Tiener College: ‘een speciale programmalijn voor 10 -14 jarigen’

Het Tiener College in Gorinchem is een programmalijn voor kinderen tussen de tien en veertien jaar. Zij krijgen persoonlijk onderwijs, waardoor de overgang naar het voortgezet onderwijs natuurlijker kan verlopen. ‘Kinderen leren over leerstijlen en vinden daardoor flow terug’.

In Nederland is het gebruikelijk dat leerlingen rond hun twaalfde jaar van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs gaan. In de praktijk blijkt dat sommigen daar al veel eerder aan toe zijn en andere beter nog even kunnen wachten. Voor deze leerlingen is er een programmalijn, ontwikkeld door basis- én voortgezet onderwijs, waar leerlingen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar met persoonlijk onderwijs de kans krijgen hun talenten optimaal te ontwikkelen.

Als ik de school binnenkom, word ik meteen door Mariska van Wijngaarden, eindverantwoordelijke voor deze programmalijn, meegenomen voor een eerste blik in de klas met leerlingen. Ze zijn aan het rekenen op de laptop, in de zogeheten Kahn Academie. Wat onmiddellijk opvalt is het grote aantal leerlingen op de vierkante meter, én de grote verschillen in lichaamslengte.

De gedachte voor het Tiener College is ontstaan bij besturen van Stichting Logos en CVO-AV. De inspiratie volgde op een lezing van prof. Jos Letschert over de niet-lineaire ontwikkeling van leerlingen en zijn pleidooi voor een latere schoolkeuze in Nederland.

Sindsdien is de aandacht voor de doelgroep van tien tot veertien jaar actueel gebleven en dat resulteerde in de oprichting van de projectgroep Tiener College. Daarin werd van gedachten gewisseld over vragen als:

  • Is het mogelijk te komen tot een uitstel van selectie voor een aantal leerlingen?
  • Kan leerlingen met een behoudend schoolkeuze/ schooladvies meer tijd gegund worden, waardoor zij de uitdaging van hogere uitstroom durven aan te gaan?
  • Is een uitstel van schoolkeuze voor de slimmere meisjes, die later pieken, een goede oplossing?
  • Gedijen leerlingen beter in een meer vaste schoolomgeving met ouderparticipatie, zoals in de basisschool bekend, zodat het aantal drop-outs vermindert en afstroom kan worden tegengegaan?
  • Profiteren leerlingen met talenten uit de bovenbouw PO, van een lesstof aanbod waarin meer keuze zit?
  • Hoe ziet een uitdagende, innovatieve leeromgeving, waarin beschikbare wetenschappelijke kennis over leren en ontwikkelen en nieuwe concepten worden gehanteerd eruit en is deze meer motiverend voor deze doelgroep?
  • Welke leerlingen profiteren optimaal van innovatief en persoonlijk onderwijs in deze leeftijdscategorie?

Na een grondige voorbereiding op deze en andere vragen zijn de leerlingen geworven. In september 2012 kon er met achttien leerlingen worden gestart. Onder hen dertienjarigen, die wat later in ontwikkeling zijn gekomen. Zij krijgen nog twee jaar de kans op meer perspectief voor vervolgonderwijs: uitstel van selectie. Er zijn ook tien- tot twaalfjarigen aangenomen die beter gedijen in een leerrijke omgeving en leren op een manier die meer bij hen past: innovatief onderwijs.

Programmalijn

De ‘programmalijn’ van het Tiener College is een resultaat van het Research en Development Centrum van stichting LOGOS en CVO-AV. De ervaringen hieruit worden gedeeld met de medewerkers van beide organisaties. Het onderwijs aan de leerlingen van het basisonderwijs (tot en met 12 jaar) valt onder de verantwoordelijkheid van en wordt verzorgd door leerkrachten van Stichting LOGOS. Het onderwijs aan de leerlingen in de leeftijd van het voortgezet onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van en wordt verzorgd door docenten van Christelijke Scholengroep De Hoven.

Voorafgaand aan de inschrijving is aan belangstellende kinderen gevraagd hun motivatie voor deze onderwijsvorm aan te geven. Er kwam een mood-board binnen, maar ook gewoon een vel papier. Abel maakte een filmpje van zijn beweegredenen en zette dat op YouTube. In het besluit om een leerling wel of niet aan te nemen, is ook afgewogen of de programmalijn kon bieden wat gevraagd werd.

Ik volg een les Natuniek, een combinatie van natuur en techniek.
Opvallend is hoezeer de leerlingen ononderbroken aan het werk zijn tijdens deze les. De één werkt met de laptop, de ander in een boek; de een zit alleen aan een tafel, de ander in een zitzak of werkt in een groepje. Er hangt een ongedwongen en prettige werksfeer.

Mevrouw Hetty Olie, leergroepbegeleider, loopt langs alle leerlingen en praat kort over het werk met hen. Ze is voortdurend beschikbaar voor alle leerlingen. Anna (10 jaar) is blij in deze setting: ‘Hier vind ik het zoveel fijner: rekenen ben ik veel beter gaan begrijpen en de leraren zijn grappig. Werken met laptops vind ik fijn en je hoeft hier niet de hele dag stil te zitten. Elke eerste maandag van de maand gaan we naar een boerderij of krijgen we les langs de Waal. Mevrouw Hetty heeft ons net een interessante les gegeven van tien minuten over de werking van hersenen, zintuigen en gewrichten. Nu zijn we zelfstandig de bijbehorende begrippen aan het leren op de laptop en in het leerboek’.

Op elke eerste maandag van de maand vindt het Natuurlab plaats en wordt met de kinderen buiten afgesproken in verschillende biotopen en in de verschillende seizoenen. De vrijdag ervoor wordt de theorie aangeboden over bijvoorbeeld de polder of het bos.

Wanneer de kinderen in die biotoop zijn, kan het ontdekken en ervaren beginnen. Ouders mogen hierbij ook aanwezig zijn. De vakken komen nadrukkelijk geïntegreerd op een natuurlijk wijze samen én zo’n les buiten biedt optimale leerkansen voor iedereen. Ze voelen wat een koe is, ze ervaren het poldergebied en ruiken het boerenleven.

Terug op school toont elke leerling op zijn manier aan wat ze geleerd hebben. Iedere leerling maakt eigen keuzes wat betreft belangrijke thema’s en kiest daarbij een passende verwerkingsvorm, dat kan door een Prezi te maken of met Knex de winter- en de zomerdijk na te bouwen. Vervolgens presenteren de leerlingen hun werk aan elkaar wat ruimte biedt om met en van elkaar te leren.

Zoë werkt op de laptop. De leraar heeft de begrippen er al ingezet en nu zoekt zij bijbehorende plaatjes op internet  en zet de uitleg ernaast. Daarna gaat zij dit leren. ‘En als ik het weet, ga ik naar de leraar en praten we over ‘wat doet een spier’. Deze lessen zijn leuk hoor! Met rekenen moet je eerst de opgaven uit het boek maken, want de opgaven die de Kahn Academie geeft zijn voor de leraar nauwelijks na te kijken’.

Zoveel mogelijk worden de nieuwste wetenschappelijke inzichten ingezet in het programma, zo wordt er gewerkt met Meervoudige Intelligentie, Coöperatief Leren en materialen van de Kahn Academie.

Leerpsycholoog Eric Jensen heeft aangetoond dat kinderen meer en beter onthouden als er tussen de instructie en de toets een moment van herhaling is ingebouwd. Systematisch is hiervoor aandacht in het programma. Ook wordt, in navolging van John Hattie, kinderen vaker gevraagd de lessen op procesniveau te evalueren. Het accent in de lessen ligt op de ervaring en op welke manier van leren het beste bij de leerling past.

De leerlijnen voor alle domeinen zijn samengesteld door teamleden uit het PO en VO in samenwerking met Stichting Leerplan Onderwijs. Wanneer die doelen beheerst worden is de leerling klaar voor de overstap naar de derde klas van het Voortgezet Onderwijs. In een persoonlijk leerplan houden de leerlingen bij wat ze geleerd hebben. De leerlijnen zijn als afvinklijsten beschikbaar zodat de kinderen de leerdoelen kunnen afvinken. Ook kunnen de leerlingen opstromen naar een hoger niveau.

Mariska vertelt over een dyslectische leerling die Duits heeft opgenomen in zijn leerplan. Nu wil hij er ook Frans bij, alleen mondeling want schriftelijk wordt teveel voor hem. Doordat leerlingen uit het PO en VO bij elkaar zitten, is het mogelijk dat leerlingen meer van elkaar kunnen profiteren. Zo is het mogelijk dat deze leerling deel kan nemen aan de lessen Frans.

Alle leerlingen geven een presentatie over hun persoonlijk leerplan, waarbij opa en oma, broer en zus ook welkom zijn. Ook wordt gekeken of daarbij ook mensen uit de wijk kunnen worden uitgenodigd.

Maarten (12) werkt in het achtste deel van Natuniek. Hij heeft de uitleg uit het zevende deel gevolgd en werkt nu vanuit zijn eigen boek op zijn laptop. Dit bevalt hem goed: ‘Het is hier lekker anders. Gelukkig hoef je niet alles met de hand te doen, waardoor ik eerder klaar ben’. Hij heeft spellingsproblemen vertrouwt hij mij toe. ‘Op de andere school moest je alles eerst samen doen, maar hier werk ik zelfstandig en heb ik meer tijd. Met spelling gaat het veel beter’. Hoe komt het dat je spelling hier beter leert? ‘Dat is een moeilijke vraag’, herhaalt hij een paar keer. En dan: ‘Het is mij duidelijker en helderder wat ik moet leren’.

Mevrouw Hetty is een paar dagen in de week leraar op een school voor speciaal basisonderwijs. ’Door die jarenlange ervaring is gedifferentieerd werken voor mij een vanzelfsprekendheid’. Dat komt haar goed van pas als ze werkt met deze leerlingen die in leeftijd variëren. Ze werd lid van de ontwikkelgroep om mee te denken of onderwijs niet beter en anders kan, ‘zodat kinderen gemotiveerder zijn en blijven’.

Nu is ze daarom ook leergroepbegeleidster. ‘Hier maken we echt het verschil’, zegt ze enthousiast. ‘In deze uitdagende omgeving krijgen leerlingen de kans om met hun eigen passie, talent en leerstijl te werken: een voorwaarde om hun motivatie te behouden. De leerlingen realiseren zich hier dat er andere manieren en wegen zijn om te leren en dat ze daar invloed op mogen hebben. Daardoor leren zij zichzelf en de ander kennen. Het huidige onderwijs is voor 99% talig ingericht. Wie die leerstijl niet past, heeft in het reguliere onderwijs gewoonweg pech. Deze kinderen leren hun eigen leerstijl ontdekken en hoe zij op een andere manier wel of beter kunnen leren’.

Dat blijkt echter niet altijd even gemakkelijk. ‘We zijn nog op zoek hoe we de leerstijlen van alle leerlingen in beeld kunnen krijgen. De leerlingen weten het vaak zelf ook niet en na vier maanden weten we het zelf ook niet van alle kinderen’. Daarover zijn de drie leergroepbegeleiders veelvuldig met elkaar in gesprek tijdens bijvoorbeeld studiedagen. ‘Bij pittige onderwerpen grijpen we voortdurend terug op onze missie. Dat houdt je scherp en geeft tegelijkertijd een gevoel van veiligheid’.

In de pauze is een leerling nog hard aan het werk: ‘Cyril, vergeet je geen pauze te nemen?’, zegt Hetty.

Het team is met elkaar, maar ook met veel ouders in gesprek. Daarin gaat het vooral over het afstemmen van verwachtingen. Op de blog van het Tiener College kunnen ouders zien wat de kinderen op een dag doen. Van bijzondere momenten wordt een foto geplaatst en het Tiener College twittert ook veel. Ouders blijken trouwe volgers, waardoor de ouderbetrokkenheid stijgt. Als hun kind bijvoorbeeld de ‘Start de dag’ verzorgt, kunnen ze dat meteen zien. Voor de ouders is er ook een wekelijkse nieuwsbrief.

Mariska is trots en enthousiast over het eerste jaar dat de programmalijn actief is. ‘Nu de visie en de opbouw klaar is, kan deze programmalijn zich verder ontwikkelen’. Het uiteindelijke vergezicht van de school is de inrichting van een school voor 2 tot 16 jarigen. In het Research and Development Centrum wordt nauwgezet gemonitord hoe de uitstroom naar het reguliere onderwijs verloopt. De innovatieve opbrengsten worden besproken en meegenomen naar het dagelijkse werk door de leraren en de docenten van de scholen die vallen onder beide besturen.

Mariska vertelt verder over deze programmalijn in dit fragment.

Dit artikel verscheen eerder op website hetkind.org

 

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer