Embodied cognition: de invloed van het lichaam op cognitieve ontwikkeling

12 mrt 2014 · door Casper Hulshof >
psycholoog, onderzoeker, docent onderwijskunde op de UU

Het in 2012 journal “Trends in Neuroscience in Education’ bracht in zijn eerste nummer, onder het motto ‘To understand learning is to understand the brain’, een aantal voorbeelden van onderzoek waarin een nieuwe verbinding wordt gelegd tussen fysieke beweging, perceptie en het denken. Dit onderzoek biedt interessante aanknopingspunten voor scholen die in hun onderwijs gericht aandacht besteden aan fysieke aspecten van het lesgeven, zoals schrijven met de hand en tellen met de vingers. Deze fysieke vaardigheden blijken namelijk samen te hangen met cognitieve ontwikkeling. Een van de eerste artikelen, getiteld ‘Embodiment theory and education: The foundations of cognition in perception and action’ gaat over ‘embodied cognition’ en is geschreven door Markus Kiefer en Natalie Trummp, beiden verbonden aan de Universiteit van Ulm in Duitsland.

Embodiment is het idee dat je cognitie niet los kunt zien van het lichaam waarin die cognitie plaatsvindt. Dat is anders dan de ‘standaard’-psychologie, waarin denkprocessen en ons lichaam zorgvuldig van elkaar gescheiden zijn. Een korte uitleg maakt duidelijk wat hiermee bedoelt wordt.

Misschien ken je het ‘brain in a vat’-gedachte-experiment wel (in het Nederlands ‘Hersenen in een vat‘). Het is het idee dat je hersenen los in een vat zou kunnen bewaren. Alle sensaties worden gesimuleerd. Het filosofische aspect zit hierin dat niemand van ons zeker weet dat hij geen stel hersenen in een vat is. Deze fundamentele onzekerheid gaat terug op het axioma van Descartes (‘Ik denk, dus ik besta’).

De cognitieve psychologie vormt in zekere zin een meer conceptuele variant van dit experiment: ons denken (cognitie) staat los van het medium waarin die cognitie plaatsvindt. De geest als software en het brein als de hardware. Wij zijn ons brein, om met de titel van de populair-wetenschappelijke bestseller van Dick Swaab (2010) te spreken.

Maar wij zijn niet alleen ons brein, wij zijn ook (de rest van) ons lichaam. Sommigen zeggen daarom: je moet met het lichaam, en met name de zintuigen, rekening houden als je iets over de werking van onze hersenen wil weten. Dat zijn de aanhangers van ‘embodied cognition’. Zij zeggen: niet alleen onze zintuigen, maar ook onze ledematen bepalen voor een deel onze cognitie, die daarmee dus ‘embodied’ is.

Dat is een minder raar idee dan het lijkt. Als je ’s nachts wakker wordt weet je zonder te bewegen waarschijnlijk feilloos waar je armen zich bevinden (probeer het eens!). Dat vermogen wordt proprioperceptie genoemd. Proprioperceptie is wat dat betreft een zesde zintuig. Zo blijkt bijvoorbeeld onze lichaamshouding invloed te hebben op onze mentale ‘getallenlijn’. Consequentie: mensen die naar links leunen schatten de hoogte van de Eiffeltoren lager in dan mensen die naar rechts leunen (dat prachtige onderzoek werd bekroond met een Ignobel-prijs).

Het artikel van Kiefer en Trumpp gaat over de relevantie van embodied cognition voor onderwijs en leren. Het artikel gaat in op verschillende vormen van ‘embodiment’: bij lezen en schrijven, bij geheugen voor gebeurtenissen, en bij conceptueel geheugen van objecten en getallen. Met name de resultaten met betrekking tot lezen en schrijven zijn interessant. De auteurs beargumenteren dat leren schrijven met de hand een beter geheugen voor de vorm van letters oplevert dan typen. Dat wordt ondersteund door gegevens uit een artikel van James en Engelhardt, uit hetzelfde tijdschrift.

Er zijn aanwijzingen dat schrijven met de hand als activiteit op scholen langzamerhand naar de achtergrond verdwijnt. Dat is heel normaal, volgens sommige leerkrachten (getuige dit journaalitem van 2 februari 2013), maar lijkt op basis van dit onderzoek dus niet verstandig. Met de hand leren schrijven levert namelijk meer letter- en tekstbegrip op dan typen.

De andere onderwerpen in het artikel zijn ook interessant, maar meer zijdelings gerelateerd aan onderwijs. Het blijkt bijvoorbeeld zo te zijn dat het lezen van een woord dat met geluid geassocieerd is (‘telefoon’) tijdens het lezen ervan die sensorische hersengebieden activeert die met het daadwerkelijk horen van een telefoon te maken hebben. Voor het lezen over acties geldt hetzelfde: die brengen activatie in de motorische hersenschors teweeg. Tenslotte laat onderzoek naar ons conceptuele geheugen voor getallen zien hoe belangrijk het leren tellen met de vingers is voor een beter begrip van cijfers: hoe je als kind omgaat met het tellen op je vingers blijkt invloed te hebben op je gevoel voor getallen als volwassene! Het zijn fascinerende inkijkjes in een vakgebied dat nog een lange weg te gaan heeft, maar nu al tot toepassingen in het onderwijs kan leiden.

Literatuur

James, K.H., & Engelhardt, L. (2013). The effects of handwriting experience on functional brain development in pre-literate children. Trends in Neuroscience and Education, 1, 32-42. http://dx.doi.org/10.1016/j.tine.2012.08.001

Kiefer, M., & Trummp, N.M. (2013). Embodiment theory and education: The foundations of cognition in perception and action. Trends in Neuroscience and Education, 1, 15-20. http://dx.doi.org/10.1016/j.tine.2012.07.002

Swaab, D. (2010). Wij zijn ons brein. Amsterdam: Contact.

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm van het weblog onderwijskunde.blogspot.com. Het werd daar eerder gepubliceerd op 7 maart 2013, en is met toestemming overgenomen.

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer