Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz Denktank

Leerstoel Pedagogische dimensies

De leerstoel ‘Pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming‘ is ingesteld door het NIVOZ aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. De leerstoel heeft een omvang van 0.2 fte en is op 1 april 2016 van start gegaan voor een periode van vijf jaar. De leerstoel wordt bezet door prof. dr. Gert Biesta en maakt deel uit van de leerstoelgroep Educatie van de UvH. 
 

De instelling van de leerstoel moet begrepen worden tegen de achtergrond van het grotendeels verdwijnen van de pedagogiek als zelfstandige wetenschappelijke discipline aan de Nederlandse universiteiten, met name als gevolg van de specifieke dynamiek van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek in Nederland – een dynamiek die overigens niet in alle gevallen gelijk loopt met ontwikkelingen in anderen landen.

Prof. dr. Gert Biesta

Prof. dr. Gert Biesta (1957, Rotterdam) is bijzonder hoogleraar voor de Pedagogische Dimensies van Onderwijs, Opleiding en Vorming aan de Universiteit voor Humanistiek namens het NIVOZ (het Nederlands instituut voor onderwijs en opvoedings zaken). Hij is tevens Professor of Education in het Department of Education van Brunel University London en gasthoogleraar Pedagogiek aan NLA University College in Noorwegen. Daarnaast is Gert Biesta ‘associate editor’ van het tijdschrift Educational Theory en ‘co-editor’ van het British Educational Research Journal. En sinds 2015 is hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad.

Biesta is internationaal erkend specialist op het gebied van pedagogiek. Zijn boek The Beautiful Risk of Education - bekroond met de prijs voor het beste boek van Division B (curriculum) van de American Educational Research Association - verscheen in 2014 in Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Phronese, als "Het prachtige risico van onderwijs".

Na een carrière als docent natuurkunde in het gezondheidszorgonderwijs studeerde hij pedagogiek en filosofie en was hij vervolgens werkzaam aan universiteiten in Nederland, Engeland, Schotland en Luxemburg. Hij publiceert over de theorie van opvoeding en onderwijs, de methodologie van sociaalwetenschappelijk onderzoek, democratie en burgerschap, curriculumtheorie en -beleid, en de opleiding van leraren.

Achtergronden, urgenties en thema's

De instelling van de leerstoel ‘Pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming‘ moet begrepen worden tegen de achtergrond van het grotendeels verdwijnen van de pedagogiek als zelfstandige wetenschappelijke discipline aan de Nederlandse universiteiten, met name als gevolg van de specifieke dynamiek van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek in Nederland – een dynamiek die overigens niet in alle gevallen gelijk loopt met ontwikkelingen in anderen landen.

Centrale onderwijspedagogische vraagstukken zoals die van…

  • het doel en de bedoeling van opvoeding en onderwijs,
  • de specifieke aard van onderwijspedagogisch handelen,
  • de relatie tussen kennen en handelen en tussen theorie en praktijk,
  • het waardengeladen karakter van onderwijspedagogisch handelen,
     

… zijn in de Nederlandse wetenschappelijke context in belangrijke mate vervangen door technische en technologische vragen over effectiviteit en opbrengst van het veelal als interventie begrepen onderwijskundig handelen.

Ofschoon dit zeker een bijdrage heeft geleverd aan de mogelijkheden voor de rationele sturing van onderwijs als systeem, heeft het in veel mindere mate weerklank gevonden in de alledaagse praktijk van opvoeding en onderwijs. Daar is in de loop der tijd de behoefte aan betekenisvolle vormen van onderwijspedagogisch denken, onderwijspedagogische reflectie en onderwijspedagogische theorie eerder toe- dan afgenomen.

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen is de leerstoel er met name op gericht om middels onderzoek, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening zichtbaar te maken hoe het pedagogische een onmisbare en onlosmakelijke dimensie van onderwijs, opleiding en vorming is. De beweging die hiervoor nodig is, is niet louter restauratief, maar beoogt uitdrukkelijk om pedagogisch denken en pedagogische theorievorming bij de tijd te brengen. Daarbij ligt er ook een uitdaging om het specifiek karakter van de pedagogiek als betrokken handelingswetenschap te articuleren en te plaatsen binnen het veld van vergelijkbare wetenschappelijke disciplines (met name in het medische en juridische domein en het domein van de zorg), zodat ook het specifieke karakter
van kennen en kunnen in deze domeinen zichtbaar gemaakt kan worden.

Vijf richtinggevende thema’s

In het structuurrapport zijn deze uitdagingen vertaald in de volgende vijf thema’s die richtinggevend zullen zijn voor onderzoek, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening.

Persoonsvorming

Vanuit een theoretische invalshoek is een centrale vraag hoe persoonsvorming opgevat kan worden, hoe bepaalde concepties van persoonsvorming kunnen worden gelegitimeerd en hoe klassieke invullingen, zoals autonomie, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid of volwassenheid ‘bij de tijd’ gebracht kunnen worden.
Vanuit een praktisch invalshoek is er de vraag wat aandacht voor persoonsvorming betekent in verschillende domeinen van onderwijs (algemeen vormend, beroepsvoorbereidend, professioneel, hoger), en hoe dit zich verhoudt tot en geïntegreerd kan worden in de kwalificatie– en socialisatie-taak van het onderwijs. Daarbij wordt zowel ingegaan op de hoe-vragen (hoe kan er aandacht aan worden besteed) als waartoe-vragen (welke conceptie(s) van de persoon zijn betekenisvol voor onderwijs in het huidige tijdsgewricht?).

Pedagogisch handelen

Dit hangt samen met de specifieke aard van pedagogisch handelen – bijvoorbeeld uitgedrukt in noties, zoals ‘pedagogische tact,’ ‘aandachtige betrokkenheid,’ en ‘pedagogisch leiderschap’ – en de vraag hoe zulk handelen zich onderscheidt van therapeutisch handelen of handelen gericht op interventie of gedragsmodificatie. Op de achtergrond speelt hierbij de vraag hoe de dynamiek van onderwijspedagogische processen zelf het beste begrepen kan worden – met name in reactie op de tendens in onderzoek, beleid en tot op zekere hoogte ook de praktijk, om deze dynamiek in quasi-causale termen te begrijpen (dat wil zeggen als een ‘interventie-werking-opbrengsten-keten’).

Doel en bedoeling

Een derde thema is de ruimere vraag naar het waartoe van onderwijs – een vraag die zowel met doelen als met de meeromvattende bedoeling van onderwijs te maken heeft – en wat dit betekent voor ontwikkeling van curricula en voor (vak)didaktiek.

Pedagogische normativiteit

Een vierde thema betreft de specifieke aard van pedagogische normativiteit, dit wil zeggen, de waarden en de normatieve oriëntaties die een rol spelen in de vormgeving en uitvoering van onderwijs. Uitgangspunt is dat pedagogische normativiteit niet gereduceerd kan worden tot ethische of politieke kwesties, maar eigen is aan het domein van opvoeding en onderwijs. Dit is ook van belang voor het verder ontwikkelen van de pedagogische dimensie van de normatieve professionaliteit van leraren.

Pedagogische kennis en de wetenschappelijke status van de pedagogiek

Een vijfde thema betreft de rol van kennis in pedagogisch handelen en, in het verlengde daarvan, de specifieke aard van systematische reflectie in het onderwijs en de status van de pedagogiek als een betrokken handelingswetenschap.

Inaugurele rede, april 2018

Gert Biesta sprak op woensdag 11 april 2018 een inaugurele rede (oratie) uit in het Academiegebouw aan het Domplein in Utrecht. Het werk is onder de titel ‘Tijd voor pedagogiek – over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vormig ‘ in zijn volledigheid terug te lezen.

Pedagogiek, als het bewustzijn dat de praktijk van opvoeding en onderwijs begeleidt, is de afgelopen decennia in de Nederlandse academische context in de marge terechtgekomen. Volgens sommigen is de pedagogiek ingehaald door ontwikkelingspsychologie en empirisch onderwijsonderzoek. Anderen concluderen daaruit dat de pedagogiek achterhaald is en niet langer een plaats kan claimen in het moderne wetenschapsbedrijf. Daarmee zijn pedagogische vragen en bekommernissen echter nog niet verdwenen uit de alledaagse opvoedings- en onderwijspraktijk. Sterker nog: als reactie op een doorgeslagen cultuur van meten en afrekenen, klinkt de roep om weer tijd te maken voor pedagogiek in het onderwijs sterker dan ooit. In zijn oratie laat Gert Biesta zien waarin de unieke bijdrage van de pedagogiek als een betrokken handelingswetenschap is gelegen. Ook maakt hij duidelijk wat het vraagt om de pedagogische ‘paragraaf’ in onderwijs, opleiding en
vorming de aandacht te geven die het verdient.

Bestellen

De oratie is ook in boekvorm te verkrijgen voor 7,50 euro per exemplaar. Je kunt hem bestellen via deze link.
Wil je 50 exemplaren of meer bestellen, dan kun je contact opnemen met Jetty van der Grift van NIVOZ.

Kring van lectoren

Rondom de leerstoel is een lectorenkring opgericht. Deze lectorenkring is  bedoeld als een kring, waarmee de activiteiten van de leerstoel in verbinding kunnen worden gebracht met het veld van onderwijs, opleiding en vorming, waarbij de aandacht zich vooral zal richten op interactie met de opleiding en verdere professionalisering van leraren en docenten.

Een groep van 15 lectoren – werkzaam in de opleiding van leraren – is uitgenodigd om gemiddeld drie keer per jaar bijeen te komen om gericht te werken aan relevante thema’s met betrekking tot de pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming. De lectorenkring wordt geleid door Luc Stevens.

De lectorenkring beoogt, geïnspireerd op het werk van Gert Biesta, de contouren te schetsen van een (nieuwe) onderwijspedagogiek, waarbij het pedagogisch handelen als uitgangspunt wordt genomen.

Conferentie
In het najaar van 2018 (donderdag 12 oktober) is vanuit de lectorenkring rondom de leerstoel een conferentie gepland over onderwijspedagogiek in de context van de opleiding van leraren. Meer informatie volgt.

Hieronder vindt u de lijst van lectoren die participeren, inclusief een link naar hun lectoraat.

Hans Bakker
Christelijke Hogeschool Ede
Lectoraat Talenten en opbrengsten

Bas van den Berg
Marnix Academie
Master Leren en innoveren

Ton Bruining
KPC Groep
directeur Beroepsonderwijs

Jos Castelijns
Educatieve Federatie Interactum
Lectoraat Kantelende kennis

Jan Hoogland
VIAA Gereformeerde Hogeschool
Lectoraat Vormend onderwijs

Gaby Jacobs
Hogeschool Fontys
Lectoraat Persoonsgerichte praktijkvoering

Monique Leygraaf
iPabo Alkmaar
Onderzoeksgroep Diversiteit en Kritisch burgerschap

Aziza Mayo
Hogeschool Leiden
Lectoraat Waarde(n) van Vrijeschool Onderwijs

Bram de Muynck
Hogeschool Driestar
Lectoraat Christelijk leraarschap

Wouter Sanderse
Hogeschool Fontys
Lectoraat Beroepsethiek van de leraar

Jeannette Geldens
Hogeschool De Kempel
Leren in leerwerkgemeenschappen

Carolien Gravesteijn
Hogeschool Leiden
Lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding

Frederike de Jong
Ethisch gefundeerde onderwijspraktijk

Jacqueline Bulterman-Bos
Christelijke Hogeschool Ede
Lectoraat Docent en Talent

Nico de Vos
Hogeschool Utrecht
Lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling

Hester IJsseling
Thomas More Hogeschool Rotterdam
lector Professionalisering met hart & ziel.

Lisette Bastiaansen
PhD Universiteit voor Humanistiek

Janeke Wienk
PhD Universiteit voor Humanistiek

Onderzoek

Het onderzoek van de leerstoel richt zich op de pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming, met speciale aandacht voor lesgeven en het werk van de leraar, de verhouding tussen pedagogiek en didactiek, en het vraagstuk van volwassen-zijn. In de zomer van 2018 verschijnt hierover een nieuw boek: De Terugkeer van het Lesgeven (Uitgeverij Phronese).

In september 2016 zijn twee promotieprojecten van start gegaan: rondom de betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs en onderwijzen (Lisette Bastiaansen) en rondom de bijzondere mogelijkheden van de kunsten om in het onderwijs existentiële vragen te adresseren. Daarnaast is Gert Biesta als tweede promotor/co-promotor betrokken bij een viertal andere promotieprojecten (burgerschap en democratie in het primair onderwijs; kunst, filosofie en onderwijs; conflictonderwijs; onderwijsbeleid en het vraagstuk van goed onderwijs)

lisette-20151-452x440Lisette Bastiaansen

Lisette Bastiaansen is als coördinator studieloopbaanbegeleiding werkzaam voor Fontys Hogeschool Communicatie en als gastdocent verbonden aan de Masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Daarnaast werkt ze als zelfstandig begeleider/coach op het gebied van interpersoonlijke communicatievraagstukken binnen het onderwijs. In 2015 heeft Lisette Bastiaansen samen met Rob van den Nouweland het Durven Delen Onderwijsspel op de markt gebracht. Dit spel focust zich op de vraag: wie ben ik en wil ik zijn als leraar?

Het PhD-onderzoek van Lisette Bastiaansen zoomt in op ‘aandachtige betrokkenheid’ in de leraar-leerling relatie. Centrale vraag van het onderzoek is: Wat is de waarde en betekenis van ‘aandachtige betrokkenheid’ binnen het dagelijks pedagogisch handelen van leraren?

Ontwikkelingen als technologisering, digitalisering, globalisering, steeds verdergaande economisering en individualisering veranderen de maatschappij. Ze zijn van invloed op onze manier van samen leven en zijn bepalend op de manier waarop de arbeidsmarkt in de toekomst zal worden ingericht.

Deze ontwikkelingen stellen het onderwijs voor grote (herinrichtings)vragen: Waar wil het onderwijs voor staan en gaan in deze veranderende samenleving? Hoe moet het curriculum er uit komen te zien? Hoe zoeken en vinden we de balans tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming? Hoe gaan we om met digitalisering, met het almaar stijgende gewenste (theoretische) prestatieniveau van leerlingen en met zaken als gepersonaliseerd leren? En wat vraagt de toekomst eigenlijk, kijkend naar de kwaliteiten en competenties van leraren?

Binnen het onderwijsproces speelt de relatie tussen leraar en leerling een cruciale rol. Vragen met betrekking tot een (eventuele) herinrichting van het onderwijs leiden derhalve ook tot vragen hoe om te gaan met de plek die die interpersoonlijke relatie tussen leraar en leerling – en de daarbij behorende ‘aandachtige betrokkenheid’ – binnen het onderwijs al dan niet zou moeten en/of kunnen krijgen. Temeer daar vrije ruimte voor leraren om aandachtig op/bij hun leerlingen betrokken te zijn in het huidige tijdsgewricht sowieso onder druk lijkt te staan. Beschikbare tijd wordt (vaak) opgeslorpt door verplichtingen. En dat terwijl juist ‘aandachtige betrokkenheid’ tussen leraar en leerling vanuit diverse perspectieven van groot belang is.

Het promotieonderzoek van Lisette Bastiaansen helpt boven water te krijgen wat ten aanzien van ‘aandachtige betrokkenheid’ van waarde is of zou kunnen zijn, en wat leraren daar zelf in van waarde vinden.

Hoe, wanneer, waarom en in welke vorm zijn leraren aandachtig betrokken bij hun leerlingen? Welke betekenis geven zij aan die ‘aandachtig betrokkenheid’? Welke betekenis kan er überhaupt gegeven worden? Hoe belangrijk is ‘aandachtige betrokkenheid’ voor leraren, gezien vanuit hun persoonlijke opvattingen over professionaliteit? En hoeveel ruimte hebben ze binnen het huidige tijdsgewricht om die aandachtige betrokkenheid bij de leerling ook daadwerkelijk gestalte te geven?

Dat zijn vragen waar Lisette mee aan de slag is gegaan. Het onderzoek kent zowel een theoretische als empirische component. Na een periode van 2 jaar theorieonderzoek (2016-2018) is het voornemen om tijdens het schooljaar 2018 – 2019 een negental leraren langdurig te volgen in hun dagelijks werk. Het proefschrift van Lisette Bastiaansen is naar verwachting november 2020 gereed.

Literatuur rond dit thema is van o.a. de Duitse filosoof Otto Bollnow, de Amerikaanse psycholoog/psychotherapeut Carl Rogers, de Amerikaanse filosofe Nell Noddings, de Canadees-Nederlandse fenomenoloog Max van Manen en Andries Baart, een Nederlandse hoogleraar die zich met kwesties van aandacht en betrokkenheid (de zogenaamde presentietheorie) bezighoudt.

Email: lisettebastiaansen@gmail.com
 

Janeke Wienk

Janeke Wienk werkt bij ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten als docent en onderzoeker, onder andere voor de nieuwe internationale masteropleiding artist educator, waar verbinding tussen kunst, docentschap en conflict- en vredestudies wordt gemaakt. Ook werkt ze bij ArtEZ aan de ontwikkeling van Human Matters, een programma waar in samenwerking met de Universiteit van Humanistiek de humaniserende rol van kunst in de samenleving wordt ontwikkeld.

Eerder deed Janeke leservaring op in de kunsteducatie als docent op een middelbare school en als lerarenopleider bij ArtEZ. Al deze vlieguren in het kunstonderwijs hebben Janeke ertoe gebracht de essentie van kunst en haar betekenis voor onderwijs nader te willen onderzoeken. Janeke ziet kunst als een natuurlijke en rijke bron van reflectie op het menselijk bestaan in de wereld. Deze essentie van kunst, die sterk verbonden is aan het proces dat Gert Biesta aanduidt als subjectificatie, wordt in het hedendaagse kunstonderwijs nauwelijks geadresseerd.

Het PhD-onderzoek van Janeke Wienk zoomt in op ‘de existentiële dimensie van kunst in het onderwijs’ en vooral op de vraag welke pedagogische kwaliteit nodig is om verbinding met deze dimensie van kunst te maken. Centrale vraag van het onderzoek is: Art, humanity and education: how can artist educators address the existential dimension of art in education?

De 'existentiële dimensie' in dit onderzoeksvoorstel verwijst naar de 'gewone' dagelijkse worsteling van mens-zijn en specifiek naar het proces van 'in de wereld komen' en verbinden met de realiteit van die wereld (Biesta, 2013). ‘Hoe leef ik mijn leven  goed?’, ‘Wie ben ik, met wie ben ik? ‘Hoe maak ik een juiste keuze?’ of ‘Hoe neem ik mijn plek  in deze wereld in?’

Hoewel er in de hedendaagse maatschappij een tendens is om existentiële vragen als deze te problematiseren of ze uit te besteden aan de domeinen van religie, psychologie of therapie, plaatst dit onderzoek de vraag in de dagelijkse context van het onderwijs. Janeke neemt aan dat existentiële vragen hun natuurlijke habitat kunnen en ook zouden moeten (terug) vinden in onderwijs, dat aanvankelijk de kerncontext vormde voor existentiële vragen.

Het hedendaagse onderwijs biedt op dit moment niet die geschikte context om bij existentiële vragen stil te staan, getuige de dominante aandacht voor instrumentele doelen en vaardigheid-denken, zoals bijvoorbeeld zichtbaar wordt in het gesprek over de 21st century skills. Ook de kunsten in het onderwijs worden beïnvloed door deze tendens en ontlenen in belangrijke mate hun legitimatie aan deze instrumentele doelen, zoals het bevorderen van samenwerking, kritisch denken of creativiteit. Hoewel er niks op tegen is deze doelen na te streven, constateert Janeke dat de essentie van wat kunst is en vermag, niet wordt geraakt in veel vormen van onderwijs in, door of met kunst. Zo wordt creativiteit vaak instrumenteel opgevat als ‘probleemoplossend vermogen’, en dat is nu juist níet die dimensie waar de open vraagstelling die eigen is aan de aard van kunst én het menselijk bestaan, te vinden is.

In haar onderzoek brengt Janeke allereerst de drie gebieden mens-zijn, kunst en onderwijs in beeld. Op grond van literatuurstudie schrijft ze drie ‘working papers’ waarin ze de (afwezigheid) van existentiële dimensies in kunsteducatie, onderwijs en kunst onderzoekt. De onderwijsfilosofie van Gert Biesta vormt hierbij een centraal ijkpunt. In het tweede deel van haar onderzoek gaat Janeke in gesprek met ‘artist educators’, professionals in het werkveld die kunstenaarschap en docentschap combineren. Zij interviewt hen over de betekenis en samenhang van mens-zijn, onderwijs en kunst zoals zij die in hun eigen praktijk vormgeven, mee maken, op zoeken en treffen. Janeke verzamelt tijdens de interviews 'good practices' met betrekking tot de existentiële dimensie van kunst in onderwijs, en brengt deze in verbinding met de in de 'working papers' verzamelde concepten. Ook haar eigen lespraktijk brengt Janeke als 'good practice' in dialoog met haar onderzoeksvragen.

Zij beoogt haar bevindingen samen te brengen in een proefschrift dat een veld beschrijft waar de pedagogie die nodig is om de existentiële dimensie van kunst te adresseren, plaats kan vinden en zich kan ontvouwen.

Email: J.Wienk@ArtEZ.nl

 

ZocbtioIiW

Onderwijs binnen NIVOZ en UvH

Het NIVOZ heeft een uitgebreid programma van activiteiten waaraan Gert Biesta bijdragen levert. Er is ook een uitdrukkelijke link met het onderzoek van de leerstoel, met name in relatie tot de trajecten ‘pedagogische tact’ en ‘pedagogisch leiderschap’ die door het NIVOZ worden verzorgd.

Gert Biesta levert ook bijdragen aan het onderwijsprogramma van het cluster Educatie op de Universiteit voor Humanistiek, en aan de Graduate School, met inbegrip van een bijdrage aan de begeleiding van het onderzoek van Master studenten.

Conferenties, lezingen en symposia

In het najaar van 2018 (donderdag 12 oktober) is vanuit de lectorenkring rondom de leerstoel een conferentie gepland over onderwijspedagogiek in de context van de opleiding van leraren. Meer informatie volgt

Naar aanleiding van de op 11 april 2018 gehouden oratie zal in het collegejaar 2018-2019 een symposium over de rol en status van de pedagogiek in Nederland worden georganiseerd. Nadere informatie volgt.

Bij NIVOZ heeft Gert Biesta eerder een bijdrage geleverd aan:

De eerstvolgende lezing die hij voor NIVOZ houdt, zal zijn de Onderwijsavond op 6 juni 2018, samen met Luc Stevens.

Recente publicaties

Hier vindt u enkele recente publicaties van Gert Biesta, die gedurende zijn aanstelling als Leerstoel-houder zijn verschenen:

Boeken
 

  • Naughton, C., Biesta, G.J.J. & Cole, D.R. (Eds)(2018). Art, artists and pedagogy: Philosophy and the arts in education. New York: Routledge.
  • Biesta, G.J.J. (2017). Door kunst onderwezen willen worden. Kunsteducatie ‘na’ Joseph Beuys. Arnhem: ArtEZ Press.
  • Biesta, G.J.J. (2017). Letting art teach: Art education after Joseph Beuys. Arnhem: ArtEZ Press.
  • Biesta, G.J.J. (2017). The rediscovery of teaching. London/New York: Routledge.
  • Biesta, G.J.J., Bot, J. & Dullemans, N. (2017). Leraar, hoe doe jij dat? Vakmanschap in beeld. Amersfoort: Kwintessens. ISBN 978-90-5788-490-0
  • Biesta, G.J.J. (2016). Het leren voorbij: democratisch onderwijs voor een humane toekomst. Culemborg: Phronese.

Artikelen
 

Biesta, G.J.J. (2017). Tussen reflexiviteit en vrijheid: ‘Bildung’ en ‘Erziehung’ als twee paradigmas voor persoonsvorming in het onderwijs  Waardenwerk 70/71, 85-92.

Biesta, G.J.J. (2017). Is there a need for the re(dis)covery of teaching? New Zealand Journal of Teachers’ Work 14 (2), 73-79.

Biesta, G.J.J. (2017). P4C after Auschwitz: On immanence and transcendence in education. Childhood and Philosophy 30 (28), 617-628.

Biesta, G.J.J. (2017). Touching the soul? Exploring Exploring an alternative outlook for philosophical work with children and young people. Childhood and Philosophy 30 (28)., 415-452.

Biesta, G.J.J. (2017). Education, measurement and the professions: Reclaiming a space for democratic professionality in education. Educational Philosophy and Theory 49 (4), 315-330. 10.1080/00131857.2015.1048665

Biesta, G.J.J. (2016). Improving education through research? From effectiveness, causality and technology, to purpose, complexity and culture. Policy Futures in Education 14 (2), 194-210.

Voor meer informatie over publicaties zie www.gertbiesta.com

 

Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief