Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Rudolf Steiner en de antroposofie: 'Een open houding ontwikkelen voor ieders eigenheid in relatie tot de ander en de omgeving'

1 augustus 2018

In de 'Pedagogische Canon’ vindt u een serie portretten van onderwijswetenschappers en -denkers, uit heden en verleden. Hun werk is van betekenis voor een beter verstaan van goede onderwijspraktijk. Via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk trachten we de essentie te vatten.  In deze aflevering Rudolf Steiner (1861-1925), de grondlegger van de antroposofie: 'Onderwijs staat in dienst van de persoonlijkheidsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. Veel waarnemen en leren gaat impliciet. Je probeert dat zoveel mogelijk te behouden, zodat leerlingen een open houding ontwikkelen voor ieders eigenheid in relatie tot de ander en de omgeving.'

Rudolf Steiner wordt geboren in 1861 in Donji Kraljevec (Kroatië). Hij bezoekt een dorpsschool op het Oostenrijkse platteland, waar vakken als taal en rekenen net zo belangrijk zijn als creatieve vakken. Na zijn middelbare schooltijd studeert hij wiskunde, natuurkunde en scheikunde aan de technische universiteit in Wenen. Ondertussen geeft Steiner bijlessen en is hij privéonderwijzer van een jongen met een  ontwikkelingsstoornis, waaruit hij inzichten over pedagogiek en didactiek ontwikkeld. Zijn interesse en onderzoek naar de ideeën in het werk van de filosofen Nietzsche en Goethe brengen hem naar de studie filosofie. Hij overlijdt in 1925 in Dornach (Zwitserland)

Antroposofie: theorie en visie
Steiners filosofische proefschrift wordt later opgenomen in zijn boek De filosofie van de vrijheid, dat de basis legt voor de antroposofie en haar praktische toepassingen, zoals het vrijeschoolonderwijs, de antroposofische geneeswijze, de Heilpedagogie, de sociale driegeleding en de biologisch-dynamische landbouw. Antroposofie komt van de Griekse woorden anthropos (mens) en sophia (wijsheid). Volgens Steiner bestaat een mens uit meer dan een lichaam; de mens heeft ook een ziel die onafhankelijk van het lichaam bestaat en die na de dood reïncarneert. De ontwikkeling van het gevoelsleven en creatieve vorming zijn de basis voor de verstandelijke ontwikkeling is zijn overtuiging. Hij is de grondlegger van de vrijescholen; ook in de kinderopvang wordt er volgens zijn visie gewerkt.

Antroposofische geneeswijze
Rudolf Steiner is als leraar verbonden aan de in 1912 opgerichte antroposofische vereniging opgericht. Hij meent dat de antroposofie vooral een geesteswetenschap is waarmee in de geneeskunde meer kan worden bereikt. De antroposofische geneeswijze is geen vervanging van de gangbare universitaire geneeskunde. Een afgestudeerd arts mag na een aanvullende opleiding de antroposofische geneeswijze uitoefenen en gaat ervan uit dat de mens uit vier lagen bestaat:

  1. Het fysieke lichaam dat deel uitmaakt van de materiële wereld, waarin men kan waarnemen met zintuigen. Het is zichtbaar.
  2. Het levenslichaam staat voor alle lichaamsprocessen, b.v. herstellen van cellen, groeien, opnemen en afbreken van voeding en erfelijkheid. Het is niet zichtbaar.
  3. In de ziel bevinden zich de emoties: angst, vreugde, verdriet, liefde, enz.
  4. Bovenstaande lagen zijn bij alle levende wezens aanwezig. De antroposofie gaat ervan uit dat alleen bij de mens een vierde laag aanwezig: het "ik", de geestelijke kern met daarin gedachten, dromen en idealen.

In de antroposofische geneeswijze  is voor een goede gezondheid evenwicht tussen deze vier lagen nodig. Wanneer iemand ziek wordt, is ergens in de lagen van die persoon het evenwicht verstoord. Een antroposofisch arts zal samen met de patiënt gaan zoeken naar de plek waar het evenwicht verstoord is geraakt. Ziektesymptomen zeggen volgens de antroposofie alles over de gesteldheid van een individu en diens manier van leven. Iemands fysieke gesteldheid staat altijd in contact met de overige drie lagen van zijn mens-zijn. Wanneer iemand klachten krijgt, kunnen die zich in alle vier de lagen uiten. De geestelijke kern heeft echter de grootste invloed op het ziek zijn. Het functioneren van iemands "ik" bepaalt in grote mate diens lichamelijk welbevinden.

Sociale driegeleding
Steiner legt eveneens de basis voor een systeem dat hij sociale driegeleding noemt en dat de drie delen beschrijft waaruit de samenleving bestaat: het culturele of geestesleven (onderwijs), het rechtsleven (sociale structuren) en het economische leven (banken, bedrijven, handel). Deze drie gebieden moeten volgens Rudolf Steiner totaal onafhankelijk van elkaar bestaan, elk zonder inmenging van de twee anderen. Een eerdere poging voor deze sociale driegeleding ontstond in het Franse "Liberté, Egalité, Fraternité" (vrijheid, gelijkheid, broederschap). Eenzelfde gedachtegang ontwikkelt Abraham Kuyper in zijn publicatie "Soevereiniteit in eigen kring"(1886), waarbij de "kringen" de verschillende levensgebieden aanduiden die elkaar niet mogen overheersen.

Heilpedagogi
In 1924 houdt Steiner een reeks voordrachten voor een kleine groep van pedagogen en artsen over mensen met een verstandelijke handicap. Deze voordrachten zijn in Nederland opnieuw uitgegeven onder de titel "Genezend opvoeden". Uitgangspunt is dat ieder mens zich kan en moet ontwikkelen. Hij heeft een "karwei" meegekregen. Zij die helpen bij dit karwei, profiteren daarvan ook in hun eigen ontwikkeling.

Biologisch-dynamische landbouw
Steiner ontwikkelt de teeltmethode die biologisch-dynamische landbouw heet, waarin bodemvruchtbaarheid en versterking van de natuurlijke groei centraal staan. Het landbouwbedrijf wordt daarbij als organisme opgevat, en bedrijfsvreemde elementen worden zo veel mogelijk vermeden. Een biologisch-dynamisch bedrijf streeft naar diversiteit in geteelde gewassen en gehouden dieren. Ook wordt er met preparaten gewerkt die veronderstellen kosmische invloeden van de planeten op te vangen, zorgen voor groei en levenskracht en een betere bewaarkwaliteit van de gewassen. Het gebruik van compost is een essentieel element in de biologisch-dynamische landbouw.

Waldorfpedagogie
In 1919 krijgt Steiner in Stuttgart de leiding over de Freie Waldorfschule, opgezet door de fabrikant Emil Molte, eigenaar van de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, om de arbeiders en de directeuren nader tot elkaar te brengen. Steiner ontwikkelt een pedagogie die ten grondslag ligt aan de wereldwijde Vrijeschool-beweging met scholen voor basis- en middelbaar onderwijs in vele landen. Het woord – vri j- is bedoeld om aan te geven dat de overheid geen zeggenschap dient te hebben over de vorm van onderwijs. De geest moet vrij tot ontwikkeling kunnen komen. Deze gedachte stamt uit de zogeheten Driegeleding: een vrije geest, een rechtssysteem op basis van gelijkheid, en een sociale ordening gebaseerd op broederschap.

De Vrijeschool-beweging
De vrijeschool is gebaseerd op het mensbeeld uit de antroposofie, een visie op de mens, bestaande uit lichaam, ziel en geest. Haar uitgangspunt is dat onderwijzen ook opvoeden is en verder gaat dan goed leren lezen of rekenen. Onderwijs staat in dienst van de persoonlijkheidsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. Ieder kind heeft van zichzelf bepaalde talenten. De vrijeschool moedigt de ontwikkeling van een vrije persoonlijkheid aan in cognitiviteit, inventiviteit, originaliteit en creativiteit. Er wordt gehecht aan de wijsheid van de natuur en het ritme van de seizoenen. In de school wordt het jaarritme van de natuur gevolgd. Door het vieren van jaarfeesten worden kinderen zich bewust van het jaarverloop en wordt verbondenheid met de natuur gestimuleerd. Er is en belangrijke rol weggelegd voor het klassikaal gegeven vak euritmie, waarin klank, ritme en woord samenkomen. Euritmie wil de sociale samenhang verbinden en stimuleren, maar moet er vooral voor zorgen dat kinderen zich openstellen voor de eigenheid in relatie tot de ander en de omgeving. Dit vak ondersteunt alle andere vakken en vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van het vrijeschoolonderwijs.

Jonge kinderen zijn, in de visie van vrijescholen ontvankelijk en open voor indrukken. Veel waarnemen en leren gaat impliciet. Er wordt geprobeerd dat zoveel mogelijk te behouden, zodat leerlingen een open houding ontwikkelen ten opzichte van nieuwe kennis, vaardigheden en zienswijzen. Voor de jongsten wordt veel gebruik gemaakt van natuurlijke materialen, zodat ze respect voor kwaliteit ontwikkelen. Voor de ouderen uit zich dat door de wijze waarop  verhalen worden verteld en perioden behandeld, zodat kinderen kennis maken met natuur, cultuur en menselijke ontwikkeling. Door de wis-, natuur- en scheikunde, filosofie en religie worden leerlingen in verbinding met de medemens, de mens in de natuur, in de wetenschap, de mens in zijn streven naar hogere doelen, de mens en zijn plaats in het universum gebracht.

De visie op de mens uit zich in een geïntegreerde onderwijsaanpak, waarbij het aanbod aansluit op zowel de innerlijke ontwikkeling van het kind, als op vragen die het kind vanuit de buitenwereld bereiken. Integratie van de leerstof vindt plaats in de hersenen. Periodeonderwijs geeft de leerlingen vanaf groep 3 de gelegenheid zich gedurende een aantal weken in de eerste twee uren van de dag te verbinden met lesstof over één onderwerp. Dat wordt inhoudelijk verdiept en vanuit verschillende kanten belicht. In wisselwerking met de leerlingen ontwerpt de leerkracht de periode, waarbij zijn rol verschuift van expert naar adviseur naar begeleider. Wat eigen is gemaakt, vindt zijn vervolg in vaklessen of werkuren om geoefend, geuit en geautomatiseerd te worden. Een geïntegreerde manier van lesgeven, die aan het eind van de periode leidt tot het eigen maken en kunnen presenteren van deze stof. Leren is een creatief proces in de vrijescholen, waarin veel aandacht is voor kunstzinnige vakken als schilderen, handenarbeid, handwerken, muziek en toneel.

Bronnen:

  1. Geraadpleegd op 23-07-2018
  2. Geraadpleegd op 23-07-2018
  3. Geraadpleegd op 23-07-2018
  4. Geraadpleegd op 23-07-2018

Meer lezen?

Informatie over de vrijescholen kunt u vinden op de website van de Vereniging voor Vrijescholen.

Naast het boek De filosofie van de vrijheid (1896) heeft Rudolf Steiner vele andere boeken gepubliceerd.

 

 

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief