Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Schoolschrift: brieven in tijden van corona

15 juli 2020

'Ik wilde helpen en geholpen worden, schreef ik in een tekst die ik de titel ‘Inleiding’ gaf. Daarna ging ik brieven schrijven en brieven lezen. Elke dag stuurde ik er één. De zelfverkozen ontvanger, een leerling of in enkele gevallen een oud-leerling, schreef mij een brief terug. Dat was alles wat we afspraken. Het mondde uit in 136 brieven.' Docent Nederlands Mike Louwman begon aan een briefwisseling met zijn leerlingen tijdens de lockdown. De bijzondere uitwisseling is nu gebundeld in boekvorm. Louwman vertelt hier wat de ervaring met hem en zijn leerlingen gedaan heeft. 'Hun openhartigheid maakte indruk op me. Ik leerde sommige leerlingen die ik al jaren in de klas had in hun brief pas écht kennen. Dat was prachtig maar gaf ook te denken: waarom komen we hier niet standaard aan toe?'

‘Ik verveel me, Mike, zo simpel is het’, schreef Gijs. Een jaar eerder waren we samen in Engeland en verveelden we ons geen moment. Gijs had daar een aantrekkingskracht op iedereen, zijn docenten meegerekend. Waar hij was, daar gebeurde het. Nu gebeurde er even niets en was Gijs ten einde raad. ‘Ik wil nu naar de Rijn kunnen en nu kunnen sporten en nu kunnen feesten en nu op examenreis, maar het kan allemaal niet.’ Wat overbleef was het schrijven van een brief aan zijn docent Nederlands, die - zonder na te kijken eindexamens en met een afgeslankt lesrooster - in hetzelfde schuitje zat.

Op zondag 15 maart werd duidelijk dat we een aantal weken niet naar school konden. Het woord thuisonderwijs bestond nog niet, althans, niet in de nieuwe context. Ik nam gelaten kennis van het persbericht van minister Slob en dacht aan niets. Ik hoorde mezelf tegen mijn vriendin zeggen: ‘Dit zat eraan te komen.’ Daarna hing ik de was op. De situatie was onder controle.

Maar zo zit ik (doorgaans) niet in elkaar. Ik trek het me aan als er iets belangrijks gebeurt, ik laat me raken. Zo ook even later, toen het nieuws doordrong en de zorgen kwamen: hoe nu verder? Wat stond er ons te wachten? Wat zou er van onze school overblijven de komende tijd? En wat kon ik doen? Soms verzucht ik dat er op school te weinig op het spel staat, dat het er vaak niet echt toe doet: we ontleden zinnen over wezenlijke onderwerpen die we vervolgens met rust laten, ten behoeve van de volgende zin. Maar nu gingen we echt iets meemaken, iets wat voortdurend op de voorgrond zou staan, waar we met geen paragraaf omheen konden. En juist nu konden we niet bij elkaar zijn. Dat voelde als een gemis, nog voordat er daadwerkelijk iets te missen viel.

Tegelijk voelde ik tussen alle onzekerheid en angst ook iets onverzettelijks opkomen. De leerlingen zouden niet naar de achtergrond verdwijnen, klonk het in mijn hoofd. Dat liet ik niet gebeuren. Ik had ook dit schooljaar weer geïnvesteerd in de relatie met alle leerlingen. Op het resultaat hiervan was ik zuinig. Ik wilde er de komende tijd zijn voor hen, maar ook voor mezelf: hoe schraal immers zouden mijn lesdagen zijn zonder de nabijheid van alle onvoorspelbare en kleurrijke leerlingen die me scherp hielden, uitdaagden, snapten, accepteerden, met wie ik het bovenal zo naar mijn zin had? Hoe moest ik al die krachten in mezelf aanspreken?

Ik wilde helpen en geholpen worden, schreef ik in een tekst die ik de titel ‘Inleiding’ gaf. Daarna ging ik brieven schrijven en brieven lezen. Elke dag stuurde ik er één. De zelfverkozen ontvanger, een leerling of in enkele gevallen een oud-leerling, schreef mij een brief terug. Dat was alles wat we afspraken. Het mondde uit in 136 brieven, over corona natuurlijk, maar in het verlengde daarvan over onszelf, onze school, de toekomst, over inspiratie, (on)rust, inzichten, schrijven, dromen, sport, muziek en de meest nietszeggende maar allesbepalende klusjes, zoals het wassen van de ramen. Dat moet met een krant, aldus Bregje, die deze maanden parttime in het huishouden hielp. Zo bleven we met elkaar in contact.

Het brievenproject liep ten einde toen we weer naar school gingen. Eindelijk konden we elkaar weer in de ogen kijken. Toch had ik vanuit huis een aantal (oud-)leerlingen beter dan ooit gezien, door hun brief te lezen. Hun openhartigheid maakte indruk op me. Ik leerde sommige leerlingen die ik al jaren in de klas had in hun brief pas écht kennen. Dat was prachtig maar gaf ook te denken: waarom komen we hier niet standaard aan toe? Waarom staat zinsontleding in het lesprogramma maar zelfontleding niet? Waarom is er een noodsituatie nodig om aan de basis van het leren toe te komen, namelijk het opbouwen of uitbouwen van de relatie met elkaar?  

Ik weet het niet.

Wat ik wel weet, is dat er geen weg terug meer is. ‘Ik vind het heerlijk om weer in mijn eigen ritme te leven en gewoon alles te doen op een moment waarop ik er aan toe ben’, zegt Jelle. ‘Soms helpt het mij om even twintig minuten foute muziek door de woonkamer te knallen en een originele lunch te maken’, vult Elin aan. Ze staan niet alleen. Veel leerlingen schrijven over hun toegenomen autonomie, over de eigen ruimte die door corona groter is geworden. En hoe fijn ze dat vinden. Zien is in dit geval inzien. Laten we het onderwijs voor deze leerlingen anders organiseren.

Les één: schrijf een brief. Mag over alles gaan. Hij wordt gelezen. En hij wordt beantwoord.

Vanaf dinsdag 14 juli is de bundeling van alle brieven te koop, onder de titel ‘Schoolschrift; brieven in tijden van corona’. Deelnemende (oud-)leerlingen geven unaniem aan het goed, leuk of heel leuk te vinden dat hun brieven in boekvorm verspreid worden. Ze worden gelezen, ze worden gezien, ze doen ertoe. ‘Heeel vet’, zegt Gijs.

‘Schoolschrift; brieven in tijden van corona’ is te koop via deze link.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief