‘Leerlingen het gevoel geven dat ze ertoe doen’

De Diken in Sneek biedt sinds maart 2010 praktijkonderwijs aan 12-18 jarigen in Zuidwest-Friesland. In een prachtig schoolgebouw timmeren, zagen, lassen en bouwen kinderen in lokalen aan ‘het lesplein’. Anderen lopen een interne stage als voorbereiding op hun werk in bedrijven. Leraren investeren eerst en vooral in de relatie met en verbinding tussen kinderen en hun ouders. ‘Het is onze opdracht deze leerlingen weer het gevoel te geven dat ze er toe doen, zodat ook zij weer kunnen schitteren’.
 

De Diken telt 220 leerlingen tussen 12 en 18 jaar, afkomstig uit het speciaal onderwijs. Het zijn leerlingen die niet via de VMBO-leerwegen een diploma kunnen halen en bij voorkeur praktisch leren. Ze worden voorbereid op functies binnen de regionale arbeidsmarkt.

Praktijkonderwijs is in principe eindonderwijs en bereidt de leerlingen voor op terreinen van werken, wonen, vrije tijd en burgerschap. Uitgangspunt daarbij is dat de leerlingen later zelfstandig in de maatschappij moeten kunnen functioneren en dat ze in staat zijn een arbeidsplaats te verwerven en te behouden. De school wordt georganiseerd vanuit vijf teams: de onderbouw met jaargroep 1; en vier sectorteams: Zorg & Welzijn, Economie, Techniek en Groen voor de groepen 2 t/m 6. Daarnaast is er een stageteam en het zorgteam. De sfeer komt gemoedelijk op mij over; de jongeren werken en lopen rustig door het gebouw en de leraren en leerlingen staan open voor een gesprek. Wat maakt volgens hen De Diken tot een school met een goede onderwijspraktijk? Ik praat met Liona en Nathalya, leerlingen uit het zesde jaar; Beau, Jan en Harm-Jan uit het tweede jaar; Harmen Jansma, directeur; en de coaches/leraren Rintse Twijnstra, Geert Anema en Thea Walda.

Werken vanuit passie en plicht

De leerlingen krijgen de kans hun passie te volgen door uit het curriculum te kiezen wat bij hen past. Er is veel verscheidenheid in activiteiten: keyboard, gitaar, klassiek ballet, Chinees of Italiaans koken, maar ook lassen, motorkettingzaag of BHV cursussen. ‘Het is maar een kleine greep uit het keuze aanbod,’ vertelt Harmen Jansma.

‘Passie en plicht’ vormen het hart van de school en is jaarklasdoorbrekend. De sectoren Zorg & Welzijn, Economie, Techniek en Groen zijn gegroepeerd rond een lesplein. In het tweede leerjaar kiezen de leerlingen een van de vier sectoren. De lesstof wordt aangeboden op A-niveau (de meest praktische vorm van leren met intensieve begeleiding), B-niveau (waarop theorie gekoppeld wordt aan praktijk) en op C-niveau (theoretische kennisontwikkeling voor mogelijk ROC onderwijs).

‘De betrokkenheid van het team is groot, waardoor de leerlingen het gevoel hebben er toe te doen en dat zij, net als iedereen, kunnen schitteren’, aldus de directeur. De lespleinen zijn uitdagende, schone en veilige leeromgevingen. De leerlingen kunnen bijvoorbeeld ook hun eigen boot meenemen voor laswerk. Met aandacht en zichtbaar plezier wordt aan de opdrachten gewerkt.

Leerlingen verantwoordelijk

Harmen heeft eerst 20 jaar bij Justitie gewerkt en is als zij-instromer het onderwijs binnengekomen. Nu kan hij voorkomen dat jongeren problemen gaan krijgen in plaats van ze achteraf op te lossen. ‘Ik kies nadrukkelijk voor het kind in mijn werk. Deze leerlingen willen graag gezien worden, maar niet elke thuissituatie voorziet daarin. Op deze school is er aandacht voor iedere leerling’.

De begeleiding en coaching van de leerlingen naar werk en zelfstandigheid is individueel en uniek. ‘Onderwijs op De Diken volgt de leerling, zodat zij zichzelf kunnen ontwikkelen op basis van goede keuzes. Het is op de jongere afgestemd, en daardoor altijd maatwerk. Ze dragen zelf verantwoordelijkheid voor hun leerproces, waardoor ze zich betrokken en eigenaar van hun eigen ontwikkelingsproces voelen’, zegt  Harmen Jansma. Mede hierdoor worden de leerlingen voorbereid op het zelfstandig functioneren in de maatschappij, waarin zij een arbeidsplaats kunnen verwerven en behouden.

Het juiste gevoel om kinderen te raken

Thea Walda spreek liefdevol over haar leerlingen en Liona, leerlinge uit de C-stroom vindt het hier heel relaxed. Veel kinderen missen een goede thuissituatie. ‘Om hier een goede docent te zijn, is persoonlijk contact, de drive, het juiste gevoel om kinderen te raken onontbeerlijk’, zegt Thea Walda. Voor Geert Annema, coach van de eerstejaars, staan relatie en verbinding voorop in zijn werk met leerlingen. De voormalige basisschooldirecteur heeft twee leerlingen uit Terschelling in zijn coachgroep. Hun medeleerlingen kennen hun thuissituatie niet en hij besluit met de hele groep twee dagen naar het eiland te gaan. De groep wordt ontvangen door hun medeleerlingen, die vertellen over hun huis en boerderij. Zowel voor de betreffende kinderen en hun ouders als voor de overige leerlingen een positieve en verbindende ervaring. ‘Meester, is het nu al afgelopen?’, roept een leerling uit bij vertrek naar huis. ‘Deze ervaring heeft het gemeenschapsgevoel en onderlinge vriendschap sterk bevordert,’ aldus Geert Anema. ‘Je geeft hier les in wie je bent’, merkt de directeur op.

School en thuis

Rintse Twijnstra, coach en leraar metaal, is toegankelijk voor zijn leerlingen, betrouwbaar en heeft een luisterend oor. Hij houdt van deze leerlingen en hun talenten en interesses. Op zijn initiatief is het afleggen van huisbezoeken gestart. ‘Ik vind het belangrijk te weten hoe ze thuis erbij zitten en de relatie tussen thuis en school op te bouwen’. “De meester is thuis geweest” doet veel voor kinderen. Dan vertrouwen ze je toe wat er thuis gebeurt, waardoor wederzijdse betrokkenheid groeit’.

Elke leerling op De Diken heeft een individueel ontwikkelingsplan (IOP) waarin individuele leer- en ontwikkelingsmogelijkheden gekoppeld zijn aan het schoolprogramma. Minimaal tweemaal per jaar heeft de coach een gesprek met elke leerling en zijn ouders. ‘Ik wil beter worden in wiskunde’, kan dan een mogelijke uitkomst zijn met afspraken over wat de leerling, de ouders en de school kunnen doen om dit te bereiken. In de coachgroep heeft iedere jongere een tutor ter ondersteuning: ‘Ook hierin worden onderlinge betrokkenheid en verantwoordelijkheid gestimuleerd’.

De coach verbindt zich eveneens aan deze afspraken, waarop hij aangesproken wordt door de teamleider. ‘We maken werk van partnerschap door deze afspraken samen met de ouders te maken. We kunnen veel, maar niet alles alleen’, zegt Harmen. ‘We hebben thuis daarbij nodig en gaan ook vaak op huisbezoek. In de loop der jaren groeit daardoor de verbinding tussen thuis en school’.

Community

Elke ochtend starten de leerlingen in hun coachgroep, die uit tien leerlingen bestaat. Hierin is er ook aandacht voor het sociale aspect en worden diverse activiteiten georganiseerd. ‘We houden de groepen bewust klein, waardoor coach en leerlingen elkaar goed kunnen leren kennen en bouwen daarmee aan het gevoel van community. Je hebt iets met elkaar’.

Beau, tweedejaars, vindt de coachgroep vooral een relaxed begin van de dag. ‘We praten veel met elkaar en leren goed communiceren. Dat is belangrijk voor later’.

Na schooltijd is er tijd voor individuele coaching, want ‘niet alles kan in de grote groep besproken worden en daarom is gekozen voor de beslotenheid en het vertrouwen in een individuele setting’. De jongeren hebben zeer diverse sociale, en financiële achtergronden. Soms moet de school financieel bijspringen om kinderen gymkleren te geven en/of mee op kamp te kunnen laten gaan.

‘Als coach blijf je vier jaar bij dezelfde groep, waardoor je de kinderen goed leert kennen en de relaties met de ouders optimaal maakt’, aldus Twijnstra. Op maandag is er sectorenoverleg en worden leerlingen besproken. Het is aan de coach van een groep te bepalen wat hij/zij wil bespreken in het sectoroverleg. Als er iets is met een leerling, wordt direct naar de coach gevraagd. Deze structuur biedt kinderen veiligheid en het vertrouwen dat er iemand voor hen is.

Betekenisvolle leerlijnen en stages

Liona en Nathalya (zesdejaars) en Beau en Jan (tweedejaars) hebben geen klassen en geen boeken. ‘We werken vooral met onze handen, bijvoorbeeld bij houtbewerking’, zegt Jan. Beau loopt zijn interne stage (arbeidstraining) in de school. Dat gebeurt in de 1e en 2e klas als voorbereiding op de buitenstage. ‘Een dag in de week zet ik koffie en thee, maak ik de lunchtafel klaar voor de leraren, was ik de ramen en ben ik aan het kopiëren’. Hij wil heftruckchauffeur worden.

‘Zoekt u iemand’? Harm-Jan, tweedejaars, is vandaag receptionist en telefonist achter de balie, zijn interne economiestage.

‘Daarna zoek je zelf drie externe stages in bijvoorbeeld een kringloopwinkel, een manege, bij verstandelijk gehandicapten of schoonmaakwerk’, weten Liona en Nathalya. Beide meiden uit de C-stroom hebben, in overleg met hun ouders, gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het examen horeca-assistent niveau 1 te doen en zijn allebei geslaagd. Ze kunnen daarmee naar het ROC. Deze leerlingen vinden vooral het praktisch werk en de stages het leukst op school. ‘Je doet hier nooit hetzelfde, zodat je je niet verveelt’. Hout- en metaalbewerkingen worden het boeiendst gevonden.

Jansma meldt dat het praktijkonderwijs geen opdracht heeft de kerndoelen te halen, maar wel streefdoelen. Het team kan daardoor zelf betekenisvolle leerlijnen ontwerpen binnen de domeinen wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Hierin wordt gespecificeerd per uitstroomperspectief: begeleid werken, de reguliere arbeidsmarkt en doorstroom naar vervolgonderwijs. De laatste groep krijgt drie keer per week Engels en wiskunde aangeboden.

Voortgang en resultaten worden gedeeld tussen leerling, ouder en coach

‘De Diken heeft goede uitstroomcijfers en geen thuiszitters’, zegt de directeur. ‘Met het samenwerkingsverband Fultura van de VO scholen, met de  MBO’sen met cluster 3-4 scholen worden relaties onderhouden en zijn afspraken gemaakt, waardoor geen sprake is van onderlinge concurrentie en financiële verschuivingen bij leerlingenplaatsingen. Het principe “geld volgt de leerling” wordt hierbij toegepast’.

In het Individuele Ontwikkelingsplan (IOP) van elke leerling staan de afspraken over wat de leerling, de ouders en de school doen om de door de leerling geopperde doelen te bereiken. Dit IOP is door zowel de coach als de ouders en de leerling getekend. De teamleider bevraagt de coach op de voortgang en de resultaten daarvan. Alleen ouders en leerlingen worden daarover geïnformeerd. Elke leerling verzamelt in zijn portfolio bewijzen die representatief zijn voor zijn verworven competenties en toont daarmee zijn ontwikkelingsproces aan. In de coachgroepen wordt besproken welke bewijzen toegevoegd kunnen worden aan het portfolio die zowel belangrijk zijn voor de leerlingen zelf, als de school en de toekomstige werkgever.

Directeur Jansma ziet mogelijkheden om de interne kwaliteit op De Diken verder te optimaliseren. ‘We zijn een sterke school door het commitment en de drive van de docenten met en voor deze leerlingen. Die kwaliteit kan nóg beter als we de cultuur van reflectie met elkaar weten uit de bouwen, waarbij de Plan-Do-Check-Act cirkel wellicht een goed handvat biedt’.

De Diken bestaat uit De Praktijkschool, een openbare school voor voortgezet onderwijs en maakt deel uit van Odyssee Sneek en de Zuiderpoort, een algemeen christelijke school voor voortgezet onderwijs, die deel uitmaakt van het CVO Zuidwest Fryslân. De besturen van beide scholen vormen samen het College van Bestuur. De Diken is gehuisvest in een aantrekkelijk en modern schoolgebouw.

Dit artikel verscheen eerder als schoolreportage op website hetkind.org 

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer