Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

'Geen onderwerp is te moeilijk is om met je leerlingen te bespreken. En begin vroeg, al in groep 1’.

14 september 2020

Maxe de Rijk is politicoloog en docent op het Mundus College in Amsterdam-West, een school voor praktijk- en vmbo-onderwijs. Ze geeft les aan eerste- en tweedejaars en is mentor van de ‘vmbo-kansklas’: een groep leerlingen met praktijkschool-advies, die met een extra jaar naar het vmbo begeleid worden. Maxe schrijft op haar website over wat zij in de klas meemaakt en haar artikelen verschijnen soms ook in nationale kranten. Ze is maatschappelijk betrokken en brengt burgerschap op levendige wijze tot leven met haar leerlingen. Waarom wil een politicoloog voor de klas staan? Een gesprek over de ‘moeilijke’ onderwerpen in de klas bespreekbaar maken.

Je bent als politicoloog voor de klas gaan staan. Hoe is dat zo gekomen?
Ik merkte dat bezig zijn aan een bureau, op afstand, niks voor mij is. Ik werkte tijdens mijn studie met jongeren in een buurthuis in de Transvaalbuurt en kwam zo op het idee om les te gaan geven. Via een traineeship kwam ik in het onderwijs en ben ik de lerarenopleiding Maatschappijleer gaan doen.

Wat spreekt je zo aan in de leerlingen met wie je werkt?
Ze zijn heel direct, heel assertief, willen heel graag leren, willen graag verder komen. Je kan echt een bijdrage leveren aan hun leven, ze een plek geven in de maatschappij. Door zowel hun afkomst als het niveau hebben ze meer moeite om die plek te vinden. De wereld van mijn leerlingen is niet nieuw voor me, dat helpt denk ik ook.  Mijn ouders hebben mij vroeger doelbewust niet op een “witte” school gedaan en legden ook al jong aan mij uit waarom ze hiervoor kozen. Ik ben me, door naar de buurtschool te gaan, al jong bewust geworden van vooroordelen en discriminatie. En daarnaast: ik heb er leren omgaan met verschillende culturen. 

Voel je dat je een roeping hebt?
Ja. Het is een beetje rare term, maar het voelt wel echt zo. Ik ben hier echt op mijn plek. Ik wil de kinderen meegeven dat ze hele toffe mensen zijn en een goeie toekomst voor de boeg hebben. Ze in zichzelf laten geloven.

Hoe breng je dat in de praktijk?
Dat alles bespreekbaar is, is heel belangrijk. Ik geef Persoonsvorming & Socialisatie. Mijn vak is gebouwd op de vragen Wie ben ik?, Wat kan ik? en Wat wil ik? Alle dingen die spelen in de maatschappij komen voorbij. Bijna al onze leerlingen hebben een migratieachtergrond. Ze worden hier in het dagelijks leven mee geconfronteerd, dus het gaat vaak over hun identiteit. Soms begin ik met een video, dan kom ik daarna met leerlingen in gesprek. Een video die goed werkt is Kaaskop of…? De presentator, Ajouad El Miloudi, gaat op zoek naar wie hij is. Het gaat in feite om verschillende identiteiten. Mijn leerlingen zien hierdoor dat ze niet eenzaam zijn in die worsteling. Het programma Metropolis [een programma waarin lokale reporters hun wereld laten zien, red.] is ook een mooie die het gesprek op gang brengt. Het gaat er vooral om dat ze hun verhalen kunnen delen en hoe ze met moeilijkheden om kunnen gaan. Wat werkt wel en wat werkt niet? Daarnaast hebben mijn leerlingen ook vooroordelen over andere groepen. Die moeten we ook doorbreken. Sommige leerlingen hebben nog nooit met een wit leeftijdsgenootje gepraat en ik word dan het gezicht van alle witte mensen. ‘Ja, maar juf, jullie Nederlanders…’, dat zinnetje hoor ik regelmatig. Ik benadruk dan dat ik een van de vele Nederlanders ben, niet dé Nederlander. Leerlingen denken ook vaak dat elke Nederlander denkt zoals Geert Wilders. Ik leg ze uit dat het niet zo is, en vertel ze over Nederlanders die ik ken met andere standpunten. Daar kunnen ze heel verbaasd op reageren, maar ze nemen het wel van me aan.

Je begint vast niet meteen met zulke fundamentele gesprekken. Hoe zorg je ervoor dat dit soort thema’s op een goede, ‘veilige’ manier besproken kunnen worden?
De eerste weken, maanden, ben ik vooral bezig met een band opbouwen. De lessen van de eerstejaars staan in het teken van hoe je leert met elkaar in gesprek te gaan. We maken een aantal afspraken. Ik leg uit dat dit een bijzonder vak is, dat we persoonlijke dingen gaan delen. Ik zeg: je mag alles zeggen, maar je houdt wel respect voor elkaar. Leerlingen begrijpen heel goed wat daarmee bedoeld wordt, ook al lijkt de term breed. Alles moet gezegd kunnen worden, maar ik wil niet dat één kind zich rot voelt. Het komt erop neer dat je elkaar niet kwetst.

Ik vind het heel belangrijk dat zij wel dúrven zeggen dat ze Nederlanders bijvoorbeeld stom vinden. Al mijn leerlingen worden aangevallen of aangesproken op hun afkomst, hierdoor vormen ze hun identiteit snel op basis van hun afkomst. Ze hebben het gevoel dat alle Nederlanders tegen ze zijn. Als ze die gevoelens niet kunnen uitspreken, dan kunnen ze ook radicaal worden. Hetzelfde geldt voor witte scholen: kinderen moeten durven zeggen dat ze racistische ideeën hebben, want dan kun je ze gaan bespreken. Pas als je ze bespreekt, kun je ze betwisten. Juist daarvoor is het klaslokaal een goede plek.  Een voorbeeld van hun echte mening laten klinken is ze allemaal op laten schrijven wat ze vinden over het thema dat je bespreekt, voordat de les begint. Laat drie, vier kinderen voorlezen wat ze geschreven hebben. Het zijn anders vaak dezelfden die het woord nemen, of degenen die iets zeggen die weten dat dat wat ze zeggen, goed is.

Jouw vak heet Persoonsvorming en Socialisatie. Leg je aan de leerlingen uit wat dat is?
De naam van het vak is ooit gestart als beleidsnaam, daarom staat die zo op het rooster. Socialisatie is trouwens ook een gekke term, want het lijkt daardoor net of de leerlingen nog gevormd moeten worden. Ik noem vaak wat voorbeelden uit de samenleving, waar je je toe moet verhouden. In het begin is dat vaak heel vaag voor ze. Tijdens de rapportgesprekken van een half uur samen met hun ouders hoor ik dan terug hoe ze over het vak hebben gesproken. ‘Dan begint de juf, dan vertelt ze over een onderwerp, dan kan je je mening geven en dan gaan we daar allemaal dingen over leren, dan mag je die mening veranderen, maar het hoeft niet’, dat is hoe zij dat ervaren.

Krijg je ook terug van ouders wat ze vinden van de besproken thema’s?
Ik heb het idee dat er thuis weinig gesproken wordt over wat er op school gebeurt. Ze durven ook niet alles te vertellen.

Na een paar weken school zeg ik meestal: ‘Ik ga nu iets persoonlijks vertellen, het gaat over mij. Weten jullie het nog, als ik iets persoonlijks vertel moet het respectvol zijn en anders stoppen we.’ Ik vertel dan dat ik een vriendin heb. ‘Oh, echt, huh?’ Laatst vroeg ik voor het eerst aan mijn mentorklas wie het thuis verteld heeft. Zo ongeveer de helft heeft het thuis enthousiast verteld, de anderen zeggen: ‘Nee juf, dat durf ik niet hoor.’ Het is heel nieuw dit op school te bespreken.

Hoe reageert de groep als je vertelt dat je lesbisch bent?
Een paar meisjes zijn vaak helemaal gecharmeerd. Een paar schrikken heel erg. Ik zeg dan: ‘Ik snap heel goed dat je hiervan schrikt, ik ben waarschijnlijk de eerste in je omgeving van wie je dit hoort.’ Dan kan ik het een beetje buiten mezelf plaatsen. Er zijn ook altijd al een paar die wel al andere homoseksuelen kennen. Het wordt wel steeds voorspelbaarder hoe ze reageren, ik heb het nu al vaak gedaan. Ik heb één keer een jongetje gehad dat het klaslokaal uitliep na mijn verhaal. ‘Mijn vader zegt dat het zo erg is’, legde hij later uit. Ik zie mezelf toch meer als fenomeen van een groep, ik neem dat niet persoonlijk. Ik denk meer: wat rot voor jou dat jij je zo voelt. ‘Papa zegt dat homo’s slechte mensen zijn. Gaat u dan naar de hel? Maar ik wil niet dat u naar de hel gaat!’ Ze denken veel meer hardop dan veel andere mensen en dat maakt dat ik ook de juiste vragen kan stellen.

Hoe is dat voor jou?
Als iemand in z’n eigen hoofd verdwijnt, is dat veel ingewikkelder. Toen dat jongetje wegliep, was dat het lastige: hij was er niet meer bij, was afgehaakt. Als ik boos was geworden om zijn actie, was er een probleem ontstaan. Je weet dat als je boos wordt, een gesprek voeren moeilijker is. Ik voel echt heel veel liefde voor die kinderen en zie dat wij er samen uitkomen. Ik begrijp waar ze vandaan komen. Het mag er zijn. Als ik een zaadje kan planten of ze aan het denken kan zetten is dat al heel fijn. Daarna volgt vanzelf de rest.

Is het een voorwaarde om die liefde voor je leerlingen zo te voelen?
Wel als je dit soort vakken geeft. Je moet je als docent ook kunnen verplaatsen in anderen, anders wordt het wel heel moeilijk. Je hebt wel docenten bij wie het meer om kennisoverdracht gaat, maar de mate verschilt nogal. Ook wel de mate waarin je je met de thuissituatie bemoeit. Ieders grens is weer anders. Sommige leerlingen lopen tegen docenten aan, maar dat is ook het leven, je moet daar ook aan wennen.

Bespreek jij in principe alle ‘moeilijke’ onderwerpen in de klas en welke tips heb je daarvoor?
Ik denk nooit dat er een onderwerp te moeilijk is om met je leerlingen te bespreken. Je moet hooguit je taalgebruik aanpassen. Je moet juíst vroeg beginnen, ook al in groep 1, met alles te bespreken. Sta open voor de verhalen van je leerlingen, maar zet er ook andere verhalen tegenover als die niet in je klas voorkomen. Laat ze de feiten zien. ‘Educate yourself’, zoals ook steeds gezegd wordt. Dit is hoe leerlingen leren hoe het zit. Laat ze zien op welke partijen écht gestemd wordt. Je hebt als docent ook een rol in het doorbreken van de onderlinge groepjes die al ontstaan op school. Als kinderen alleen omgaan met kinderen van dezelfde afkomst, niet daarin meegaan!

Bij Maatschappijleer gaat het er wel al meer over, en hebben we dat ook wel meegekregen in de opleiding. Maar dat zou breder mogen. Het is fijn als iedereen al handvatten krijgt op de lerarenopleiding: Hoe voer je moeilijke gesprekken met je klas? Ik hoor vaak: ‘Ik weet niet hoe ik moet beginnen, ik ken niet alle feiten’. Ik snap dat het lastig om tere thema’s te bespreken. Maar je hoeft niet alle feiten te kennen om iets te bespreken. Je kan ook samen met je leerlingen op onderzoek uitgaan. Zo leren de leerlingen ook meteen hoe je dat doet. En dat het oké is om iets even niet te weten.  

Wat is jouw betrokkenheid bij het thema discriminatie/gelijke kansen?
Voordat ik op deze school werkte, wist ik niet hoe groot het probleem van discriminatie werkelijk is. Hoeveel negatieve ervaringen de leerlingen al op deze leeftijd hebben opgedaan. Het is echt heel schokkend. Alle jongens zijn al een keer gefouilleerd, allemaal uitgescholden, sommigen dagelijks, al vanaf dat ze vier zijn. Sommige leerlingen wonen in een relatief gemengde wijk, maar dan vertellen ze dat de verschillende groepen kinderen om de beurt in de lokale speeltuin spelen. Daar begint het al.

Is jouw school vanwege de leerlingpopulatie ook pro-actief in bijvoorbeeld het bespreken van de Black Lives Matter-beweging?
We praten er zeker over. Voor veel mensen kwamen deze protesten misschien als een schok, wij wisten al dat dit langer broeit. Dat merkte ik ook onder de leerlingen, ze waren niet enorm onder de indruk van de protesten en kregen minder mee van de steun die er is voor BLM. Ze voelen zich natuurlijk ook lang niet allemaal aangesproken, de Surinaamse leerlingen het meeste. ‘Wij noemen dat gewoon Bijlmerpark hoor’, is de reactie als ze horen van de demonstraties en het park bij de officiële naam Nelson Mandelapark wordt genoemd in bijvoorbeeld het nieuws. Protesteren is ook iets wat minder bij hen past, wat ze niet echt kennen. Als je er dan met ze over in gesprek gaat, voelen ze ergens ook wel trots. Maar het is niet zo dat ze er de oplossing in zien.

Maar ze zien het vast veel voorbij komen op social media, dichter bij hun eigen belevingswereld?
Sommige zeiden over steunbetuigingen van BLM op bijvoorbeeld Instagram: ‘Ja, maar juf, die mensen doen dit nu alleen maar omdat het cool is’. Dan probeer ik ze wel te vertellen over mensen die echt van inzichten zijn veranderd door de protesten, mensen die ik zelf ken. Dat het dus geen mediahype is. Dan geloven ze het ook heel snel. Ze voelen zich ook wel gesteund.

Nieuwsbegrip had een tekst erover, dat maakte indruk op ze. Alle scholen praten hierover, was het besef toen. Er staat ook altijd onder dat de bron NOS is, dat maakt wel indruk.

Onze leerlingen waren veel meer onder de indruk van de aanslagen op de moskee in Christchurch, Nieuw Zeeland, in maart 2019. Ze voelden toen: dit kan morgen ook bij ons gebeuren, en waren heel angstig. Er waren leerlingen die niet meer met hoofddoek naar school mochten van hun ouders, kinderen die niet meer naar de moskee gingen vanwege het gevoelde gevaar. Er kwam een soort moedeloosheid, een ‘wanneer zijn wij aan de beurt’-gevoel. Het wij-zij gevoel werd aangewakkerd. Daar hebben we als school best veel aandacht aan besteed, ook positieve voorbeelden besproken. En door te zeggen: geef niet op. Benoem problemen zoals afgewezen worden op een stage, kom voor jezelf op. Wees sterk. Ze zijn het ergens ook wel weer snel vergeten, nu hebben we het er minder over.

Heb je een voorbeeld van hoe de school omgaat met discriminatie?
Een groep van onze leerlingen uit verschillende klassen zijn in gesprek geweest met burgemeester Halsema over problemen waar zij tegenaan lopen: discriminatie in de vorm van preventief fouilleren, aangekeken worden op allerlei zaken. Ze hebben uitgebreid verteld wat hun ervaringen zijn. Halsema wilde ze actief betrekken bij een oplossing. Dus toen ben ik met deze groep gaan brainstormen. ‘We ontmoeten geen witte kinderen’, klonk er heel duidelijk. ‘Als je als kind andere kinderen ontmoet, dan ga je als volwassene ook niet discrimineren.’ Dat is een wijze gedachte van de leerlingen. We hebben toen besproken hoe we die ontmoetingen konden regelen. Onze leerlingen zijn in groepjes van 3 gaan spreken voor klassen van 50 leerlingen van havo/vwo op het Cartesius 2, om het idee van een ontmoetingsmoment te presenteren. Dat was heel spannend voor ze. Ze hebben vooral verteld wat ze aan discriminatie kunnen doen, als ze mee doen aan dit project. Er doen nu 8 leerlingen van het Cartesius 2 mee in de organisatie. Dat is sowieso al een mooie uitwisseling. Eén van de jongens van onze school zei: ‘Dit was het eerste gesprek dat ik had met een echt Nederlands kind.’ Mooi, en tegelijkertijd doet zo’n uitspraak toch ook wel pijn. Je beseft hoe erg het nodig is.

En zijn er al verdere plannen gemaakt?
De Amsterdam Arena werkt met ons mee, onze leerlingen hebben daar een rondleiding gekregen. Ze gaan concreet een ontmoetingsdag organiseren voor Amsterdamse tieners. In groepjes van 8 leerlingen kan je inschrijven op activiteiten zoals bakken of voetballen. De leerlingen bedenken zelf alles. Zes verschillende scholen gaan hieraan meedoen. Het doel is dat dit een jaarlijks evenement gaat worden, maar het moet rustig opgebouwd worden. Je hoopt natuurlijk dat die kinderen elkaar blijven zien.

Heb je, naast dit mooie voorbeeld, ook andere ideeën over hoe er meer gelijke kansen gecreëerd kunnen worden?
Ik hoop dat de mensen die nu hun steun betuigen voor bijvoorbeeld BLM, niet toch hun kind naar een witte school brengen, maar juist gaan kijken bij de buurtschool. Scholen kunnen een enorm mooie plek zijn om ontmoeting te creëren, dat heb ik zelf ervaren. Dus kies als witte ouder voor de gemengde school. Maar het moet ook van twee kanten komen. Witte scholen moeten ook hun best doen gemengder te worden. Ik hoor te vaak dat leerlingen ook geprobeerd hebben zich aan te melden op bijvoorbeeld een ‘witte’ Montessorischool en zijn afgewezen vanwege plaatsgebrek, waar een week later het witte buurjongetje wel werd aangenomen. Misschien moeten we in het stadium ervoor ook de sportclubs meer gaan betrekken. Ook daar kunnen mooie ontmoetingen plaatsvinden.  Je hoeft niet meteen met iedereen beste vrienden te worden. Maar sta wel open voor de ander. Juist als je elkaar leert kennen ga je de ander ook als een individu zien, met een eigen leven en verhaal. Uiteindelijk begint gelijkheid toch daar: dat je de ander wilt begrijpen en daardoor niet meer als ‘de ander’ gaat zien.

Maxe de Rijk is politicoloog en docent op het Mundus College in Amsterdam-West. Op haar website schrijft ze over haar onderwijspraktijk.

Reacties

2
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Muriel
2 dagen en 7 uur geleden

Maxe je doet hel belangrijk werk! Complimenten

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Elizabeth Rigg
6 dagen en 19 uur geleden

Prachtig! Het draait in het onderwijs dus niet alleen om die moeilijke gesprekken, maar vooral ook om die ontmoeting met 'de ander'!

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief