Leerlingenfeedback op de basisschool

12 feb 2015 · door Anne van der Kooi >
Lector Brede School, Hogeschool Rotterdam

Effectieve feedback van basisschoolleerlingen in groep 7 en 8 aan hun leerkracht: Return to Sender

Van de redactie: De stem van de leerling kan op verschillende wijzen vorm krijgen binnen school. In deze bijdrage beschrijven Mirl Both, Resca van Dijk, Anne-Minke Hiemstra, Sadzi Gijsbertha, Jos Prins en Ilja de Bree, (studenten van de Hogeschool Rotterdam Pabo, Academische Pabo en MLI) hun (explorerend) onderzoek naar de bevindingen van leerkrachten en leerlingen met een werkwijze waarin feedback wordt verzameld van leerlingen op de les. De werkwijze is een voorbeeld van #LeerlingalsDatabron of #LeerlingalsGesprekspartner, afhankelijk van de mate waarin de leerkracht met leerlingen in gesprek gaat over de feedback die zij geven. Als je bedenkt dat studenten deze bijdrage schreven – onder begeleiding van lector Anne van der Kooi – is er feitelijk sprake van een dubbele bodem.
De beschreven werkwijze kan voor sommige scholen een mooie eerste stap zijn richting meer systematische ruimte voor de stem van leerlingen op het onderwijs dat zij volgen. Bijbehorende materialen zijn gratis verkrijgbaar om direct zelf mee aan de slag te gaan.

Leestijd: 15 min

 

Inleiding

Juffrouw, uw instructie is te lang, de les is te saai, ik verveel me!

Dit is een uitspraak die leerkrachten niet vreemd in de oren zal klinken. Geregeld geven kinderen aan wat ze van een les of een onderdeel van een les vinden. Het is echter per leerkracht verschillend hoe deze informatie wordt geïnterpreteerd en wat ermee wordt gedaan.
Inspraak van leerlingen hoort bij toekomstgericht onderwijs; leerlingen willen een leeromgeving die uitdagender, praktischer en contextrijk is. Daarbij hoort het verwoorden van hun ideeën over de les, zodat de leerkracht deze informatie in de lespraktijk kan verwerken. In het project Return to Sender van de CED-Groep en het Kenniscentrum Talentontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam geeft de leerling feedback aan de leerkracht over vorm en inhoud van de les.

Een van de trends in het huidige onderwijs is dat leerlingen steeds meer inspraak krijgen in hun eigen leerproces en in het onderwijs dat zij volgen. Feedback stimuleert daarbij de prestaties omdat het effect heeft op de taakmotivatie (Gadellaa, et al., 2012). Het denken over de kracht van feedback in lessituaties heeft ook een krachtige impuls gekregen door het metaonderzoek ‘Visible Learning’ van Hattie (Hattie, 2009). Uit een review van Scheerens en Doolaard (2013) over schoolkwaliteit blijkt daarnaast dat evaluatie en feedback zowel een pijler van opbrengstgericht werken is, als een factor die centraal staat in de kennisbasis over onderwijseffectiviteit.

Het project Return to Sender

Er zijn verschillende redenen waarom feedback van leerlingen belangrijk is voor leerlingen, leerkrachten en scholen. In het algemeen kan gesteld worden dat:

  • leerlingen meer actief aan het leerproces deelnemen als leerkrachten hen uitnodigen feedback te geven; en
  • dat leerkrachten daardoor beter zicht krijgen op het leerproces van de leerlingen.

Dit bevordert het leren, omdat leerlingen gemakkelijker nieuwe informatie opnemen als het voortbouwt op wat zij al weten (Mens, Boonstra, & Tjallema, 2013; van Oers, 2009; Kooi, 2013). Tevens is het hierbij belangrijk dat de leerkracht een koppeling maakt tussen de les en de leerdoelen (in de eerste fase van de les) en vervolgens evalueert wat geleerd is (in de laatste fase van de les). Een effectief middel om het resultaat hiervan na te gaan is gerichte feedback van de leerling op lesinhoud en toegepaste didactische middelen. Er wordt de volgende definitie van feedback gehanteerd:

De informatie die een persoon geeft aan iemand over zijn of haar prestaties en hun werkgerelateerd gedrag, om te helpen individuele, groeps- en organisatiedoelen te bereiken (Poertner & Massetti Miller, 1996).

Goede feedback geeft informatie over het doel, in hoeverre dit is behaald en wat er nog nodig is om het doel te behalen (Hattie & Timperley, 2007). In dit project zijn de leerlingen (een individuele leerling, een subgroep leerlingen of de hele groep) de feedbackgevers; de feedbackontvanger is de leerkracht.

Feedback van leerlingen wordt nog nauwelijks systematisch gevraagd en gebruikt, terwijl leerlingen een waardevolle bron zijn van ervaringskennis. Zij kunnen zowel aangeven welke aspecten van het onderwijs zij waarderen, als welke leerstof of didactische aanpak niet aanslaat. Op die manier vormen zij een sleutel tot inzicht in het effect van het handelen van de leraar.

Vaak echter, vinden leerlingen het lastig om precies aan te geven hoe de les kan worden verbeterd. Het bewust geven van feedback is voor deze leerlingen nieuw, en feedback geven aan de leerkracht is ook best spannend. Een instrument kan de leerkracht en de leerling helpen dit te oefenen; leerlingen kunnen zodoende aangeven hoe het onderwijs beter kan aansluiten op hun belevingswereld en behoeften.

Return to Sender was de werktitel voor de subsidie-aanvraag bij School aan Zet en pilot op drie basisscholen om dit instrument te ontwikkelen. De feedback van leerlingen uit groep 7 en 8 wordt, middels drie brieven, verzameld in de Returnbox. Deze brieven verschillen onderling doordat ze betrekking hebben op verschillende onderdelen van de les, te weten: de instructie, de oefening van de lesstof en het doel ervan. Het invullen van de brieven en de analyse daarvan door de leerkracht, helpt de lessen beter af te stemmen op de behoeften van de leerlingen. De leerkracht bepaalt zelf welke feedback wordt gebruikt ter invulling en verbetering van de lespraktijk. Het handige hiervan is dat de leerkracht tegelijkertijd informatie verzameld over de kwaliteit van de les als ook over de betrokkenheid en het leerproces van de leerlingen. In de volgende paragraaf wordt het gebruik van het instrument beschreven, gevolgd door een beschrijving van de resultaten van het onderzoek dat hiernaar werd uitgevoerd.

Het instrument

Het instrument is opgebouwd uit verschillende onderdelen: de introductieles, de feedback op de instructieles en de feedback op de herhalingsles.

De introductieles

Klassikaal werken de leerkracht en leerlingen in deze les toe naar het begrip ‘feedback’. De kinderen worden hierbij gestimuleerd er bewust over na te denken, bijvoorbeeld aan de hand van spelvormen en filmpjes. Zo wordt er gekeken naar een filmpje over een sportman die feedback krijgt op zijn zwemprestaties. In alle klassen van de deelnemende scholen, beschrijven de leerlingen dat er in het filmpje van de zwemmer gekeken wordt naar wat er niet goed gaat en dat er tips gegeven worden over hoe de zwemmer beter kan worden. In meeste klassen wisten de leerlingen een link te leggen tussen de film en hun eigen sport. Bij de helft van de klassen leggen leerlingen een koppeling naar het krijgen van feedback in de klas.

Wanneer het begrip ‘feedback’ voldoende is behandeld, wordt gekeken naar de manier waarop je feedback geeft. Zo worden de leerlingen voorbereid op het zelf geven van feedback. Het laatste onderdeel is het bekijken van de brieven die de leerlingen gebruiken voor de feedback. De verwachting is dat de leerlingen op deze manier voldoende voorbereid en gemotiveerd zijn om de brieven in te vullen.

De concrete lespraktijk

Het tweede onderdeel is het geven van feedback op een concrete lessituatie. De leerkracht geeft een taal- of rekenles volgens het directe instructiemodel (omdat dit het dichtste aansluit bij de manier waarop de leerkrachten gebruikelijk werken); de leerlingen geven aan het einde van de les feedback. Dit doen ze met behulp van drie verschillende brieven: de groene, blauwe en de gele brief.

De brieven

Met behulp van de drie kleuren brieven kan op verschillende onderdelen van de les worden gereflecteerd: de groene brief betreft de instructie van de leerkracht, de blauwe brief gaat in op de verwerking van de stof door de leerlingen en de gele brief behandeld het doel van de les en de vraag of dit behaald is. Alle brieven hebben een bepaalde opbouw: eerst worden vragen gesteld over wat de leerlingen hebben gedaan of over het doel van de les. Vervolgens gaan de vragen over hoe de leerkracht de les uitvoerde. De leerlingen geven ter afsluiting een gouden tip en top voor de leerkracht.

De Returnbox

De brieven van de leerlingen worden verzameld in de Returnbox. De leerkracht verwerkt alle gegevens in een totaalbestand en analyseert welke informatie nuttig is; een gouden tip en top wordt meegenomen naar de herhalingsles. Doordat de leerkracht serieus aandacht besteedt aan de gouden tip en top, is het voor de leerlingen interessant om de brieven zo aandachtig en serieus mogelijk in te vullen. Wanneer een leerkracht hier niet consequent mee omgaat, zullen de leerlingen minder serieus en enthousiast meedoen. De openheid en houding van de leerkracht is in het hele proces dan ook van groot belang.

De vervolgles

Na het analyseren van de brieven, verwerkt de leerkracht de feedback voor een volgende les. Na afloop hiervan vullen de leerlingen de brieven nogmaals in. Door een analyse van de nieuwe brieven kan de leerkracht zien hoe de leerlingen de les hebben ervaren.

Feedbackfrequentie

Het instrument is bedoeld om een paar keer per jaar te gebruiken. Te vaak gebruik kan tot gevolg hebben dat de input en belangstelling van de kinderen afneemt. Wel is het handig om het bij verschillende vakgebieden toe te passen. Doordat elk vakgebied op een andere wijze gedoceerd wordt, nodigt dit uit tot verschillende feedback. De vertaling van de feedback in de eigen lespraktijk vindt nu plaats vanuit het professionele handelingsrepertoire van de leerkracht maar zou wellicht veel meer moeten plaatsvinden op basis van collegiale consultatie.

Resultaten van de observaties

Zes studenten van de Hogeschool Rotterdam werkten mee aan Return to Sender. Zij observeerden de negen deelnemende leerkrachten en hun klassen. Dit waren leerkrachten van basisschool het Kompas te Voorschoten en de Plevier en de Valentijnschool uit Rotterdam. Zij keken bij de introductieles en twee reken- of taallessen waarbij de brieven van Return to Sender werden afgenomen. Na de laatste les zijn er tevens gesprekken gevoerd met een aantal leerlingen. Tot slot evalueerden zij Return to Sender met de leerkrachten.

Gesprekken met de leerlingen

Bij zeven klassen is een gesprek gevoerd met een klein groepje leerlingen; een klas van het Kompas, drie klassen van de Plevier en drie klassen van de Valentijnschool. Op de vraag wat de leerlingen van het invullen van de brieven vonden, gaven leerlingen allemaal aan het goed en leuk te vinden de brieven in te vullen.

Leuk, want we kunnen tips aan de meester geven, zodat hij beter en leuker wordt. Zo kunnen wij meer leren.

De helft van de leerlingen geeft aan het fijn te vinden hun mening te geven over de les. Een even groot deel van hen zegt met het invullen van de brieven de leerkracht te willen helpen de lessen beter en leuker te maken. Aldus een leerling:

Nu geven wij feedback. Ik vind het leuk dat ik de meester kan helpen.

Twee leerlingen geven aan, dat het eng kan zijn kritisch te zijn naar de leerkracht, omdat deze misschien boos kan worden. Een andere leerling zegt:

Misschien zijn sommige kinderen niet eerlijk genoeg en durven ze het niet te zeggen. Je kan niet altijd alles zeggen tegen iemand.

In ruime meerderheid gaven leerlingen aan dat de leerkracht hun feedback heeft toegepast in de les na de eerste afname van de brieven. Dit is het geval bij meer dan de helft van de klassen. Aldus een aantal leerlingen:

Het is nuttig, ze doet er wel wat mee.

Evaluatie leerkrachten

Alle negen leerkrachten gaven antwoord op zes evaluatievragen over het materiaal en de uitvoering daarvan. Een meerderheid van de leerkrachten is positief over het oefenprogramma. Twee leerkrachten daarentegen gaven aan het niet prettig te hebben gevonden. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat beiden de introductieles en de eerste afname direct achter elkaar uitvoerden. Hierdoor kregen ze te maken met een zeer lange instructie wat bij de andere leerkrachten niet gebeurde. De andere leerkrachten namen meer tijd tussen de introductieles en de eerste afnameles.

De meerderheid van de leerkrachten geeft aan dat de afname van de brieven in de klas goed verliep. Van de overige leerkrachten vond één dat het rommelig verliep omdat niet alle leerlingen er waren. Bij een andere leerkracht hadden de leerlingen bij de eerste keer niet door dat het over één les ging. Zij vulden de brief in over het vak in het algemeen. De helft van de leerkrachten constateerde dat een aantal leerlingen moeite had bij het invullen van de blauwe brief.

De meeste leerkrachten vinden het analyseren en interpreteren van de gegevens goed te doen. Ze ervaren het analyseblad als overzichtelijk. Van de overige leerkrachten ervaart één de analyse als wisselend. Dit komt doordat de leerlingen te oppervlakkig bleven in hun antwoorden.

Op de vraag of de informatie uit de afgenomen brieven nuttig was, gaf één leerkracht als reactie dat zijn leerlingen naar zijn mening te positief waren geweest en niet kritisch genoeg. Hij gaf aan dat zijn leerlingen best iets kritischer mochten zijn. Daarnaast is een belangrijk leerpunt dat ze leren persoonlijke gevoelens voor de leerkracht te scheiden van een oordeel over de manier waarop er wordt lesgegeven.

De overige leerkrachten vertellen dat zij verschillende tips van de leerlingen gaan inzetten tijdens de lessen. Wel gaf een aantal leerkrachten aan dat zij antwoorden kregen van hun leerlingen die zij verwacht hadden.

Een klein aantal leerkrachten schrijft dat ze het erg leuk vonden om te lezen hoe de leerlingen over hun les dachten. Een leerkracht vertelt:

Ik vind het fijn om te weten dat de leerlingen best tevreden zijn over mijn manier van lesgeven.

Een paar leerkrachten vinden het waardevol dat de leerlingen ervaren dat hun mening ertoe doet. Eén leerkracht voegt hieraan toe:

Wie kan de leerkracht beter helpen de lessen te optimaliseren dan zijn eigen leerlingen?

In feite zegt de leerkracht hiermee dat het instrument Return to Sender bijdraagt aan zijn professionele ontwikkeling.

Van het instrument Return to Sender is de volgende instructiefilm gemaakt:

De bijbehorende materialen zijn hier te downloaden.

Literatuur

  • Gadellaa, N., Heeswijk, I. v., Hendriks, S., Schaapveld, A., Seppelwoolde, A., Vermeulen, M., & Vreugenhil, A. (2012). Mondelinge feedback en leerlingmotivatie in de klas. Utrecht.
  • Hattie, J. (2009). Visible learning: A synthesisof over 800 meta-analyses related to achievement. New York: Routledge.
  • Hattie, J., & Timperley, H. (2007). The power of feedback. Review of Educational Research, vol 77-1, 81-112.
  • Kooi, v.d. A. (2013). De brede school als leergemeenschap. Rotterdam: Rotterdam University Press.
  • Mens, M., Boonstra, M., & Tjallema, M. (2013). Breinsleutels. Rotterdam: CED Groep.
  • Poertner, S., & Massetti Miller, K. (1996). The Art of Giving and Receiving Feedback. Urbandale: Proviant Media.
  • Scheerens, J., & Doolaard, S. (2013). Reviewstudie ‘Onderwijskwaliteit PO’. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
  • van Oers, B. (2009). Ontwikkelingsgericht werken in de bovenbouw van de basisschool. Alkmaar: De Aktiviteit.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer