskforce tot stand was gekomen.

Rusten op de lauweren van een indrukwekkende academische carrière als onderwijskundige was er voor Dolf van den Berg niet bij. Na zijn emeritaat bleef hij nog jarenlang actief als docent bij het Tilburg Institute for Advanced Studies, waar hij diverse malen de Best Teacher Award ontving. Alsof dat nog niet voldoende was richtte hij vorig jaar op 79-jarige leeftijd de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs op waarvan hij tot op de dag van zijn overlijden – in totaal in feite slechts 245 dagen – voorzitter was. De dood heeft Van den Berg letterlijk in het harnas getroffen. Dat gebeurde op de campus van de Radboud Universiteit, bij aanvang van de eerste vergadering van de Taskforce sinds de coronacrisis. Tijdens het overhandigen van de eerste exemplaren van het gezamenlijk geschreven boek Onderwijs na Covid-19 kwam Van den Bergs hart tot stilstand. Diezelfde avond overleed hij in het RadboudUMC.

Van den Berg was een onvermoeibare onderwijsverbeteraar. Een idealist. Mettertijd meer en meer uit noodzaak. In de jaren ’70 van de vorige eeuw stond hij aan de wieg van het AVI-systeem dat beoogde het leesonderwijs te individualiseren. Met behulp van AVI (Analyse van individualisering) werd het mogelijk de ontwikkeling van de leesvaardigheid van individuele leerlingen te volgen en te stimuleren. AVI maakte daarbij gebruik van op moeilijkheidsgraad ingedeelde teksten. Met zijn proefschrift, dat in die tijd als handboek op het bureau van menig schoolleider lag, stelde hij niet zozeer te willen bijdragen aan “de mogelijke generaliseerbaarheid van de gegevens, doch de betekeniswaarde van het instrument”. Daarbij hanteerde hij als inhoudelijk perspectief bij het streven naar individualisering het belang van “verandering van interactiepatronen tussen leerkracht en leerlingen en bij leerlingen onderling”; hetgeen ervan getuigt dat de huidige oriëntatie op gepersonaliseerd onderwijs in Nederland een langdurig wetenschappelijk verleden kent.

Het was toen al, zo’n 45 jaar geleden, dat Van den Berg zich inspande voor het ontwikkelen van onderwijs dat rekening houdt met de grote verscheidenheid die er tussen kinderen bestaat. Het is hem heel zijn leven een doorn in het oog gebleven dat het onderwijs gedomineerd wordt door het leerstofjaarklassensysteem. Dat systeem zorgt ervoor dat alle leerlingen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde manier dezelfde leerstof aangeboden krijgen. Gelijkheid en gelijktijdigheid voor iedereen: een systeem dat alleen de gemiddelde normleerling past, en daarmee volgens hem een systeem dat angst inboezemt voor het afwijkende, dat ongerustheid aanwakkert over de permanent dreigende onbeheersbaarheid van zich ontwikkelende kinderen en dat de somberheid voedt die hoort bij het besef dat je niet gezien wordt. Daar had Dolf van den Berg oog voor, voor de ontkenning van ieders eigenheid door een systeem dat onderwijsbeleid alleen op uniformiteit baseert.

Na zijn proefschrift over individualiserend leesonderwijs verlegde Van den Berg zijn aandacht naar het organiseren van onderwijsvernieuwing, met name naar de culturele aspecten van de schoolorganisatie en de rol van innovatief leiderschap. In een jarenlange samenwerking met de Leuvense hoogleraar Roland Vandenberghe werkte Dolf van den Berg aan het ‘Betrokkenheidsmodel’ van innoverende onderwijsorgani­saties. Ook bij de Amerikaanse grondleggers van dit model maakten ‘Roland and Rudolf’ indruk met hun nadere uitwerking en het empirische onderzoek dat door hen werd gedaan in Vlaanderen en Nederland.

Drie pijlers staan in het Betrokkenheidsmodel centraal:
(1) een goede samenwerking in de teams en tussen de teams die samen de onderwijsgemeenschap bevolken;
(2) een transforma­tioneel leiderschap dat gericht is op het creëren van een cultuur van betrokkenheid bij een gedeelde veranderings­ambitie;
(3) het functioneren van de onderwijsgemeenschap als een lerende gemeenschap.

Met hun eerste boek Onderwijsinnovatie in verschuivend perspectief verschoven de heren daadwerkelijk de aandacht van de adoptie naar de implementatie van vernieuwing. Daartoe legden zij het complexe karakter van een vernieuwingsproces haarfijn bloot, bezien vanuit zowel de pedagogisch-didactische, agogische als organisatorische dimensie. Destijds waarlijk een paradigmawijziging die nog altijd van grote betekenis is voor vernieuwingspraktijken in scholen en onder schoolorganisatieadviseurs; hoewel helaas in het onderwijsbeleid nog altijd onvoldoende tot recht gekomen.

Vanuit het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC) ten Den Bosch, een van drie landelijke pedagogisch centra, destijds met een eigen onderzoeksafdeling, werd Dolf van den Berg aangesteld als bijzonder hoogleraar onderwijsvernieuwing aan de Radboud Universiteit; hetgeen hij met trots en verve op zich nam. Met zijn collegereeksen over het betrokkenheidsdenken heeft Van den Berg vele studenten Onderwijskunde geïnspireerd. In de promotie-onderzoeken die hij begeleidde kreeg het AVI-model een update; en samen met collega-hoogleraar onderwijsmanagement en schoolorganisatie aan de RU, Peter Sleegers, zette hij toon met het concept “innovatief vermogen van scholen”.

Opvallend en kenmerkend voor de levenslange focus van Van den Bergs onderwijskunde is het belang dat hij toeschrijft aan het welbevinden, het enthousiasme, de betrokkenheid en de continue ontwikkeling van de concrete, individuele mensen die je in een onderwijsgemeenschap aantreft. Het zijn immers de mensen die het moeten doen, de leerlingen, de leraren, de schoolleiders. Onderwijs is mensenwerk. Hij bleef zijn hele loopbaan dicht bij die mensen, ook als wetenschapper onophoudend actief als begeleider van scholen. Daar kwamen jarenlange vriendschappen uit voort die hij koesterde.

Het is niet voor niets dat de periode waarin hij zich met name bezighield met de ontwikkeling van het ‘Betrokkenheidsmodel’ culmineerde in een reeks humanistisch-wijsgerige boeken met treffende titels: Denk aan je mensen; Leidinggevende, wie ben je?; Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs en Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld. In al deze boeken gaat het om de concrete individuen die in interactie en met oog voor de individuele leerling samen de onderwijsgemeenschap vormen. Als het hen niet goed gaat, als een enkele leerling, leraar of schoolleider in de knel komt, dan voldoet het onderwijs niet aan wat het in potentie voor ieder van ons zou moeten kunnen betekenen. Daarin was Dolf van den Berg een radicale, onverschrokken idealist. Maar wel een idealist die serieus werk maakte van de wetenschappelijke onderbouwing van zijn ambities. Dat maakte hem bijzonder professioneel. Met recht was hij trots op de publicatie van zijn reviewstudie Teachers’ meanings regarding educational practice waarmee hij zijn wetenschappelijke loopbaan afsloot.

In 2012 ontving Van den Berg een Koninklijke onderscheiding. Vanwege zijn wetenschap­pe­lijke werk maar ook vanwege zijn grote maatschappelijke betrokkenheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Terugziend op een onderwijsgeschiedenis van ruim tweehonderd jaar “pedagogische ontevredenheid”, zoals hij in navolging van Imelman en Meijer constateerde, is het een teken van zijn grote hart dat hij altijd optimistisch, hoopvol en strijdbaar is gebleven. Cynisme was hem volstrekt vreemd. Bescheiden maar volhardend, vriendelijk maar scherp en intens. Van den Berg kon op eloquente wijze snoeihard uitdelen. Hij was een niet-aflatende inspirator, een aimabele verbinder, en zeker ook een autoriteit vol charisma en overtuigingskracht. Dolf van den Berg was een geweldige strijdmakker voor het kind dat in het onderwijs niet gezien wordt. En dat is hij gebleven tot zijn laatste snik.

Met de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs had hij haast. Toen Dolf van den Berg in augustus 2019 op LinkedIn een oproep plaatste die een zeer groot aantal reacties kreeg, realiseerde hij zich dat de onderwijswereld misschien wel klaar zou zijn voor een stelselherziening. De contouren van zo’n nieuw stelstel had hij inmiddels verkend in twee boeken die in 2018 en 2019 waren verschenen: Utopia. Naar ander onderwijs. Document voor de toekomst, en Naar onderwijs in blauw. Aan de vanzelfsprekendheden voorbij.

Van den Berg formeerde een voortrekkersgroep bestaande uit leraren, schoolbestuurders, onderwijsonderzoekers, sociale innovators, een onderwijsfilosoof en een onderwijskunstenaar. De intentie was om de politieke partijen in de aanloop naar de verkiezingen van 2021 vertrouwd te maken met het idee dat de tijd meer dan rijp is voor een ingreep van hogerhand, een ingreep die het scholen daadwerkelijk mogelijk zal maken uitvoering te geven aan ontwikkelingsgericht onderwijs. Want hoewel scholen vrij zijn vorm te geven aan hoe zij hun onderwijs organiseren, zorgt de centrale eindtoets en het daaraan gekoppelde leerlingvolgsysteem op groepsniveau voor een ernstige verstoring van het ononderbroken ontwikkelingsproces waar iedere leerling volgens de wet recht op heeft.

Met een kleine delegatie van de Taskforce sprak Dolf van den Berg – in de laatste weken voor het coronavirus Nederland in een intelligente lockdown opsloot – met de Onderwijsraad, de PO-raad, de VO-raad en Tweede Kamerleden van vier verschillende politieke partijen. De boodschap was duidelijk: hoewel zo vele schoolleiders, leerkrachten en begeleiders ontzettend hard hun best doen, werkt het niet omdat ons onderwijs structureel verkeerd zit. Hoe het dan wel zou kunnen beschreef Dolf van den Berg in samenwerking met de hele Taskforce in wat zijn laatste boek is geworden: Onderwijs na Covid-19. Van den Berg bracht de eerste exemplaren mee naar Nijmegen, waarna zijn hart gedacht moet hebben: missie voltooid.

Jan Bransen

  • Van den Berg, R. (2002). Teachers’ meanings regarding educational practice. Review of Educational Research72(4), 577-625.

 

Lees ook: bij het afscheid van collega Dolf (door Luc Stevens)

Reacties

1
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Jan Bos
4 maanden en 11 dagen geleden

Het was op de ochtend van 24 september 2014, dat ik kennis maakte met het gedachtengoed van Dolf van den Berg, tijdens de NIVOZ lezing op Landgoed de Horst in Driebergen. Ik was diep geraakt door zijn woorden, zijn stijl, zijn zeggingskracht en zijn meesterschap. Zijn onnavolgbare uitleg over ‘Persoon-zijn als wezensbestemming van de mens’ , vertaald naar de relatie leraar-leerkracht was indrukwekkend. De metafoor van de ‘smog’ die in onderwijsland het uitzicht op het kind ontneemt, is mij altijd bijgebleven. De lezing en verder nog zijn geschreven werk in diverse boeken, hebben mij sindsdien enorm beïnvloed. Hij was écht één van mijn goeroes, in de beste betekenis van het woord. In de jaren die volgden mocht ik als directeur van rkbs deBras in Den Haag meermalen samen met hem werken. Hij had een warm hart voor deze school, waarover in ‘Utopia’ een heel hoofdstuk werd opgenomen. Samen met Luc Stevens en Ludo Heylen was hij op 6 juni 2017 op De Bras voor een geweldig mini symposium. Onvergetelijk! Ook tijdens de totstandkoming van ‘Onderwijs na COVID-19’ hadden we regelmatig contact , mocht ik de conceptteksten meelezen en uiteindelijk veel foto’s voor het boek aanleveren. Dat hij zo kort na de afronding van het boek zou overlijden, is zo ontzettend jammer. Velen zullen hem missen. Ík ga hem zeker missen. Het grootste eerbewijs dat ‘de fans, ‘de twijfelaars’ en de ‘andersdenkenden’ aan deze denker en leermeester kunnen leveren, is zijn ideeën overdenken en (overwegen om) een begin te maken of juist dóór te gaan met een fundamentele verandering van het onderwijsstelsel in dit land. Tot slot een citaat uit de eerder genoemde lezing: ‘ De mens is geroepen om in vrijheid onophoudelijk meer mens te worden’ . Een gedachte waar Dolf zelf ten volle invulling aan heeft gegeven. Een mooi mens, een authentiek en aimabel mens is niet meer.
Jan Bos

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief