Schoolmotivatie: aandacht voor leerproces motiveert

03 dec 2015 · door Gijs Verbeek >
Forum-redacteur

Aandacht voor inzet en vooruitgang motiveert élke leerling beter dan focus op prestaties

Leerlingen tonen meer inzet en presteren beter als docenten hun autonomie ondersteunen. Daarnaast heeft het beoordelen van prestaties van leerlingen op grond van inzet en individuele vooruitgang een positieve invloed op hun motivatie. Motivatie voor school blijkt nauwelijks te worden bepaald door sociaaleconomische of etnische achtergrond. Leerlingen uit etnische minderheidsgroepen zijn over het algemeen even gemotiveerd als, of gemotiveerder dan, autochtone leerlingen.
Dat blijkt uit een praktijkgerichte literatuurstudie aangevuld met gesprekken met leraren uit basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs over hun ervaringen, uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut (Universiteit van Amsterdam). In dit artikel een samenvatting.

Over het onderzoek

De literatuurstudie bestond uit twee onderdelen. Eerst werden verschillen in kaart gebracht met betrekking tot motivatie van leerlingen in samenhang met sociaaleconomische achtergrond (SES) of etnische herkomst.

Vervolgens werd gekeken naar literatuur over de rol van de docent bij het motiveren van verschillende groepen leerlingen. Over dit specifieke vraagstuk bleek echter te weinig onderzoek te bestaan. De bevindingen hierover geven dus slechts een indicatie.

Twee theorieën over motivatie

Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van de in tabel 1 weergegeven deelaspecten van motivatie, afkomstig uit twee theorieën: de Achievement Goal Theory (AGT) en de Self-Determination Theory (SDT). Deze theorieën zijn ook gebruikt bij het selecteren van de effectieve studies.

Kohnstamm_AGT_SDT

Aanpak met SDT 

SDT benadrukt dat leerlingen behoefte hebben zelf hun gedrag te sturen en daarmee behoefte hebben aan autonomie. Docenten die autonomie ondersteunen houden rekening met gevoelens en opvattingen van leerlingen, geven informatie en keuzes, terwijl ze weinig controle en druk uitoefenen.

Kernaspecten van autonomie-ondersteuning zijn: het geven van betekenisvolle uitleg, het gebruiken van niet-dwingende taal, het bieden van keuzes en zich kunnen verplaatsen in de leerling (rekening houden met zijn/haar gevoelens). Wanneer de autonomiebeleving van leerlingen wordt versterkt, is te verwachten dat er sprake is van een stimulering van intrinsieke motivatie en leerdoelen. Eveneens draagt het ervaren van meer autonomie-ondersteuning bij aan meer inzet en betere prestaties van leerlingen.

Aanpak met AGT

AGT onderscheidt instructiewijzen die verschillen in de mate waarin ze gericht zijn op prestaties of de individuele vooruitgang van leerlingen. In een prestatiegerichte klas worden prestaties van leerlingen onderling vergeleken en worden hoge cijfers beloond. Daarentegen kunnen prestaties ook worden beoordeeld op basis van getoonde inzet en de mate waarin een leerling vooruit is gegaan ten opzichte van zijn of haar eerdere prestaties. Dit wordt een leergerichte aanpak genoemd.

Onderzoek heeft laten zien dat klassen waarin inzet en individuele vooruitgang benadrukt worden, leiden tot betere leerprestaties en minder vermijdingsgedrag dan prestatiegerichte klassen.

Studies

Zoals gesteld heeft de SES-status of etnische achtergrond van de leerling nauwelijks invloed op de motivatie voor school. Tegelijkertijd bestaat er een sterke indicatie dat motivatie een goede voorspeller is voor schoolprestaties; meer motivatie betekent betere schoolprestaties. Op basis van 41 studies (waarvan zeven Nederlandse) concluderen de onderzoekers:

  • Dat leerlingen met een verschillende SES over het algemeen niet verschillen in hun motivatie. Alleen bij academisch zelfconcept komt een verschil in motivatie naar voren tussen leerlingen met een hogere en lagere SES; leerlingen met een hogere SES hebben een positiever academisch zelfconcept.
  • In Nederlands onderzoek werden ook verschillen tussen leerlingen met een hogere en lagere SES gevonden in intrinsieke motivatie en in cognitief zelfvertrouwen. Turkse en Marokkaanse leerlingen met een lage SES bleken een hogere intrinsieke motivatie te hebben dan Turkse en Marokkaanse leerlingen met een hoge SES.
  • Daarnaast bleken leerlingen met een hogere SES meer cognitief zelfvertrouwen te hebben.

Bevindingen en aanbevelingen

De bevindingen uit het literatuuronderzoek werden vervolgens voorgelegd aan een panel met leerkrachten en docenten uit po, vo en mbo. Met hen werd gekeken naar praktische uitwerkingen van de aanbevelingen. Globaal zijn de bevindingen samen te vatten in de drie volgende aanbevelingen.

1. Meer autonomie vergroot motivatie

Meer kennis over motivatie kan docenten helpen hun leerlingen te motiveren. Zowel niet-westers allochtone als autochtone leerlingen zijn gemotiveerder wanneer leerkrachten hun autonomie ondersteunen. Dat wil zeggen dat leraren rekening houden met gevoelens en opvattingen van de leerlingen, en hen informatie- en keuzeruimte geven. Ook oefenen ze weinig controle en druk uit. Als leerlingen autonomie ervaren, vergroot dat niet alleen motivatie maar heeft dat bovendien een gunstig effect op inzet en prestaties.

2. Leergerichte aanpak

Bij alle leerlingen beïnvloedt een leergerichte aanpak hun motivatie en prestaties positief. Leraren beoordelen met deze aanpak de prestaties op basis van getoonde inzet en individuele vooruitgang van leerlingen. Ook leidt een leergerichte aanpak tot minder vermijdingsgedrag dan een prestatiegerichte aanpak waarbij prestaties van leerlingen onderling worden vergeleken en vooral hoge cijfers worden beloond.

3. Toetsen om te leren

De ondervraagde leraren merkten op dat leerlingen vooral extrinsiek gemotiveerd zijn, maar dat werd niet in de literatuur gevonden. De leerkrachten vinden het lastig om leerlingen intrinsiek te motiveren, omdat het schoolsysteem volgens hen erg is gericht op toetsen en cijfers.

Wat kan helpen is toetsen niet te gebruiken als beoordelingsinstrument maar als manier om kinderen zo veel mogelijk te laten leren. Een cijfer kan dan helpen te reflecteren op wat de leerling heeft geleerd. Het gebruik van toetsen en cijfers kan dus worden ingezet bij een meer leergerichte aanpak.

Handvatten

De bevindingen werden samengevat in de volgende handvatten (welke in het rapport zelf zijn voorzien van praktische uitwerkingen):

  • Houd rekening met gevoelens van leerlingen, verplaats je in de leerling.
  • Gebruik niet-dwingende taal.
  • Geef betekenisvolle uitleg, en sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen.
  • Bied keuzes (met structuur).
  • Leg geen nadruk op cijfers. Gebruik toetsen en cijfers als reflectiemiddel.
  • Richt je op de individuele vooruitgang en inzet van leerlingen.
  • Ga ervan uit dat elke leerling, ongeacht achtergrond, gemotiveerd is.

Originele studie:

Veen, I. van der, Weijers, D., Dikkers, A.L.C., Hornstra, L.,& Peetsma, T.T.D. (2014). Een praktijkreviewstudie naar het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en sociale en etnische achtergrond. Amsterdam, Kohnstamm Instituut.

Reacties

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer