Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

In gesprek met De Correspondent: over begeestering, nieuwsgierigheid en soms een spontaan lied

7 juli 2015

Wat is een kind? In ieder geval níet de grafische lijn die de stipjes van de Cito-toetsen, tussenopbrengsten en eindopbrengsten met elkaar verbindt. Daarover zijn Gertjan Kleinpaste en zijn gesprekspartner, De Correspondent-auteur Marilse Eerkens, het meteen eens. Een gesprek over de bijna heilige ‘norm’, over beweeglijke jongens, over financiële prikkels die de extra inzet om een kind op een hoger niveau te laten uitstromen fnuiken, en over die broodnodige arm om je schouder. ‘Wat echt helpt, is om precies de belangstelling van een kind te raken. Dan zal de rest ook beter gaan.’

Marilse EerkensWij hebben afgesproken af in de fraaie zaal van het ‘1e klasse restaurant’ op Amsterdam Centraal. Het ijs is snel gebroken en er ontspint zich een boeiend gesprek over kinderen en hun talenten. Marilse Eerkens, correspondent kinderomgang bij De Correspondent benadrukt continu positiviteit. Zij is wars van de doorgeslagen efficiency en het denken in ‘afvinklijstjes’.

Terwijl wij ons broodje tonijnsalade eten rollen er volop voorbeelden over tafel. Uiteraard die van onze eigen kinderen. Voorbeelden waar je het meest mee verbonden bent, maar ook voorbeelden uit praktijksituaties die zij als journaliste tegenkwam en waar zij door getriggerd werd. Wat ons bindt, is de verbazing over de ‘norm’. Die lijkt alles bepalend en biedt weinig ruimte voor kinderen die daarvan afwijken. Waarbij het niet uitmaakt of die afwijking uitstijgt boven die norm of dat het kind juist moeite heeft dat heilig verklaarde gemiddelde te behalen. Al te sjabloonmatig denken in termen van goed en fout is sowieso wel een dingetje.

Gezien worden, je verbonden weten

In één van haar recente artikelen op De Correspondent beschrijft zij het belang om de nieuwsgierigheid van kinderen te prikkelen en daarmee het ‘zelf leren nadenken’ te bevorderen. In een ander artikel schetst zij de specifieke behoefte van jongens in hun ontwikkeling en in het leren. Wij hebben allebei ook zoons en weten dat hun beweeglijkheid, gedragingen en houding wel eens problemen gaven binnen een klas. Het komt helaas bij jongens veel vaker voor dat zij uiteindelijk niet uitstromen op het opleidingsniveau dat aanvankelijk haalbaar geacht werd. De rector van de scholengemeenschap ‘Lek en Linge’ uit Culemborg zegt daarover in één van haar artikelen dat de financiële prikkel nu eenmaal is dat het beter is een kind een niveau lager te plaatsen dan extra inzet te plegen om de uitstroom op het hogere niveau te realiseren.

Wat volgens Marilse echt helpt, is om precies de belangstelling van een kind te raken en het kind uit te dagen om daarin te excelleren. Dan volgt daaruit dat ook andere zaken en andere vakken beter zullen gaan. Uiteindelijk gaat het erom gezien te worden, je verbonden te weten met de groep en de leerkracht. Samen zingen bevordert dat.

Zij is er ook van overtuigd dat aandacht voor mindfulness helpt; het maakt kinderen bewuster van zichzelf en leert hen rust te creëren. Ook een vak als filosofie ziet zij als welkome aanvulling in het lesaanbod. Het leert kinderen zelf een vraagstuk of hypothese van verschillende kanten te bekijken en daar uit te leren.

verwonderingHoe definiëren leraren en ouders ‘het goede’ voor het kind?

De vraag komt langs of leerkrachten niet al te strak vasthouden aan de lesmethoden, boeken en opgaven die de school hanteert. Of die trouw aan de methode niet remmend werkt op onderzoekend leren, het aanboren van nieuwsgierigheid en het leren stellen van de juiste vragen.

Wat wij - zo komt spontaan over tafel - zien, is een bepaalde mate van handelingsverlegenheid bij zowel leerkrachten als ouders. Beiden willen het goede voor het kind, maar zij lijken ver uit elkaar te staan als het erom gaat dat ‘goede’ helder te beschrijven. Terwijl het voor de ontwikkeling van het kind in de context van de school van groot belang is dat leerkracht en ouders doel en koers met elkaar delen.

Een kind is nu eenmaal niet de grafische lijn die de stipjes van de Cito-toetsen, tussenopbrengsten en eindopbrengsten met elkaar verbindt. Het kind is dat unieke individu met eigen talenten, voorkeuren en ontwikkelingskansen. Het aanspreken daarvan vraagt een arm om de schouder, betrokkenheid en oog voor dat wat het kind zo uniek maakt. Het gaat er niet om het resultaat per vakgebied te zien, maar het hele kind.

Van evident belang voor de talent-ontwikkeling lijkt dus verbinding, ‘begeestering’ en de ruimte om vanuit verwondering en nieuwsgierigheid te leren. Dat vraagt om gedegen leerkrachten die, naast het aanbieden van de nodige basiskennis, kinderen echt weten te raken en te stimuleren. Die spontaan een lied inzetten en weten dat samen zingen de onderlinge band versterkt en dat een veilige groep ook een veilige leeromgeving maakt. Dat er bij horen en deel uitmaken van een groep het kind vertrouwen geeft.

Gertjan Kleinpaste

Gertjan Kleinpaste is voormalig schoolleider en onderwijsbetrokkene. Hij werkt vanuit RedShoe Keynotes / AndereBlik.com en is oprichter van de ‘Metaforenfabriek’.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief