Je kunt niet authentiek zijn zonder kwetsbaar te zijn. Een gesprek met Christa Anbeek

23 mrt 2017 · door Hartger Wassink >
Forum-redacteur

Mede geschreven door Maartje Janssens

Christa Anbeek heeft veel geschreven over kwetsbaarheid. Haar persoonlijke biografie speelt hierbij een belangrijke rol. Het verlies van dierbaren waar ze mee te maken heeft gehad, confronteerde haar met de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. Ze verdiepte zich in het thema en ging, in een zoektocht langs vele bronnen, na hoe we ons als mensen kunnen verhouden tot onze kwetsbaarheid.
Die zoektocht naar wat het betekent dat we kwetsbaar zijn, levert niet alleen houvast op bij het omgaan met rouw en verlies. Het leidt ook tot betekenisvolle inzichten voor ‘levenskunst’ in het algemeen. En ook lijkt haar gedachtegoed waardevolle aanknopingspunten te bieden voor het denken over goed onderwijs.
In voorbereiding op de lezing van Anbeek op de Onderwijsavond van 19 april 2017, gingen wij met haar in gesprek, om na te gaan welke aanknopingspunten dat zijn. Hieronder een verslag van dit gesprek.


Vragen van het menselijk bestaan

Christa Anbeek (1961) is bijzonder hoogleraar remonstrantse theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze is ook universitair hoofddocent bestaansfilosofie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Haar onderzoek is gericht op de relatie tussen religies, filosofieën en de vraag naar de zin van het leven – met name als het gaat om levenseindevragen of ingrijpende levensgebeurtenissen.
Ze schreef verschillende boeken, waarvan ‘De berg van de ziel. Persoonlijk essay over kwetsbaar leven’ (met Ada de Jong, uit 2013), en ‘Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare’ (uit 2010) wellicht de bekendste zijn. In 2013 verscheen haar oratie in boekvorm als ‘Aan de heidenen overgeleverd. Hoe theologie de 21e eeuw kan overleven.’

Haar zoektocht naar inzichten over kwetsbaarheid heeft haar langs een brede diversiteit aan religieuze en spirituele bronnen gebracht. Dat is niet zo vreemd, gezien haar achtergrond als theoloog. Anbeek neemt als theoloog een bijzondere positie in.

“Ik kom zelf niet uit een kerkelijk gezin. Dat ik toch theologie ben gaan studeren, heeft te maken met mijn nieuwsgierigheid naar de vraag wat religieuze mensen drijft. Ik wilde graag aan de ‘binnenkant’ van die religieuze ervaring komen. Door het zelf te gaan ervaren, in fenomenologische zin. Theologie is voor mij een manier om zicht te krijgen op de vragen van het algemeen menselijk bestaan.”

Kwetsbaarheid in directe ervaring

In haar boeken gaat Christa in op de vraag wat kwetsbaarheid betekent, en hoe we het kunnen begrijpen. Voor haar is kwetsbaarheid inherent aan onze verbondenheid als mensen met elkaar.

“Kwetsbaarheid zie ik als ‘condition humaine.’ Het is niet iets zieligs, wat ons overkomt en wat we op zouden moeten lossen. Maar een terugkerend thema in het leven van iedereen. We hebben ons ertoe te verhouden.”

Zij probeert dat inzichtelijk en voelbaar te maken aan de hand van directe ervaringen met de kwetsbaarheid van het bestaan, die voor iedereen herkenbaar zijn.

“Ik noem dat contrastervaringen. Het gaat daarom om ontregelende, openbrekende ervaringen, waardoor je vertrouwde, min of meer rustige bestaan onderuit wordt gehaald. Dat kan gaan om verdriet of geluk, zoals dood of geboorte. Door die ervaring doet zich de fundamentele kwetsbaarheid voor, de oncontroleerbaarheid van het bestaan. Het bestaan ontsnapt telkens aan onze greep. Met die ervaring opent zich een onbekend gebied, alsof het leven open gaat.
De vraag die ik vervolgens wil beantwoorden is, of je door die confrontatie met die kwetsbaarheid nu iets anders over het bestaan leert, dan wanneer je die ervaring niet zou hebben meegemaakt?”

In haar werk heeft Anbeek een gespreksvorm ontwikkeld, om die vraag te kunnen beantwoorden. Wat kunnen we ‘leren’ van contrastervaringen? De gespreksvorm noemt ze het dialoogmodel.

“Het dialoogmodel gaat uit van de contrastervaring, die we hierboven al beschreven. Het is erop gericht daarover een kritische dialoog mogelijk te maken. Die dialogen moeten plaatsvinden in een sfeer van vriendschap, om het hoofd te kunnen bieden aan de ontregeling die ontstaan is door de contrastervaring. Religiewetenschappers wijzen erop dat de inbedding in een gemeenschap, met vaste rituelen, symbolen, en geloofsvoorstellingen houvast en troost geeft als je met diep ingrijpende levenservaringen te maken krijgt. In onze samenleving is de inbedding in zo’n gemeenschap voor veel mensen verloren gegaan, waardoor zij bij ingrijpende levenservaringen op zichzelf zijn aangewezen. Mijn dialoogmodel probeert hier iets te bieden. Het model omvat verschillende soorten gesprekken: met jezelf, de groep, filosofische en culturele tradities en de samenleving.

Als tegenhanger voor het gesprek geeft Anbeek binnen het model ook ruimte voor spel.

“Als je niet uitkijkt, worden dit soort gesprekken zwaar. De luchtigheid van het spel is nodig om daar een tegenwicht aan te bieden. We moeten onszelf niet te serieus nemen. Het zelfonderzoek wat we permanent uitvoeren, moet leuk genoeg zijn, om er iedere dag opnieuw aan te beginnen, zoals je een spel ook telkens opnieuw wilt spelen. Een ander belang van het spel is, dat het regels heeft, en zo een afkadering biedt, waarbinnen je de vrijheid hebt om te spelen.”

Een alternatief voor levenskunst

Waarom is dit nu belangrijk? En wat kunnen we ervan leren voor het onderwijs? Het klinkt nog steeds allemaal best zwaar, en niet heel makkelijk, om dit soort gesprekken te voeren. Waarom zou je die moeite doen?

“Het doel van de dialogen is heroriëntatie, zowel existentieel, spiritueel als moreel. Je gaat waarden exploreren, die ertoe doen, voor jou. Je wordt zelf wie je bent in dialoog. Samen, in gesprek met anderen, onderzoek je wat het goede leven is.  Daar is een meerstemmigheid voor nodig. En daarom is dat gesprek met anderen, met name met de samenleving belangrijk.
Er is in onze samenleving een heel eenzijdige visie op goed leven. Het is van belang dat er andere visies komen op wat goed leven is. Die komen, als je mensen uitdaagt om in gesprekken te articuleren wat voor hen ertoe doet in het leven.”

Anbeeks overlevingskunst onderscheidt zich van andere benaderingen van levenskunst, zoals bijvoorbeeld die van Joep Dohmen.

“Je kunt levenskunst ook opvatten als manier om zo snel mogelijk het stuur weer in handen te krijgen. Dan ga je uit van het belang van de autonomie van het individu, hoe we het zelf willen hebben. Het punt is: we kunnen de prachtigste ideeën hebben over het goede leven, maar pas als het misloopt, voel je wat er werkelijk toe doet. Ik wil een tegenstem vormen tegen een al te eenzijdige opvatting van autonomie.
Denkers als Judith Butler stellen dat autonomie een illusie is, dat je niet ‘iemand op jezelf bent.’ Door contrastervaringen, of het nu om rouw gaat of om verliefdheid, voel je dat je niet louter autonoom bent. Ons lichaam brengt mee dat we altijd zijn blootgesteld aan de ander. We zijn altijd iemand in een sociale relatie, daarin zijn we ‘gebouwd’ zogezegd, en daarin kunnen we dus ook weer worden afgebroken.”

Kwetsbaarheid terug in het publieke domein

Anbeek stelt, gebaseerd op het denken van Judith Butler (2004) dat we niet anders kunnen dan leven in relatie met anderen. Dat maakt het leven, en het spreken over wat we daarin ten diepste van belang vinden, precair. Mensen die (nog) niet vertrouwd zijn met hun eigen kwetsbaarheid, voelen dan al snel angst om het daarover te hebben. Ze vinden dat lastig, en kiezen een veilige weg om over die kwetsbaarheid te praten.

“Mensen die midden in ontregeling zitten kunnen dat beter, dit soort gesprekken voeren. Vooral in de psychiatrie heb ik dit ervaren. Blijkbaar is de ervaring van het ‘moeten overleven en niet goed weten hoe’ heel fundamenteel om die gesprekken aan te gaan. Maar in onze samenleving zijn veel mensen in hun eentje aan het overleven. Het lijkt vaak alsof er met veel mensen weinig aan de hand is. Maar als je mensen vraagt naar contrastervaringen gaat er wel vaak veel achter de gezichten schuil.”

Volgens Anbeek is het van belang dat deze gesprekken terug kunnen keren in het publieke domein, waaronder dat van onderwijs.

“Authenticiteit is ook zo’n hot topic. Wat is er bijvoorbeeld voor nodig om een authentieke leraar te zijn? Je kunt niet authentiek zijn zonder kwetsbaar te zijn. We zijn erg gewend om het authentieke thuis te laten, juist omdat dat kwetsbaar maakt. De kwetsbaarheid wordt net als religie ook naar thuis verweven.
Die dimensie van bestaan moet je mede in ogenschouw nemen. Met de ervaring van kwetsbaarheid komen de dingen meer op scherp te staan. Maar het is een taboe om erover te spreken. We doen het wel in ‘lotgenotengroepen’ of andere afgescheiden vormen.”

Juist het onderwijs biedt volgens Anbeek kans om mensen na te laten denken en met elkaar te laten praten over contrastervaringen, die teruggaan naar onze fundamentele kwetsbaarheid. Hier ligt een uitdaging – immers het onderwijs is sterk gefocust op rationeel denken.

“Deze ervaringen kunnen een basis vormen voor onderwijs. Het kan je leren verband te leggen tussen wat je leert en wat je zelf ervaart. Toen tijdens mijn studie mijn beide ouders en broer overleden, was het moeilijk om antwoorden te vinden in de theologie die ik bestudeerde. Ten tijde van het verlies van mijn partner werkte ik in de psychiatrie. Ik merkte dat de vragen die ik had, niet zo veel verschilden van de vragen van mijn patiënten. Mijn drijfveer voor het boek Overlevingskunst, was dat ik merkte dat de theologie ver van mensen af stond. Ik realiseerde me dat het niet gaat om het duiden en betekenis geven, maar om het uithouden van de onzekerheid waar je in zit, in de ervaring zelf.”

Die opvatting van omgaan met kwetsbaarheid, met de nadruk op het ondergaan van de ervaring, en het zonder oordeel uithouden van onzekerheid, lijkt verrassend veel op wat er in mindfulness trainingen wordt geoefend.

“Inderdaad, die mensen hebben hier een voorsprong. Zij kennen de ervaring, dat zich dan een weg ontvouwt, vanuit de ervaring zelf. Het gaat om proeven, smaken, ruiken, voelen wat waardevol is in het bestaan. En niet denken over wat waardevol zou kunnen zijn. Mensen zijn ongelukkig, omdat de rijkdom van het bestaan afgeleerd wordt. Die rijkheid van het bestaan zouden we weer opnieuw moeten leren. Het is iets wat niet vanzelfsprekend is, je hebt hier geoefende gespreksleiders nodig.”

Daar lijkt een kans te liggen voor onderwijs, om via de ingang van de (contrast)ervaring, leerlingen (en docenten) te laten onderzoeken wat voor hen de waarde van het bestaan is.

Bronnen

  • Anbeek, Christa (2013) Aan de heidenen overgeleverd. Hoe theologie de 21ste eeuw kan overleven. Utrecht: Ten Have
  • Anbeek, Christa & de Jong, Ada (2013). De berg van de ziel. Een persoonlijk essay. Utrecht: Ten Have.
  • Anbeek, Christa (2010) Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare. Utrecht: Ten Have.

 

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer