Een smalle kijk op onderwijskwaliteit

17 feb 2014 · door Luc Stevens >
founding father NIVOZ - emeritus hoogleraar
In november 2013 bracht de Onderwijsraad een advies uit aan de minister over ‘de stand van educatief Nederland’. Een opmerkelijk advies omdat aandacht en ruimte wordt gevraagd voor kwaliteit van onderwijs, anders dan uitgedrukt in gemeten onderwijsopbrengsten. In dit artikel wil ik ingaan op drie opvallende aspecten in het advies, waarbij het begrip ‘eigenwaarde’ centraal staat. Mijn conclusie is, dat het weliswaar een goede ontwikkeling is, dat er aandacht is voor deze onvoorwaardelijke kwaliteit voor ontwikkeling, maar de Onderwijsraad had uitvoeriger in kunnen gaan op de consequenties van dit begrip voor de vormgeving van persoonsvorming als doel van het onderwijs.

Onder de titel ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit’ bracht de Onderwijsraad eind 2013 een advies uit aan de minister over ‘de stand van educatief Nederland’. Een opmerkelijk advies omdat aandacht en ruimte wordt gevraagd voor kwaliteit van onderwijs anders dan uitgedrukt in gemeten onderwijsopbrengsten. Na een schouw van de tekst vallen in elk geval drie dingen op.

In de eerste plaats de kritische houding van de raad ten opzichte van de dreigende ééndimensionaliteit van het onderwijs, indien beleid en uitvoering van beleid vrijwel uitsluitend aandacht hebben voor de taalvakken en voor rekenen/wiskunde. Deze houding van de raad is gewaardeerd, omdat ze correspondeert met de algemene wrevel over de soms bijna obsessionele verhouding van verantwoordelijke politici en inspecteurs van onderwijs met toetsuitkomsten ter zake. Gewaardeerd ook, omdat de vrijheid van de raad om kritische geluiden te laten horen ten aanzien van lopend beleid beperkt is.

In de tweede plaats valt op hoe een pedagogische categorie als ‘eigenwaarde’ ineens verschijnt in een advies van de Onderwijsraad. Deze begeeft zich zelden of nooit in het pedagogische domein. Bij nadere beschouwing echter komt de vraag op of de raad het wel zo bedoelt. Geciteerd:

“De samenleving heeft ook behoefte aan creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap. Om de eigenwaarde van álle jongeren te bevorderen en iedereen optimale levenskansen te bieden, is hiervoor meer waardering nodig. De raad pleit voor aantrekkelijk en goed beroepsonderwijs, met voldoende ruimte voor de praktijk, zodat vakmanschap ruim baan krijgt.” (p.9)

Hier doet zich een wonderlijke combinatie van werkelijkheden voor. Er is volgens de raad meer waardering nodig voor individuele kwaliteiten als creativiteit, morele sensitiviteit of zorgzaamheid. Dat versterkt de eigenwaarde van het individu. Inderdaad. Daar treft de raad de pedagogisch werkelijkheid van scholen en opleidingen in het hart: de ontwikkeling van de persoon van de leerling of student. Maar dan treedt er in de tekst een breuk op en worden de bedoelde individuele kwaliteiten gekoppeld aan het beroepsonderwijs. Alsof creativiteit, morele sensitiviteit of zorgzaamheid in andere vormen van onderwijs niet net zo goed aan de orde zijn en ook daar bevorderd kunnen en moeten worden.

Het lijkt er op dat de raad ‘eigenwaarde’ als typisch menselijke kwaliteit koppelt aan slechts de eerste twee van de drie functies van onderwijs, zoals de pedagoog Biesta deze onderscheidt, namelijk aan kwalificatie en socialisatie (subjectivatie of persoonsvorming is de derde). In dat geval wordt de verbinding met beroepsonderwijs duidelijk: eigenwaarde wordt door de onderwijsraad verstaan als een sociologisch, respectievelijk als een sociaaleconomisch begrip. Als men deze lijn volgt zou onderwijs strikt genomen geen betekenis (behoeven te) hebben voor de subjectivatie of persoonsvorming en heeft onderwijs slechts tot taak om de homo economicus te ontwikkelen. Is dat inderdaad het onderwijs van de onderwijsraad? Waarom vermijdt zij, eigenlijk inconsequent, de categorie persoonsvorming? Overigens heeft de raad zich voor dit advies wel verstaan met Biesta, zoals blijkt uit de lijst van geraadpleegde personen.

Eigenwaarde is wat mij betreft een onvoorwaardelijke kwaliteit van humane ontwikkeling, van de ontwikkeling van een waardenvol leven. Onvoorwaardelijk voor ontwikkeling van zelfregulatie en het willen en ook kunnen nemen van verantwoordelijkheid en voor een actieve bijdrage aan het maatschappelijk leven. De raad mag zich realiseren dat dat al vanaf het vroegste moment van normatieve vergelijking van leerlingen in school aan de orde is en voor niet weinigen in gevaar: de ervaren eigenwaarde van jonge mensen. Hier komen we aan het derde punt dat opvalt.

De raad wijdt (zeer terecht) een paragraaf aan de aansluiting van programma’s op individuele capaciteiten. Geciteerd:

“De raad adviseert de overheid om scholen te stimuleren en te faciliteren hun onderwijsprogramma flexibel in te richten en beter af te stemmen op individuele leerlingen (meer maatwerk).” (p. 58)

Uit de context blijkt dat de raad hier vooral de sterk presterende leerlingen op het oog heeft die juist meer uitdaging zouden mogen krijgen. Meer dan waar. Maar het probleem dat wordt aangesneden is een algemeen probleem, geldig voor alle leerlingen: het onderwijsaanbod past niet bij de cognitief-motivationele status van de individuele leerling. Anders gezegd, het houdt geen rekening met de grote verschillen tussen leerlingen en studenten, ook al zijn ze van dezelfde leeftijd. Daar had de raad wat mij betreft uitvoeriger en uitdrukkelijker mogen zijn. Kabinet na kabinet is actief rond het vraagstuk van de grote individuele verschillen, maar er worden niet echt vorderingen gemaakt. In de traditie van het instructiemodel blijft er veel tijd verloren gaan in de homogene groepen of klassen en is er veel onnodige uitval. Het rendement kan zonder probleem voor alle leerlingen omhoog. Maar dan moeten we afstappen van het standaardiseren van het leer- en onderwijsproces op tijd, ruimte, inhoud, doel, middelen en normering. Alleen al het loslaten van de standaardisatie op de variabele ‘tijd’ zou voor menig leerling en leraar een opluchting beteken. Het is interessant om te bezien, of de uitdaging van het ‘passend onderwijs’ die ruimte kan gaan bieden. Want is het wel verantwoord om menselijke ontwikkeling en leren te willen standaardiseren?

Wij bekijken iedere reactie. U hoort binnen drie dagen of we het bericht plaatsen.

annuleer