Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Bronnen van betekenis: Joop Berding brengt met zijn pedagogische kennis en ervaring schoolpraktijk tot leven

16 november 2021

In de NIVOZ-serie Pedagogische canon/Bronnen van betekenis voeren we Joop Berding op. In Joops oeuvre staan John Dewey, Hannah Arendt en Janusz Korczak vaak centraal. De kracht van zijn werk zit in de wijze waarop hij zowel in zijn boeken als in zijn presentaties zijn kennis van historische pedagogiek, filosofie en de drie eerdergenoemde pedagogen/filosofen verbindt aan actuele thema’s in onderwijs en opvoeding. Hanke Drop en Rikie van Blijswijk schreven dit portret. ‘Dat ene zinnetje van mijn kleindochter - Ik ben ook een mens - brengt een wereld aan pedagogische ideeën en praktijken tot leven.’

Loopbaan

Joop Berding (van 1954) doet vanaf de start  van zijn loopbaan – begin jaren zeventig - kennis en ervaring op in uiteenlopende praktijksituaties. Zo is hij tussen 1974 en 1985 onderwijzer op twee basisscholen en docent didactiek aan de opleiding Pedagogiek MO-B Katholieke Leergangen in Den Haag. Tussen 1985 en 1994 werkt hij als beleidsmedewerker en projectleider bij de gemeente Den Haag, zowel ten dienste van peuterspeelzalen als van schoolplanontwikkeling in het voortgezet onderwijs. Daarna wordt hij beleidsmedewerker bij het ministerie van VWS en is hij tussen 1997 en 2001 betrokken bij kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie, tieneropvang en onderzoekscoördinatie.

In 2001 volgt er een aanstelling waarin Joop docent pedagogiek, onderwijskunde en psychologie is op de pabo van De Ichtus, de rechtsvoorganger van Hogeschool Inholland. Vanaf 2002 tot 2006 werkt hij als innovatie-en organisatieadviseur voor de CED Groep Rotterdam.

Vanaf 2006 is hij verbonden aan de Hogeschool Rotterdam. Eerst in de rol van hoofddocent pabo en onderzoeker bij de Kenniskring Opgroeien in de stad, daarna als opleidingsmanager en hoofddocent bij de master Pedagogiek/Urban Education en ten slotte als onderzoeker bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en als hoofddocent bij het Instituut voor de Sociale Opleidingen.

Sinds 2017 is Joop met vervroegd pensioen en legt hij zich nog meer toe op het schrijven van boeken, artikelen en paperpresentaties op pedagogisch terrein.

Joop behaalt zijn doctoraal Pedagogiek cum laude in 1986. Zijn doctoraat behaalt hij in 1999 aan de VU in Amsterdam met zijn proefschrift De participatiepedagogiek van John Dewey. Opvoeding, ervaring en curriculum. Zijn promotor is Siebren Miedema, en zijn copromotor Gert Biesta.

Pedagogiek voor pabo en lerarenopleiding

Samen met Wouter Pols (1946) schrijft hij Schoolpedagogiek voor het basis- en voortgezet onderwijs (2006). Het boek combineert filosofie, theorie en praktijk en biedt een actuele pedagogische kennisbasis. Berding en Pols schrijven niet alleen over pedagogiek als theorie van en voor het onderwijs, maar tevens - naast de leerinhoud, de omgangsvormen en onderwijsmethoden - over het 'waartoe' van onderwijs. Het boek is door de tijd heen door opleidingen omarmd en beleeft inmiddels – vijftien jaar later – alweer zijn vierde herdruk.

Inspiratiebronnen

In Joops oeuvre staan John Dewey, Hannah Arendt en Janusz Korczak vaak centraal. De participatiepedagogiek van Dewey onderzoekt Joop reeds in zijn proefschrift in 1999. Het werk en leven van Janusz Korczak raakt hem zozeer dat hij achttien jaar bestuurslid blijft van de Janusz Korczak Stichting en hij verzorgt in die periode vaker in Polen een lezing over hem. Hannah Arendt intrigeert hem dermate dat hij maar liefst vier boeken over deze Duits-Amerikaans-Joods politiek denker schrijft (waarvan de twee meest recente: Aan het werk met Hannah Arendt (2017) en De Werelden van Hannah Arendt (2021).

Binnenkort publiceert hij over het werk van filosoof Cornelis Verhoeven. Op 9 maart 2019 vertelt hij in een persoonlijke correspondentie met Hanke Drop al over Verhoeven. Hij is dan met een nieuw boek bezig, Opvoeding en Onderwijs tussen Geduld en Ongeduld, waarin Verhoeven een voorname plek krijgt:

“Ik ben hard aan het werk aan mijn geduld-boek en dat gaat goed. Ik hoop komende week de eerste drie beschouwende hoofdstukken af te hebben. Ik ben in veel verschillende bronnen gedoken: van taalkundige en etymologische via religieuze (christendom, boeddhisme en islam) tot (vooral fenomenologische) filosofie, met hoofdrollen voor Verhoeven en Hermsen. Ook duik ik in romans en poëzie. Het derde hoofdstuk beschrijft een aantal praktijkverhalen waar ik op reflecteer aan de hand van genoemde bronnen plus een aantal andere, zoals de mij toch wel zeer dierbare Korczak”.

Kracht en betekenis

De kracht van Joops werk zit in de wijze waarop hij zowel in zijn boeken als in zijn presentaties zijn kennis van historische pedagogiek, filosofie en de drie eerdergenoemde pedagogen/filosofen verbindt aan actuele, belangwekkende thema’s in onderwijs en opvoeding. Op deze wijze maakt hij grote denkers uit het verleden tot inspiratiebron voor de jonge generatie. Hij maakt de vertaalslag van minder toegankelijke, niet primair als pedagogische te boek staande bronnen naar de onderwijspraktijk van alledag.

In Ik ben ook een mens (2016) schrijft hij:

“Wat het bijeenbrengen van de ideeën van deze drie [Korczak, Dewey en Arendt] interessant maakt, is dat door hun inbreng allerlei concepten en opvattingen zijn gaan ‘schuiven’. Ze hebben een toegevoegde, diepere betekenis gekregen. Naar mijn overtuiging (…) bieden deze drie tezamen een dynamisch geheel van veelbelovende gezichtspunten op opvoeding en onderwijs. Veelbelovend in het licht van de vragen waar de politiek, de samenleving en om te beginnen vele opvoeders dag in dag uit mee te maken hebben: wat betekent het voor de oude generatie dat er een nieuwe ter wereld is gekomen? Wat is er voor nodig om die generatie in de wereld te laten ‘verschijnen’, niet alleen als biologische wezens, maar in de volle betekenis van ‘mens’?”

Verbinder van verleden en heden

Joop toont hoe waardevolle historische bijdragen van zijn drie grootste inspiratiebronnen (Dewey, Arendt en Korczak) in hemzelf en in de huidige pedagogiek doorwerken. In Ik ben ook een mens schrijft hij in het voorwoord:

“Meer dan veertig jaar houd ik me nu bezig met lezen, schrijven en spreken over opvoeding en onderwijs en niet te vergeten met de praktijk daarvan. In die jaren heeft een aantal denkers zich stevig bij mij gevestigd. Opeens kwamen, vanuit mijn ‘stille weten’, allerlei uitspraken van hen naar boven. Was het niet de grote Pools-Joodse pedagoog Janusz Korczak die zei: ‘Het kind wordt geen mens, het is er al een?’ En maakte de belangrijkste Amerikaanse opvoedingsfilosoof John Dewey in zijn vele geschriften niet onmiskenbaar het belang duidelijk van taal, communicatie en ‘meedoen’? En, om mijn trio te completeren, deed niet de politiek denker (en allesbehalve pedagoog) Hannah Arendt de prachtige observatie dat opvoeding een zaak is van ten tweeden male als mens geboren worden?

Dat ene zinnetje van mijn kleindochter, ‘Ik ben ook een mens’, wekte een wereld aan pedagogische ideeën en praktijken tot leven – een wereld die ik maar al te goed ken en die tot op de dag van vandaag een onuitputtelijke bron van inspiratie voor me is. (….) Het letterlijk ‘aangesproken worden’ door de ander is een wezenskenmerk van humaniteit en daarmee van wat we in de opvoeding en in het onderwijs aan het doen zijn.”

Een nieuwe generatie verschijnt

Een belangrijke vraag voor Joop is wat ervoor nodig is om de nieuwe generatie als mens, in zijn volle betekenis, in de nieuwe wereld te laten verschijnen. Korczak, Dewey en Arendt zijn hem daarbij behulpzaam. Aan het werk van Korczak ontleent hij de begrippen respect, rechtvaardigheid, participatie, dialoog en reflectie. Uit dat van Dewey haalt hij, naast opnieuw participatie, ervaring, transactie, curriculum en democratie en Arendts werk ten slotte levert de begrippen nataliteit, pluraliteit, handelen en verschijnen. Joop: “Tussen deze begrippen is de nodige overeenkomst, maar ook wel enige wrijving.” (Uit Ik ben ook een mens).

Arendt en de onderwijspraktijk

Voor zover onderwijs iets ‘politieks’ heeft, ligt dat volgens Joop in de wijze van omgang met elkaar en in dat wat van leerlingen gevraagd wordt te doen. Als dat beperkt wordt tot ‘werken’ in de zin van Arendt, is dat meer drillen en trainen dan onderwijs (en opvoeding). Handelen in de zin van spreken, overleggen, met elkaar een dialoog aangaan, dingen uitzoeken: dat zijn allemaal zaken die in een school thuishoren, omdat ze betekenissen voortbrengen.

Joop juicht het toe wanneer deze interactievormen een bredere werking krijgen en denkt daarbij aan de klassenvergadering, een schoolparlement en betrokkenheid van leerlingen bij wat er in de school allemaal gebeurt. Ook wanneer het daarbij gaat om onenigheid, ruzies en vechtpartijen. Hij gaat ervan uit dat er wegen gevonden worden om met kinderen tot vreedzame en voor alle partijen acceptabele oplossingen te komen en noemt bijv. een initiatief als de Vreedzame School.

Hij pleit voor de introductie van republikeins denken in de school, waarin rechtvaardige, ‘eerlijke’ omgangsvormen worden gegarandeerd door de leraren en waarin (onvermijdelijke) overtredingen kunnen worden besproken en worden beoordeeld binnen en door een gemeenschap die onrecht niet kan verdragen. In navolging van Arendt stelt Joop dat de opdracht van onderwijs en opvoeding niet zozeer wereldverbetering is: “Het is niet zo dat daarmee ‘de wereld in het algemeen’ beter wordt, maar wel de schoolklas. En die vormt een tijd lang voor kinderen een belangrijk deel van die wereld.”

Meer lezen?

Joop Berding heeft veel publicaties op zijn naam staan: zie dit overzicht

Meer informatie?

U bent welkom op de website van Joop Berding

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief