Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Helen Parkhurst en haar oproep om kinderen een stem te geven in hun eigen ontwikkeling

3 mei 2019

In de 'Pedagogische Canon’ vindt u een serie portretten van onderwijswetenschappers en -denkers, uit heden en verleden. Hun werk is van betekenis voor een beter verstaan van goede onderwijspraktijk. Via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk trachten we de essentie te vatten.  In deze aflevering de Amerikaanse pedagoge Helen Parkhurst (1886-1973). Zij is de grondlegster van het daltononderwijs, een vorm van vernieuwingsonderwijs dat tegenwoordig vooral in Nederland populair is. In ons land volgen zo’n 100.000 kinderen op zo’n 370 scholen daltononderwijs. Parkhursts credo luidde: 'Echt leren is ervaren. Het gaat om te leren leven door te leven, leren werken door te werken en om leren leren door te leren.'

Onderwijs als roeping
Parkhurst werd geboren in Durand (Pepin County, Wisconsin), een stadje dat pas zo’n dertig jaar voor haar geboorte door kolonisten gesticht was. Direct na haar middelbare school en amper 18 jaar oud kiest Parkhurst voor het onderwijs. Zonder verdere opleiding krijgt ze de leiding op een van de vele duizenden ‘one-room-country-schools’ op het platteland van Amerika, de Blackschool in Waterville. Het is een stevige klus. Ze krijgt de verantwoordelijkheid voor 45 kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 16 jaar, maar wil koste wat het kost, slagen.

Daarom doet ze, voor ze aan het schooljaar begint, iets opmerkelijks. In de laatste week van de zomervakantie nodigt ze de oudste kinderen uit om samen op school over het nieuwe schooljaar te praten. De kinderen gaan onwennig, maar ook nieuwsgierig het gesprek aan. Parkhurst wint hun vertrouwen en gaandeweg wordt iedereen enthousiast. De kinderen geven aan dat ze graag zelfstandig door willen kunnen werken aan interessante en betekenisvolle taken, waarbij ze ook zelf willen kiezen in welke volgorde opdrachten uitgevoerd worden. Bovendien ontstaat het idee om de schoolbanken, die in lange rijen staan, uit de houten vloer te schroeven en ze in tafelgroepen te groeperen. Zo kunnen verschillende vak- of themahoeken ingericht worden, waar de leerlingen in heterogene groepen aan de taakopdrachten van dezelfde vakken kunnen werken. Ze kunnen elkaar helpen en tegelijkertijd kunnen de oudste kinderen de jongere wat in de gaten houden en ondersteunen.

Parkhurst is enthousiast en voert de ideeën door. De kinderen zijn enthousiast, omdat ze serieus genomen worden en aangesproken op hun verantwoordelijkheidsgevoel. Ze spreken af gedurende het schooljaar regelmatig met elkaar op de voortgang te reflecteren en om zo nodig de werkwijze aan te passen.

Het zullen daarna twee centrale thema’s in de carrière van Parkhurst blijven. Enerzijds het idee om kinderen een stem te geven in hun eigen ontwikkeling, anderzijds om te experimenteren en op zoek te blijven naar effectieve en efficiënte werkwijzen.

Het doorontwikkelen van de eigen praktijk

Na haar eerste praktijkjaar gaat Parkhurst naar een lerarenopleiding en bouwt in de jaren daarna haar eigen experimenten verder uit. In grotere schoolgebouwen worden de vak- en themahoeken vaklokalen. Het werken met betekenisvolle taken wordt verdiept met de vrijheid en zelfstandigheid in het werken en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Parkhurst bouwt ook het idee uit dat de school een gemeenschap is, waar kinderen van en met elkaar leren.

Het basisidee achter haar hele praktijk is ervaring. Parkhurst vindt dat de meest effectieve manier om kinderen te vormen het laten ervaren is: “Experience is the best and indeed the only real teacher”. Parkhurst vindt dat er niets leerzamer is. Echt leren is ervaren. Het gaat om te leren leven door te leven, leren werken door te werken en om leren leren door te leren (Van der Ploeg, 2010).

Een intermezzo
In 1913 – ze was toen 27 jaar - gaat Parkhurst in haar ‘home-state’ Wisconsin werken op de lerarenopleiding in Stevens Point. Maar terwijl ze daar de opleiding vanuit haar eigen ideeën opnieuw opbouwt, zingt er een ander idee in het onderwijswereldje in Amerika rond. Dat tumult wordt veroorzaakt door Maria Montessori. Tijdens haar eerste bezoek aan Amerika krijgt ‘la dottoressa’ dat jaar alle aandacht. En overal in het land ontstaan initiatiefgroepen om montessorischolen op te richten. Parkhurst wordt nieuwsgierig en besluit het jaar daarop naar Rome te gaan om deel te nemen aan de tweede internationale trainingscursus van Montessori. Hoewel Parkhurst vanuit haar eigen experimenten een kritische houding heeft, maakt de zestien jaar oudere en wetenschappelijk geschoolde Montessori op haar een verpletterende indruk. Parkhurst vergeet even haar eigen ideeën en valt als een blok voor Montessori en voor het montessorigedachtegoed.

De bewondering is wederzijds. Als Montessori in 1915 gevraagd wordt om op de wereldtentoonstelling in San Francisco een experimentele Casa deï Bambini in te richten, roept ze de hulp van Parkhurst in. Als stand-in voor Montessori maakt Parkhurst het experiment in San Francisco tot een groot succes. Parkhurst wordt vervolgens Montessori’s plaatsvervanger in Amerika en begeleidt als zodanig initiatiefgroepen, sticht scholen, geeft trainingscursussen in het hele land en bouwt een montessorilerarenopleiding in New York.  

In 1919 beëindigt Parkhurst na vier jaar de samenwerking, zeer tegen de zin van Montessori in. Montessori is echter als ‘modegrill’ in Amerika voorbij. Alle initiatiefgroepen komen stil te liggen. Pas enkele decennia later zal het montessorionderwijs in Amerika opnieuw voet aan de grond krijgen.

New York Dalton School
Parkhurst pakt vervolgens haar eigen experimenten weer op en sticht in New York een school, de nog steeds bestaande New York Dalton School. Het duurt vervolgens maar een paar jaar voordat het daltononderwijs zich als een olievlek over de wereld verspreid heeft. Eerst experimenteert Parkhurst nog in een aantal Amerikaanse steden, zoals in de plaats Dalton. Naar dat experiment vernoemt ze haar ideeën: het Dalton Laboratory Plan. Maar in het midden van de jaren twintig zijn er wereldwijd duizenden experimenten gaande, met name in Groot-Brittannië, Rusland, China en Japan.

Parkhurst publiceert in 1922 het enige boek dat zijzelf over haar ideeën schrijft: Education on the Dalton Plan. Het is een boek dat in sneltreinvaart geschreven is, omdat er met name in Groot-Brittannië een grote behoefte was ontstaan aan informatie over Parkhursts gedachtegoed.  

De basisfilosofie uit het boek is vrij simpel. Parkhurst vat dat zelf treffend samen:

‘For service and co-operation are what we need to solve our great political and social problems to-day, and synthetic education that will provide that large and comprehensive outlook which will make these virtues a habit of thought and a practice of life. Some such total vision must be constantly in the mind of the teacher, who must ever be on the look-out for inter-relations and so stir within the minds of the children the faculty of creating channels between the different territories – channels which will fertilize the whole earth between them and give that infinite joy which comes from the consciousness of creatorship, the true function of man, the work for which he was endowed with an immortal spirit (Parkhurst, 1922).’

Parkhurst geeft geen uitgebreide antropologie en biedt ook geen uitgebreide maatschappijanalyse, op basis waarvan men zich een beeld zou kunnen vormen hoe zij aankijkt tegen het ‘waartoe’ van onderwijs en opvoeding. Ze zegt er wel ‘iets’ over. Ze vindt ‘creativiteit’ de ware aard van de mens en roept op kinderen op te voeden tot ‘fearless human beings’.

Het is een term die in het huidige daltononderwijs in Nederland wel gebruikt wordt, zonder overigens dat daar bij Parkhurst veel achtergronden over te vinden zijn. Daltonianen doelen daarbij op de vorming van breed ontwikkelde en breed gevormde, democratische burgers, met een nieuwsgierige, onderzoekende, probleemoplossende en ondernemende houding. Het zijn mensen, die eigen voorkeuren, interesses en talenten ontdekt en ontwikkeld hebben en die mede daardoor zelfstandig en in vrijheid leven, werken en leren en zich verantwoordelijk gedragen.

Parkhurst is vooral praktisch en pragmatisch. Ze stelt het opdoen van ervaringen centraal. Leven, werken en leren leer je door te oefenen met leven, werken en leren, samen met anderen in de veilige context van de school als mini-samenleving (Berends, Wolthuis, 2014). En ze draagt daar een aantal ideeën voor aan: het werken met betekenisvolle taken, waaraan kinderen in vrijheid en zelfstandig kunnen werken, de gedachte om met vaklokalen te werken, waar kinderen in heterogene groepen vanuit eigen keuzes in vrijheid samen aan hun taak kunnen werken. Haar advies aan de leraar is: ‘Stay out of the way’. Het gaat om de ‘liberation of the child’. Leid het paard naar de bron, maar het moet zelf drinken. Het moet vooral het kind zelf zijn dat over zijn eigen tijd beschikt en aan de slag gaat.

Het revitaliseren van het onderwijs
Parkhursts doel was het om het onderwijs te ‘revitaliseren’ en daarvoor experimenteerde ze veel. Semel (1999) beschrijft de sfeer waarin dat destijds op Parkhursts eigen school gebeurde: “During Helen Parkhurst’s regime, the school exuded informality, spur-of-the-moment decision-making, abundant energy, eager engagement of both faculty and students, and always the element of surprise.”

Albert Lynch, één van de eerste daltonianen in Engeland, zegt in 1924 over haar: “She desired the Plan to be a growing thing; and desired its growth to be contributed to by other experimenters besides herself” (Lynch, 1924).

Parkhurst experimenteert er dus lustig op los, maar vraagt ook om reflectie van anderen: “I would be the first to hear welcome criticism” (Luke, z.j.). En ze roept op te experimenteren. Met enige humor stelt ze zelfs: “En als er ooit iets uitgevonden wordt dat effectiever is dan mijn Dalton Laboratory Plan, moet je dat vooral volgen!”

De oproep van Parkhurst om op haar ideeën en praktijk voort te borduren, is een bijzonder aspect van haar gedachtegoed. Daarom bestaat ‘het’ daltonplan ook niet. Het gaat niet om het kopiëren van het oorspronkelijke gedachtegoed, wat van daltonianen trouwe volgelingen van Parkhurst zou maken. Parkhurst is ‘slechts’ een inspiratiebron, geen ‘verlichte’ leider die gevolgd moet worden. Daarentegen roept ze leraren op hun onderwijs steeds af te stemmen op de kinderen en op de omstandigheden van een specifiek moment.

Een Nederlandse versie van dalton
Hoewel het merendeel van de daltonexperimenten uit de jaren twintig en dertig beëindigd zijn – er zijn tegenwoordig wereldwijd nog slechts zo’n 500 daltonscholen – is met name in Nederland het daltononderwijs tot bloei gekomen.

Eén van de meest prominente personen die in Nederland daaraan bijgedragen hebben, is prof. Kohnstamm, de eerste hoogleraar pedagogiek in Nederland. In 1924 publiceerde hij, met een aantal collega’s, een onderzoek naar het daltononderwijs in Engeland. In de ‘moral and civic education’ die hij op die daltonscholen observeerde, in combinatie met het werken volgens een flexibele schoolorganisatie, zag hij de toekomst van het Nederlandse volksonderwijs liggen. Kohnstamm werd dan ook een van de eerste en grootste pleitbezorgers van het daltononderwijs in Nederland (Bigot, Diels, Kohnstamm, 1924).

Mede door zijn invloed en bijdragen heeft in het Nederlandse daltononderwijs het idee van brede vorming en persoonlijkheidsontwikkeling een veel krachtiger plek gekregen dan in het praktische en pragmatische Dalton Laboratory Plan van Parkhurst.

In de Nederlandse versie van het daltononderwijs is een belangrijk aspect van Parkhursts oorspronkelijke ideeën verloren gegaan: het werken met vaklokalen. Op de meeste daltonscholen in ons land is er daarom sprake van ‘sub-dalton’: dalton vormgegeven in het eigen klaslokaal, binnen de context van het leerstofjaarklassensysteem.

Hoe het verder ging met Parkhurst
Toen in de jaren twintig en dertig – de ‘progressive era’ – het denken over vernieuwingsonderwijs booming was, stond Parkhurst breed in de belangstelling. Maar tijdens de crisisjaren en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog verflauwde de aandacht wereldwijd. In 1942 nam Parkhurst ontslag op haar eigen school in New York en koos voor een verrassende, nieuwe carrière, die voor veel daltonianen vrij onbekend gebleven is. Met een portable bandrecorder bij zich, begon ze een onderzoek waarbij ze op locaties kinderen ging interviewen over serieuze, ook voor kinderen belangwekkende onderwerpen: delinquentie, verliefdheid, geloof, leren, seks, vals spelen, et cetera. Ze bouwde een uniek specialisme op en werd als pedagoog veel gevraagd op radio en televisie. Voor verschillende series interviews op radio en televisie ontving ze prijzen. Ook publiceerde ze een aantal boeken over dit interviewwerk, zoals Undertow en Growing Pains. Het bekendste boek Window of the Childs Mind is ook vertaald in het Nederlands: De Wereld van het Kind.

Parkhurst overleed in 1973 op 86-jarige leeftijd aan de gevolgen van een val, terwijl ze nog volop plannen had, zoals het schrijven van een biografie over Montessori. Haar carrière, zowel in het onderwijs als later bij haar radio- en televisiewerk, stond in het teken van het idee om kinderen een stem te geven in hun eigen ontwikkeling.

René Berends is daltonopleider en onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwingsonderwijs van Saxion en onder andere auteur van de biografie over Helen Parkhurst.

Dit is een schoolportret van een van de 368 Dalton-basisscholen in Nederland:
 

 

Literatuur

  • Berends, R. (2011). Helen Parkhurst. Grondlegster van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.
  • Berends, R., Wolthuis, H. (2014). Focus op Dalton. Deventer: Saxion Dalton University Press.
  • Bigot, L.C.T., Diels, P.A., Kohnstamm, Ph. (1924). Het Nutsrapport: De toekomst van ons volksonderwijs II Scholen in losser klasseverband. Amsterdam: Nutsdrukkerij.
  • Luke, D.R. (z.j.). Oasis for Children. A Legacy from Helen Parkhurst. Washington: ongepubliceerd typoscript.
  • Lynch, A.J. (1924). Individual Work and the Dalton Plan. A full account of the working of the Dalton plan in the elementary school. London: George Philip and Son.
  • Parkhurst, H. (1922). Education on the Dalton Plan. London: G. Bell & Sons, Ltd. / New York: E.P. Dutton and Company.
  • Ploeg, P. van der (2010). Dalton Plan: oorsprong en theorie van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.
  • Semel S.F. (1999). 7 The Dalton School: The transformation of a progressive school. In: Semel, S.F., Sadovnik, A. R. (1999). Schools of Tomorrow, Schools of Today: What Happened to Progressive Education. History of Schools and Schooling, V. 8. Peter Lang Publishing.

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief