Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

'The value of teaching is first and foremost the teaching of values'

13 december 2015

'Je kan altijd nog leraar worden!', hoor je weleens. Nou, dat had je gedacht. In het kader van de conferentie  KinderrechtenNU: brug tussen onderwijs, opvoeding en zorg van 24 november j.l., verzorgde Luc Stevens een keynote waarin hij stilstond bij de essentie van pedagogische beroepen. De conferentie vond plaats op de Haagse Hogeschool en was een samenwerkingsinitiatief tussen de Faculteit Sociaal Werk en Educatie, het Lectoraat Jeugd en Opvoeding van de Haagse Hoogeschool (HHS) en de Stichting KinderrechtenNU. Naast Stevens, spraken ook lector Jeugd en Opvoeding René Diekstra en PvdA tweede kamerleden Marith Volp en Loes Ypma. Lees hieronder een samenvatting van de voordrachten van de dag. 

kinderrechtenlogoDe conferentie was voor studenten Pabo en Sociaal Pedagogische Hulpverlening en professionals werkzaam in het onderwijs en de zorg. Doel van de conferentie was het geven van overzicht van de huidige stand van zaken en denken van wetenschappers, beleidsmakers, leerkrachten en andere opvoeders met betrekking tot het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind en de naleving daarvan. De vragen waarom het draaide deze dag: Wat hebben kinderen nodig om op te groeien? Hoe doen we recht aan aan rechten van kinderen om hen optimale kansen voor ontplooiing te bieden? Op welke manier kunnen we kinderparticipatie thuis, in het onderwijs en op andere plekken faciliteren?

Waarden in het onderwijs

De dag werd geopend door René Diekstra, lector Jeugd en Opvoeding (HHS). Hij benadrukte onder andere de centrale rol van waarden in het onderwijs: ‘The value of teaching is first and foremost the teaching of values’.

Hij ontleende dit aan een toevallig gesprek in het vliegtuig met een Amerikaanse vrouw, die docente bleek te zijn. Zij deelde haar vijf inzichten met hem over wat een goede docent maakt:

1) Zelfkennis. Allereerst is zelfkennis van het grootste belang, de docent of volwassene die met kinderen en jongeren werkt moet zichzelf kennen om iets voor de ander te kunnen betekenen.


2) ‘Be generous with your time’, daarmee wijst ze op het altijd klaarstaan voor leerlingen, als zij een beroep op je doen. Met simpelweg je lesje afdraaien kom je er niet.


3) ‘Explain and repeat, repeat and explain’, geduld is volgens haar niet voor niets een schone zaak, maar ook het belang van het herhalen van lesstof moet niet worden onderschat.


4) Sluit aan bij wat kinderen al weten, en bij de beleving die zij hebben van de wereld. Daarmee vind je ook toegang tot de natuurlijke nieuwsgierigheid die kinderen en jongeren hebben.


5) En het geheel is ingebed in een waarden georiënteerde visie op onderwijs. ‘The value of teaching is first and foremost the teaching of values.’ Onderwijs kan met andere woorden niet beperkt blijven tot kennisoverdracht. Volgens haar was dit samen te vatten in ‘the three R's: Rights, responsibilities and respect.’ Daarbij gaat het vooral om het verkennen wat een begrip als respect betekent.


Daarna kregen PvdA Tweede Kamer fractieleden Marith Volp en Loes Ypma kort het woord. Zij benadrukten de belangrijke rol van opvoeders en leerkrachten door aan de hand van voorbeelden te illustreren dat er één persoon het verschil kan maken als een kind het moeilijk heeft.

IMG_9285De keynote werd verzorgd door Luc Stevens en had als titel: ‘Over kinderen gesproken…’

Hieronder een samenvatting van zijn voordracht.

Het kind is van zichzelf

Leraren zijn – op de ouders na – de belangrijkste betrekkingspersonen van kinderen. Als ik vraag ‘Van wie is het kind?’, wat is dan uw antwoord? Het antwoord daarop zou je eigenlijk moeten teruglezen in de missie van elke school. Leraren zullen over het algemeen antwoorden: het kind is van zichzelf. Als je daarvan uitgaat, krijg je een andere onderwijspraktijk, dan laat je kinderen in hun waarde. Daar komen de rechten van het kind goed van pas.

Nadelen van het klassieke instructiemodel

In groep 3 is de leesontwikkeling van kinderen om onbegrijpelijke redenen strak geregisseerd: met kerstmis moeten de kinderen kunnen lezen. Stelt u zich het volgende voor. Er zit een meisje in zo’n groep 3, van 7 jaar. Zij haakt af tijdens de instructie, kan het niet meer volgen. Andere kinderen letten nog wel op, de instructie gaat door. Daarna gaat het “stoplicht” (een methode om aan te duiden hoe er gewerkt moet worden in de klas, red) op rood: er mag niet worden gepraat en mogen er geen vragen worden gesteld. Dat gebeurt in een tijdsbestek van zo’n 7-8 minuten en tegen de tijd dat het meisje wel vragen mag stellen, weet ze niet meer wat ze moet vragen, wat ze niet begreep. De juf begint dan op goed geluk haar instructie te herhalen, hopende dat er iets voorbijkomt waardoor het meisje het weer begrijpt.

Wat interessant is: het meisje kan dit hele proces heel precies navertellen en terughalen hoe ze zich voelde. Ze is dus hoog gemotiveerd en heeft een goed ontwikkelde metacognitie. Ze is in feite een afgeleide van het curriculum. Als we het hebben over de rechten van het kind, dan past dit daar niet in. Het meisje is klaar om zich verder te bekwamen.

Vertrouwen in het kind

Als we spreken over kinderen, gaat het vaak over wat wij weten over kinderen. We worden overspoeld met weetjes, maar tot welke inzichten leidt dat? Een hoop tentamenkennis is op zichzelf niet zo interessant. Elke leerling met wie je werkt, is volledig toegerust voor zijn eigen ontwikkeling.

Maar er zijn ook grote verschillen tussen leerlingen.  Op scholen gaat het dan al snel over zorgleerlingen. Waarom noemen we deze leerlingen zo? Omdat het systeem ze niet verwacht. Kinderen horen niet graag in die categorieën, net zoals volwassenen. Vertrouwen hebben in de mogelijkheden van elk kind, dát is de opdracht van elke pedagoog.  

Leraar, wie ben je?

Pedagogische beroepen vragen heel veel van ons, van ons als mensen. "Je kan altijd nog leraar worden!" hoor je weleens. Nou, dat had je gedacht. Het gaat er niet om dat je een aantal competenties kan afvinken, het gaat om de drager van die competenties. Hoe kan je die drager vormen? Je moet er volwassen mensen van maken die vragen: wat heb ik verkeerd gedaan?

Wanneer ben je geslaagd als leraar? Dat beoordelen de leerlingen met wie je werkt, naast de docenten die jou op de lerarenopleiding begeleiden. Het gaat erom dat de leerlingen voelen dat zíj het moeten doen, en dat wij als opvoeders/leraren dat waarderen.

Meer informatie over KinderrechtenNU, dFaculteit Sociaal Werk en Educatie en het Lectoraat Jeugd en Opvoeding van de Haagse Hoogeschool.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief