Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Twee jongens. Twee waarheden die elkaar uitsluiten. En ik er tussenin.

29 augustus 2017

Yani wil komen spelen bij Jonah. Da’s lang geleden! En hoewel Jonahs vader Geert eraan begint te wennen dat zijn middenbouwer hem minder nodig heeft, wordt hij nu actief betrokken in hun spel. Een avontuur met schatkaart, raadsels en al. De schat: het lichtzwaard dat Yani vorig jaar aan Jonah gegeven heeft. Geert realiseert zich te laat dat er een strijd gaande is áchter de spelwerkelijkheid.

In het themanummer ‘Grenzen’ van hetkind-magazine (mei 2016) bezochten twee tact-docenten en een redacteur een minder moment uit hun opvoed- en onderwijspraktijk. Dat leverde blogs op, die nadrukkelijk geen succesverhaal zijn. Ze schuren, ze doen pijn, ze vervullen de auteurs met schaamte en spijt. In het na-ijleffect ervan gaat het leren door. In deze miniserie gaan we drie keer grenzen over – die van een kind, een leerkracht en een ouder. En we praten na.

Het besef hoe vervlochten ik was geraakt in de belangenstrijd van de twee mannetjes, drong zich pas op toen het te laat was. Achteraf had ik de hele middag al vage voortekenen gezien, waarover ik me met halve aandacht verwonderd had.

Tot pal voor de zomervakantie waren mijn zoon Jonah en zijn vriend Yani onafscheidelijk. Maar nu, halverwege zomer en kerst, hadden ze nog maar één keer samen gespeeld. De overgang naar groep 3 leek behoorlijk wat te vergen. Maar vandaag wilde Yani spelen. En waar hij voorheen meestal zijn eigen thuis als speelplek voorstelde, hadden de jongens erop gestaan dat het bij ons zou zijn.

Het spel begon meteen. Er werd een schatkaart getekend en daarna kwamen ze bij mijn schrijftafel staan. Ook opmerkelijk, want ik begon er net aan te wennen dat mijn zoon mij veel minder nodig had als hij met vriendjes speelde. Twee vragen hadden ze. Ten eerste moest ik raadsels verzinnen voor een aantal gemarkeerde plekken op de schatkaart. En daarnaast moest ik het Star Warslichtzwaard verstoppen, dat Yani meer dan een jaar geleden aan Jonah gegeven had. Want dat was de schat.

Op zolder, op de overloop, in de kinderkamer nestelde ik me telkens en wachtte de komst van de schatzoekers af. Met gedragen stem speelde ik de oude poortwachter, die de avonturiers een stadium verder bracht. Voor het laatste raadsel – de locatie van de schat – gaf ik cryptische hints. Beide heren begrepen gelijktijdig waarop ik doelde en stormden de trap af, waar Yani als eerste de lightsaber onder een doek vandaan trok. ‘Hij is van mij!’, riep hij, met een stem die niet meer helemaal in het spel paste. Half lacherig probeerde Jonah het zwaard ook te grijpen en er volgde een kleine woordenwisseling, waarbij het me begon te dagen dat ik wel eens betrokken geraakt kon zijn in een strijd achter de spelwerkelijkheid.

De jongens speelden verder tot Yani’s moeder voor de deur stond. Op dat moment pakte Yani de lightsaber van de bank en maakte aanstalten te gaan. Nu kwam Jonah in het verweer: ‘Maar Yani, hij is van mij. Je hebt hem aan mij gegeven.’ ‘Geléénd’, bleef Yani volhouden. Twee waarheden die elkaar uitsloten. Precies nagaan kon ik het niet, want Jonah had het zwaard ooit mee naar huis genomen toen mijn vriendin hem kwam ophalen bij Yani. Lang geleden, zeker in het perspectief van een bijna zevenjarige. Toen al had zijn moeder het een wel erg groot vriendschapscadeau gevonden, maar Yani wist zeker dat Jonah hem mee mocht nemen. Jonah was gulzig naar Star Wars-spullen die hij thuis niet zomaar zou krijgen. En Yani’s altijd vrijgevige moeder had ze laten begaan.

Terwijl ik dit alles zorgvuldig expliciet probeerde te maken, herhaalden de twee jongens sputterend hun ingenomen stellingnames: ‘Je hebt hem gegéven!’ en ‘Het was lénen!’ Iemand zou hier dadelijk gaan huilen. Hoe minder de mannen spraken, hoe meer ik de neiging kreeg hen elkaars perspectief te laten zien, terwijl ik gelijktijdig dacht: ‘je práát te veel’.

Eigenlijk wist ik dat het klopte wat mijn zoon zei. En ik begreep ook dat voor Yani gold dat zijn grootse gebaar van weleer inmiddels in een ander daglicht stond, met een verschuivende vriendschap en de stad vol posters voor de nieuwe Star Wars-film. Als ik niet zo geïmpliceerd was geraakt... Als ik niet aan een van de strijdende partijen gelieerd was... Ik probeerde steun te vinden bij Yani’s moeder, die inmiddels ook in de huiskamer was. Dat zou de bias weer kunnen verschuiven naar neutraal. Ze probeerde haar zoon te laten luisteren naar de mijne en zei dat ze vond dat ik het goed aan het oplossen was.

De patstelling duurde voort. Yani vertrok uiteindelijk. Met het lichtzwaard. En hoewel ik Jonah een nieuwe voor zijn aanstaande verjaardag had beloofd, was hij die middag en de dagen erna diep bedroefd. Over de onwaarheid, over het onrechtvaardige verlies van het zwaard dat hij als het zijne was gaan beschouwen. Een paar weken later – ook al omdat de jongens door verjaardag en Sint allebei een nieuw, geavanceerder lichtzwaard hadden gekregen – was alles weer in orde. Bij mij bleef die ene zin van mijn vriendin ’s avonds hangen: ‘Dus jij lost een conflict tussen twee jongetjes op door zelf je portemonnee te trekken?’

Geert Bors is huisschrijver bij NIVOZ/hetkind, freelance journalist en hoofdredacteur van Mensenkinderen, het verenigingsblad van de Nederlandse Jenaplanvereniging

Terugkijken met Geert: ‘Alsof ik prikkeldraad vastpakte’

Heb je het er nog eens over gehad met je zoon, Yani of zijn moeder?

Ja, met Jonah en met Yani’s moeder. Op verschillende momenten. Niemand had er zo’n last van als ik. Yani’s moeder heeft de jongens alweer eens op een lange dag mee naar de dierentuin genomen. En Jonah vindt wel vaker iets van zijn moeder en mij: dat brengt hij in goudeerlijke observaties, heel terloops gebracht, waarover we alleen maar kunnen lachen in herkenning en verbazing. Uiteraard heb ik later gesproken over hoe we er allebei op terugkeken. Ik hoef geen ‘je deed het goed’ van hem. Het voelt eigenlijk fijner om te weten dat hij me kent en dat hij me fouten laat maken, zonder dat het zijn oordeel meteen doet verkleuren.

Waar vind je dat je een grens bent over gegaan?

Er is één ding dat blijft spoken: terwijl ik niet zag hoe ik het nog rechtvaardig kon oplossen, begon er zich een andere notie aan me op te dringen, die ik al te goed ken. Het is mijn natuurlijke neiging me terug te trekken uit conflict, te pleasen, te veel oog denken te hebben voor de redelijkheid van andermans standpunt en mijn deel van de taart dan maar weg te geven. Hoewel ik mijn zoon geenszins als mijn verlengde zie, kwam toch de neiging op om hem, als ‘mijn eigen vlees en bloed’, dan maar minder te gunnen dan die ander. Toen ik dat bemerkte, voelde het alsof ik schrikdraad vastpakte. Ik weet nog steeds niet helemaal wat ik ervan moet denken.

Zou je het nu anders gedaan hebben?

Eigenlijk wáren zijn moeder en ik het al anders aan het doen. Dit type conflict had zich bij onze kleuterdochter en haar hartsvriendin ook al voorgedaan. Dan ging het om knuffels, die als daad van eeuwigdurende vriendschap aan het eind van een speeldate uitgedeeld werden aan elkaar. De volgende ochtend bleek die gift dan toch niet voor eeuwig en altijd bedoeld, met tranen tot gevolg. Wij en andere ouders staan dergelijke grote cadeaus aan elkaar niet meer toe. Het blijft maximaal bij een stickervelletje.

Illustratie 'vechtende jongens', uit hetkind-magazine: Saskia Janssen
De gebruikte namen van kinderen in deze serie zijn pseudoniemen
Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief