Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Lectorale rede: 'Een dynamische visie op ontwikkeling van het jonge kind'

29 november 2012

Het leren en de ontwikkeling van jonge kinderen gebeurt spelenderwijs, waarbij er grote variatie is in de ontwikkeling van diverse vaardigheden bij kinderen. Velen zijn van mening dat de huidige VVE-programma’s (programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie) te gestructureerd zijn en onvoldoende aansluiten bij de diversiteit in de ontwikkeling van jonge kinderen. Dr. Ineke Oenema-Mostert sprak recent als lector Early Childhood van Stenden over de opdracht voor het onderwijs: vanuit een dynamische visie op ontwikkeling. 'Jonge kinderen komen het klaslokaal binnen met een eigen historie, een eigen blik op de omgeving en een eigen manier van omgaan met die omgeving'. Haar verhaal.

De dag na zijn vierde verjaardag begint de schoolloopbaan van een kind. Maar echt blanco komen kinderen groep 1 van de basisschool niet binnen. In de eerste vier levensjaren is er al veel gebeurd, deels bepaald door de ‘genetica’ van het jonge kind zelf. Een aantal portretten van jonge kinderen in het onderwijs:

Clara is vijf en een half jaar oud. Haar oudere zus brengt haar elke dag in de klas, ze zet Clara op haar stoel en gaat dan snel naar haar eigen klas; Saskia (bijna zes jaar) komt luid roepend de school binnen: “Hé juf kijk eens, ik heb een nieuwe skippybal!” Zij wil met de bal de klas binnenkomen. De juf loopt naar haar toe. Zij aarzelt even en dan zegt ze: “wat
een mooie skippybal... Heb jij die alvast voor jouw verjaardag gekregen? Zullen wij deze vandaag in de klas zetten?” Trots loopt Saskia met haar skippybal de klas in. Zij is direct het middelpunt van de kinderen, iedereen wil de skippybal zien en proberen.

Mark komt samen met zijn moeder binnen. Hij loopt langzaam, het lijkt alsof hij geen zin heeft om naar school te gaan. Dat klopt ook wel een beetje. Mark is nog jong, net vier jaar. En de klas is vrij vol: 27 kinderen variërend in de leeftijd van vier tot zes jaar. Mark is voordat hij vier jaar werd al een aantal keren in de klas geweest om te wennen, maar dat
wenproces lijkt nog niet voorbij. De juf loopt naar Mark toe en neemt hem mee de klas in . Mark kijkt nog even naar zijn moeder, die zwaait en gaat weg. De juf vraagt of Mark zijn stoel in de kring wil zetten, aarzelend doet hij dat.

Stijn (bijna vijf jaar) heeft nog geen zin om naar binnen te gaan, buiten is het veel spannender. Lekker op het klimrek, alle ruimte is nu voor hem. Van het klimrek rent hij door de zandbak naar het hek. Daar sleept hij Maarten mee naar het rek. Samen spelen zij totdat de juf roept. Ze moeten binnenkomen, de schooldag begint.

Deze jonge kinderen komen het klaslokaal binnen met een eigen historie, een eigen blik op de omgeving en een eigen manier van omgaan met die omgeving. Zij zijn onderweg naar het formele leren in groep 3. De belangrijkste perspectieven zijn vrienden leren maken, met leeftijdgenoten leren omgaan, het ontwikkelen van zelfregulatie en van taal, motoriek, cognitie en zelfredzaamheid. De neurologische-biologische ontwikkeling van het brein van het jonge kind is ingebed in de context van het kind: het gezin en de voor- en vroegschoolse periode (Shonkoff & Philips, 2000)

Het jonge kind ontwikkelt zich in de dynamiek van de klas en het gezin en geeft daaraan zelf  sturing. Dit houdt in dat de pedagogisch-didactische aandacht voor het jonge kind van een andere aard  is dan die voor kinderen vanaf ongeveer zes jaar. De specifiek geschoolde professional handelt  pedagogisch-didactisch gedifferentieerd en sluit aan bij de zone van naaste ontwikkeling van  het jonge en oudere kind om hem een rijke leeromgeving te bieden.

Historie onderwijs jonge kind
De tijd dat kinderen van vier jaar naar een kleuterschool gingen – of daarvoor naar een ‘bewaarschool’ – is inmiddels voorbij. Volgens sommigen was dat nog de periode dat kleuters echt kleuters mochten zijn en hun tijd konden doorbrengen met datgene wat ze op die leeftijd graag doen: spelen, knutselen, knippen en plakken. Met de invoering van de Wet op het Basisonderwijs krijgt het onderwijs te maken met nieuwe doelen en een andere structuur: de kleuterschool houdt op te bestaan en de kleuterleidster wordt een groepsleerkracht. Zij moet ervoor zorgen dat een kleuter aan het eind van groep 2 een geruisloze overgang maakt naar groep 3.

Lees verder

Dr. Ineke Oenema-Mostert studeerde Orthopedagogiek aan Rijksuniversiteit Groningen (1976) en is in 2006 gepromoveerd tot doctor in de sociale wetenschappen op basis van haar proefschrift “Orthopedagogische thuisbegeleiding voor gezinnen met een jong chronisch ziek kind”. Sinds 2006 is zij als Universitair Docent Orthopedagogiek verbonden aan de RuG, waar zij als co-promotor verschillende onderzoeken begeleidt binnen het domein van Early Childhood.

Belangrijke thema’s in haar werk zijn het onderwijs en onderzoek op het gebied van het (spelend) leren en de ontwikkeling van kinderen tussen 3 en 7 jaar in een school-, groep- of thuisomgeving in relatie tot het ontwikkelen en evalueren van evidence based begeleidingsprogramma’s. Haar expertise heeft betrekking op de samenhang tussen wetenschappelijke en klinische inzichten over de ontwikkeling van jonge kinderen in hun omgeving. Vanaf 2009 was Ineke Oenema-Mostert staflid Universitair Ambulatorium Pedagogische Wetenschappen met als opdracht klinische vaardigheden in te bedden in het onderwijs en is zij betrokken bij de ontwikkeling van het curriculum orthopedagogiek.
Ineke Oenema-Mostert is thans lector aan Stenden Hogeschool in Noord Nederland.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief