Pedagogische tact: het ‘goede doen’ als zijnskwaliteit van de leraar

19 mrt 2014 · door Gijs Verbeek >
Forum-redacteur
In 2013 publiceerde het NIVOZ het boek ‘Pedagogische tact. Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling’, onder redactie van Luc Stevens en Geert Bors. Hierin behandelen zij het gelijknamige concept en bespreken ze de ervaringen worden met de daarop gebaseerde ontwikkeltrajecten. De theoretische basis voor het begrip pedagogische tact werd eerder al door Van Manen (1991) ontwikkeld en uitgewerkt. Er wordt in dit boek aanvullend verslag gedaan van de aard, herkomst en theoretische achtergronden van pedagogische tact, hoe het zich verhoudt tot andere ontwikkelingen binnen de sociale wetenschappen, hoe het in de klas werkt en hoe je het als leraar kunt ontwikkelen. We zien in het boek twee van de leidende principes van het NIVOZ samenkomen en elkaar versterken: in de eerste plaats het idee dat de kwaliteit van de pedagogische relatie één van de belangrijkste aspecten is van een productief klassenklimaat en succesvolle ontwikkeling van de leerlingen, en in de tweede plaats dat de leraar als zodanig zijn/haar eigen instrument is.

Het kan gewaagd overkomen om Pedagogische tact definiëren als ‘het goede doen op het juiste moment, ook in de ogen van de leerling’ (p. 14). Problematisch aan deze normatieve definitie is dat operationalisering bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk is. Het ‘goede doen’ is binnen sociale contexten als het onderwijs afhankelijk van het perspectief dat ingenomen wordt. Wetenschapsontwikkeling (in strikt positivistische opvattingen) lijkt dus niet tot de mogelijkheden te behoren, aangezien wetenschap ten eerste een duidelijke definiëring veronderstelt van het onderzoeksobject en –domein en ten tweede waardevrij wordt geacht te zijn. De auteurs onderkennen dit probleem zelf ook. In het boek beargumenteren zij hoe het begrip pedagogische tact niettemin toch zeer bruikbaar kan zijn voor het handelen van leraren.

Aangenomen mag worden dat er inmiddels algemene consensus bestaat over de aard van de educatieve praxis: deze is weerbarstig, slechts te bezien vanuit de concrete context en dus onmogelijk te voorspellen (Schön, 1983). Hieruit volgt dat ‘het gewenste gedrag’ van de leraar daarin ook niet eenduidig te definiëren is. Het zoeken naar een strak gedefinieerd handelsrepertoire is dus per definitie onmogelijk en ongewenst; en zich beperken tot slechts technisch praktisch gebruik van theoretische kennis is simpelweg ontoereikend (zie ook Van Manen, 1984).
Volgens Bors en Stevens ligt juist in dit dilemma de toegevoegde waarde van een concept als pedagogische tact, aangezien pedagogische tact primair een zijnskwaliteit betreft. Los dus van het feit dat de wetenschap per definitie niets lijkt te kunnen aanvangen met een concept als pedagogische tact, heeft pedagogische tact op haar beurt in principe geen boodschap aan wetenschap; zij is primair gericht op ‘zijn’ in tegenstelling tot ‘weten’. Pedagogische tact veronderstelt met andere woorden handelen als primaire kennismodus. Bors, De Boer en Stevens scharen pedagogische tact daarom onder de door Aristoteles geopperde kenniscategorie fronesis; het betreft inzicht in het particuliere, wat passend handelen mogelijk maakt, onverlet de geldigheid van algemene, conceptuele kennis. Voorts laten zij zien, ondanks de inherent problematische definitie van pedagogische tact, toch vertrouwen te hebben in een vruchtbare kruisbestuiving met wat de wetenschap te bieden heeft. De veelzijdigheid en bijgevolg bruikbaarheid van pedagogische tact wordt onder andere duidelijk uit de vele verbanden die worden gelegd met uiteenlopende theorieën en onderzoeken uit verschillende (semi-)wetenschappelijke disciplines, zoals de Self Determination Theory van Ryan en Deci en Csikszentmihalyi’s concept flow.

De volgende begrippen staan centraal bij pedagogische tact:

  • bewustwording;
  • gevoeligheid voor de leerling;
  • handelen vanuit volle aandacht (voor de leerling);
  • een context van veiligheid;
  • een cultuur van (zelf)vertrouwen en vertrouwen in de ander;
  • het innemen van een groter perspectief en het perspectief van de ander;
  • wederzijdse responsiviteit en onvoorwaardelijke steun.

Samenvattend reageert de pedagogisch tactvolle leraar niet zozeer vanuit zijn eigen perspectief–wat begrijpelijk is, de leraar is immers zijn eigen instrument–en vanuit de opvattingen of goede bedoelingen die hij heeft, maar ageert hij vooral pedagogisch vanuit het perspectief van de leerling.
Dit illustreert tevens de paradoxale rol van de leraar. Van hem wordt enerzijds verondersteld een goede – en dus persoonlijke – relatie op te bouwen met de leerlingen, anderzijds handelt hij als pedagogisch professional en niet als privépersoon. Van de leraar wordt verwacht beide aspecten in zichzelf te realiseren; voldoende nabijheid voor het persoonlijke contact en de relatie, maar daarbij tegelijkertijd continu handelend vanuit de inherent pedagogische verantwoordelijkheid. Bors en Stevens denken met pedagogische tact een adequaat antwoord gevonden te hebben op dit dilemma. Toch vormt pedagogische tact nog geen kant en klare oplossing, aangezien voor iedere ‘pedagogische tactvolle’ situatie beslissend is:

‘dat indertijd deze reactie, van deze collega, voor dit kind, in deze betreffende situatie succesvol was’ (p. 182, nadruk in het origineel).

Pedagogische tact in praktische zin betekent dat de leraar continu het perspectief van de leerling(en) inneemt en tegen oude gewoontes ingaat die volledig bewustzijn belemmeren. Externe attributies (het toeschrijven van oorzaken aan uitsluitend externe factoren) – wat een expliciet onderdeel van het ontwikkeltraject vormt – maar ook het hebben van verwachtingen, hoe goed bedoeld dan ook, en opvattingen zijn daarvan voorbeelden. Uit de vele verhalen van de bij het ontwikkeltraject betrokken leraren blijkt namelijk keer op keer dat verwachtingen of goede bedoelingen in de praktijk weinig productief bleken te zijn.

Literatuur
  • Bors, G., De Boer, E., & Stevens, L. (2013). Het goede doen, óók in de ogen van de leerling. In: L. Stevens en G. Bors (red.) Pedagogische tact. Apeldoorn: Garant.
  • Schön, D. (1983). The Reflective Practitioner: How professionals think in action. London: Temple Smith.
  • Stevens, L., & Bors, G. (2012). Pedagogische tact. Het goede doen op het juiste moment, ook in de ogen van de leerling. Apeldoorn: Garant.
  • Van Manen, M. (1984). Action research as theory of the unique: From pedagogical thoughtfulness to pedagogic tactfulness. Occasional Paper No. 32. University of Alberta: Canada.
  • Van Manen, M. (1991). The tact of teaching. London: The Althouse Press.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer