Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz Denktank

Promotie-onderzoek

Het onderzoek van de leerstoel richt zich op de pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming, met speciale aandacht voor lesgeven en het werk van de leraar, de verhouding tussen pedagogiek en didactiek, en het vraagstuk van volwassen-zijn. In de zomer van 2018 verschijnt hierover een nieuw boek: De Terugkeer van het Lesgeven (Uitgeverij Phronese).

Twee promotieprojecten

In september 2016 zijn twee promotieprojecten van start gegaan: rondom de betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs en onderwijzen (Lisette Bastiaansen) en rondom de bijzondere mogelijkheden van de kunsten om in het onderwijs existentiële vragen te adresseren. Daarnaast is Gert Biesta als tweede promotor/co-promotor betrokken bij een viertal andere promotieprojecten (burgerschap en democratie in het primair onderwijs; kunst, filosofie en onderwijs; conflictonderwijs; onderwijsbeleid en het vraagstuk van goed onderwijs)

 

Lisette Bastiaansen

Lisette BastiaansenLisette Bastiaansen is als coördinator studieloopbaanbegeleiding werkzaam voor Fontys Hogeschool Communicatie en als gastdocent verbonden aan de Masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Daarnaast werkt ze als zelfstandig begeleider/coach op het gebied van interpersoonlijke communicatievraagstukken binnen het onderwijs. In 2015 heeft Lisette Bastiaansen samen met Rob van den Nouweland het Durven Delen Onderwijsspel op de markt gebracht. Dit spel focust zich op de vraag: wie ben ik en wil ik zijn als leraar?

Het PhD-onderzoek van Lisette Bastiaansen zoomt in op ‘aandachtige betrokkenheid’ in de leraar-leerling relatie. Centrale vraag van het onderzoek is: Wat is de waarde en betekenis van ‘aandachtige betrokkenheid’ binnen het dagelijks pedagogisch handelen van leraren?

Ontwikkelingen als technologisering, digitalisering, globalisering, steeds verdergaande economisering en individualisering veranderen de maatschappij. Ze zijn van invloed op onze manier van samen leven en zijn bepalend op de manier waarop de arbeidsmarkt in de toekomst zal worden ingericht.

Deze ontwikkelingen stellen het onderwijs voor grote (herinrichtings)vragen: Waar wil het onderwijs voor staan en gaan in deze veranderende samenleving? Hoe moet het curriculum er uit komen te zien? Hoe zoeken en vinden we de balans tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming? Hoe gaan we om met digitalisering, met het almaar stijgende gewenste (theoretische) prestatieniveau van leerlingen en met zaken als gepersonaliseerd leren? En wat vraagt de toekomst eigenlijk, kijkend naar de kwaliteiten en competenties van leraren?

Binnen het onderwijsproces speelt de relatie tussen leraar en leerling een cruciale rol. Vragen met betrekking tot een (eventuele) herinrichting van het onderwijs leiden derhalve ook tot vragen hoe om te gaan met de plek die die interpersoonlijke relatie tussen leraar en leerling – en de daarbij behorende ‘aandachtige betrokkenheid’ – binnen het onderwijs al dan niet zou moeten en/of kunnen krijgen. Temeer daar vrije ruimte voor leraren om aandachtig op/bij hun leerlingen betrokken te zijn in het huidige tijdsgewricht sowieso onder druk lijkt te staan. Beschikbare tijd wordt (vaak) opgeslorpt door verplichtingen. En dat terwijl juist ‘aandachtige betrokkenheid’ tussen leraar en leerling vanuit diverse perspectieven van groot belang is.

Het promotieonderzoek van Lisette Bastiaansen helpt boven water te krijgen wat ten aanzien van ‘aandachtige betrokkenheid’ van waarde is of zou kunnen zijn, en wat leraren daar zelf in van waarde vinden.

Hoe, wanneer, waarom en in welke vorm zijn leraren aandachtig betrokken bij hun leerlingen? Welke betekenis geven zij aan die ‘aandachtig betrokkenheid’? Welke betekenis kan er überhaupt gegeven worden? Hoe belangrijk is ‘aandachtige betrokkenheid’ voor leraren, gezien vanuit hun persoonlijke opvattingen over professionaliteit? En hoeveel ruimte hebben ze binnen het huidige tijdsgewricht om die aandachtige betrokkenheid bij de leerling ook daadwerkelijk gestalte te geven?

Dat zijn vragen waar Lisette mee aan de slag is gegaan. Het onderzoek kent zowel een theoretische als empirische component. Na een periode van 2 jaar theorieonderzoek (2016-2018) is het voornemen om tijdens het schooljaar 2018 – 2019 een negental leraren langdurig te volgen in hun dagelijks werk. Het proefschrift van Lisette Bastiaansen is naar verwachting november 2020 gereed.

Literatuur rond dit thema is van o.a. de Duitse filosoof Otto Bollnow, de Amerikaanse psycholoog/psychotherapeut Carl Rogers, de Amerikaanse filosofe Nell Noddings, de Canadees-Nederlandse fenomenoloog Max van Manen en Andries Baart, een Nederlandse hoogleraar die zich met kwesties van aandacht en betrokkenheid (de zogenaamde presentietheorie) bezighoudt.Email: lisettebastiaansen@gmail.com

 

Janeke Wienk

Janeke WienkJaneke Wienk werkt bij ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten als docent en onderzoeker, onder andere voor de nieuwe internationale masteropleiding artist educator, waar verbinding tussen kunst, docentschap en conflict- en vredestudies wordt gemaakt. Ook werkt ze bij ArtEZ aan de ontwikkeling van Human Matters, een programma waar in samenwerking met de Universiteit van Humanistiek de humaniserende rol van kunst in de samenleving wordt ontwikkeld.

Eerder deed Janeke leservaring op in de kunsteducatie als docent op een middelbare school en als lerarenopleider bij ArtEZ. Al deze vlieguren in het kunstonderwijs hebben Janeke ertoe gebracht de essentie van kunst en haar betekenis voor onderwijs nader te willen onderzoeken. Janeke ziet kunst als een natuurlijke en rijke bron van reflectie op het menselijk bestaan in de wereld. Deze essentie van kunst, die sterk verbonden is aan het proces dat Gert Biesta aanduidt als subjectificatie, wordt in het hedendaagse kunstonderwijs nauwelijks geadresseerd.

Het PhD-onderzoek van Janeke Wienk zoomt in op ‘de existentiële dimensie van kunst in het onderwijs’ en vooral op de vraag welke pedagogische kwaliteit nodig is om verbinding met deze dimensie van kunst te maken. Centrale vraag van het onderzoek is: Art, humanity and education: how can artist educators address the existential dimension of art in education?

De 'existentiële dimensie' in dit onderzoeksvoorstel verwijst naar de 'gewone' dagelijkse worsteling van mens-zijn en specifiek naar het proces van 'in de wereld komen' en verbinden met de realiteit van die wereld (Biesta, 2013). ‘Hoe leef ik mijn leven  goed?’, ‘Wie ben ik, met wie ben ik? ‘Hoe maak ik een juiste keuze?’ of ‘Hoe neem ik mijn plek  in deze wereld in?’

Hoewel er in de hedendaagse maatschappij een tendens is om existentiële vragen als deze te problematiseren of ze uit te besteden aan de domeinen van religie, psychologie of therapie, plaatst dit onderzoek de vraag in de dagelijkse context van het onderwijs. Janeke neemt aan dat existentiële vragen hun natuurlijke habitat kunnen en ook zouden moeten (terug) vinden in onderwijs, dat aanvankelijk de kerncontext vormde voor existentiële vragen.

Het hedendaagse onderwijs biedt op dit moment niet die geschikte context om bij existentiële vragen stil te staan, getuige de dominante aandacht voor instrumentele doelen en vaardigheid-denken, zoals bijvoorbeeld zichtbaar wordt in het gesprek over de 21st century skills. Ook de kunsten in het onderwijs worden beïnvloed door deze tendens en ontlenen in belangrijke mate hun legitimatie aan deze instrumentele doelen, zoals het bevorderen van samenwerking, kritisch denken of creativiteit. Hoewel er niks op tegen is deze doelen na te streven, constateert Janeke dat de essentie van wat kunst is en vermag, niet wordt geraakt in veel vormen van onderwijs in, door of met kunst. Zo wordt creativiteit vaak instrumenteel opgevat als ‘probleemoplossend vermogen’, en dat is nu juist níet die dimensie waar de open vraagstelling die eigen is aan de aard van kunst én het menselijk bestaan, te vinden is.

In haar onderzoek brengt Janeke allereerst de drie gebieden mens-zijn, kunst en onderwijs in beeld. Op grond van literatuurstudie schrijft ze drie ‘working papers’ waarin ze de (afwezigheid) van existentiële dimensies in kunsteducatie, onderwijs en kunst onderzoekt. De onderwijsfilosofie van Gert Biesta vormt hierbij een centraal ijkpunt. In het tweede deel van haar onderzoek gaat Janeke in gesprek met ‘artist educators’, professionals in het werkveld die kunstenaarschap en docentschap combineren. Zij interviewt hen over de betekenis en samenhang van mens-zijn, onderwijs en kunst zoals zij die in hun eigen praktijk vormgeven, mee maken, op zoeken en treffen. Janeke verzamelt tijdens de interviews 'good practices' met betrekking tot de existentiële dimensie van kunst in onderwijs, en brengt deze in verbinding met de in de 'working papers' verzamelde concepten. Ook haar eigen lespraktijk brengt Janeke als 'good practice' in dialoog met haar onderzoeksvragen.

Zij beoogt haar bevindingen samen te brengen in een proefschrift dat een veld beschrijft waar de pedagogie die nodig is om de existentiële dimensie van kunst te adresseren, plaats kan vinden en zich kan ontvouwen.

Email: J.Wienk@ArtEZ.nl

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief