Schoolreportage Klinkers in Tilburg: ‘Kinderen zijn taalvaardig, zonder specifieke taallessen’

14 jul 2014 · door Rikie van Blijswijk >

Op basisschool Klinkers in Tilburg leren kinderen vanuit een betekenisvolle context. Het integreren van ‘zaakvakken’ en ‘basisdomeinen’ is hierbij de voornaamste methode. Door vakgebieden te integreren krijgt de lesstof meer betekenis voor de leerlingen. ‘Het valt ook ouders op dat hun kinderen zo taalvaardig zijn, terwijl we geen specifieke taallessen aanbieden’.

KL_1 Om half 12 staan alle kleuters bij elkaar in de gang. De leraren vertellen om de beurt aan de leerlingen uit welke workshops zij kunnen kiezen. Zo is er een workshop hinkelen; een workshop over de herfst; en er is een workshop praatplaten over Nederland. In een andere workshop kunnen de leerlingen nieuwe teksten op bekende melodieën maken. Uit dit aanbod maken de kinderen een keuze en gaan vervolgens met de leraar mee die de workshop verzorgt.

KL_2De leerlingen zitten aandachtig rond de tafel met daarop het boek ‘Nederland’, een aanrader uit de Boekenweek van 2012. Er is veel te bekijken op elke plaat. Mooie landschappen, maar ook gebouwen en feesten, zoals Carnaval en Koninginnedag. ‘Die vlag klopt niet’, zegt een leerling, ‘die moet rood, wit en blauw zijn’, en hij wijst naar het voorbeeld op de muur. Het is prachtig te zien hoe de kinderen de gesprekjes beginnen en herkennen en aanwijzen wat hen opvalt. Het enige dat de leraar doet is daarover dan een vraag stellen of ze uitnodigen te vertellen wat ze ervan weten of willen weten. Bijvoorbeeld: ‘Wat is een sluis?’ of ‘Hoe heet een berg bij de zee?’.
Dit is een workshop waar taalontwikkeling, begripsvorming, woordenschat, letterherkenning en algemene ontwikkeling geïntegreerd aan de orde komen in een ongedwongen sfeer. De leerlingen vinden het prachtig om Nederland met elkaar op deze manier te leren ontdekken.

KL_3 In een andere workshop staat op het digibord een herfstplaat geprojecteerd waar stukjes in ontbreken, die daaromheen zijn gegroepeerd. De leerlingen zoeken de juiste plek met elkaar voor bijvoorbeeld de paddenstoel, de wind, de bladeren en de regen. De leerlingen worden op deze manier uitgelokt om te praten, te kiezen, te proberen en argumenten te geven. Ook hier hangt een ontspannen sfeer, waar de leerlingen spelenderwijs leren. Het taalgebruik valt mij hierbij in het bijzonder op; de leerlingen beschikken over een grote woordenschat en drukken zich duidelijk uit.

‘Dat is de kracht van de manier waarop onze leraren omgaan met kernconcepten’, zegt Angela Horsten, directeur van Klinkers. ‘Ook ouders valt het op dat hun kinderen zo taalvaardig zijn, terwijl we geen specifieke taallessen aanbieden. Het lopende kernconcept heet Binding en is onder andere gerelateerd aan “Hallo Wereld”, het thema van de Kinderboekenweek en op het creatieve vlak aan dans en muziek waaraan meerdere workshops worden gewijd, want dat is wat sterk bindt.’

Op basisschool Klinkers wordt jaarlijks aan kernconcepten gewerkt. Kernconcepten zijn verzamelingen van aan elkaar gerelateerde inzichten, die een leerling uit het basisonderwijs zich eigen moet maken. Ze zijn te verdelen in twee categorieën. Er zijn negen verschillende kernconcepten, waaraan elk kind in zowel de onder- als in de bovenbouw werkt.
Natuur en techniek: Energie; Materie; Groei en leven; Kracht en golven; Tijd en ruimte
Mens en maatschappij: Macht; Binding; Evenwicht en kringloop; Communicatie

Door middel van deze kernconcepten komt betekenisvol leren en leren in samenhang tot uiting. Aan ieder kernconcept wordt ongeveer zes weken gewerkt door de leerlingen. Steeds meer wil het team de samenhang in het aanbod vinden en onderbrengen in een van de acht kernconcepten. Ook Sinterklaas en Kerst worden daarin ondergebracht. ‘Ondanks dat onze tijd beperkt is en we al redelijk ver zijn met de verbindingen, zijn we nog niet helemaal klaar. Voor begrijpend lezen gebruiken we daarom bijvoorbeeld “De Roode Kikker”, waarmee de leerlingen ook hun woordenschat vergroten’.

Het ideaal van het team is dat technisch en begrijpend lezen ook opgenomen worden in de kernconcepten en om daarvoor in de toekomst zelf materiaal te maken. Leerlingen uit de bovenbouw kunnen dan teksten maken voor de onderbouw. Er is in deze richting al veel werk verzet, maar toch blijft het spanningsveld tussen tijd en realiteit hierin een belangrijk aandachtspunt.

KL_4 Aanvankelijk lezen, de start van het leesproces, is al ondergebracht in de kernconcepten: alle globaalwoorden, woorden waarmee alle letters worden aangeboden komen uit het kernconcept en de kinderen kunnen steeds meer hun eigen leesplan trekken. ‘In de onderbouw tot en met groep 3 komen we ver. Ik merk dat het lastiger wordt om die samenhang te realiseren in groepen 5 tot en met 8. Toch gaan we het aan, want je gunt ieder kind het onderwijs dat we bieden, waarin onderzoek, leren leren en uitdagende werkvormen kenmerkend zijn en de doelen betekenisvol zijn voor de leerlingen’, aldus de directeur. Het team is daarvoor voortdurend op zoek naar nieuwe lesideeën en – suggesties bij schoolbegeleidingsdiensten en op andere scholen. Ook worden boeken ‘vertaald’ naar de eigen kernconcepten. Leraren op Klinkers stemmen elke dag af op wat nodig is voor de leerlingen. Daarvoor worden groepsplannen ontwikkeld aan de hand van twee leidende vragen: Wat heeft dit kind nodig? En wat verwacht dit kind daarin van mij als leraar?

De relatie tussen de leraren en de leerlingen voelt goed. De leerlingen krijgen oprechte respons op wat ze doen en inbrengen; de leraren hebben een luisterende houding. ‘Deze houding vind ik belangrijk in gesprekken en het werk met kinderen. Je bent een specialist als leraar op deze school’, licht Angela toe.

KL_5 Bij Germa in Unit 2 – een 3/4 groep – is het thema ‘Binding’ toegespitst op gevoelens. Germa start met de vraag aan Tom, die tijdelijk in een rolstoel zit, hoe hij zich voelt. Tom kan zijn energie nu niet kwijt en soms gaat het minder goed tussen hem en de rest van de klas, die wel begrip voor zijn situatie kan opbrengen. ‘Eerst was ik wat bang, maar nu ben ik opgelucht en voel ik mij goed’, is zijn antwoord. De vraag voelt vanzelfsprekend aan, zeker in dit kernconcept, en raakt direct de leefwereld van Tom.

Germa heeft het leesonderwijs in haar groep geïntegreerd in het kernconcept ‘Binding’. Tot kerst worden de ene dag de door haar zelf samengestelde globaalwoorden aangeboden, waarin één letter rood is gemaakt. Op de andere dagen wordt door de kinderen alleen of samen een woordweb gemaakt.
Vandaag wordt in groep 3 het woord LIEF aangeboden als globaalwoord bij het aanvankelijk lezen. Een aantal leerlingen uit groep vier bereidt in de tussentijd in tweetallen het gedicht VERLIEFD voor om straks voor te dragen.

Germa leest vervolgens uit het prentenboek voor ‘Ik vind je LIEF mama’. Hij stelt vervolgens aan de kinderen vragen: ‘Mama is bezorgd. Wat is dat eigenlijk’? ‘Als je bang bent dat er iets misgaat’ en ‘Fijn dat iemand voor mij zorgt’. Germa vraagt om te laten zien hoe je je voelt, als je bezorgd bent.
Groep 3 oefent daarna in een grote kring en zij lezen samen een zelfgemaakte tekst door. Daarin ligt het accent op het persoonlijk voornaamwoord ‘ME’. Geoefend wordt met ‘me’, ‘de’, ‘te’, ‘ze’ en ‘we’. Dan krijgt elk kind de tekst van de week, die de leraar zelf maakt op twee niveaus. In mijn groepje leest elk kind individueel de tekst en daarna op de achterkant de globaalwoorden. Daarna maken de leerlingen zelf teksten. Germa ziet dat de kinderen enthousiast zijn en trots op hun verhaal, waarmee ze, ieder op hun eigen niveau, zelf een boek maken. ‘Aan het eind van het jaar zien ze hun eigen ontwikkeling en is het ook echt van hen’, zegt ze stralend.

‘Je moet wel goed de leerlijnen kennen, voordat je met eigen teksten en globaalwoorden kunt werken’, merkt Germa op, ‘maar dan kun je hier op de Klinkers excelleren’. De bladen die de kinderen gelezen hebben, gaan mee naar huis waar ze trots voorgelezen worden. ‘Met nadruk op trots’, zegt de leraar, ‘dat is zo belangrijk voor de leerlingen’.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer