Welke vragen worden niet gesteld in onderzoek?

15 okt 2014 · door Hartger Wassink >
Forum-redacteur
Het NIVOZ-Forum loopt nu een tijdje. We hebben zelf allerlei onderzoek verzameld, waarvan we denken dat het relevant is om onder de aandacht te brengen. Het doel is uiteindelijk om onderzoek en praktijk in het onderwijs beter met elkaar in contact te brengen. Dat blijkt lastig.
De reacties, ook via onze LinkedIn-groep, blijven tot nu toe vrij beperkt. Het verbinden met bijeenkomsten in de vorm van een NIVOZ Dialoogmiddag gaat nog aarzelend. Toch merken we dat het leeft, want er komen ook vragen op ons af, of we kunnen helpen met het geven van onderbouwing en zoeken naar onderzoek op allerlei aspecten van ons onderwijs. Daarin slagen we niet altijd, simpelweg omdat we merken dat we op veel vragen geen goed antwoord kunnen geven, op basis van bestaand onderzoek.
Dat leidde ertoe, dat we een stapje terugzetten, en ons afvroegen: welke vragen worden nu niet gesteld in onderwijsonderzoek? En dan gaat het niet zozeer om bepaalde concrete thema’s die onbehandeld blijven, maar meer om een bepaald perspectief dat buiten beeld blijft. Ik wil daar in dit stukje wat achtergrond bij geven, en ben erg benieuwd naar reacties.
Vragen die bij NIVOZ zijn langsgekomen de afgelopen tijd, zijn bijvoorbeeld:
  • Waarom is zittenblijven nog zo gebruikelijk, terwijl al 45 jaar bekend is, dat het niet zinvol is?
  • Waarom leren we op de lerarenopleiding zo weinig over contact en verbinding maken met leerlingen, als dat het belangrijkste blijkt te zijn om ‘orde te houden’?
  • Waarom zijn cijfers zo belangrijk in de school, terwijl we merken dat leerlingen er gedemotiveerd door raken en het soms zo weinig zegt over wat ze werkelijk geleerd hebben?
  • Welke alternatieven zijn er om de overgang van po naar vo anders vorm te geven?
  • Waarom lukt het sommige scholen wel om de vaste structuur van lessen en jaarprogramma los te laten, en andere scholen niet?

Dat is zo maar een greep van vragen die bij ons en bij anderen opkomen, en die waar verbazingwekkend moeilijk informatie over te vinden is in gangbaar onderzoek in het onderwijs. Naar ons idee komt dat, omdat veel onderzoek dat nu gebeurt, problemen onderzoekt, die ontstaat als gevolg van het systeem. Terwijl veel leraren en anderen uit de schoolpraktijk vragen hebben die over dat systeem zelf gaan.
Zo’n vraag naar de hardnekkigheid van zittenblijven heeft bijvoorbeeld misschien wel meer betrekking op het systeem die deze gewoonte in stand houdt, dan op de voors en tegens van zittenblijven zelf. Dat klinkt wat zwaarder dan ik het bedoel misschien. Het is niet mijn bedoeling om een of andere complottheorie-achtig betoog op te zetten. Maar ik denk wel dat het kan helpen om soms een stap terug te doen, en vanuit bepaalde grotere uitgangspunten naar hardnekkige problemen in het onderwijs te kijken. En de vraag die we ons bij NIVOZ stellen is: hoe zouden we die uitgangspunten meer onderdeel van onderzoeksvragen kunnen maken? Is dat wenselijk? Wordt dat herkend door leraren en schoolleiders? En minstens zo belangrijk: door onderzoekers?

Verbinding en verantwoordelijkheid

Twee woorden die we bij NIVOZ dan veel gebruiken, zijn verbinding en verantwoordelijkheid. Die twee woorden kunnen al helpen om een ander perspectief te bieden op sommige onderzoeksvragen.
Veel onderzoek wordt nu vooral ingezet vanuit de vraag of het ‘effectief’ is of niet. En effectief is dan: welke cijfers halen leerlingen, welke cito-scores, hoe snel doorlopen ze hun schoolloopbaan. Maar de vraag naar effectiviteit is niet altijd de belangrijkste vraag als het gaat om goed onderwijs. Daar ligt nog een vraag onder.
Wat ‘goed’, of beter: het goede, is om te doen, is vaak niet aantoonbaar met het wetenschappelijke onderzoek dat nu plaatsvindt. In het onderwijs gaat het namelijk ook altijd om de vraag wat wenselijk is, om met Gert Biesta te spreken, en dat is een morele kwestie. Dat maakt het onderzoek lastiger om op te zetten en uit te voeren, maar de vraag is of we het daarom achterwege zouden moeten laten.

Voorbeeld: zittenblijven en orde houden

Als we bijvoorbeeld denken vanuit verbinding, hoe kunnen we dan naar het vraagstuk van zittenblijven kijken, of (ander voorbeeld) ordeproblemen of werkdruk bij beginnende leraren?
Als je kijkt naar zittenblijven, dan zou je bijvoorbeeld je af kunnen vragen wat het doet met leerlingen om altijd maar te horen dat hun resultaten ‘onvoldoende’ zijn, zonder dat ze voldoende feedback of ondersteuning krijgen op wat het dan is wat ze moeten doen om wél te ’voldoen’. Dat lijkt misschien soft, maar leerlingen kunnen haarfijn aangeven hoe de nadruk op cijfers leidt tot stress en afhaken bij het leerproces. In die zin is het keihard, omdat het de voorwaarden om goed te kunnen leren (vertrouwen, veiligheid) ondermijnt.
Een vraag voor onderzoek zou dan kunnen zijn, hoe je door je als school minder op ‘voldoende’ en ’onvoldoende’ te richten een meer stimulerende leeromgeving zou kunnen creëren.

En bijvoorbeeld het vraagstuk van werkdruk en ordeproblemen ziet er ook anders uit als je nadenkt over ‘verbinding’. Veel beginnende leraren worden met slechts een paar trainingen ‘orde houden’ voor de leeuwen gegooid. En komen er dan achter dat een stevige basis als persoon, en het van daaruit verbinding maken met je leerlingen, veel belangrijker is om de rust in je klas te bewaren, dan de trucjes die je op de training hebt geleerd. Dat is onderzoek dat onder andere door Geert Kelchtermans wordt gedaan, maar wat verder in de literatuur over startende leraren maar weinig terugkomt.
Een vraag voor onderzoek zou dan kunnen zijn, hoe je als leraar bewust kunt werken aan je ‘professioneel zelfverstaan’, om zo beter te kunnen waarnemen wat jouw persoonlijke aandeel is in de wisselwerking die de relatie leraar-leerling nu eenmaal is.

Reacties gevraagd

Dit zijn twee voorbeelden van onderzoeksvragen vanuit mijn perspectief, geïnspireerd op het thema ‘verbinding’. Zo zou je ook vanuit het andere kernwoord, verantwoordelijkheid, onderzoeksvragen kunnen formuleren. Dat kunnen ook weer heel andere vragen worden, afhankelijk natuurlijk van het perspectief van de onderzoeker die ze opstelt.
Waar het mij hier om gaat, is of onderzoekers in het onderwijs de meerwaarde herkennen van het extra perspectief dat we vanuit NIVOZ hier proberen aan te brengen. Herkennen jullie de problematiek van de smalle focus op effectiviteit? Zien jullie de meerwaarde in van de vragen die we stellen? Hebben jullie andere suggesties om onderzoek meer betekenisvol te maken?

Ik ben benieuwd naar reacties. Dat kan hieronder, en liever nog via de LinkedIn-groep, zodat we de discussie met alle geïnteresseerden kunnen voeren. Als er voldoende belangstelling is, organiseren we graag een Dialoogmiddag rond dit thema, bijvoorbeeld op woensdag 12 november, voorafgaand aan de Onderwijsavond.

 Klik op de link hieronder, om zelf een vraag toe te voegen aan de vragen die ik hierboven al geformuleerd heb. Zo inventariseren we welke vragen onderbelicht blijven.

Reacties
  1. Pim Breebaart

    Harger,
    ik kom graag mee praten over onderzoek van het onderwijs en heb 12 november genoteerd. ik blijf ook ’s avonds voor de toespraak van Jan Wieger, Pim Breebaart

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer