Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Een pleidooi voor waarden, niet voor normen: 'doe alsjeblieft niet normaal'

28 januari 2017

Afgelopen donderdag sprak associate professor van Universiteit van Maastricht Jessica Mesman in het kader van de Onderwijsavond over haar onderzoek. Rob Bekker was erbij en spant een draad tussen Mesmans woorden, die van Gert Biesta, Mark Rutte en aan zijn eigen onderwijspraktijk. Hij concludeert: 'er bestaan geen normale kinderen. Ergo: er bestaan geen normale mensen.'

Onderwijsavond op 19 januari 2017 met Jessica Mesman

Wat drijft je, wat is je weg? Ik ben taalarbeider en mensenwerker. Een aantal woorden die ik in de eerste weken van dit jaar hoorde of las blijven rondzingen in mijn hoofd. Wat betekenen de woorden verschijnen, exnovatie, normaal en voice-over voor mijn leven en werken; als man, vader, docent, zanger, lezer, schrijver?

Gert Biesta schrijft in zijn boek Het leren voorbij over opvoeding en onderwijs als interventie in het leven van een andere mens, gemotiveerd door: verbetering van die ander. Hij maakt van ‘verschijnen’ een nieuw begrip. Jessica Mesman houdt een verhaal over eenvoudige zaken die er toe doen. Ze richt zich op het observeren en beschrijven van de samenhangende praktijken waar het goed gaat. Daarbij maakt ze gebruik van videobeelden die de gefilmden als groep samen bekijken om tot een vaststelling van wat er gebeurt te komen. Haar nieuwe begrip is 'exnovatie’. Ze verklaart in mijn oren het tijdperk van de feedback voorbij.

Is wat Biesta beweert ook hetgeen mij bewoog om naar de lerarenopleiding te gaan? Is dat mijn vertrekpunt: ik wil de ander verbeteren? Een goede vriend die samen met zijn geliefde drie jongens opvoedde en daarbij vooral met de jongste te vaak in de clinch lag, werd door deze zoon uit hun gezamenlijk lijden verlost door de opmerking: 'Het maakt niet uit waar wij samen over praten, altijd kom jij met die voice-over van je. Als je dat nu eens niet deed...'

Dus aan de ene kant is er wat Biesta oppert: 'Wanneer we de lastige vragen stellen die een mogelijkheid openen voor kinderen en jongeren om in de wereld te komen, is het goed voorstelbaar dat we hoe en waar kinderen en jongeren op dat moment zijn in twijfel trekken en in zekere zin verstoren.' En aan de andere kant is er géén vraag aan ons om dat te doen en wel de mededeling dat we niet op een levende vraag aansluiten.

Terwijl ik dit ’s ochtends lees –dat is de eerste gezamenlijke activiteit op onze schooldag: ooit uitgesproken als de intentie om iedereen in het schoolgebouw de eerste vijftien minuten stil te laten lezen- komt een van ons [‘wij’ is op dat gedefinieerd als: klas RW van Ithaka internationale schakelklassen] te laat binnen en hij vindt het moeilijk om me direct uit te leggen waardoor dat komt of waarom dat zo is. 'Schrijf maar even op', help ik. Vervolgens is het weer zo stil in het lokaal dat ik mijn voice-recorder een minuut aan zet om ook in een andere klas te kunnen laten horen hoe stil stil is. Zou zoon van vriend dit al een voice-over noemen?

'Ik kom te laat omdat ik slaap beetje laat', schrijft mijn leerling
en hij zegt erbij: 'Eerlijk, meester, ik ben eerlijk.'

Een ander zei bij de welkomhand dat hij om 14.15 uur weggaat. Het verhaal erbij geeft mij geen andere ruimte dan om ‘ongeoorloofd’ aan te kruisen in het systeem. 'Maar ik zeg jou eerlijk, meester. Ik kan ook zeggen dat ik moet naar dokter.' Dan zou ik om een bewijsstuk vragen, en dat heeft hij voor de afspraak met zijn vrienden vanmiddag niet. Hij herhaalt dat het belangrijk is. Ik zeg hem dat de zwemles ook belangrijk is. Hij herhaalt dat hij toch eerlijk is, en dat zijn vrienden werk hebben dus die kunnen niet op een ander moment.

Werk is een belangrijke verplichting. School is dat ook. We komen niet nader tot elkaar, het gesprek blijft vriendelijk maar het is nu geen tijd voor een gesprek maar voor lezen. Hij zegt nog maar eens dat hij toch eerlijk is. Dat legt hij bij mij op het bordje en elke keer houd ik het bordje schuin zodat zijn verhaal dat bedoeld is als verzoek weer terug naar hem glijdt. Hij pakt het niet op en ik laat het daar liggen. Ach, ach, ik heb vannacht zinloos wakker gelegen, misschien drie uur geslapen en de dag begint met één, twee, drie van dit soort verhalen.

Soms wou ik wel even alleen zijn op deze plek waar het leven 3600 seconden per uur zijn prikkels naar je uitzendt. 

Ik hoef nergens heen: dans [1]

Als ik het niet meer weet

dan wist ik het wel

en ga ik even terug

of naar binnen

De plek waar ik nu onderwijs, is gebouwd met harde materialen. Geluid draagt ver, wordt nauwelijks gesmoord. De muren zijn van glas en buiten beweegt veel. Je moet je hier heel goed kunnen afsluiten van wat er om je heen gebeurt. De school als plaats van vrije tijd is hier nog niet (door ons) gerealiseerd. Dit is geen schoolgebouw, maar een kantoorgebouw en wij kleden dat zo goed mogelijk aan met mensen. We regelen en redderen en we komen een heel eind, maar stil is het hier zelden, stil is het hier enkel door intensieve gezamenlijke aandacht en inspanning.

Er wordt een groot beroep gedaan op onze individuele en gezamenlijke vaardigheid om te focussen. Die vaardigheid is de puber van nature niet gegeven. De puber moet overal tegelijk heen en dat moet de puber iedereen om zich heen ook elk moment van de dag laten weten. Hoe anders is mijn behoefte. En stiekem zijn de leerlingen heel blij met dat stille gerekte moment aan het begin van de dag.

Ik mis mijn fijne lokaal van onze hoofdlocatie, waar ik een ruimte van maakte die voorzag in wat er in de nabije toekomst nog geleerd ging worden. De vragen die de leerlingen nog gingen stellen hingen in vermomming al aan de muren. Hier zijn geen muren maar ramen, glas, glas, glas aan drie kanten, niets beklijft, alles is voortdurend in beweging. Waar kunnen we ons aan vasthouden? Waar bevinden we ons? Vorige jaren gaf de ruimte me zowel een vaste plaats als bewegingsruimte.

Ik hoef nergens heen: dans [2]

Ik maak dit jaar een reis, het is
een reis nergens heen, zoals een dans
nergens heen is: thuiskomst.

Ik ben op geen moment vertrokken,
trof een lege ruimte aan, ben in mijn
schoenen gestapt: beweging.

De reis heeft geen richting, een boog
en een houding zijn de bestemming.
Alle polen zijn in me als ik speel op het koord

dat eenvoudig ontward kan verbinden.

'We kunnen alleen verschijnen in een wereld die bevolkt is door andere mensen die niet zo zijn als wij, een wereld van pluraliteit en verschil… De belangrijkste vraag is hoe we op verantwoordelijke wijze kunnen reageren op –en op vreedzame wijze kunnen leven met- de ander en het andere.' Deze tekst van tien jaar geleden lees ik in een tijd dat niemand zich meer iets wil laten zeggen door iemand die zhij buiten de eigen groep heeft gedefinieerd.

Jessica Mesman liet zien hoe binnen de eigen groep en binnen een aantal groepsafspraken gewerkt kan worden aan verbetering zonder dat dat als voice-over wordt ervaren. De groep stuurt als geheel, er is geen norm maar er zijn beelden en die beelden bespreek je met zijn allen. Die beelden zijn de leidraad voor het gesprek. In het gesprek voedt de groep als het ware zichzelf op. Er is geen sprake meer van een norm die is vormgegeven in checklist, er is geen sprake van feedback, er is een dialoog en men verkent samen de toestand en de weg naar verbetering.

Een paar dagen later staat er een premier-onwaardige oproep in de dagbladen. De kern van die monoloog lijkt: doe normaal of ga weg.

In mijn lokaal hangt al tijden een klein papier met een groot voornemen: doe alsjeblieft niet normaal. Ik weet wat ik daarmee bedoel, het is een pleidooi voor waarden, niet voor normen. We maken onze afspraken op de vloer, daar hebben we de voice-over van de marktpremier niet voor nodig. Die stem is een stem die aansluit op het politie-denken en het brandweer-denken. Nuttig als het om politiezaken of brandweerzaken gaat maar die stem(men) moet(en) niet de toon in onze pedagogische setting gaan bepalen.

De taal die we gebruiken is aangereikt. Zo kan je aan je zelf vragen: ga ik vandaag het verschil maken? Dat is een zin die geen mens uit zichzelf zou zeggen. Tegenwoordig zeggen we hem geregeld zonder dat we het zelf nog horen. Er wordt ook te pas en te onpas over ‘passie’ gesproken (zou de premier je horen dan stuurde hij je meteen weg) en ook lees ik vaak dat de ene mens ‘trots’ is op de andere mens. We nemen woorden en uitdrukkingen over en horen niet meer wat we zeggen. Dat is ook verrekte lastig in het huidige tempo waarin de waarde van woorden aan inflatie onderhevig is (een zin die ik uit mezelf nooit zo zou formuleren, ik neem wat gemakkelijke woorden van anderen over). Ik ben niet trots op,
maar wel onder de indruk van, mensen die hun waarden, gedachten en gevoelens goed weten te verwoorden. Lezerara, ik doe mijn best en struikel geregeld, hoor mezelf struikelen, herpak me. Bent u er nog?

Ik zoek een gesprekspartner, een stem om naar te luisteren, iemand die past in het verhaal van Biesta en Mesman en ik trek een boek uit de kast dat ik al zes keer las en dat elke keer nieuw blijft. Voordat het politie- en brandweerdenken zijn intrede deed op onze scholen verscheen het boek van Robert M. Pirsig: Zen en de kunst van het motoronderhoud, ‘een onderzoek naar waarden’. In dat boek vind ik de taal die past bij/in mijn schooldans. Het is tijd voor herlezing. Het is tijd voor het waarnemen van de taal waarin hij zijn werk beschrijft, dat zal me helpen om in gesprek te blijven met mijn jongere collega’s die ook allemaal op zoek zijn naar kwaliteit. Zij zijn geboren in het neo-liberale tijdperk en zoals de vissen in het water nemen zij hun omgeving niet waar als iets uitzonderlijks. Zoals wij mensen onze handen niet (meer) waarnemen, die zijn er gewoon.

Gewoon, niet in de vorm van: wonen (analoog aan: gezeur = zeuren) maar in de vorm van ‘normaal’. Lang geleden heb ik in de kinderrijke buurt waar ik woon kunnen vaststellen: er bestaan geen normale kinderen. Ergo: er bestaan geen normale mensen. Nou, misschien één en die heet Markt. Die kan een paginagrote monoloog in de dagbladen betalen om zijn ideologie aan te prijzen als normaal. Die gaat de komende weken voor het oog van twitterend Vernederland een touwduwwedstrijd aan met een politieke opponent die ooit begon met tegen de ander, ja, het is altijd tegen de ander, te zeggen: “Doe normaal man.” Wie slaagt er in ‘normaal’ te claimen en te framen. Daarbij interesseren de heren zich er niet voor of ze zich waardig gedragen. Het lukt ze niet om uit het reageren en ín het luisteren te blijven. Ze degraderen de woorden en de taal tot knechtjes van hun eigenbelang. Avondvullend, schermvullend, onthutsend.

Ik ga weer op reis op de vierkante meter met een boek, of met twee boeken. Want ik hoef nergens heen en ik ga niet normaal doen.


Rob H. Bekker noemt zichzelf taalarbeider en is docent Nederlands op Ithaka ISK in Utrecht. De Internationale Schakelklassen is een openbare school voor leerlingen die geen of weinig Nederlands spreken en die zich voorbereiden op een toekomst waarin het gebruik van de Nederlandse taal een belangrijke rol speelt.



Tweets op de Onderwijsavond met Jessica Mesman:















Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief