“Ik wil ze perspectief bieden” Portret Selma Klinkhamer Vakcollege De Hef

19 nov 2015 · door Rikie van Blijswijk >
Wat betekent het om leider te zijn in het onderwijs? Er is al veel over leiderschap gezegd en geschreven. Het blijft verleidelijk te zoeken naar de heilige graal van wat een ‘effectieve’ leider zou moeten kennen, kunnen of doen. Keer op keer blijkt dat het niet zo eenvoudig ligt, en dat goede leiders ieder op hun eigen, hoogst persoonlijke manier vorm geven aan hun leiderschap. Het kan in je ontwikkeling als leider wel helpen om je te laten inspireren door voorbeelden van anderen. Om te lezen over hun drijfveren, persoonlijke keuzes en worstelingen soms. Met dat doel willen we enkele portretten van leiders plaatsen. Niet om ze op op een voetstuk te zetten, maar als inspiratiebron. Dit is het portret van Selma Klinkhamer, sinds 2012 directeur Rotterdams Vakcollege de Hef.

Foto Selma Klinkhamer 2Een groepje jongens van een jaar of 15 staat, als ik de school binnenkom voor een gesprek met Selma Klinkhamer, de directeur van Vakcollege de Hef, bij de receptie om te weten te komen waar hun activiteit wordt gehouden. Met bravoure stellen ze hun vragen en krijgen antwoorden met enige humor. Dan gaan ze op pad in de school. ‘Eh… pet?’, vraagt de baliemedewerker met een knipoog naar mij en wijst op het betreffende hoofddeksel van één van de jongens. ‘O ja’, en hij stopt meteen zijn pet in zijn jaszak.

We zitten op paarse stoelen in de lichte kamer van Selma Klinkhamer, met uitzicht op de drie verdiepingen van de school. De houten tafel met een schaaltje pepermuntjes  staat tegenover haar bureau. Op de achtergrond de bekende Rotterdamse brug de Hef, die verderop in het gesprek nog een rol zal spelen.

Straatcultuur en schoolcultuur

Selma Klinkhamer wordt in januari 2012 directeur van de voormalige VMBO de Wielslag. De docenten zijn dan niet blij met hun school. Roosters zitten slecht in elkaar, begin- en eindtijden zijn niet strikt, het verzuim is hoog. “De straatcultuur had de schoolcultuur overgenomen en leerlingen waren hier de baas.”
Ze organiseert mét het personeel een ‘Garage Sale’. Waar iedereen trots op is, wordt in de etalage gezet. Wat goed is, maar in de vergetelheid geraakt, wordt afgestoft. Wat echt slecht is wordt in vuilnisbakken en soms zelfs bij het chemisch afval gedumpt.

De populatie had een mismatch met school en docenten konden niet de goede toon vinden tegen deze jongeren uit de straatcultuur. Dat is vaak herrie in de tent met de docent en de leerling als verliezers, weet ze. Kunnen “nee” zeggen tegen de straatcultuur door onze leerlingen, betekent dat wij op school een antwoord moeten hebben en een alternatief voor ze moeten zijn, is Selma’s overtuiging. Ze vraagt haar leraren en Iliass El Hadioui, auteur van het boek ‘Hoe de straat de school binnendringt’ om hulp.

“Samen met hem lukt het ons gaandeweg onze leerlingen, hoog op de straatladder, terug te brengen naar de schoolcultuur. Dat lukt door de focus te richten (en te houden!) op het werk en niet op het gedrag. Op die manier konden we beetje bij beetje weer relaties opbouwen met onze leerlingen en ze tot goede vakmensen opleiden. Daarvoor komen ze naar onze school. Vakmensen zijn niet alleen hard nodig, maar leren goed te werken is voor deze jonge mensen ook de basis voor goed burgerschap,” is haar vaste overtuiging.

Het werk centraal

Ze geeft het voorbeeld van een klassenobservatie bij een jonge docente als een zo’n macholeerling de klas te laat binnenkomt. Hij kijkt haar aan met zo’n blik van ‘wat?’ Ze wijst hem met een blik naar zijn stoel. Weliswaar met veel misbaar en onbeschoft zwaar onderuit zakkend, zit hij. Ze laat hem, zegt niets tegen hem. Na een tijdje wijst ze rustig op de computer aan waar de rest van de klas mee bezig is. ‘Eh, wat dan?’, reageert hij. Ze zet het wérk centraal. Ze zakt door haar knieën voor oogcontact en wijst op de opdracht. ‘Huh, kleuterwerk’, roept hij nog. Ze geeft geen krimp, maar vraagt ‘Begrijp je het?’ Dan kijkt ze hem pas aan. Hij gaat aan het werk.

De zestig personeelsleden ‘dwingen’ van nu af dat leerlingen doen waarvoor ze naar school komen. Dit schooljaar biedt El Hadioui één-op-één feedback aan de docenten om zo nog professioneler en zekerder hun taken te kunnen uitvoeren. Het komende jaar gaan docenten dat zelf in koppels doen.
Over de ambitie van het team nu is geen twijfel meer: ‘Zoveel mogelijk jongeren aan een diploma én vervolgonderwijs helpen’. ‘Aan ons zal het niet liggen’, zegt de directeur met trots. ‘Wij zijn er klaar voor’. Er heerst een klimaat in dit gezellige en transparante gebouw, waarin teamleden met plezier daar nu voor gaan.

Als ik op de gang loop, gaat een klassendeur open. Met ‘jij bent aan de beurt!’ wordt een leerling binnengeroepen. Stralend komt de leerling aanlopen. Ik weet niet waarvoor ze blij die klas inloopt, maar weet dat ik een docente voor mij zie die geniet van het lachende gezicht van de leerling en daarmee van haar werk.

Ouders als pedagogische partners

Ouders heeft Selma tot haar pedagogische partners benoemd. Ze raadpleegde vooraf Mariette Lusse’s onderzoek over ouderbetrokkenheid en ook weer Iliass El Hadioui.
Afspraken maken met ouders in vredestijd werkt het beste, was haar conclusie. Meteen na de vakantie staan Mentor-Ouder-Leerling-gesprekken gepland, waarin het nieuwe schooljaar wordt besproken en vastgelegd. De meeste, zo niet alle ouders zijn er, want ze willen ook allemaal het beste voor hun kind, én ze vinden het weer leuk iedereen te zien. Leerlingen maken daarin afspraken wat ze willen bereiken; ouders spreken zich uit over hun rol in die afspraken en ze kunnen hun zorgen kwijt.

In de loopbaangesprekken later in het jaar presenteren leerlingen aan mentoren en ouders wat ze geleerd hebben en waarom ze voor die loopbaan en dat vervolgonderwijs gekozen hebben. Selma: “Ik loop dan door de school om ouders te verwelkomen en een praatje te maken. Als ze weg gaan hoor ik of ze tevreden zijn. Dit voelt veel beter dan een 10 minutengesprek en, nog belangrijker, áls er iets is lopende het schooljaar met kinderen, dan kunnen we gemakkelijk de ouders bereiken. Er ligt immers al een contact!”

Leerlingen als beste adviseurs

Waarvoor ze het allemaal doet? Voor haar leerlingen en dat zijn meteen haar beste adviseurs. “Na de ‘Garage Sale’ heb ik ook meteen leerlingenraad ingericht met  één leerling uit elke klas. Het eerste wat ik gedaan heb is deze leerlingen invloed laten ervaren. Zo van ’ze luistert niet alleen, ze doet het’. Het duurde even voordat we voorbij de onvermijdelijke patat bij de lunch waren, maar toen namen ze nadrukkelijk afstand van de vorige schoolnaam, VMBO de Wielslag. VMBO moest veranderen in College, want ‘dan horen wij er ook bij’. En Rotterdam moest erin, omdat ze hechten aan deze stad”. Uiteindelijk is de naam de Hef, een door iedereen gekende brug in Rotterdam, maar ook een symbool voor verheffing en verbinding, uit een wedstrijd tevoorschijn gekomen. “Ze zijn nu trots op de naam Rotterdams Vakcollege de Hef,” glimlacht Selma.

Selma daagt haar leerlingen voortdurend uit om creatief om te gaan met wat in de school gebeurt. Dat zorgt voor eigenaarschap. Kerst wordt voor deze met name moslimgemeenschap een All Around the World Party met presentaties, gezellig eten en een speech van de directeur. The Cup Song wordt verfilmd. ‘Een Cup Song?’ Selma zingt voor, twee leerlingen vallen bij en dan de hele school. Dat geeft een gevoel van trots. ‘Wij doen het! Het is ons gelukt!

Selma houdt van regelmaat en van aandacht voor wat je doet. De schooldagen beginnen altijd om 08.15u met een briefing met het team. Het rooster en de dag worden doorgenomen. Ze bespreekt met de leraren bijvoorbeeld de aanslagen in Parijs en Kopenhagen, vanuit wat het met de leerlingen zou kunnen doen en wat elke docent nodig heeft om ermee om te gaan in de groep. Op die manier gaan ook de mentoren aan het werk. Om 8.30u start elke groep met zijn eigen mentor de dag op om de leerlingen te laten ‘landen’ en ‘op te ruimen’ wat in de weg staat om actief de lessen te volgen.

“Ik wil ze perspectief bieden”

Ze volgde op haar 50e de Master of Educational Leadership. Haar kernwaarden zijn aandacht en relaties, verbondenheid, kwaliteit en veiligheid. “Ik wil dat elke leerling aanwezig is en niet zijn dag kwijtraakt. Ik wil dat iedere leraar een antwoord heeft op het waarom van elke les, anders is het waardeloos.”

Selma is iemand die zich niet laat verrassen, die zich gebaseerd weet op onderzoeken voordat zij andere activiteiten introduceert. Ze legt de lat voor haarzelf, haar team én haar leerlingen hoog. Dat is haar standaard. ‘Dit is hun kans om nee te zeggen tegen de straatcultuur en beter te zijn dan de generatie voor hen. Ik wil ze een perspectief bieden’.
Een meisje komt naar binnen voor een stempel op het aanmeldingsformulier Modevak school. ‘Kijk eens naar haar smaakvolle outfit ’, zegt ze. ‘Niet verwonderlijk dat ze deze weg kiest, toch?’

Regelmaat als houvast

“Ja, alles wat hier gebeurt, gebeurt met mijn toestemming. Maar de docenten kennen de kaders en weten zich verantwoordelijk. Ik vertrouw op hun vakmanschap. Ze weten welke vragen ze moeten stellen en wanneer. Zelf ben ik voortdurend in overleg, met het Managementteam, met de Examencommissie. De regelmaat is een houvast voor mij, maar ook voor anderen. Zij kijken naar mij; ik ben hun voorbeeld en daarom ben ik altijd voorbereid, altijd op tijd. Dat biedt veiligheid.”
‘Waarom ik een leider ben? Ik ben het. Daar kan ik niets aan doen. Als ik het overzicht niet heb, dan heeft niemand het. Toen ik de stap zette van docent naar manager vreesden mijn collega’s dat ik de leerlingen ging missen. Dat gebeurt mij niet. Daardoor ben ik nog meer van betekenis voor ze. Dat is mijn legitimering om deze stap te maken. Ik ben geen leider uit het boekje. Ik voel me bekwaam.”

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer