Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Eerst begrijpen, dan begrepen willen worden

28 augustus 2019

Als coach en onderwijsadviseur Simone van Dijk op een ochtend komt kijken bij juf Mia, omdat zij worstelt met het ongemotiveerde gedrag van de cognitief begaafde Fabrice, krijgt ze al snel een idee hoe ze contact kan maken met deze leerling. Het contact met Fabrice dat juf Mia tegen wil en dank was kwijtgeraakt.

In groep zes zit Fabrice. Hángt Fabrice, beter gezegd. Hij ligt met zijn hoofd op zijn arm, over zijn boeken heen. Fabrice heeft het niet naar zijn zin op school, vertellen de ouders aan juf Mia. Mia vertelt mij dat ze niet meer weet wat ze met Fabrice aan moet en dat ze het gedrag van Fabrice een beetje zat is. Hij hangt niet alleen, hij uit zich negatief en toont zich regelmatig verongelijkt als hij wordt aangesproken door Mia, zo vertelt ze.

Mia en Cora, de intern begeleider, hebben zich enorm ingespannen voor Fabrice, vertelt ze verder. Fabrice is cognitief begaafd, krijgt extra werk dat hem zou moeten uitdagen maar hij is nog altijd niet gelukkig op school.

Mia geeft een geschiedenisles. De meeste leerlingen luisteren geboeid naar Mia. Ik zie hoe Fabrice dan weer bladert in het boek op zijn tafel en dan weer met zijn hoofd op zijn armen op het boek ligt en geeuwt. Soms kijkt hij even op. Er is geen contact tussen Mia en Fabrice.

De les wordt afgerond en Mia leidt een zelfstandig werken-fase in. Er moet in tweetallen werk afgemaakt worden: een onderdeel taal en een onderdeel rekenen. De groep heeft daar ruim een half uur de tijd voor.

Fabrice moet samenwerken met Tom. Tom is een vriendelijke, geduldige jongen die vaker met Fabrice samenwerkt. Ik luister naar hun gesprek. Fabrice heeft een hekel aan taal, zegt hij en wil in zijn eentje het rekenwerk aan de computer maken. Hij wil sowieso starten met rekenen. Tom probeert hem te overtuigen: laten we eerst het moeilijke (taal)werk doen, dat bovendien best veel werk is, en dan het makkelijke (reken)werk. Fabrice bromt wat onverstaanbaars. Tom doet nog een poging. Fabrice geeft geen centimeter toe, ligt op de tafel en kijkt Tom niet aan. Ik vraag hoe ze dit normaal gesproken oplossen? Tom haalt zijn schouders op en antwoordt dat ze dan maar meestal apart aan het werk gaan, want ‘Fabrice doet toch niet mee’. Ik vraag Fabrice ook te reageren. Fabrice bromt weer wat. Ik zeg dat ik hem niet kan verstaan en echt graag wil weten hoe hij erover denkt. Dat ik dat belangrijk vind. Ik vraag hem me aan te kijken en duidelijk verstaanbaar te praten. Fabrice zegt: ‘Ik krijg toch nooit mijn zin, we doen het nooit zoals ik het wil.’

Mia staat achter Fabrice, trekt haar wenkbrauwen hoog op en kijkt me met een verontwaardigd gezicht aan. Ik sein haar niets te doen.

‘Oh?’, vraag ik, ‘Vertel eens?’ Fabrice vertelt dat hij een hekel heeft aan samenwerken, een hekel heeft aan taal en het liefst aan de computer moeilijke rekensommen maakt, maar dat dat ‘nooit mag’.

‘Klinkt vervelend’, zeg ik. ‘En nu?’

Tom herhaalt zijn voorstel en onderbouwt waarom dat een goed voorstel is. Ik zeg Fabrice dat het belangrijk is Tom aan te kijken, zodat Tom kan zien dat Fabrice luistert. Fabrice komt overeind en kijkt Tom aan.

Ik doe een simpele suggestie. ‘Jullie werken vaker samen als tweetal? Heb je een kladpapiertje? Fabrice, wil je er even jullie namen onder elkaar op zetten? Misschien moeten jullie een tijdje met streepjes bijhouden wie hoe vaak zijn zin krijgt?’. Dat vinden ze een goed idee. Fabrice pakt een blaadje en schrijft de twee namen erop. 'Fabrice, wat is jouw voorstel?’ Fabrice stelt voor eerst het rekenwerk te doen, gewoon ieder apart ‘want ik heb ander rekenwerk dan Tom’, en dan samen het taalwerk te doen. Tom reageert: ‘Ja, maar dan kom je niet meer van de computer af. Dat is steeds zo.’ Ik vraag: ‘Fabrice, is dat zo?’ Fabrice geeft het brommend toe. ‘Tsja, hoe gaan jullie dit nu doen dan? Dat jullie jouw voorstel doen, Fabrice, maar dat Tom niet hoeft te leuren om jou van de computer vandaan te krijgen om samen het taalwerk te gaan doen?’ Fabrice belooft zich aan de afspraak te houden en ook samen het taalwerk te gaan doen. ‘Zet maar een streepje achter jouw naam: jij krijgt nu je zin met jouw voorstel. En hoe gaan jullie ervoor zorgen dat het werk allemaal af is om 11.30 uur? Dus hoe verdelen jullie komend half uur over de twee opdrachten? Kun je inschatten hoeveel tijd jullie nodig hebben voor het taalwerk en hoeveel voor het rekenwerk?’ Fabrice en Tom beginnen te overleggen en beslissen dat ze om 11.05 uur aan taal moeten beginnen. ‘Ok jongens, goed opgelost. Succes.’ Ik loop weg en ga naar andere kinderen toe. Mia neem ik zachtjes mee.

Kort bespreken we wat er net gebeurd is. Het spannendste moment komt nog, fluisteren we: wat gebeurt er om 11.05 uur? Vanaf een afstandje zien we hoe Fabrice om 11.05 uur zijn koptelefoon af doet, stopt met zijn rekenwerk en weer aan zijn eigen tafel naast Tom komt zitten. Samen gaan ze aan de slag met taal.

Later die dag bespreek ik de ochtend na met Mia. Ze lacht en vertelt stomverbaasd te zijn over wat ze gezien heeft. ‘Ik voel me zo stom! Het is zó simpel wat je deed! En Fabrice reageerde zo goed!’ We praten over emoties, irritaties, werkdruk, verwachtingen – die van jezelf en die van ouders – , teleurstellingen, over de relatie met je leerlingen, over het betrekken van leerlingen bij de les en over de verwijdering die tussen Mia en Fabrice was ontstaan.

Ga niet om met verschillen, ga uit van verschillen. Er zijn overigens meer overeenkomsten dan verschillen tussen leerlingen... Zo wil iedereen gezien, gehoord en begrepen worden en ertoe doen. Iedereen heeft behoefte aan overzicht en grip, én aan ruimte voor eigen initiatieven.

Eerst begrijpen, dan pas begrepen willen worden. Een 'good old Covey'-inzicht over effectief leiderschap. Niet de methode is leidend. Niet het rooster is leidend. Niet het groepsplan is leidend. Jij als leerkracht bent leidend: jij stemt af in les, aanpak en werkvormen op je groep, vanuit de vraag wat je leerlingen nodig hebben. Wie doet het goed op een ondersteunende leerkracht-gestuurde aanpak, wie doet het beter op meer zelf-ontdekkende leeractiviteiten vanuit een grotere behoefte aan autonomie?

Is er voldoende balans in je aanpak: komt iedereen genoeg aan zijn trekken? Wie loopt te veel op zijn tenen? Wie loopt zich structureel te vervelen? En... ben je goed in contact met al je leerlingen?

Jij als leerkracht hebt de regie. Als je wilt dat je leerlingen iets anders gaan doen, zet dan zelf de eerste stap.

(Afbeelding ZeeNBee via Pixabay)

Simone van Dijk is zelfstandig gevestigd coach, trainer en onderwijs- en communicatie-adviseur. Daarnaast geeft ze les in het (post) hbo, lezingen en workshops op congressen, ewerkt ze als interim-leidinggevende en staat nog regelmatig voor de klas als invaljuf.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief