Schoolreportage ‘t Holthuus: ‘Kinderen zijn trots; eigenaarschap ten voeten uit’

Basisschool ‘t Holthuus in Huissen is in 1979 gesticht door ouders die op zoek waren naar een school die de verschillen tussen de kinderen als uitgangspunt wilde nemen. Anno 2012 houdt het team vast aan dit eigenwijze concept, waarin elementen uit het Daltononderwijs, Jenaplanonderwijs en het Reggio Emilia zijn samengevoegd. ‘Kinderen zijn trots, dit is eigenaarschap ten voeten uit.’

Nelleke Remerie, jaren actief geweest in het Vrije Schoolonderwijs, werd acht jaar geleden directeur op ‘t Holthuus. Met alle betrokkenen is meteen de missie en de visie op leren opnieuw geformuleerd, waarin uitdagingen voor leerlingen en het stimuleren van hun talenten de belangrijkste drijfveren zijn. HH_1In dit team staat het werken aan de ontwikkeling van het totale kind centraal. ‘Een kind wil leren lezen, schrijven en rekenen, maar het wil ook de wereld leren kennen. Waarom regent het? Hoe kan dat? Kan ik dat nadoen? Een kind kan ook veel en het voelt ook veel. Het kan dansen, schilderen, bouwen, toneel spelen. Een kind spreekt eigenlijk ‘100 talen’, zegt Nelleke met een verwijzing naar de Reggio Emilia scholen.

De groepen zijn bewust heterogeen samengesteld: twee jaargroepen zitten bij elkaar, waardoor jong van oud van elkaar leren en kinderen elkaar helpen. Daarnaast heeft elke klas een maatjesklas waarmee zij regelmatig samenwerken. De leerlingen kennen elkaar goed en zij gaan sociaal met elkaar om.

Het stimuleren, uitdagen en ontwikkelen van de natuurlijke mogelijkheden van kinderen is een tweede uitgangspunt. Er is geen vakdocent drama meer beschikbaar, maar de door haar ontworpen leerlijnen worden nu door de collega’s zelf uitgevoerd waardoor er nog altijd veel aandacht voor beeldende expressie is. ‘Als je iets onderzoekt wat je leuk vindt en wat jou boeit, leer je beter en onthoud je het echt’.

HH_2Het gaat het team om alle talenten van een leerling en daarom is er naast het aanbod van vakken als taal, lezen en rekenen in de ochtend, ruimte voor eigen inbreng van het kind door te werken met projecten op een Reggio Emilia geïnspireerde wijze. Hierin komt een onderwerp van wereldoriëntatie of techniek in de schijnwerpers te staan waarbij leraren en kinderen samen overleggen wat zij hiervan willen weten en leren. Tijdens zo’n project ontdekken en leren de leerlingen in drie à vier weken van alles over een onderwerp. Het is meer dan leren uit het hoofd, het is leren met de handen en met het gevoel. Rekenen, taal en lezen worden soms in een project geïntegreerd.

De leerlingen nemen spullen mee van thuis, waarmee op de projecttafel in de klas een tentoonstelling wordt ingericht. In de techniek en wereldoriëntatie ateliers zijn leerlingen onderzoekers, in andere ateliers worden zij kunstenaars. Kinderen ervaren door deze werkwijze de wereld in samenhang en doen leervaardigheden op. Na afloop laten zij anderen zien wat zij geleerd hebben door presentaties van schriftelijke en artistieke werkstukken.

Om structuur aan te brengen in de projecten maken de leraren gebruik van de zeven stappen van ontdekkend en onderzoekend leren. Deze stappen hangen als pictogrammen in iedere groep en zijn voor iedereen altijd zichtbaar. Ze bieden zowel houvast als tegelijkertijd ruimte voor leraren en leerlingen.

Samen met haar leerlingen heeft Maaike, begeleidster op de school, een planblad gemaakt waarop een korte schets van een project wordt aangegeven, welke materialen worden gebruikt en met wie de leerlingen samenwerken. Essentieel voor de school is dat dit met leerlingen is opgezet en dat zij daarover ook weer contact hebben met hun klasgenoten en thuis. Daarnaast wordt een groepsportfolio bijgehouden, waarin de stappen worden beschreven op een ZAB formulier en het planblad wordt opgenomen. Dit portfolio is uitgangspunt van een gesprek in de evaluatie van een project: Wat is gelukt? Wat kan beter?

De zeven stappen, het groepsportfolio en het planblad vormen de legitimering van het projectwerk voor de leerlingen en het team, de ouders, het bestuur en de inspectie. Ook biedt deze samenhangende legitimering een duidelijke profilering van de school dat voor nieuwe ouders belangrijk is.

De school ademt een knusse en ontspannen sfeer met leuke hoekjes, bankjes en overzichtelijk geordend en aantrekkelijk materiaal in de ateliers. Mijn eerste indruk als ik in de school rondloop is dat dit voor kinderen en volwassenen een fijne plek moet zijn om te verblijven. Ik voel de rust en zie overal leerlingen samenwerken. De ateliers nodigen in mijn beleving uit tot onderzoek. In de onderbouw word ik enthousiast van de prachtige tentoonstellingen over het landenproject. Ik kan zien dat deze met liefde en smaak zijn ingericht. Het is helemaal geweldig als ik de leerlingen aan het werk zie met hun landenproject. In de hal werken kinderen samen om de Noordpool na te maken met daarin een ijshotel.

Creativiteit is ontegenzeggelijk een kwaliteit van de begeleiders én de kinderen. In een andere onderbouwgroep maken Indianen uit bieten en andere producten natuurlijke kleurstoffen waarmee ze hun gezichten versieren. De lerares heeft een vanzelfsprekende luisterende houding naar haar leerlingen en ze biedt hen een scala van activiteiten aan. De klas lijkt op een Indianendorp, waarin zelfgemaakte taal-, reken- en creatieve werkjes zijn opgehangen en neergezet. Ergens anders wordt Nederland in beeld gebracht en in het Egypte-lokaal vertellen kinderen enthousiast over de materialen die tentoongesteld zijn. Opvallend is dat ze alles kunnen benoemen: de farao, en wat bijvoorbeeld hiëroglyfen zijn. De leerlingen zijn duidelijk trots op hun werk; eigenaarschap ten voeten uit.

HH_3 In de bovenbouw zijn een Italië-, China- en Thailand-lokaal ingericht. De leraren kozen zelf een thema en vertelden de leerlingen wat zij met dat land hebben. In ieder geval zijn ze er geweest of hebben er veel materialen van en kennis over. Er hangen maskers, er is inheems gekookt en ook hier zijn prachtige tentoonstellingen met beelden en foto’s uit het land zelf gemaakt.

In groep 3/4 praat ik met begeleidster Mariëtte. Elke dinsdag en donderdagmiddag werken de leerlingen aan het Egypte-project, waarin creatieve vaardigheden, kringgesprekken, taal, muziek, drama en wereldoriëntatie aan bod komen. In de taallessen wordt in dit project bijvoorbeeld met hiëroglyfen gewerkt en er worden webschema’s en mindmaps gemaakt. De start van de projecten wordt door de leraren zelf bedacht. Dit landenproject is geïntroduceerd met living statues en leerlingen verzamelden thuis alvast materialen. Daarna wordt een onderwerp gezamenlijk verder verkend en onderzocht.

Mariëtte geeft aan vooral op haar gevoel te werken. ‘Ik destilleer die onderwerpen uit de methode die ik in kan zetten in het project en bekijk de toetsen uit de methode om te zien wat kinderen nodig hebben. Je hebt als leraar wel een overzicht van de leerlijnen nodig, maar die krijg je ook al werkend’. Als het over de samenwerking met andere collega’s gaat vertelt Mariëtte: ‘We leren veel van elkaar door studiedagen, kijkuurtjes en collegiale ondersteuning op basis van leervragen. Voor de start van een project wordt een ZAB model ingevuld: Zinvolle, Betekenisvolle Activiteiten. Het zinvolle zit in de kerndoelen, meestal de leerlijnen uit tule van de SLO. Door dit zo te doen kun je het werk aan jezelf, maar ook aan de collega’s en je omgeving verantwoorden.’
‘Het veilige klimaat is toch wel de ziel van onze school’, zegt Nelleke, ‘je mag hier zijn wie je bent en we zijn nieuwsgierig naar de verhalen van elkaar. Dat kan alleen door een sterk sociaal emotioneel klimaat in de school en de samenwerking binnen het team. Het Holthuus staat midden in de maatschappij, maar is ook een veilige haven voor grote en kleine mensen.’

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer