Zeg niet: ‘Zelfstudie’, maar: ’LOEP-benadering, Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk’

09 jan 2017 · door Geert Kelchtermans >
Hoogleraar Onderwijsbeleid en -vernieuwing en Lerarenopleiding

Sedert het begin van de jaren ’90 heeft de zogenaamde Self-Study of Teacher Education Practices (S-STEP) internationaal veel weerklank gevonden in het onderzoek over de lerarenopleiding. De voorbije jaren heeft ‘self-study‘ ook in het Nederlandse taalgebied opgeld gemaakt. In deze bijdrage wil ik een lans breken om in het Nederlands ‘self-study’ niet te vertalen als ‘zelfstudie‘ (of ‘zelfonderzoek‘), maar wel te spreken over de ‘LOEP-benadering‘ (zie Kelchtermans & Vanassche, 2010; Kelchtermans, Vanassche & Deketelaere, 2013). Mijn motieven voor deze discussiebijdrage zijn zeker niet van taalpuristische aard of ingegeven door een neiging tot Vlaams-Nederlandse taalstrijd. Maar de juiste woordkeuze bij vertaling doet ertoe. Een adequate vertaling is essentieel voor een adequaat begrip en –uiteindelijk- voor een adequaat gebruik. Daar is het me om te doen.
Ik maak eerst duidelijk dat onzuivere vertalingen foutieve betekenisassociaties kunnen oproepen die tot misverstanden leiden. Nog problematischer echter is dat door die termen de inhoud van de boodschap verschuift, waardoor de klemtoon ten onrechte komt te liggen op de persoon van de opleider. Hoe belangrijk die persoon ook is, uiteindelijk gaat het in ‘self-study‘ niet over hem of haar, maar om zijn of haar praktijk als lerarenopleider. En dat is precies wat we vermijden door te spreken over de LOEP-benadering, Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk.


Dit artikel is eerder verschenen in Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 2013, 34 (2)

Self-Study of Teacher Education Practices

Gefrustreerd door de dominante onderzoeksparadigma’s in de onderwijswetenschappen en in het bijzonder in het onderzoek over lerarenopleiding, gingen vanaf het begin van de jaren ’90 een aantal lerarenopleiders op zoek naar een alternatieve manier om onderzoek te doen over het opleiden van leraren. Zij werden geïnspireerd door de verschillende tradities van actieonderzoek, maar ook door de methodologische en epistemologische discussies binnen de humane wetenschappen (o.m. onder invloed van de kritiek van het postmodernisme). Op die manier ontstond de benadering die ze omschreven als Self-Study of Teacher Education Practices – afgekort als S-STEP. Ofschoon deze term mettertijd een brede en diverse lading ging dekken, was de inzet vanaf het begin tweeledig: via een kritische analyse van de feitelijke opleidingspraktijk en de opvattingen die eraan ten grondslag lagen, wilde men de eigen praktijk verbeteren, maar tegelijkertijd ook bijdragen tot een publieke kennisbasis over het opleiden van leraren.

Het werk rond S-STEP werd een erg belangrijke stem in het internationale onderzoek over lerarenopleiding, niet in het minst omdat de betrokkenen zichzelf snel en efficiënt wisten te organiseren: er kwamen eigen congressen, boekenreeksen, een heus ‘international handbook’ (Loughran, Hamilton, Laboskey & Russell, 2004) en vanaf 2005 een eigen internationaal tijdschrift, Studying Teacher Education: A journal of Self-Study of Teacher Education Practices. Voor een kritisch overzicht van die literatuur verwijs ik naar Lessen uit LOEP. Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk (Vanassche & Kelchtermans, 2014).

S-STEP ≠ zelfstudie of zelfonderzoek

Omdat Self-Study of Teacher Education Practices een hele mond vol is, kort men het vaak af tot ‘self-study’. In het verlengde wordt er in het Nederlands vaak gesproken over ‘zelfstudie’ (zie bijv. Lunenberg, Dengerink en Korthagen, 2013). Maar die term is verwarrend. Bij ‘zelfstudie’ zal menig lezer spontaan denken aan de didactische werkvorm waarbij de leerlingen zelfstandig en zonder tussenkomst van de leerkracht de leerstof verwerken.

Erger dan het risico op semantische spraakverwarring is echter dat door de term ‘zelfstudie‘ de klemtoon ten onrechte komt te liggen op het ‘zelf‘, de ‘eigen persoon‘, ‘wie je bent‘ … Niet zelden komt daar al vlug een quasi-therapeutische connotatie bij. Maar de inzet van de S-STEP is niet therapeutisch. Daarenboven ontstaat er een reëel gevaar op navelstaarderij. Op die manier leidt de term de aandacht af van waar het eigenlijk om dient te gaan en dat is de eigen praktijk als lerarenopleider.

Self-study = LOEP

Daarom pleit ik er dus voor om Self-Study of Teacher Education Practices in het Nederlands te vertalen met de LOEP-benadering, waarbij LOEP staat voor Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk (Kelchtermans & Vanassche, 2010). Ofschoon de omschrijving wat minder soepel werkt dan gewoon één substantief, is die wel accurater en heeft het minder semantische bijwerkingen. Ten eerste is de omschrijving voluit een letterlijke vertaling van het Engels. Ten tweede vermijdt men de onjuiste connotaties van ‘zelfstudie‘. Maar ten derde -en dat is inhoudelijk erg belangrijk- wordt het zelf meteen ter sprake gebracht waar het hoort, namelijk in de ‘eigen praktijk‘. Door het ‘zelf‘ niet te noemen, wordt het net ter sprake gebracht waar het hoort, namelijk in de ‘eigen‘ praktijk. Met ‘praktijk‘ bedoel ik dan activiteiten, handelingen die de betrokkene bewust ontwerpt en uitvoert om educatief waardevolle doelen te bereiken. Door het woord ‘zelf‘ niet te gebruiken, zorgen we ervoor dat de betekenis ervan meteen juist geplaatst wordt. De inzet van S-STEP/LOEP is immers niet in de eerste plaats die eigen persoon, maar wel de praktijk die men als opleider gestalte geeft.

In die praktijk gaat het erom de aspirant-lerarenopleider te begeleiden, te ondersteunen, te sturen, … bij het verwerven van de nodige expertise als toekomstige leraar. De praktijk van de opleider is dus een pedagogische praktijk, waarbij hij/zij in relatie treedt met de student vanuit een engagement van zorg en verantwoordelijkheid. Hoe technisch die relatie in veel opzichten ook is (kennisoverdracht, coaching van vaardigheden, technisch-inhoudelijke feedback, etc.), ze is nooit louter technisch of instrumenteel. Het gaat immers om de ontwikkeling van anderen, van medemensen. In zijn/haar opleidingspraktijk toont de opleider die zorg en verantwoordelijkheid. Op die manier ‘incarneert‘ de praktijk het persoonlijke engagement van de opleider. Hij/zij is als persoon in die praktijk geïmpliceerd (Kelchtermans, 2009). En in die zin komt hij/zij in het vizier bij ‘self study‘: de inzet is dus niet een of andere vorm van zelf-ontplooiing, van het therapeutisch ontwikkelen van ware identiteit of authentieke zelf. De inzet is wel het optimaliseren van de praktijk, waarin ik als opleider mijn engagement of verantwoordelijkheid gestalte geef.

Wanneer iemand begint met een LOEP-project is de eigen praktijk het vertrekpunt, de praktijk waarvoor men zich persoonlijk verantwoordelijk weet en die men beter wil begrijpen: wat gebeurt er?; waarom loopt het zo?; is dat wenselijk? (voor wie?…). Door de praktijk te onderzoeken onderzoekt men onvermijdelijk ook het eigen persoonlijk interpretatiekader (Kelchtermans, 2009), het geheel van opvattingen over lerarenopleiding, van waaruit men die praktijk vormgeeft. In dat interpretatiekader nemen de opvattingen die ik heb over mezelf als opleider –mijn professioneel zelfverstaan- een zeer belangrijke plaats in. Dus door het kritisch analyseren van mijn eigen praktijk, stoot ik onvermijdelijk ook op mijn opvattingen over mezelf, over goed opleiden, over hoe het leren van studenten verloopt, … Het bewust worden, expliciteren en kritisch bevragen van die ideeën, daarover gaat het in LOEP.

De kritische vragen hebben trouwens niet alleen betrekking op de technische effectiviteitsvraag: “Wat werkt?”, maar gaan onvermijdelijk ook over de waardegebonden keuzes die men maakt, de doelen waarvoor men staat en waarvoor men verantwoordelijkheid wil opnemen. Het pedagogische engagement is dus altijd ook moreel of ethisch. In een LOEP-project over een bepaalde opleidingspraktijk zet men dus onvermijdelijk ook zichzelf op het spel. Simons (2008, p.29) spreekt in dat verband over ‘meesterschap‘: “Het meesterschap van iemand toont zich in de mate dat iemand aanwezig is bij wat hij/zij doet, en dat iemand in wat hij/zij doet en zegt ook toont wie hij/zij is of waar hij/zij voor staat”.

Tenslotte is de inzet van LOEP-projecten niet alleen het verbeteren van die eigen praktijk vanuit een verdiept inzicht, maar ook breder bij te dragen tot een publiek, gedeeld, kritisch getoetste kennisbasis over het opleiden van leraren. Het rapporteren van het LOEP-project moet duidelijk maken hoe men de eigen praktijk geanalyseerd heeft, hoe men de eigen opvattingen aan de basis ervan daarbij kritisch bevraagd heeft en wat dit opgeleverd heeft. Beide elementen –het kritisch bevragen van die eigen opvattingen én het publiek maken van de resultaten- zijn essentieel. Loughran -een van de grondleggers en voortrekkers van deze benadering- stelt dat alleen op die manier vermeden kan worden dat S-STEP/LOEP “simply a pseudonym for rationalization or self-justification” wordt (Loughran, 2007, p. 13).

Zeg dus daarom nooit zomaar ‘zelfstudie’ als je je eigen opleidingspraktijk onder de LOEP neemt!

Dit artikel is eerder verschenen als discussiebijdrage in “Tijdschrift voor Lerarenopleiders”, 34(2), pp 45-48.


Referenties

  • Kelchtermans, G. (2009). Who I am in how I teach is the message.Self-understanding, vulnerability and reflection. Teachers and Teaching: Theory and Practice, 15, 257-272.
  • Kelchtermans, G., & Vanassche, E. (2010). “Stel een andere vraag en je krijgt een ander antwoord”. Reflecties over onderzoek door leraren. Pedagogische Studiën, 87(4), 296-305.
  • Kelchtermans, G., Vanassche, E., & Deketelaere, A. (Eds.) (2014). Lessen uit LOEP. Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Leuven: Garant.
  • Loughran, J. (2007). Researching teacher education practices. Responding to the challenges, demands and expectations of self-study. Journal of Teacher Education, 58(1), 12-20.
  • Loughran, J., Hamilton, M.L., LaBoskey, V. K., & Russell, T. (Eds.) (2004). International handbook of Self-Study of Teaching and Teacher Education Practices. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.
  • Lunenberg, M., Dengerink, J., & Korthagen, F. (2013). Het beroep van lerarenopleider. Professionele rollen, professioneel handelen en professionele ontwikkeling van lerarenopleiders. Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam.
    48 Zeg niet: ‘Zelfstudie’, maar: ’LOEP-benadering’
  • Simons, M. (2008). Meesterschap. In J. Masschelein (Ed.), De lichtheid van het opvoeden. Een oefening in kijken, lezen en denken (pp. 21-37). Leuven: LannooCampus.
  • Vanassche, E., & Kelchtermans, G. (in druk). Self-study onderzoek door lerarenopleiders onder de loep. Een internationale literatuurstudie. Pedagogische Studiën.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer