Relational Competence: contact met jezelf en de ander als voorwaarde voor onderwijs

10 jun 2015 · door Gijs Verbeek >
Forum-redacteur
Dit is een eerste bijdrage van Forum-redacteur Gijs Verbeek vanaf de Rethink-conferentie ‘Transforming the heart of education’, van 10-12 juni in Aarhus, Denemarken. Lees hier zijn inleiding van eerder deze week.

De eerste dag van de conferentie wordt geopend door Martijn van Beek, een Nederlandse antropoloog verbonden aan de Aarhus University. Hij benadrukt het belang van een conferentie als deze. Naast een zekere urgency te schetsen, pleit hij voor een benadering van duurzaamheid binnen onderwijs. Hij maakt, vooruitlopend op een van de workshops, duidelijk dat de eerste resultaten van eigen interventieonderzoek hoopvol zijn en wijzen op fundamentele aspecten van onderwijs. De student-leraren die deelnemen aan het onderzoek rapporteren beter in contact te zijn met zichzelf en daardoor beter in staat te zijn in contact te staan met anderen.
Ook blikt hij vast vooruit op de dag van morgen, waar een van de leidende onderzoekers van mindfulness in onderwijs, Katherine Weare van de University of Southampton ons meeneemt in de laatste stand van zaken van onderzoek op dit gebied. Het interessante hierbij is dat ook wordt ingegaan op de interpretatie van de gegevens, omdat daar soms te snel conclusies worden getrokken, die mogelijk niet (direct) gerechtvaardigd zijn.
Deze conferentie is de eerste van een reeks van drie, waarin meer menselijk samenleven en meer menselijk onderwijs centraal staat.

Nationale schoolvragenlijst welzijn

Vervolgens zijn aan het woord Mette Vedsgaard Christensen en Else Bengaard Skibsted van het VIA University College, een instituut dat vergelijkbaar is met de Nederlandse lerarenopleiding. Zij vertellen over een grondige reorganisatie die recent heeft plaatsgevonden in het Deens onderwijs. Speciaal voor internationale geïnteresseerden zijn er recent twee documenten uitgebracht waarin wordt ingegaan op de veranderingen.

Een onderdeel van deze nieuwe structuur is een jaarlijkse en landelijke survey van het welzijn van leerlingen op school. Het project is dit jaar gestart en er zijn vragenlijsten ingevuld door 470 duizend kinderen. Dat komt overeen met 85% van de totale leerlingenpopulatie. Deze eerste ronde zal dienen als een baseline meting, wat als vergelijkingsmateriaal zal worden gebruikt in komende jaren. Harde conclusies zijn hieruit nog niet te trekken.
De volgende vragen geven een indicatie van waar naar gevraagd wordt:

  • ‘Ga je graag naar school?’
  • ‘Heb je het naar je zin in de klas?’
  • ‘Voel je je alleen in school?’

Uit dit onderzoek spreekt het belang dat wordt gehecht aan goede relaties in het onderwijs. Het geeft inzicht in de wijze waarop dit wordt gepercipieerd door leerlingen en biedt aanleiding en input voor verbetering. Het toont de interesse en de inzet voor het daadwerkelijk verbeteren van het welzijn van kinderen op school en in de klas.
Sinds 2012 is er binnen de lerarenopleiding van VIA meer focus gekomen voor empathie, en het relationeel aspect van onderwijs, op verzoek van leraren-in-opleiding en lerarenopleiders.

In het Relational competence project ligt de focus op ‘teachers’ social and relational competences’. Binnen een netwerkstructuur, gebaseerd op de principes van actieonderzoek, vindt samenwerking plaats om te komen tot meer inzicht in de bijzonderheden van deze relationaliteit en de wijze waarop theorie en praktijk zich daarin tot elkaar verhouden. Het uiteindelijke doel is kennisontwikkeling, middels dynamische feedback en feedforward tussen alle deelnemers in het project. Het netwerk wordt gevormd door een samenwerking van vijf openbare scholen in de buurt van Aarhus, een ngo (waarover zo meer), de lerarenopleiding (VIA), en de universiteit van Aarhus.

Op basis van de onderzoeken en het werk van Nordenbo (2008), Hattie (2009), en Mitchell (2008) wordt de nadruk op relationele competenties en significantie ervan in het pedagogisch proces gelegitimeerd. De vraag blijft echter: hoe zijn deze te ontwikkelen? Hoewel hierop nog geen sluitende antwoorden zijn gevonden wordt wel duidelijk dat belangrijke relaties verstaan en begrepen worden in termen van drie dimensies: wat,wie en hoe (Agard, 2014).

De training die wordt aangeboden omvat theorie over communicatieprocessen en supervisie, en is geïnspireerd op contemplatieve en mindfulness oefeningen. Tijdens supervisie-activiteiten wordt het perspectief van het kind verkend. Zo wordt beoogd dat leraren afstemmen op de subjectiviteit van het kind. 

Ontspanning wordt als uitgangspunt genomen, als startpunt voor leren en ontwikkelen. Daarnaast wordt uit voorlopige resultaten het belang hiervan duidelijk: onderwijzen wordt door leraren in opleiding niet opgevat als communicatief proces. Onderwijs betreft dus niet alleen het zenden van de juiste informatie, het betreft een proces met meerdere actoren die met elkaar in interactie zijn. Hierin zijn drie participanten te onderscheiden: het kind, de volwassene en de relatie.

Waardenverschuiving

Helle Jensen, van het Danish Society for the Promotion of Life Wisdom in Children (de ngo die betrokken is bij het project), concludeert op basis van haar werk als begeleider in scholen en werk met leraren dat er een verschuiving is op te merken in de relationele waarden en wijze waarop er wordt gedacht over de verhouding tussen leraren en leerlingen.

Waar het eerder ging over macht, discipline, focus op gedrag, en corrigeren, gaat het nu steeds meer over inclusie, dialoog, een focus op relatie en empathie of zorg voor de leerlingen. In andere woorden gaat het om een verschuiving van rol-afhankelijke autoriteit naar persoonlijke autoriteit, gerealiseerd in de persoon van de leraar. Dit benadrukt het belang van zelfkennis en zelfvertrouwen als basis waar vanuit relaties kunnen worden aangegaan.

Het ‘theoretisch kader’ of raamwerk waar vanuit Jensen met haar team in scholen werkt, is opgemaakt uit de volgende concepten: hart, bewustzijn, adem, creativiteit en lichaam. De verbindende factor hierbij is een uitgangspunt van heelheid en authenticiteit. Dit raamwerk is tot stand gekomen op basis van een studie van eeuwenoude contemplatieve tradities. Op deze wijze wordt de rust, veiligheid en betrokkenheid gecreëerd op basis waarvan het leren en samenleven kan plaatsvinden.

Afstemming tussen verschillende niveaus

Steen Hildebrandt (collega van Jensen) maakt het punt dat het hierbij wenselijk is dat er sprake is van een doorgaande lijn en afstemming tussen de niveaus van de praktijk, de schoolleiders of bestuurders en de verantwoordelijke overheid.

Hij stelt zich hierbij de vraag: wat is de focus? En raadt ons aan diezelfde vraag te stellen. Hij merkt op dat waar het in de onderwijspraktijk gaat over betekenissen, welzijn, en de vraag naar welke waarden worden nagestreefd, het in de wereld van de bestuurders en beslissers slechts gaat over geld en cijfers. Volgens hem moeten we deze agenda veranderen, en niet alleen op nationaal niveau (hij spreekt over Denemarken), maar ook op internationaal niveau. We zien deze tendens overal naar voren komen. Daarom spreekt Hildebrandt over duurzaamheid en duurzaam leiderschap, en benadrukt het ontwikkelen van een gezamenlijke taal om hierover te kunnen spreken met elkaar. In het gesprek met schoolleiders betekent dit dat we ook niet moeten schromen cijfers te gebruiken, en onderbouwing te geven.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer